GRUMB POST


 
    



04-09-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (17).

Er zijn van die dagen dat alles verkeerd lijkt te gaan. Deze week was weer zo'n dag.Ik probeer een haring uit de grond te trekken en pats! mijn 40 jaar oude klauwhamer in twee stukken. Vrijwel tegelijkertijd valt mijn horloge van mijn pols: bandje (echt leder) gebroken.

In een poging met de resten van de klauwhamer de haring te verwijderen raak ik met de punt ervan mijn hand. Gat en bloed en vloeken.

Bella waarschuwt dat de wond direct met jodium ontsmet moet worden en gaat op zoek naar het flesje. Dat blijkt nergens te vinden maar komt uiteindelijk toch boven water. Bella constateert dat de houdbaarheidsdatum een paar jaar in het verleden ligt en adviseert de inhoud weg te gooien. Dan maar een pleister erop. Dat lijkt 5 minuten goed te gaan. Dan blijkt dat de pleister niet blijft plakken.

Op zoek naar een Bricolage. dat is een winkel waar ze Praxis, Gamma, Karwei en HUBO door elkaar hebben gegooid en er één winkel van hebben gemaakt. Alleen staat alles in het Frans maar gelukkig is het personeel  net zo onbeholpen als in Holland.Ze hebben geleerd met twee woorden te spreken maar vraag ze niet naar een schroevendraaier die met een bochtje kan draaien. Ze staan hier met net zoveel tegenzin als ik. Maar we proberen er allebei het goede van te maken. 

 

Ik heb het niet op die winkels. Iedereen die er rondloopt loopt er duidelijk niet voor zijn lol, een paar doorgewinterde en onverbeterlijke klussers daargelaten.

Ook ik hoor bij het volk dat naar iets op zoek is wat vaak niet te vinden is: een schroefje dat in een bepaald plugje past, een boortje waarmee je door een wand kan boren (en wat bij thuiskomt uiteraard niet lukt) of een pot met onduidelijke dure derrie waarmee je wat kan vastzetten of schoonmaken of afbijten.

En het erge is dat als je het spul eenmaal hebt gekocht je er nog een keer mee aan het werk moet ook. Blijkt de boor niet in de boormachine te passen of breekt het zaagje spontaan af of het juist aangeschafte stanleymesje valt uit je handen en blijft rechtopstaan in je rechter nieuwe schoen.

Neen, in deze winkels kom je alleen als het echt moet. En nu moet het.

De zaak heeft een enorm assortiment aan gereedschap: wel 30 soorten schroevendraaiers, 50 soorten tangen en honderduizenden schroefjes (en uiteraard zit die ik moet hebben er niet bij).

Maar slechts één klauwhamer.

En die kost 20 euro. 20 euro! Wat een afzetterij voor een stokkie met een paar centimeter gebogen metaal erop wat ook nog geen 40 jaar meegaat!

Maar Bella zegt dat het onverantwoord is zonder klauwhamer verder te reizen in de camper dus uiteindelijk staan we voor de kassa en omdat we geen Franse Klusserskaart hebben krijgen we geen korting maar kost die rothamer ook nog eens 2 euro meer!

 

Een paar dagen later lopen we in een andere supermarkt van Mosquetaires en Bella roept plotseling dat ze hier ook allerlei soorten klauwhamers verkopen. De goedkoopste is 3 euro!

 

O wat word ik toch moe van die dagen dat alles verkeerd schijnt te lopen.

 

                                   

                                      Stilleven voor de camper van de familie Pruimhof.

 

En dan heb ik het nog niet gehad over diezelfde dag dat Bella 300 euro ging pinnen en er maar 10 euro uit de muur kwam (en natuurlijk wel 300 afgeschreven)!           

 

0 reacties      Reageer

03-09-2010  [F.Oosterbuur.]

Blijft hangen uit boeken.

"Uiteraard zijn mensen in staat glashard anderen voor te liegen, maar in dit geval overtuigen mensen zichzelf.Omstanders zien met verbazing aan hoe iemand kennelijk als enige zijn eigen hypocrisie ontgaat. Zoals voormalig premier Wim Kok. In 2002 sprak hij zijn ergenis uit over de'exhibitionistische zelfverrijking' in de top van het bedrijfsleven.

Na 2006 gaf hij echter als commissaris van ING zijn fiat aan salarissen die een veelvoud waren van de salarissen waar hij zich eerder over had opgewonden.

En in 2010, toen het hele kaartenhuis ingestort was, kon de onthutste televisiekijker zien hoe hij voor een parlementaire commissie  rustig volhield dat die salarissen gerechtvaardigd waren, daarbij dezelfde onzin uitkramend die in 2002 nog zijn ergenis had opgewekt."

 

Uit:

Willem van der Does, Met de wetenschap van nu. Graaiers, draaiers en spijtoptanten. 

 

0 reacties      Reageer

02-09-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (16).

 

Arles zou de stad van Vincent van Gogh moeten zijn maar er is geen schilderij van de man te vinden. Wel struikel je over allerlei op elkaar gestapelde oude stenen die tezamen een soort arena vormen of een antiek theater uit de tijd van 60 voor Christus.Om al die stenen hebben de Fransen detectie- en toegangspoortjes gebouwd om de argeloze toerist een poot uit te trekken want als je eenmaal binnen bent zien die stenen er niet anders uit dan andere oude stenen uit je eigen achtertuin.

Maar we waren op zoek naar van Gogh. In 1888 heeft de kunstenaar er gewoond en heeft hij in het ziekenhuis gelegen omdat hij dacht dat hij gek zou worden. Vincent was behoorlijk in de war en werd definitief opgenomen toen hij bij zichzelf een oor had afgesneden. Een normaal mens zou lekker gaan zitten schilderen, dat deed hij ook, maar neen, dit mens sneed een oor af en het schijnt zelfs zo te zijn dat hij zijn oor aanbood in  

een bordeel aan een prostituee. Het kan niet anders dan dat hij dus hartstikke gek was. Ik ben nooit in een bordeel geweest maar ik stel me zo voor dat als je daar toch belandt je een ander lichaamsdeel in de aanbieding doet dan een oor, en al helemaal niet een afgesneden oor!En ik zou toch zorgen dat in dat andere lichaamsdeel toch nog wel wat leven zou zitten, dus: niet afsnijden want daar kunnen die prostituees volgens mij niets mee!

 

Maar van Gogh was mesjokke, hij schilderde wat zonnebloemen  en stapte vervolgens met zijn oor en vermoedelijk behoorlijke pijn in zijn kop naar de dames van de lichte zeden. Het bordeel zou volgens geruchten het tegenwoordige hotel Rhodania zijn dat vervallen tegen de Rhone aanligt.

Het ziekenhuis waar van Gogh werd verpleegd vanwege zijn mesjokkenheid bestaat ook nog.

 

Zo gaat het dus:

Je bent stapel gek, je snijdt jezelf een oor af, je probeert het oor te slijten in een bordeel, je laat jezelf opnemen en het eind van het liedje is dat het ziekenhuis nog steeds trots jouw naam draagt.

 

0 reacties      Reageer

01-09-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (15).

Beroemdheden uit de Provence.

 

Cezanne was een conformistische figuur, die zijn hele leven het légion d'honneur hoopte te krijgen. Nu behoren zijn werken tot de duurste kunstwerken van de wereld. En dan te bedenken dat hij ooit zakte voor het toelatingsexamen aan de Ecole Des Beaux Arts.

 

Maar Cezanne was niet de enige beroemdheid die de Provence heeft voortgebracht. Ook Emile Zola bracht zijn jeugd door in Aix-en-Provence waar hij op de schoolbanken zat samen met Cezanne.Cezanne was de enige die met Zola bevriend was want Zola was al jong een zonderlinge en eenzame man.

De vriendschap eindigde abrupt toen Zola in één van zijn boeken schreef dat Cezanne een volkomen mislukte schilder was.

 

En dan hebben we natuurlijk nog Vincent van Gogh. Zijn sporen proberen we één dezer dagen te volgen in Arles.

Maar de leukste Próvencaal was Fernandel die in 1971 overleed. Ouderen onder ons kennen hem als de komiek die zichzelf zo typeerde:

"Ik ben lelijk, rancuneus en pretentieus. Ik houd van felgekleurde dassen, ik verdien veel te veel geld, ik heb geen smaak, ik heb een hekel aan lezen en ik heb een mussenverstand in een paardenkop."

                                        

Zo'n man dus..................

 

1 reacties      Reageer

29-08-2010  [Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (14).

De mistral is opgestoken. In een boekje lezen we dat het een koude noordenwind is die wordt veroorzaakt door hogedrukgebieden boven het Massif Central of het oosten van Frankrijk.De wind baant zich een weg door het Rhonedal om zich bij het lagedrukgebied van de Middelandse Zee te voegen.

"Dat is mooi" moppert Gert, "maar waarom hebben wij dat weer?"

 

Hij heeft zich juist op zijn stoel geinstalleerd en heeft zich een krant gekocht in Graveson, een Nederlandse krant, sterker nog: zijn Volkskrant!

Het wordt al direct worstelen met de krant om hem in de plooi te houden. De pagina's waaien alle kanten en blijven plakken rondom Gert's hoofd of waaien vrolijk de Provence in.

Anton Geesink is dood, lees ik, en in Nederland regent het dat het pijpen steelt en Wilders gaat het nieuwe kabinet gedogen zonder dat hij verantwoordelijkheden draagt.

Al die narigheid waait nu alle kanten op, maar vooral richting Gert's rood aangelopen hoofd en hij probeert hevig het nieuws in het gareel te houden.

 

Ik ga niet meer terug naar Nederland, schiet het door mijn hoofd, Gert krijgt nog gelijk: een onverdraagzaam vochtig rotland wordt het en de laatste helden uit de 60er jaren leggen ook nog eens het loodje.

 

Ik blijf hier. Alleen nog een plekje zoeken waar de mistral niet waait!

 

                                      

 

2 reacties      Reageer

29-08-2010  [Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (13).

Aix en Provence. De stad van Paul Cezanne. We staan zowat naast het bruggetje Les Trois Sautets, dat door Cezanne is geschilderd.Cezanne was een stille, straatarme man die de meeste schilderijen wegschonk aan vrienden en bekenden. Het verhaal gaat dat velen probeerden te ontsnappen aan deze omvangrijke geschenken. En als je dat lukte moest je een rondje betalen in de bistro. Kon je er niet aan ontsnappen dan keerde je met een doek onder de arm naar huis en zette het op zolder om het vervolgens zo snel mogelijk weer te vergeten.

Sinds de schilder geliefd en beroemd is geworden heeft menig inwoner van Aix al de zolder van zijn grootouders doorzocht. Je weet maar nooit! 

 

We komen uiteindelijk in museum Granet. Hier hangen een aantal schilderijen van de meester.Maar we staan ook plotseling voor een doek van Mondriaan. En van Rembrandt! Die kennen we!

Maar het gaat nu om Cezanne. Het bruggetje lijkt niet erg op het bruggetje zoals wij het in het echt aanschouwen, eigenlijk lijkt het er in de verste verte niet op.

Maar Gert verzucht toch:

"Die Cezanne kon toch heel verdienstelijk kleuren." 

 
 

                                   

 

 

 

1 reacties      Reageer

25-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (12)

De meeste Franse verhalen komen redelijk bij me aan, maar bij woordjes ontstaan er al snel misverstanden. Zeker tussen Bella en mij zijn die vermakelijk, maar de grootste misverstanden ontstaan vaak in een restaurant bij het bestellen.

 

Op de kaart staat een l'os a moelle. Dat is een mergpijp. Dat lijkt me wel wat. Kennelijk verstaat de ober, een half dode man met een uitgestreken kop: l'os a noel.

Non! l 'os a moelle!

De ober: l' os a noel?

Een kerstpijp? Wat is dat?

Dus ik roep nog eens een keer: l'os a moelle!

Noel? Roept de ober! Reservé?

Reserveren met kerst? Natuurlijk niet, het is nu augustus!

Bella gaat zich ermee bemoeien:

Joh, reserveer toch met kerst, ben je van het gezeur af en als we dan niet kunnen bellen we netjes af.

Ik wil ook van het gezeur af zijn en besluit een entrecote te bestellen. Maar nu zegt de ober:

La cuisson? Bleu, saignant? A point?

Qua? Vraag ik, terwijl me te binnen schiet: wat is qua eigenlijk?

 

Bella zegt nu: Hij vraagt hoe je hem wilt hebben?!

Wat?

De entrecote, sufferd.

O die, au poivre, antwoord ik

De ober lijkt de wanhoop nabij.

Ik kijk hem nu diep in de ogen, vastberaden aan deze ellende een einde te maken:

d'Accord, donne moi un l'os a moelle! Zeg ik nu resoluut.

De ober kijkt me hulpeloos en wezenloos aan en vraagt:

d'Accord! Reservé?

                                           

 

0 reacties      Reageer

24-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (11).

Bernard Dumontet was dus zelf ook een vondeling, net als zijn vader en zijn grootvader! Wat een vreemde wending van het lot.

De moeder-overste voelde, nadat de nonnen het kind hadden gevonden, direct aan van wie het moest zijn en stond binnen een dag bij de ouders van Bernard. Ze sprak een soort banvloek over de ouders uit en gaf het kind terug.

De ouders waren eigenlijk opgelucht dat ze hun kind terughadden. Ze voedden het kind liefdevol op maar vertoonden vanaf die dag zich niet meer in de kerk.

Bernard, dat was dus nu de man die naast me zat, leidde een hard bestaan als kolensjouwer en verdiende hier en daar wat bij als semi-professioneel bokser. In Frankrijk werd hij redelijk bekend maar hij bereikte nooit de top in zijn sport.

Dat kwam gedeeltelijk ook omdat hij op dertigjarige leeftijd een ongeluk kreeg.

Het is bijna niet te geloven maar toch gebeurd: Bernard gleed uit en stortte in een groot wijnvat (precies zoals zijn grootvader eens was overkomen) waaruit hij tenauwernood werd gered.

 

Sinds dat ongeluk was Bernard een andere Bernard geworden. Van een losse ongecompliceerde jongen veranderde hij in een man die altijd piekerde en altijd moe was.

Maar wat hij behouden had was zijn ongedwongen en zuivere kijk op de zaken.

 

Er zit geen greintje kwaad in deze Bernard.

Met deze trieste en droevigmakende,melancholieke  man was ik op zoek naar een ventiel.

Dat hebben we gevonden, maar wat eigenlijk veel leuker was: ik vond ook het levensverhaal van Bernard Dumontet. 

 

                                       

 

0 reacties      Reageer

22-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (10)

 

Bernard Dumontet verhaalt over het leven van zijn opa die door zijn overgrootouders te vondeling werd gelegd  en uiteindelijk als kolensjouwer aan het werk ging maar ook behulpzaam was bij het fabriceren van de Chardonnay-wijn uit de Bourgogne.

Op een dag gleed opa uit en kieperde een wijnvat in van ongeveer 4 meter diep. Nog net niet verdronken werd hij gered maar de jongen verkeerde in levensgevaar en bleef een aantal weken in een ziekenhuis en toen hij daar werd ontslagen bleek dat hij een hersenbeschadiging had overgehouden. Opa Bernard kreeg verkering met een meisje uit het dorp, ene Brigitte Cardu. Alle meisjes in het dorp hadden verkering maar dit meisje niet. Ze was weliswaar erg lief, aanhankelijk en zorgzaam maar ze had een enorme neus en ze keek behoorlijk scheel.

Het kon Bernard niet schelen en de twee trouwden en al spoedig werd Brigitte zwanger.Daar schrokken Bernard en Brigitte zo erg van dat ze direct besloten het kindje te vondeling te leggen bij het klooster.

De droeve geschiedenis van de familie Dumontet herhaalde zich!

En ook nu vochten spijtgevoelens, medelijden en wroeging om voorrang in de zielen van Bernard  

en Brigitte. Met een hart vol verdriet besloot Bernard naar het klooster te gaan om zijn kind terug te eisen. Maar wederom gaven de nonnen geen krimp en het kind groeide noodgedwongen tussen hen op. Op 21 jarige leeftijd moesten de nonnen het kind vrijlaten en hij meldde zich bij zijn door verdriet verteerde ouders.

Bernard en Brigitte waren door de droeve geschiedenis zo aangeslagen dat ze versneld waren verouderd en ziekelijk geworden.

Al snel stierven beide ouders, vlak na elkaar, aan een onbekend gebleven ziekte die zich kenmerkte door algehele uitputting.

Bernard, voor alle duidelijkheid, dus de vader van de Bernard waarmee ik aan het rondrijden was door de Bourgogne,op zoek naar een ventiel,stond er alleen voor in het leven.

Bernard was een sterke, goed gesoigneerde knaap en al rap kreeg hij verkering met het mooiste meisje van een naburig dorp, Sylvie Blondeau uit Sennecey-Le-Grand.

Sylvie was bijzonder knap en kon veel mannen krijgen. Ze had blond lang haar, een prompte prikkende boezem en ze rook naar verse lavendel.

Sylvie was een levensgenietster en ze beloofde zichzelf het ervan te nemen in het leven, samen met Bernard.

 

Eén van de eerste dingen die mensen doen als ze het ervan gaan nemen speelt zich af tussen de lakens van een ledikant.

In dit geval waarschijnlijk een echt piepend Frans ledikant  waar je wel op elkaar moet liggen want naast elkaar gaat niet: te klein.

U raadt het al: Sylvie raakte zwanger. En dat was natuurlijk niet de bedoeling!

En U raadt het nog een keer:

juist, men besloot het kind te vondeling te leggen bij het klooster!

Dus Bernard, deze Bernard was ook een vondeling.

Of de duivel ermee speelt!

 

En ook met de afloop van het verhaal: dat volgt volgende keer, het is hier warm, ik heb dorst en ik moet naar de wc.

Dus: wordt vervolgd!

 

2 reacties      Reageer

21-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (9).

 

Dit is Bernard Dumontet. Een Fransman die ik ontmoette in het dorp Uchizy. Ik ben met Bernard een aantal keren op stap geweest op zoek naar een ventiel voor mijn fiets.In Frankrijk betekent dat: rijden van dorp naar dorp in de hoop een fietsenmaker te vinden die ons kan helpen.

Zo goed en kwaad als het kon probeerden we in de auto het gesprek op gang te houden. Ik spreek een beetje Frans en Bernard geen woord Nederlands.

Bernard kwam op me over als een wat kinderlijke, drukke, gespannen maar aandoenlijke en innemende man. Ik vroeg hem wat het verhaal van zijn leven was.Dat vroeg ik hem nadat hij me vertelde dat hij zijn hele leven lang voortdurend aan het piekeren was en toujours fatigué, altijd vermoeid.En piekeren.

Maar mijn vraag begreep hij direct.Ik heb de vraag weleens eerder gesteld aan iemand als ik wat langer in gesprek ben maar meestal blijft een antwoord achterwege. Of mijn gesprekspartner kijkt me wezenloos aan of heeft geen verhaal of heeft geen leven en daarom geen verhaal.

Maar Bernard Dumontet wel!

Hier volgt zijn ongelooflijke en absurde verhaal.

Bernard is opgegroeid in het zuid-oostelijke deel van de Bourgogne. En eigenlijk begint het verhaal van Bernard bij zijn grootvader, die ook Bernard heette. Grootvader Bernard is geboren in de buurt van Uchizy, in het dorpje  Chardonnay.

Grootvader is bij het klooster van dat dorp door zijn ouders te vondeling gelegd, maar de vader van het kind, dus de overgrootvader van onze Bernard, kreeg na een aantal weken enorme wroeging en ging naar het klooster om zijn kind terug te eisen.

Maar de nonnen weigerden, ze hadden het kind opgenomen en dan nu weer terugeven? Geen sprake van, het onverantwoorde gedrag van de ouders diende te worden afgestraft en als God het niet deed dan deden de nonnen het wel!

Het jongetje groeide op in het klooster en kwam uiteindelijk als jongeman aan het werk als kolensjouwer in Tournus.

 

Wat er daar voor drama zou afspelen vertel ik de volgende keer want ik zit nu hier in de Provence, het is bloedheet, ik heb dorst en ik moet naar de wc.

 

Ja, verhalen vertellen is leuk maar de dagelijkse zaken lopen wel door!

 

0 reacties      Reageer

20-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (8)

Deze tijd heb ik met verbazing een aantal vissers geobserveerd. Bij de Saone ontmoette ik er één die de ganse dag naar een aantal dobbertjes zat te turen en niets ving.

 

Nu staan we in Oraison in de Luberon en de rivier die hier het landschap doorkruist is de Durance. En ook hier weer allerlei mensen die uuurenlang naar een hengeltje kijken maar nu mocht ik beleven dat iemand een visje ving van, ik schat 5 centimeter, een mooi visje want hij had een rood bekje.

Bij nadere bestudering bleek dat dat rood kwam omdat er bloed uit zijn bekje sijpelde omdat daar de vissershaak zich in had vastgezet.

De visser bekeek het visje even ernstig, haalde het haakje uit de bek en gooide de vis terug het water in! Aan de Saone maakte ik mee dat er niets, maar dan ook niets, werd gevangen, hier was het ook niet veel soeps, maar als er dan wat aan de haak hangt gooien die gekke vissers alles weer terug het water in om vervolgens weer dagenlang verder te gaan met turen naar de hengel!.

Terug in het water zal het arme visje ongetwijfeld een uurtje van de schrik op de bodem liggen bijkomen om vervolgens zijn weg in het water te vervolgen maar wel met een kaakfractuur of met een gespleten gehemelte. Ben je mooi klaar mee als vis: kom je 's avonds thuis na een dag hard rondzwemmen en leg het dan maar uit aan je vrouw: ik ben gepakt door een grote vent die langs de kant van het water stond en die me een doodschrik bezorgde en me vervolgens terugsmeet in de rivier nadat hij een vreselijk wapen uit mijn mond trok.

Ja, maak dat mevrouw vis maar eens wijs. Die denkt: weer  teveel gezopen, zeker. Ze zijn ook allemaal hetzelfde. 

 

 

Het is toch een vreemd idee: de Durance is een prachtige rivier, maar dat daar allemaal visjes in zwemmen die, als ze mens waren geweest, zo in de WAO zouden kunnen, is toch apart.

 

                                           

 

0 reacties      Reageer

18-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (7).

Uit eten is een ritueel in Frankrijk. We zitten in Die en op advies van nichtje Mees Mankes eten we in Le Mazel.

In een Frans boekje lezen we dat je je degelijk en grondig moet voorbereiden op het diner.

Zo heb je als basis nodig:

Une assiette, un table,une bouteille, un verre, un pichet, une cuiller, un couteau, une serviette et une fourchette.

 

Toen we ons meldden in het restaurant met alle benodigdheden bij ons, het was nogal een karwei een tafel mee te sjouwen in die hitte, maar kom een mens moet wat overhebben om lekker te eten, bleek dat alles al aanwezig was!

 

Dat stond niet in het boekje...........

 

En toen moesten we nog beginnen met eten!

 

1 reacties      Reageer

14-08-2010  [F.Oosterbuur.]

Blijft hangen uit boeken.

"Ik geloof in de wet van de schaarste. Als iedereen appels wil moet je peren kopen. Als iedereen de berg wil beklimmen moet je de berg afdalen.Als iedereen naar het geluk verlangt moet je het ongeluk zoeken en als iedereen zijn armen uitstrekt naar God dan moet je thee gaan drinken bij de duivel.

Eigenljk deed ik het met mensen ook zo, hoe slechter het met ze ging, hoe meer interesse ik voor ze kon opbrengen."

 

Uit: Arnon Grunberg, fantoompijn.

 

1 reacties      Reageer

13-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (6).

Ventieltje van fiets is cassé of brisé, in ieder geval: kapot.

 

Een fietsenmaker heeft het euvel gerepareerd en we fietsen op weg naar het dorp Uchizy. Na een paar 100 meter heeft Bella het al bekeken: de schakeling is niet goed, de fiets produceert een akelig "krak"-geluid als gewisseld wordt van versnelling.

 

We moeten weer terug naar de fietsenmaker. Ik besluit niet al te veel te zeggen want de man geeft ellenlange antwoorden in een moordend tempo, en dat is op zichzelf niet zo erg maar hij doet het in vloeiend Frans.

Ik denk aan mijn eerste Franse lessen: Papa fume une pipe et papa est tres faché. Maar ik houd mijn kaken op elkaar. Misverstanden ontstaan al als ik niets doe, laat staan dat ik mijn kapotte ventiel combineer met een pijprokende boze vader.

De man besluit nog eens een riedel weg te geven. Ik versta er niets van maar dat komt ook omdat hij ondertussen een sigaret tussen zijn lippen houdt en waarschijnlijk een spraakgebrek heeft of een operatie gehad aan weet ik veel. Waarschijnlijk roept hij nu: Stomme Nederlanders met je stomme fietsen, waarom kom je mij lastig vallen met je ellende?

Zijn hoofd is rood aangelopen en plotseling pakt hij de fiets op en sjouwt hem mee naar binnen. Boem, de deur voor mijn neus dicht.

De volgende dag kom ik de fiets weer halen. De man zegt nu niet veel  maar geeft min of meer toe dat hij zelf de zaak niet goed gerepareerd heeft, de kwestie is nu opgelost en we hoeven verder niets te betalen.

 

We proberen de fiets direct uit en fietsen naar Uchizy. Dat gaat goed. Alleen is het wel erg veel bergop en Bella loopt na ongeveer 15 minuten trappen net zo rood aan als de fietsenmaker. Maar dat verandert weer als we teruggaan, dat gaat bergaf. Maar de wind is wel gedraaid.

 

Het is ook altijd wat......................

 

                                    

                                                  Uchizy.

 

1 reacties      Reageer

13-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (6).

Ventieltje van fiets is cassé of brisé, in ieder geval: kapot.

Een fietsenmakerheeft het euvel gerpareerd en we starten op moordend tempo en dat is op zich niet zo erg, maar hij doet het in vloeiend Frans.getogen om een fietstochtje te maken. We fietesen naar het dorp Uchizy. Na een paar 100 meter heeft Bella het al bekeken: de schakeling s niet goed, de fiets produceert een akelig""krak""-geluid als gewisseld wordt van versnelling.

 

We moeten weer terug naar de fietsenmaker. Ik besluit niet al te veel te zeggen want de man geeft ellenlange antwoorden in een moordend tempo, en datis op zichzelf niet zo erg maar hij doet het in vloeiend Frans.

Ik denk aan mijn eerste Franse lessen: Papa fume une pipe et papa est tres faché'. Maar ik houd mijn kaken op elkaar. Misverstanden ontstaan al als ik niets doe, laat staan dat ik mijn kapotte ventiel combineer met een pijprokende boze vader.

De man besluit nog eens een riedel weg te geven. Ik versta er niets van maar dat komt ook omdat hij ondertussen een sigaret tussen zijn lippen houd en vc

 

0 reacties      Reageer

12-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (5).

 

Het leven bestaat uit misverstanden, verwarringen en onduidelijkheden. Zeker als je naar een specifiek dingetje op zoek bent. Maar over één ding zijn we het al snel eens met de Fransen: wat we willen eten. Daar is altijd snel uit te komen, restaurantjes genoeg en keuze in overvloed. En valt het dan toch wat tegen omdat je nu wel heel erg de indruk hebt de hersens van een oude hond te nuttigen, dan is de hele zaak soepel weg te spoelen met een verre de vin.

Maar nu moeten we een fietsventiel gerepareerd zien te krijgen. 

In het woordenboek vinden we la valve. Mooi dat is dus het ventiel. Kapot is cassé. Dus nu kan ik de eerste de beste fietsenmaker wel duidelijk maken dat ik een gebroken ventiel heb:

 

"Moi, j'ai une valve cassé," roep ik naar een Franse fietsenreparateur die me wel bijzonder vreemd aankijkt. Waarschijnlijk heb ik de klemtoon ergens verkeerd gelegd dus ik roep nog eens, met nu een wat gewijzigde klemtoon:

"Moi casse valve."

"Ah" roept de man en loopt naar zijn buurman die een soort rotzooiwinkeltje bestiert en komt even later terug met een notenkraker. Hij heeft zeker verstaan noix in plaats van moi en een casse noix is een notenkraker. Dan blijft over de valve. We hebben het later nog eens nagekeken maar une valve is naast een ventiel ook een soort weekdier.

Waarschijnlijk heeft de man dus iets verstaan als:

"Ik heb een kapot weekdier met een notenkraker."

 

Zo komen we er niet. Dus ik wijs opzichtig naar mijn ventiel die aan de fietsband hangt en ik probeer het nog eens (maar dan uiteraard in een soort Algemeen Beschaafd Frans): 

 

"Ik heb een weekdier met een kapotte notenkraker!"

(ik besef dat ik nu opnieuw een paar accenten gewijzigd heb: de notenkraker is nu defect, eerst was het weekdier kapot) maar misschien leidt het ergens toe.

 

Bij de fietsenmaker begint, bij het zien van mijn fiets, iets te dagen. Hij overlegt met een collega en ik besluit me er niet meer mee te bemoeien. Dat lijkt te helpen: de heren dragen de fiets een ruimte binnen en als ik het goed begrepen heb is het klusje morgen geklaard.

De deur slaan ze voor mijn neus dicht terwijl ik nog "Bonjour" roep "Et merci, alvast!!"

Alvast. Wat is in Jezusnaam ook alweer alvast in het Frans?

 

Wat een misverstanden.

Nou, morgen zien we wel weer verder......................

 

0 reacties      Reageer

11-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (4).

Zodra een mens de voordeur van zijn huis achter zich dicht doet en de buitenwereld betreedt moet hij goed oppassen niet te verdwalen in een poel van misverstanden en onbegrip.

Zolang je in de buurt blijft van je eigen woning is alles meestal nog redelijk in de hand te houden maar ben je eenmaal in het buitenland beland en spreken ze daar een taal die jij ook denkt te spreken dan stapelen misverstanden onbegrip en onzin elkaar op.

 

We zitten in de Bourgogne en hebben de fietsen meegenomen. We gaan dus op pad maar met een platte band door een defect ventiel gaat dat moeilijk.

Een paar jaar geleden hebben we een fiets gekocht die volgens de ANWB "fiets van het jaar" was.

Ja, in Nederland, maar in Frankrijk hebben ze nog nooit van een dergelijke velo gehoord.

Hadden we kunnen weten want in Nederland hebben ze voortdurend iets wat iets van het jaar is: fiets van het jaar,film van het jaar, song van het jaar, politicus of man van het jaar en ga zo maar door. 

Verzonnen door mensen die zichzelf een veer in de kont steken: de film van het jaar heeft  meestal een onbegrijpelijk verhaal met een onbegrijpelijke start en een plotseling raadselachtig slot en speelt zich af in Oost-Japan of West-Siberie.

De song van het jaar is een lied gezongen door Paul de Leeuw of Marco Borsato en na 2 maanden hoor je er nooit meer iets van. De politicus van het jaar is Geert Wilders en de man van het jaar Mart Smeets, één of andere zelfingenomen Tour de France-kijker.

Die fiets van het jaar kan dus niet veel meer zijn dan een gammel brik en wij zijn nog zo stom geweest toch juist die fiets aan te schaffen.

 

Nou ja, ventiel kapot, er zijn ernstiger zaken op de wereld. Bijvoorbeeld mijn eigen ventiel, werkt ook niet optimaal maar dat is weer een ander onderwerp.

We gaan op zoek naar een fietsenmaker. En wat we dan allemaal weer meemaken om zo'n lullig ventieltje te vinden.................

 

                                       

 

1 reacties      Reageer

09-08-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (13).

Met 7 kinderen aan tafel is voorwaar niet altijd een pretje. Mijn broer Arie werkte mijn vader op vaste tijden op zijn zenuwen en mij ook. Op een keer wilde Arie weer eens een keer niet eten met gevolg dat mijn vader dreigde met een pak slaag. Arie wilde nog steeds niets eten. Uiteindelijk en met de moed der wanhoop sprong mijn vader uit zijn stoel om Arie een draai om zijn oren te geven.

Arie sprong tegelijkertijd uit zijn stoel en maakte dat hij wegkwam. Mijn vader beval hem stil te blijven staan maar Arie weigerde.

Gevolg: Arie nam een sprint rond de tafel en mijn vader achter hem aan. Ik had daar bijzonder de pest aan want ik kon niet rustig eten. Zo draaiden opvoeder en vervelend kind een paar rondjes rond de volle tafel waar de spanning te snijden was.

Uiteindelijk was Arie natuurlijk toch de pineut maar zijn broertjes en zusjes ook: de sfeer was verpest en het eten koud.

 

Het was in de tijd dat Wim Sonneveld al op televisie was en ik herinner me een conference waarin hij als Mijnheer Sonnenberg riep:

 

"Een opvoeder is een stakker die in het duister tast."

 

In die tijd begreep ik vast niet wat hij daarmee bedoelde.

Nu wel.

 

                                            

 

0 reacties      Reageer

08-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (3).

Aan de Saone leven veel zwanen. Voor ons zwemmen er regelmatig ook een aantal voorbij. We spreken een man die iets verderop woont en alles schijnt te weten van zwanen.

Hij vertelt dat het vreemde beesten zijn, hij wijst met zijn vinger naar een zwaan die met hoog opgestoken veren rondzwemt. Op beleefde afstand zwemmen drie andere zwanen die ogenschijnlijk rustig in het water liggen. Dat zijn zijn vrouwtjes. De man vertelt dat het mannetje de baas is, agressief al het eten wat er is voor zichzelf opeist, en af en toe één van de vrouwtjes achterna gaat, maakt niet uit wie,  om het beest weg te jagen  of er sexuele handelingen mee te verrichten.

Dat is mooi en klinkt spannend, dat gaan we deze dagen eens uitgebreid en rustig bekijken. 

 

"Die mannetjes zijn agressieve arrogante egoistische macho's" gaat de man verder.

"Een zwaan krijgt jongen en probeert die jongen zo snel mogelijk het nest uit te krijgen, ze moeten zelf maar zien hoe ze aan eten komen en hoe ze verder komen in het zwanenleven."

 

En inderdaad lijkt het zo te zijn: het mannetje gedraagt zich bepaald niet plezierig. Het ontlokt Bella de volgende opmerking:

"Als ik zo'n man in huis had kieperde ik hem zo Tjoeps de deur uit!"

 

's Avonds bladeren we in een beestenboekje en we lezen dat de zwaan een monogaam beest is maar wel zijn territorium beschermt. Het mannetje is een sociaal wezen dat zijn kroost met zijn eigen leven agressief beschermt. Zelfs helpt hij de moeder mee met broeden.En kom ook niet in de buurt van zijn vrouwtje, dan is hij in staat je aan te vallen.

 

                                       

                                              Zijn wij nou gek?

                                              Of die vent?

                                              Of die zwanen? 

 

                                       

 

0 reacties      Reageer

07-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (2).

Uchizy is een gehucht liggend aan de Saone in het zuiden van de Bourgogne. Onderweg zagen we toevallig deze camping liggen en het bleek dat de camping niet vaak genoemd wordt in de boekjes.

We staan schitterend. Uitzicht op de rivier, het is niet al te druk en het is heerlijk weer.De mensen die er staan staan hier vooral omdat ze van vissen houden. Ik houd ook wel van vissen maar meer om ze op te eten. Deze mensen proberen een vis te vangen, bekijken het beestje en gooien het arme dier weer terug in het water waar het hoogstwaarschijnlijk een hartaanval krijgt van de doorstane spanningen en sterft.

 

Eén van die vissers heb ik een beetje in de gaten gehouden. Vissen is een aparte manier om de dag door te komen. De man heeft  een stuk of 6 hengels  vernuftig opgesteld en zit er op een stoel achter te suffen. Af en toe hoor je een piep, dan loopt de man naar de hengel die de piep afgeeft, trekt en draait er met een professioneel vissershoofd aan en gaat vervolgens weer zitten.

Je zou denken dat piep betekent dat een vis gehapt heeft maar ik heb hem deze dagen nog geen vis zien vangen. Zo gaat het de hele dag door:

suf

suf

suf

piep!

trek hengel

draai hengel

niks

suf

suf

suf

suf

piep!

trek hengel

draai hengel

niks

suf

suf

suf

etc.

 

Dan is het avond en drinkt de man samen met zijn vrouw een fles wijn leeg. Om een uur of 10 zet hij de piep uit en gaat hij slapen.

De volgende morgen om 8 uur installeert hij alle hengels en ja hoor daar gaat-ie weer:

suf

suf

suf

piep!

niks.

En dat iedere dag en geen forel gevangen.

 

 

                                         

 

Apart volk, die vissers...................

 

0 reacties      Reageer

06-08-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper.

Aan een watertje in Uchizy, ergens midden in Frankrijk. We zijn weer eens op weg met de camper. Een andere als de vorige, beter, sneller en goede bedden voor de rug.

 

Wat niet veranderd is, is het feit dat Bella en ik weer boven op elkaar zitten. En dan valt ook weer op dat mannen en vrouwen allebei uit totaal ander hout zijn gesneden.

Onderweg praat Bella niet veel, ze zit lekker te suffen en naar buiten te kijken. Bella praat je de oren van de kop als het eigenlijk niet moet: bijvoorbeeld onder een spannende voetbalwedstrijd.

Maar nu reizen we en is ze rustig. Maar plotseling roept ze uit dat er hier wel heel veel auto's rondrijden met een plaatje L. op de auto. Waar zou die L. vandaan komen vraagt Bel zich af: Litouwen? Letland? En het zijn er zoveel!

Als je naar Frankrijk gaat rijd je via Luik een stukje door Luxemburg. Alle inwoners in dat land die een auto bezitten hebben een L.op de auto staan.

 

Na deze korte uitwisseling van woorden is het weer stil.

Totdat we ongeveer 2 uur later weer op pad gaan na het drinken van een kopje koffie: langs de weg staan een paar lifters. Plotseling roept Bella dat de jongen als twee druppels water op Joran van der Sloot lijkt! En hij stond er met een meisje! En het meisje leefde nog! Misschien was het wel Joran van der Sloot!  Bel beslist direct dat we het stelletje niet meenemen, want, zo theoretiseert ze verder: "Die jongen legt een mes in je nek, gooit je de auto uit en kaapt je camper en hakt het vermoorde lichaam van dat meisje in stukken om het vervolgens in onze ijskast te leggen."

 

Daarna is ze weer kilometers lang stil en ik verbaas me over die aparte theorieen die ze erop na houdt. Dat krijg je er nou van als ze ondertussen in Nederland een regering proberen te vormen van CDA, VVD en PVV bij elkaar.

Komt nu al ellende van, je krijgt rare gedachten en ze zijn nog niet eens aan de macht! 

                                               

 

0 reacties      Reageer

02-08-2010  [Arie von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (12).

Wat ik me allemaal kan herinneren van Frits in Breda,  begin 60er jaren: het was soms een etterig mannetje: als we aan tafel zaten, met 7 kinderen, kan ik me als de dag van gisteren voor de geest halen:

Frits zette zijn stoel altijd strak tegen de tafel en schoof onderuit zodat hij de prak via een kortere weg direct zijn dikke keel in kon schuiven. Mijn vader riep dan: "Frits: stoel naar achteren!!"

Die eikel van een Frtits schoof dan zijn stoel 1,5 meter naar achteren. Wat een verderfelijk en  vervelend ventje!

De spanning was te snijden aan tafel, en ik wilde gewoon eten! Mijn vader moest dan optreden maar kon daar in het geheel niet mee omgaan.

 

Ondanks dat gedrag nam mijn vader weleens een Mars mee. Een Mars! Tegenwoordig willen kinderen een mars van megasize 30 centimeter. Maar mijn vader sneed een klein stukje mars in 9 stukjes.

 

Met een miniscuul stukje mars in je melis schoof je achterwaarts, constant  buigend de kamer uit met dank in je ogen.

 

Wat een leven!

 

                                                

 

0 reacties      Reageer

31-07-2010  [Arie von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (11).

Begin 60er jaren moest ik een kamer delen met mijn broer Frits. Dat dat vaker een hel was dan een hemel kan een mens zich misschien voorstellen.

Maar als ik eenmaal was gevlucht uit onze gedeelde kamer wachtte er beneden weer allerlei verrassingen.

 

Dit is me een aantal keren overkomen: ik heb drie grote broers: Hank, Kasper en Karel. Als je met 9 mensen aan tafel hebt gezeten is de afwas één grote opstapeling van ellende die aan de kant moest. We hadden daar allerlei beurten voor. Eentje moest alles achterbrengen en de kamer schoonmaken, 3 of 4 anderen moesten afwassen.Om de één of andere onverklaarbare wijze waren mijn zusjes altijd vrijgesteld van dit ritueel of ze sloten zichzelf op in de wc.

 

Op een keer was ik aan de beurt, jongetje van een jaar of 8, samen met mijn drie 3 grotere broers. Hank was de oudste en zal een jaar of 17 zijn geweest, Kasper 16 en Karel 15

Normaal moest een jongetje als ik zijn kop houden en afdrogen: grote jongens hebben geen behoefte aan gelul van een klein rotventje.

Maar nu is het anders: Hank wast af en staat met zijn rug naar ons, afdrogers, toe.Karel en Kasper zijn aardig (ik blij!) en vragen mij hardop of het een goed idee zou zijn om te stemmen wie van ons vieren de hele afwas alleen moest afmaken. Dus afwassen en afdrogen,

Ingehouden lachend en met de hand voor hun mond wijzen ze ondertussen allebei naar Hank.

Goed plan! Ik ben voor!

De anderen ook! Ja, doen!

Ik gil het uit van vreugde en roep : "Hank! Ik stem op Hank!"

Karel en Kasper trekken direct weer hun minnachting-gezicht, gooien de theedoek neer en roepen allebei tegelijk : "Ik stem op Arie!"

Hank stemt ook op mij.

Ze lopen nors zwijgend weg en ik moet de hele afwas verder alleen doen.

 

Dan roept Pa uit de voorkamer dat er niet zo geluld moet worden in de keuken, maar gewerkt.

 

                                      

 

0 reacties      Reageer

30-07-2010  [Arie von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (10)

Met mijn broer Frits moest ik in Breda een kamer delen. We woonden in een klein huis en de kamer was ook niet al te groot. Soms ging het redelijk normaal (er is hier sprake van het zogenaamde Stockholmsyndroom: de gegijzelde ontwikkelt een vorm van sympathie voor zijn gijzelnemer) maar vaker niet en hadden we ruzie.

Op een dag eindigde de ruzie dat we een lijn trokken door de kamer: één deel voor mij, het andere deel voor Frits. Ik had het raam en Frits de deur.We hielden elkaar goed in de gaten dat we niet een stap deden op een andermans' deel van de kamer want dan laaide de ruzie hoog op.

Ik zat op mijn bed met de armen over elkaar boos te wezen en Frits op zijn bed. Als ouderwetse douaneambtenaren tuurden we naar elkaar of de ander het lef had de grens te overschrijden.

 

                                        

Frits zat aan de deurkant dus die wist wat er komen zou en ik niet, dus hij lachte een beetje (de gemene hond!). Op een bepaald moment moest ik weg. Pa roept, school, wc, honger of weet ik wat.

Ik probeerde vanuit mijn gedeelte in één keer de kamer uit en in de gang te springen zodat ik maar niet over het grondgebíed van Frits zou komen, maar dat mislukte natuurlijk.

 

Ik vlieg tegen de deurpost, kletter op de grond, -op het kamergedeelte van Frits!-, die werd kwaad en ik kreeg klappen.

Dit is een paar keer gebeurd.

 

Echt een gemene hond die Frits!

 

0 reacties      Reageer

29-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren.(9).

In het eerste deel van de 60er jaren woonden we op de Ruusbroecstraat in Breda. Het huis was gelegen aan een soort hofje met een grasveldje in het midden. Achterom was een plaats bedekt met kinderkopjes en waar een stuk of 6 garageboxen waren gebouwd. Zowel op het grasveldje als op de plaats bij de garages kon je lekker voetballen. Ik herinner me dat we regelmatig op die kleine plaats voetbalden met jongetjes uit de buurt en dat we soms een partijtje speelden van 10 tegen 10. De bal vloog weleens de verkeerde kant op, over de garages en dan moest je maar zien de bal terug te krijgen. Naast ons woonde de familie van Etten, aan de andere kant lag hun tuin naast de plaats van de gagaboxen. We hebben een paar keer meegemaakt dat de bal in de tuin van van Etten stuiterde, pats, precies op een tulpenperkje en via nog een stuiter, waar nog wat andere bloemen het leven lieten, zo onze eigen tuin in waar we dan de bal weer op konden halen.

 

Aan de voorkant  voetballen op het grasveldje bracht weer andere gevaren met zich mee. Het was officieel verboden en er lagen hier en daar nog wat hondendrollen. Als je keeper was kon een restje drol via de bal dan op jouw handen terechtkomen. En stinken! Stinken!

Als je nog meer pech had verscheen er onverwacht een agent op een fiets die, als hij de kans kreeg, de bal afpakte en je moest zorgen dan snel weg te komen. De bal was je soms kwijt maar dat nam je voor lief want het zou veel erger zijn als de agent wist waar je woonde want dan belde hij gewoon aan met gevolg dat je van de agent op je donder kreeg en daarna nog eens van je vader en vervolgens van de rest van de familie omdat in het hele huis plotseling een penitrante geur hing van hondenpoep die maar niet weg wilde gaan.

 

                                            

 

0 reacties      Reageer

27-07-2010  [Gert Pruimhof]

Schilderijtjes.

 

Ter ere van de verjaardag van mijn moeder besloten de kinderen en kleinkinderen om voor haar verjaardag een schilderij te kopen.

Dat is geen eenvoudige klus. De smaak van mijn moeder is eigenzinnig en het kan haar eigenlijk niets schelen of het schilderijtje het predikaat kunst heeft. Je moet er gewoon naar kijken en nog eens kijken en nog eens en als het je raakt is het goed, of dat nou kunst is of niet, maakt niet uit. Binnenkort gaan we dus kijken of we ergens in de stad een treffend schilderijtje kunnen vinden.   

 

 

 

 

 

Tot die tijd moet mijn moeder het doen met de schilderijtjes waar we allemaal herinneringen aan hebben en die altijd ergens aan de muur hingen, al zo'n 60 of 70 jaar lang.

Het bovenste schilderij is geschilderd door mijn opa. Omdat ik zelf van jongsafaan veel tekende en wat experimenteerde met olieverf heb ik vaak naar het schilderij gekeken. Ik vond het lullig om te ontdekken dat mijn opa eigenlijk helemaal niet zo'n goede schilder was. De figuren die erop staan zijn bijna net zo groot als het tuinhek en de verhoudingen kloppen verder voor geen meter, de erkers die op het dak zijn gebouwd vallen er haast af. Maar toch is het een aandoenlijk tafereel. Waarschijnlijk alleen omdat ik jaren lang tegen het schilderij heb aangekeken en wetend dat het een product was van mijn opa. (Zie ook Nostalgie op de step, 16.4.2010)

 

 

Het geheel wordt nog versterkt omdat er op het schilderij geen auto's voorkomen, de straat maakt een vredige indruk en iedereen lijkt aandacht te hebben voor elkaar en je gedachten gaan vanzelf terug naar een periode waarin rust en regelmaat heersten en problemen zich afspeelden in een land ver weg waar je verder geen benul van had.

Het tweede schilderij ken ik ook al heel mijn leven. Mijn moeder weet niet meer hoe ze eraan is gekomen. Er staat een naam onder: H.Rol, of Rul of Ros, maar er gaat nergens een lichtje branden.

Vroeger hadden we een paar huizen verderop een familie Ros wonen maar dat waren geen schilders.

 

Misschien dat mijn moeder op zoek is naar een klein schilderijtje waarin de tijd even stilstaat, de bomen zachtjes ruisen naast een watertje en verderop een straattafereeltje met een beeld wat we allemaal herkennen maar wat nooit meer terugkomt...........

 

0 reacties      Reageer

26-07-2010  [Gert Pruimhof.]

90 jaar.

Maandag 26 juli 2010.

 

Vandaag viert mijn moeder haar verjaardag. Negentig jaar geleden werd ze geboren, ook op een maandag. Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat iemand zo lang in het leven staat, en er ook nog zo nuchter en opgewekt onder blijft.

Van alles heeft ze meegemaakt. Ze verloor al jong haar moeder en haar enige broer kwam om het leven bij een verkeersongeluk. De Tweede Wereldoorlog was een baken in haar leven, ze heeft 7 kinderen gekregen en is ruim 50 jaar getrouwd geweest. Mijn vader overleed in 1995.

 

Uiteindelijk heeft ze een kleine woning betrokken in Utrecht en ongeveer 10 jaar geleden raakte ze bevriend met haar buurman die 3 jaar ouder was als mijn moeder.

Ze hebben veel steun aan elkaar gehad: dronken vaak een kopje koffie bij elkaar of kookten samen een potje. Zelfs nam mijn moeder op zeker moment de buurman mee naar familiefestiviteiten zoals verjaardagen en Kerstmis.

Op een keer was ze op de verjaardag van mijn zwager en ook zijn ouders waren present. Toen mijn moeder de moeder van mijn zwager begroette zei ze: "Ik heb mijn buurman meegenomen."

Waarop de moeder van mijn zwager antwoordde:"Ik heb mijn man meegenomen, en mijn buurman thuisgelaten."

 

Twee maanden geleden is de buurman, nog vrij plotseling, overleden. Mijn moeder mist hem erg maar ze is sterk en vitaal al heeft ze wel last van allerlei kwaaltjes.

Ze heeft niet altijd een gemakkelijk leven geleid. Het afgelopen jaar heeft ze gekenmerkt als een "Rampjaar" vanwege allerlei ziektes die ons gezin teisterden en de dood van haar buurman.

Maar ze is het grootste deel van de tijd opgewekt en vrolijk ondanks dat ze goed doordrongen is van het feit hoe hard en eindig het leven is.

 

 

                                            

                                               Zo zag mijn moeder eruit

                                               toen mijn vader haar leerde

                                               kennen in de veertiger jaren............

 

0 reacties      Reageer

23-07-2010  [Gert Pruimhof.]

Schilderijtje.

Mijn moeder wordt 90 jaar.

Het is ieder jaar weer een gedoe om een cadeautje voor haar te verzinnen. Ze heeft niet veel nodig en ook weinig behoefte aan dingen. Dus wordt het vaak bonbons, bloemen of een mobiele telefoon met van die enorme toetsen erop waar ze niets van begrijpt.

 

 

 

Maar dit jaar is het anders. 90 jaar is een bijzondere leeftijd en dan mag je ook wel bijzondere cadeautjes vragen.

Mijn moeder vertelde dat mijn ouders, na het beeindigen van de Tweede Wereldoorlog, zichzelf een cadeau hadden gedaan om de herwonnen vrijheid te vieren. Een schilderijtje. Gekocht bij een kunsthandel in Den Haag.Wie de kunstenaar was wist mijn moeder niet meer en op het schilderijtje zelf is het niet meer te achterhalen.

De koop had ook te maken met het zogenaamde "Tientje van Lieftinck."Lieftinck was in die tijd Minister van Financien. 

 

Een soort ouderwetse Wouter Bos dus. Er was na de oorlog veel zwart geld in omloop en Lieftinck had bedacht dat iedereen zijn geld moest inleveren in het kader van de "Grote Geldzuivering" en vervolgens kreeg je dan weer nieuw geld. Het oude geld was in de regel niets meer waard maar hier en daar kon je er heel soms nog iets voor kopen. Bijvoorbeeld schilderijtjes.

Iedereen kreeg vervolgens een biljet van tien gulden 

en daar kon je mee opnieuw beginnen.Mijn ouders besloten om een bepaald bedrag, hoeveel weet mijn moeder niet meer, niet in te leveren en er een schilderijtje van te kopen.

Dat schilderijtje hangt nog steeds in de huiskamer van mijn moeder. Als kind heb ik vaak voor het schilderij gestaan en ik vroeg me af waar het tafereel zich afspeelde. Waar zou dat kerkje staan? En de figuur op de voorgrond? Was dat een man of een vrouw? 

65 jaar later wil mijn moeder weleens een ander schilderijtje hebben. Dit schilderijtje brengt haar gedachten terug naar het einde van de oorlog en een nieuw schilderijtje zal weer andere gedachten teweegbrengen. In ieder geval zal het herinneringen oproepen aan 90 jaar leven.

 

Op naar de 100!

 

                                          

 

                                  

 

0 reacties      Reageer

22-07-2010  [Gert Pruimhof.]

Veel kleine kwaaltjes of één grote?

Op 26 juli wordt mijn moeder 90 jaar. Hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen  is onduidelijk. Ze heeft veel kleine, lastige kwaaltjes en ze heeft nooit bewust haar best gedaan zo oud te kunnen worden: aan sporten deed ze niet, fietsen kon ze niet, ze heeft menigmaal een sigaretje opgestoken en hier en daar een glaasje wijn of sherry achterover geslagen. Bovendien gingen de afgelopen 90 jaar ook niet vanzelf: ze woonde in Rotterdam toen de oorlog uitbrak en ze kreeg 7 kinderen waar ze zich nu nog steeds zorgen om maakt.

 

Nu ga ik een paar dagen met haar op stap naar ziekenhuizen om eens nader te bekijken wat er met een aantal van die kleine kwaaltjes moet gebeuren.

We zijn een middag bezig om te ontdekken dat ze last heeft van een carpaal tunnel syndroom in de rechterhand. Deze is zo ernstig dat de spier die naar haar duim loopt er niet meer is.

Ze ondergaat allerlei testen met electrische schokjes. Ze moet op een stoel gaan zitten die een halve meter van de grond staat en ze wordt op een apparaat aangesloten dat wordt bediend door een man die de schokjes steeds sterker laat doorkomen. Bij iedere stroomstoot schiet mijn moeder snel en kort even van haar stoel af en haar hele lichaam doorstaat een korte hevige trilling.

Ze vindt het niet leuk maar ze houdt de moed erin.

De neurochirurg onderzoekt de hand ook intensief en komt tot de conclusie dat opereren het beste is. Mijn moeder zegt dat ze daar niet zoveel zin in heeft en vraagt wat er gebeurt als ze de operatie niet laat doen. De man antwoordt dat dan heel snel de kracht uit haar rechterhand weggaat en dat ze dan een heleboel dingen niet meer kan doen zoals schrijven. Hij vertelt erbij dat de operatie niet veel voorstelt. Hij vindt mijn moeder vitaal en hij zou het zeker doen.

 

Dan komt hij met de volgende onderbouwing:

"Mevrouw, ik ben 53 jaar. Het is nog maar de vraag of ik 90 word. Ik moet dat eerst maar eens zien te halen. U bent bijna 90 en U heeft veel meer kans om 100 te worden dan ik 90. Dus dan zou U nog 10 jaar leven! Nou, dan is het toch beter dat we U even helpen en dat U Uw hand weer wat beter kunt gebruiken?"

 

Daar moet mijn moeder even over nadenken.

Tenslotte antwoordt ze dat ze een leuke buurman heeft gehad die onlangs zomaar overleed op zijn 93e. Die is ook geen 100 geworden. Ze kijkt de dokter aan met een blik in de ogen van "nou jij weer."

Dat begrijpt de dokter. Het kan altijd nog mis lopen. Maar gezien de conditie, zowel lichamelijk als geestelijk, vindt hij dat er geopereerd zou moeten worden.

 

We drinken een kopje koffie. Mijn moeder vindt het maar lastig al die kleine kwaaltjes. Als je ze bij elkaar optelt heb je toch ook één grote kwaal.

Morgen gaan we naar een ander ziekenhuis om te bekijken wat we aan de staar kunnen doen.

 

Mijn moeder vraagt zich af waarmee je beter af bent in het leven:

                           veel kleine kwalen of één grote?

Ze heeft liever veel kleine kwalen, aan één grote ga je meestal dood. "Maar", filosofeert ze: "mensen gaan toch ook het hoekie om door een kleine kwaal."

 

Eerst maar 90 worden en dan zien we wel weer verder..........

 

 

                                                   

In 1978, toen was mijn moeder dus 58 jaar, tekende ik haar al: een dame met een net jurkje aan, gelakte nageltjes en een sigaretje bij de hand......................

 

0 reacties      Reageer

19-07-2010  [Grumb.]

Grumb En Gert Geven Gas. (11).

 

0 reacties      Reageer

17-07-2010  [Gert Pruimhof.]

Blijven lachen.

In oktober 2009 ben ik geopereerd en als gevolg daarvan was ik weer even terug in het revalidatiecentrum. Daar ontmoette ik een man die ik indertijd ook een paar keer had gesproken.

Het was me direct duidelijk dat de arme man van alles mankeerde en hier en daar wat lichaamsdelen tekortkwam.

Met wat hij overhad probeerde hij nog iets van zijn leven te maken. Dat viel niet mee want hij vertelde dat zijn vrouw een paar weken geleden ook nog overleden was. Hij keek er zo beteuterd bij dat  dit inderdaad voor hem een groot verlies was.

Maar al snel toverde hij een lach op zijn gezicht en hij vertelde spontaan dat het een verdienste is dat een mens kan blijven lachen in het leven zelfs als daar totaal geen reden voor is.

 

Hij vertelde dat zijn kleinzoon Suske en Wiske-albums verzamelde en dat hij daar eens een plaatje zag waarin Lambiek totaal was platgereden door een grote wals. Alleen het puntje van Lambiek's neus kwam nog boven het asfalt uit, voor de rest was hij zo plat als een dubbeltje. Toen Jerommeke zijn vriend aanschouwde vroeg hij zich verbaasd af of Lambiek niet vreselijke pijn had, waarop Lambiekske antwoordde:"Alleen als ik lach."

 

Ik moest denken aan een gedicht van Friso Wiegersma:

 

                        Nu dat het lachen me vergaat

                        En mij het huilen nader staat

                        Nu alles mis is, alles mis

                        En niets meer, niets meer over is.

                        Van alles wat we samen waren

                        Van alles wat wel overdacht

                        Was opgekweekt, tot bloei gebracht

                        Nu van die tuin, van onze tuin

                        Niets over is dan enkel puin

                        En dode bloemen, dode blaren

                        Nu alles weg is en verloren

                        Blijf ik de hemel weet waarom

                        Nog steeds dat lachen in mij horen.

 

                             

                                 Jerommeke:"Lambiekske heb je erge pijn?"

                                 Lambiek: "Alleen als ik lach!"        

 

0 reacties      Reageer

16-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (8).

 

In het begin van de 60er jaren ontstonden er een aantal gebeurtenissen die diepe indruk maakten op mijn ouders, en dus ook op mij.

Op 28 november 1962 overleed Koningin Wilhelmina. Dat gegeven op zich kon me weinig schelen maar wel dat het gebeurde notabene op mijn verjaardag! Iedereen had het plotseling over haar dood en mijn verjaardag was duidelijk van minder belang. En dat duurde nog wel even want Wilhelmina werd pas begraven op 8 december. En alles ging in het wit. Hebben ook altijd wat daar bij het Koninklijk Huis. 

  Op 22 november 1963 kwam het bericht door dat president Kennedy was vermoord. Dat maakte grote indruk op velen en op zwart-wit beelden van de televisie zag je vaag hoe Kennedy geraakt werd door een kogel in zijn hoofd. Ik zelf had meer aandacht voor de prachtige auto waarin hij werd vervoerd 
 

en vanaf dat moment kreeg ik meer belangstelling voor Amerikaanse auto's. 

De mooiste vond ik de Studebaker. En de auto werd alleen maar mooier als je er de juiste muziek bij hoorde. Maar dan moest je vaak zoeken op je radio en met de knop schuiven langs allerlei krakende zenders.

Neil Sedaka was heel apart. De naam alleen al vond ik indrukwekkend.

 

Ik weet nog dat tijdens de begrafenis van Wilhelmina, die mijn ouders volgde op de televisie, ik boven aan het luisteren was naar Neil Sedaka. Af en toe kwam ik even beneden om te zien wat er allemaal gebeurde. Wilhelmina werd bijgezet in Delft in de Koninklijke grafkelder.

Rondom de bijzetting van leden van het Koninklijk Huis zijn vele tradities en rituelen.De Koninklijke familie ziet de kelder als een privé-domein (zoals ze vaak heel Nederland beschouwen) en er bestaat veel geheimzinnigheid over.  Zo dook in de publiciteit rond de uitvaart van Prins Claus een eerder 

onbekende kleine kist op die in de nieuwe kelder stond. Wat deze kist bevat is onduidelijk. Mogelijk gaat het om de doodgeboren zoon van Wilhelmina en Prins Hendrik. Maar het kan natuurlijk ook om een dood buitenechtelijk kind gaan van Prins Bernhard. Hij had er kennelijk een paar rondlopen in de wereld en het zou goed kunnen zijn dat er eentje vroeg het leven heeft gelaten en ja, dan moet hij of zij een beetje stiekum begraven worden. Wat is dan een betere plek dan de privékelder in Delft?

 

Ik ging maar weer naar boven en daar hoorde ik Neil Sedaka zingen:

Breakin'up is hard to do.

 

Inderdaad.

 

2 reacties      Reageer

15-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (7).

De jaren dat wij, begin 60er jaren, in Breda woonden herinner ik me als:

 

altijd mooi weer (hetgeen niet waar was),

 

altijd mooie muziek in mijn hoofd (hetgeen ook niet waar was)

 

en zorgeloos (verre van waar).

 

De leuke dingen onthoud je kennelijk beter dan de minder leuke terwijl de minder leuke toch echt wel meer voorkwamen.

 

In een schriftje hield ik bij welke nummers de meeste indruk op me maakten.

Uit Amerika werd steeds een naam op de radio genoemd van een producer die prachtige en ontroerende nummers had geschreven. Later produceerde hij ook albums van de Beatles.

Eén van de indrukwekkendste nummers die de man had geschreven was To know him is to love him van The Teddy Bears. Een tekst die vermeld stond op het graf van zijn vader die zelfmoord pleegde omdat hij zijn schulden niet meer kon betalen.

Je luisterde alleen naar de muziek en verder sijpelde er geen nieuws door vanuit Amerika richting mijn hersenen over de man zelf.

 

Enige tientallen jaren later wel. De man die allerlei prachtige nummers had geschreven heette Phil Spector. Hij is nu 70 jaar en zit op dit moment een gevangenisstraf uit van 19 jaar wegens moord op een vrouw en als je zijn kop ziet, zeg nou zelf:

 

het kan niet altijd mooi weer zijn,

 

de mooie muziek komt in een ander daglicht te staan en

 

zorgen genoeg met zo'n hoofd.

 

     

 

Goejedag, wat een griezel.................. 

 

1 reacties      Reageer

14-07-2010  [Gert Pruimhof.]

WK voetbal voorbij. Gekte hopelijk ook.

Voetbal kijken vind ik altijd leuk. Zelfs een ogenschijnlijk slechte of saaie wedstrijd kan zomaar veranderen in een spannend potje zonder dat je precies weet hoe dat komt.

 

Maar al het gedoe eromheen, daar heb ik niets mee. Ergens moet je een afslag in je leven hebben gemist als je als volwassen man oranje vlaggetjes rond je huis hangt en in huilen uitbarst als Nederland verliest of een doelpunt tegen krijgt. 

Helemaal de weg kwijt ben je als je na een bar slecht toernooi, doorspekt met vuige overtredingen, je naar het Museumplein spoedt om daar de jongens te huldigen omdat ze...........tweede zijn geworden.

Iedereen is de weg kwijt als je die jongens laat ophalen of begeleiden door straaljagers, de Koningin ze een onderscheiding laat geven en de binnensteden afsluit voor iedereen die wel nog de zinnen bij elkaar heeft.

 

En dat allemaal van mijn belastingcenten!

In 1974 en 1978 ging het er eveneens niet zachtzinnig aan toe, maar er werd wel beter gevoetbald.

Liever tweede met aantrekkelijk voetbal, dan eerste of tweede met afbraakvoetbal.

Die karatetrap van de Jong in de finale was kenmerkend voor het Nederlandse spel en daar hoeven we niet trots op te zijn. Onbegrijpelijk dat die spelers niet afdropen via de achteruitgang en dat al die mensen in Amsterdam niet rustig thuis zijn gebleven.

 

Ja, de weg kwijt...............

 

                                         

 

 

4 reacties      Reageer

13-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (6).

Een van de vreemdste dingen die ik meemaakte toen we begin zestiger jaren net waren verhuisd van Den Haag naar Breda had te maken met  een nadere kennismaking met het katholieke geloof.

Als ik via de Brederodestraat naar het Graaf Willem III plein liep kwam ik langs de RK Petrus en Pauluskerk. Op een dag stond het daar vol met auto's die keurig op een rijtje stonden. Er was veel volk op de been en al snel zag ik dat het draaide om een oude man in een jurk die een grote kwast bij zich droeg. Naast hem stond een klein jongetje in een wit doodshemd en die hield een emmertje water vast.

 

De man doopte zijn kwast af en toe in het emmertje en gooide vervolgens richting iedere auto met een aantal druppels water.

 

De auto's werden ingezegend.

Ik had altijd gedacht dat wilden in Afrika zaten en er daar duistere rituelen op nahielden, maar kennelijk bestond dat allemaal in Nederland ook.

En de mensen geloofden echt dat die zegening werkelijk zou helpen tegen ongelukken, deuken en defecte motoren of lekke banden!

Ik vond het vreemd en ik kon me haast niet voorstellen dat nuchtere mensen die ook de indruk maakten gewoon hun Lagere School te hebben afgemaakt geloof hechtten aan zulke poppenkast.

 

De kerk is in 2003 afgebroken. Er staat nu een appartementencomplex. Ik vraag me af waar de wilden nu hun rituelen moeten uitvoeren.........

 

                                     

 

                       

 

0 reacties      Reageer

12-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (5).

 

In Breda woonden we, begin 60er jaren, in een huis aan de Ruusbroecstraat. Ruusbroec was een Brusselse pater die leefde van 1293 tot 1381 en in 1909 werd hij zalig verklaard. Dat is voor Katholieken wel iets bijzonders. Vergelijkbaar met het krijgen van een Koninklijk lintje, maar dan na je dood, dus feitelijk heb je er niet veel aan.

De straten om ons heen waren allemaal vernoemd naar dichters en Ruusbroec was eigenlijk een vreemde eend in de bijt. Hij schreef over "het mystieke leven" maar ik heb daar nooit veel van begrepen. 

De Belgen wel want die hebben zelfs zijn kop op een postzegel gezet

 

Samen met mijn kleinere zusje en broertje gingen we naar de Lagere School op de Jacob Catssingel.

We konden op twee manieren op school komen, als we het tuinhekje achter ons lieten links af en dan via het pleintje waar de garages waren de steegjes door waar je in de achtertuinen kon komen van de mensen uit onze buurt. Maar je kon ook rechtsaf bij het tuinhekje gaan  en over straat gaan. Die weg was een paar stappen verder lopen en nam je dus meestal niet. 

 

Het is wel apart dat we naar school gingen in een straat die genoemd was naar Cats. Allemaal kinderen op een groot schoolplein. En het was juist Cats die zei:

                 Kinderen zijn hinderen. 

 

 

 

Op school leerde ik de gedichten kennen van onder meer Joost van den Vondel. Van eentje ken ik nog steeds de eerste regels uit het hoofd:

 

                Constantijntje,'t zalig kijntje

                Cherubijntje, van omhoog

                D'ijdelheden, hier beneden

                Uitlacht met een lodderoog.

 

We zaten op de Jan Ligthartschool. Jan Ligthart was een onderwijzer die leefde van 1859 tot 1916 die allerlei vernieuwingen doorvoerde in het onderwijs.        

Hij had zo zijn eigen denkbeelden over opvoeding en dat heeft hij ook maar op zijn graf laten zetten.                                

Maar voor de zekerheid zette hij er ook maar onder dat God's weg volmaakt is. Maar op school merkten wij daar niets van.

 

0 reacties      Reageer

09-07-2010  [Grumb.]

Grumb En Gert Geven Gas. (10).

                         

 

0 reacties      Reageer

08-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (4).

Mijn vader zat in Sorong Nieuw Guinea.

Begin 60er jaren.

Hij leerde daar een Papua-dominee kennen. Dat moest natuurlijk een bekeerde wilde zijn want er liepen veel Papua's rond die in van alles geloofden maar nog nooit van de Hervormde Kerk hadden gehoord. Maar deze dominee was van de Hervormden. Hij liep rond met als enige kledingstuk een peniskoker en verkondigde in het oerwoud op een eigen wijze het woord Gods.

 

Dat schreef mijn vader natuurlijk aan mijn opa. Opa was een gelovig man maar niet zozeer gebonden aan een kerk.

 

Zie ook voor verhalen over mijn opa:

Nostalgie op de step: 16, 30 en 31 d.d: 16, 24 en 26 april 2010

 

 

In de brief naar mijn opa had mijn vader een foto van dominee Osok bijgesloten.Mijn opa was geschokt over wat hij zag: een dominee met een peniskoker. Misschien lekker fris in de zomer maar geen gezicht voor een man die het woord van God in het oerwoud sprak.

Mijn opa nam maatregelen: iedere twee jaar liet opa een kostuum op maat maken en hij had er nog wel eentje in de kast hangen.Dus opa stuurde een driedelig, dubbel breasted kamgaren kostuum, een overhemd, een stropdas en  schoenen van zichzelf naar mijn vader. die vervolgens het geheel overdroeg aan dominee Osok.

Dominee Osok was niet groot, maar opa was echt klein, dus de pijpen en de mouwen waren te kort en de schoenen knelden.

En het belangrijkste was dat dominee Osok een voornaam en invloedrijk man was in Sorong en dat was te zien aan de lengte van zijn peniskoker: hij had een flinke!

En die paste niet in de broek van opa, dus die werd via de openstaande gulp naar buiten gestoken!

 

Dominee Osok zag er niet echt gelukkig uit op die foto en opa keek ook niet blij toen hij de foto onder ogen kreeg.

Wel een apart beeld: opa een beetje verdwaasd kijkend naar een even verdwaasde Hervormde Papua-dominee in zijn pak met de gulp open en daaruit een grote peniskoker.

 

Van dominee Osok is niet veel meer over. Wat nog aan hem doet herinneren is dat als je naar Nieuw Guinea vliegt en je komt aan in Sorong dat het vliegveldje  Dominee Eduard Osok heet en er loopt vast in Nieuw Guinea nog iemand rond in de resten van mijn opa's pak.

                                

 

                                

 

 

 

1 reacties      Reageer

07-07-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren.(3).

We verhuisden begin 60er jaren van Den Haag naar Breda. Mijn vader was beroepsmilitair en werd "overgeplaatst" van de Maaldrift naar de Seeligkazerne. We hebben 4 jaar in Breda gewoond en die jaren waren vooral kenmerkend omdat mijn vader een klein jaar in Nieuw Guinea werd geplaatst in het plaatsje Sorong.

 

Mijn vader vertelde dat hij naar een land ging waar alleen maar oerwoud zou zijn. Wegen zouden er amper zijn en het was er erg primitief.

Het ontging mij waarom hij er eigenlijk heen ging maar mr. G.B.J.Hilterman legde dat uit op de radio zodat iedereen begreep waar het over ging, behalve ik, en bij het horen van de mening van Hilterman trok iedereen een ernstig gezicht. Ik ook.

Het zou er bloedheet zijn en wemelen van de gekke beesten, spinnen, schorpioenen, gevaarlijke tijgers 

en als je niet uitkeek hakten de papua's je kop eraf, zetten je in een pan met kokend water op een vuur en trokken een soepje van je.

 

Ik weet nog dat een paar weken voor vertrek mijn vader mij en mijn broertje vroeg of we niet mee wilden. We hadden wel door dat hij het niet meende, maar we waren toch op onze hoede. Volwassenen opvoeden is een ernstige zaak en voor je het weet loopt er van alles mis en zaten mijn broertje en ik ook in een vliegtuig richting dat vreemde land.

Nee, het leek mij beter dat mijn vader eerst maar eens zelf ging kijken en dan zouden we later wel verder zien.

De lust om met mijn vader mee te gaan verdween definitief toen hij vertelde dat de mannen in Nieuw Guinea naakt rond lopen op een peniskoker na.

Dat was het enige kledingstuk wat ze hadden. Lekker goedkoop, het spaart een paar kledingkasten uit.

Mijn vader zei me dat ik dan ook een peniskoker moest dragen.

Daar voelde ik bar weinig voor en het leek me een goed plan dat mijn vader eerst maar zelf eens zo'n ding om zijn geval zou doen en dan zouden we, inderdaad, opnieuw later, wel weer verder zien.

Het leven van een kind bestaat voor een deel om je zin nu te krijgen, maar voor een ander deel om allerlei zaken uit te stellen in de hoop dat van uitstel afstel komt.

 

                                 

 

                                              Vind je het gek?

 

0 reacties      Reageer

06-07-2010  [Grumb.]

Grumb En Gert Geven Gas. (9).

                              

0 reacties      Reageer

05-07-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (6).

 

Wat kan het leven ook ingewikkeld zijn: soms lijkt het leven te bestaan uit een aaneenschakeling van toevalligheden. En dan zeggen anderen weer dat  alles beredeneerd is en voorbestemd door een Hogere Macht, dat toeval niet bestaat.

Op mijn rondreis in de nieuwe camper was ik in Rustdam in Zoeterwoude.

Ik heb daar een koe diep in de ogen gekeken en even dacht ik het beest eerder te hebben gezien.  (Zie ook met de Pruimhofjes in de camper deel 2 d.d.29 juni 2010).

 

's Nachts droomde ik dat ik door een weiland liep vol met koeien.  

Ze trokken zich niets van me aan en keken alleen maar ongeinteresseerd.

Eén koe kwijlde sloom uit zijn bek.Terwijl ik achteloos door het weiland liep op weg naar niets, of misschien wel naar iets, maar daar was ik me niet van bewust, ik droomde immers, hoorde ik heel ver weg een paar engeltjes zingen. Eerst vaag maar het geluid zwelde aan

Was ik in de hemel? Het geluid kwam steeds dichterbij en uit alle hoeken van het immense weiland klonk op zeker moment  muziek: violen, trompetten, trommels.

Ik kende de muziek. Maar wanneer had ik die muziek eerder gehoord? En wat moesten die koeien erbij?

Ik stond stil midden in het weiland, geobsedeerd door de klanken en de aanwezigheid van de koeien die me nog suffer aankeken dan ik normaal van ze gewend was.

Mijn voeten werden vastgezogen in de drassige pollen en ik kon me niet meer bewegen. De muziek zwelde aan en de koeien stonden nu allemaal om me heen. Ik kon niet meer weg.

 

Het was een droom en net zo abrupt als de droom was begonnen eindigde die weer.

 

De volgende dag liep ik door Leiden en plotseling wist ik wanneer ik de koeien in mijn droom en die in Rustdam eerder had gezien met op de achtergrond de theatrale muziekklanken.

 

Het moet in 1970 zijn geweest. De koeien stonden op een l.p.hoes van Pink Floyd: Atom Heart Mother.

 

Ongeveer 40 jaar later lig ik 's nachts in een camper op een boerenerf te dromen met naast mij in de stal een koe die me doet denken aan de koeien van Pink Floyd.

 

Zelfs de muziek hoor ik in alle details. 

 

Ook toevallig.  

 
Of niet...................... 

0 reacties      Reageer

02-07-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (5).

Samen met mijn moeder een dagje weg in de camper is een belevenis op zich. Voordat je weg bent ben je zo een uur verder. Bij bejaarden gaat nu eenmaal alles trager. Voordat je de bejaarde medemens in de auto hebt ben je weer een kwartier verder. Het is zaak het oude wezen op de treeplank van de auto te krijgen en dan met je volle gewicht tegen het achterste gedeelte van de bejaarde te duwen zodat alles in de stoel ploft.

Kussentje eronder, anders kijkt ze nergens overheen. Want bejaarden, zeker de nog wat ouderen onder hun, krimpen jaarlijks enige centimeters. Maar als ze dan éénmaal zit dan heeft ze het goed naar haar zin. Even helpen met een jas losmaken en de gordel vastzetten anders rolt de bejaarde bij een bocht alle kanten op en dat geeft alleen maar gedoe in de camper.

 

 

Mijn moeder houdt van gezellig keuvelen. Noem het kletsen, ouwehoeren, het blijft maar doorgaan. Als je 's ochtends wakker wordt en je ziet haar weer dan weet ze nog precies waar het gesprek gisterenavond is gestokt en pakt ze de draad weer op. Ik zeg weleens dat ze een ingebouwde "lultoeter" bezit. Je stopt er voor een paar eurocent in en ze kletst voor een euro de dag door.

 

In de auto geniet ze zichtbaar van de omgeving en ik geef haar af en toe een roomboterkoekje, meer is eigenlijk niet nodig.

 (O)Ma Pruimhof-Franse.

 

Er schiet me onderweg een passende tekst te binnen van een liedje De Bejaardenberg:

 

                           Bejaarden eisen aandacht,

                           Veel liefde en geduld.

                           Maar kijk ze eens genieten,

                           Als U hun bakje vult.

                           Wie hen met zorg behandelt,

                           Wordt al snel door hen bekoord,

                           Ze maken niet veel leven,

                           En planten zich niet voort.

 

 

 

0 reacties      Reageer

01-07-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (4).

Mijn moeder hoopt deze maand haar 90e verjaardag te vieren. Als ik haar vraag wat het geheim is om zo'n leeftijd te kunnen bereiken blijft ze me het antwoord schuldig.

Maar het moet iets met gezond leven te maken hebben want iedere keer als ik bij haar ben vraagt ze zich af of ik wel genoeg fruit eet, genoeg beweging heb en op tijd de nodige vitamientjes tot me neem.

 

Ik heb haar een dagje meegenomen in de nieuwe camper om een ontspannen ritje te maken door het Utrechtse landschap. We kwamen uit in Lage Vuursche. Een dorp dat bezaaid is met bejaarde mensen die de terrassen bevolken en massaal pannenkoeken eten. Je struikelt dan ook over de restaurants die deze lekkernij aanbieden in allerlei soorten. Een ordinair broodje Ros of oude kaas is niet te krijgen maar wel overal pannenkoeken.

 

De restaurants liggen allemaal op een hoopje en hebben namen als: Het Vuursche Bos, De Vuursche Boer, De Vuursche Bosrand, de Vuursche Boerin of het Vuursche Bosoord. De Vuursche Boerendochter konden we niet vinden. 

Eén restaurant week af van al dat Vuursche gedoe. Op de gevel stond: Restaurant Kuuk.

Daar gingen we naar binnen.

Maar helaas waren er geen pannekoeken maar wel koffie. Na een uurtje stapten we op want we kregen wel een beetje trek. Bij de Vuursche Boer bestelden we een pannenkoek voor mij 

 

en een portie bitterballen met een flink glas witte wijn voor mijn moeder. Ze wees me er fijntjes op dat het onverstandig zou zijn om ook een glas wijn te bestellen want ik moest nog rijden en bovendien is wijn drinken ongezond en tast het je hersenen aan..

De portie bitterballen was zo'n beetje wel de hoofdmaaltijd van de dag voor mijn moeder. Als ze opstaat begint ze altijd 

met een kopje koffie met een roomboterkoekje. Tot voor een aantal jaren geleden stak ze daarbij een sigaretje op maar daar is ze mee gestopt want ze vond dat de gezondheid teveel risico's liep.Tussen de middag eet ze meestal niets, behalve als ze bezoek heeft dan wil ze nog weleens een extra koekje nemen.

Ze eet niet veel groente en fruit is ook niet zo aan haar besteed. Ze koopt wel tomaten en druiven maar die legt ze voor de sier op de fruitschaal totdat ze beschimmeld en zo gekwetst zijn dat ze in de biobak moeten. Bovendien gruwt ze van tomaten.

 

Op de terugweg in de camper keek ze me voldaan aan. Ze had lekker gegeten en ze had niets meer te wensen. Toen ik weer vertrok gaf ze me een kus en keek me even diep in de ogen:

"Goed voor jezelf zorgen, hoor!! Gezond eten! En niet teveel drinken!

En doe Bella de groeten!!"

 

Bejaarden. Een apart slag mensen, ze doen maar wat, althans, daar lijkt het op, maar ze zijn lang niet gek en komen er nog weg mee ook.

 

0 reacties      Reageer

30-06-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (3).

 

Het is echt een boerencamping waar ik nu verblijf. Het ruikt er naar mest en als je niet oppast struikel je over de kippen. Verse eieren zijn er te koop en en er is zelfgemaakte kaas. Uiteraard kan je bij de boerin een workshop kaasmaken volgen maar daar begin ik niet aan. Ik ben meer geschikt voor een cursus kaaseten.

De boer en de boerin hebben het er druk mee, ze hebben 30 koeien die de stal op gezette tijden in en uit wandelen, ze moeten gemolken worden en af en toe bevalt er een koe van een kalf, soms dood. En dan moeten de campinggasten worden verzorgd.

 

Het is bijzonder dat zo'n landelijk stukje boerenleven zo dicht midden in de drukke randstad zo'n rustige sfeer kan behouden. 

 

 

 

Ik glij bijna uit. Kippestront. Ja, dat heb je ook als er beesten zijn: net kinderen, ze bekommeren zich nergens om behalve dat ze eten krijgen en op tijd hun behoefte doen.

 

De bus naar Leiden is een kwartier lopen van de boerderij. Zegt men. Met mijn gesloopte rug is dat natuurlijk langer, bedenk ik.

Ik ben een half uur aan het lopen en bereik met wat omweggetjes de bushalte.

In de bus kan ik wat bijkomen van alle vermoeienissen en sneller dan ik had verwacht rijd ik Leiden binnen.

Het is een studentenstad, een doordeweekse warme dag dus de terrassen zitten vol.  

 

Ik wandel naar het Pieterskerkhof waar mijn broer woont.

Ik weet dat hij aan het werk is en ik vraag me af wat me te wachten staat. Met de camper op pad is een belevenis. Je familie bezoeken is ook een spannende aangelegenheid.

 

Ik moet denken aan het kalf dat een tijdje geleden geboren werd en wel in leven bleef en mij verbaasd aankeek in de stal. 

 

0 reacties      Reageer

29-06-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (2).

 

Midden in de Randstad, verstopt tussen slootjes en weilanden ligt landgoed Rustdam. Oorspronkelijk, en trouwens nog steeds, een boerenbedrijf en de laatste jaren hebben boer en boerin er een camping bij gemaakt.

Daar sta ik. Ik ben op een moment gekomen dat één van de koeien een dood kalf ter wereld bracht, de ingang van de camping ruim een uur was geblokkeerd,  en het dorp in rouw was omdat één van de dorpsgenoten op jonge leeftijd was overleden en nu naar het kerkhof werd gebracht. 

 

De boerin is aanwezig als de vlag uithangt bij een kantoortje. Net als bij de koningin maar de boerin lijkt in de verste verte niet op Beatrix. Ze heeft totaal ander haar en geen dikke benen. Ze loopt met me mee om een mooi plekje te zoeken en vertelt hoe je electra kunt krijgen en waar de douche is.  Ik zet de camper neer en een stoel ervoor en ga de krant lezen. Even uitrusten.

 

Plotseling hoor ik geritsel aan de andere kant van de camper. Het rommelt en het is net of iemand een enorme scheet laat. Ik sluip naar de andere kant en ik sta onverwacht recht voor een beest dat me stom staat aan te kijken.

Ik heb zo'n beest weleens eerder gezien, volgens mij is het een koe.  

   
 

Ik sta naast de stal en het beest kijkt mij sloom en licht ongeinteresseerd aan. Hij weet ook niet wat hij met me aan moet en ik ook niet.

Ik loop nog een rondje over het boerenbedrijf en besluit naar Leiden te gaan. Het is nog een flink stuk lopen naar de bus maar uiteindelijk bereik ik de Breestraat in Leiden en zie vanuit de bus een kapperszaak. Een goed idee. Ik besluit naar de kapper te gaan. Ik tref een enthousiaste man aan die zingend mijn haar begint te knippen. Als ik vertrek en heb afgerekend geeft hij me nog snel een kaartje. Daar zie ik een schaap op afgebeeld dat lijkt op één van de schapen uit het boerenbedrijf.

Dit schaap is net geknipt. De man knipoogt naar me en zegt: Kijk, als jij niet tevreden bent? Dan..........

 

                               

 

0 reacties      Reageer

28-06-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes in de camper. (1).

We besloten een jongere camper te kopen, eentje met een wat pittiger motor, een beter bed (voor mijn gehavende rug) en waar we fietsen mee kunnen nemen. Want fietsen gaat sinds mijn operatie aanzienlijk beter dan lopen.

Bella zou thuis blijven en ik ging een paar dagen op stap om te kijken hoe het allemaal zou werken met onze nieuwe camper.

Zo kwam ik op een camping terecht in Zoeterwoude, in de buurt van Leiden, waar mijn broer woont en die ik vervolgens zou kunnen bezoeken.

Ik heb een hekel aan drukke campings gevuld met kinderen en tropische zwembaden, dus ik ben altijd op zoek naar rust. Dat vond ik hier wel. Camping Rustdam heeft in ieder geval de naam mee en is een camping met een boerenbedrijf eraan vast. Toen ik aankwam stond er net een enorme vrachtwagen voor de ingang van de camping en daar werd een melkinstallatie gelost, bestemd voor de overbuurman en het zou wel een uurtje kunnen duren.

 

Je wilt rust, krijg je ook rust.

 

Bovendien stonden we met vele, vele auto's in een file en het zag zwart van de mensen. Ik stond op een dijk in een omgeving met louter slootjes en ik vroeg me af waar al die mensen vandaan kwamen.

Geen doorkomen aan. Navraag leerde dat afgelopen een week een jongen was overleden van 23 jaar die nu, via de kerk, naar zijn graf zou worden gebracht. Het dorp was massaal op de been om de jongen naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. 

 

Je wilt rust, krijg je ook rust.

 

Dan maar vast een wandelingetje over de camping gemaakt. Heerlijk rustig, af en toe stak er een kip voor mijn neus over, het stonk behoorlijk naar mest maar verder was er geen mens te zien.

Toen ik na ongeveer drie kwartier gewend was aan het geheel kwam er plotseling een man vanuit een enorme schuur naar buiten. Het zweet stond hem op het voorhoofd en hij deelde mij mee dat er zo snel mogelijk iemand zou komen maar dat één van de koeien nu bezig was een kalf op de wereld te zetten.

Daar wilde ik wel bij zijn maar op dat moment hoorde ik toeteren. De vrachtwagen was klaar met laden en de file wilde zich in beweging zetten. Ik moest naar de camper anders zou ik de boel maar ophouden. Stapvoets reed ik uiteindelijk een half uur later de boerencamping op en ik bleek net te laat om de geboorte van het kalf nog mee te maken.

 

Een man riep naar de boer:"Volgende keer beter!!" Dat was zeker de dierenarts en hij vertrok. De boer kwam naar me toe, lichtelijk ontdaan. Het kalf was dood. Hij had er duidelijk moeite mee en vertelde dat "de doorgang richting het slotgat te nauw was en dat de koe dan moet persen."

Maar de koe had er geen zin in, stond gewoon maar wat af te wachten wat er nu zou gaan gebeuren.

Niks dus. Het kalf was dood, vlak voor het zicht van het leven. Alleen maar geleefd in het lijf van de moederkoe.

 

 

                                 
 
 
 

Leven kan soms geen pretje zijn, doodgaan kan ook tegenvallen.

 

Prachtig hoor, de natuur. Maar ook wel bloederig, keihard en soms volledig zinloos. Moederkoe kapt met het uitvoeren van haar haar core-business: het op de wereld zetten van kleine koetjes, laat kalfje gewoon doodgaan. Het arme beestje heeft nog niets gepresteerd en heeft nu al rust.

 

Ik ging een mooi plekje zoeken voor mijn camper.

 

0 reacties      Reageer

23-06-2010  [Grumb.]

Grumb En Gert Geven Gas. (8).

 

             

 

 

 

              

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0 reacties      Reageer

22-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren. (2).

Begin 60er jaren was ik een fervent supporter van NAC in Breda. Iedere zondag ging ik kijken en meestal stonden mijn broer en ik achter de goal aan de kant van de Beatrixstraat met een warme dampende nassibal in de hand al een uur van te voren naar het veld te kijken. 

Het NAC-kwartiertje was berucht in die tijd. De wedstrijden begonnen allemaal om half drie en het kwam vaak voor dat om een uur of vier NAC achterstond. Maar dan brak het NAC-kwartiertje aan: de hele ploeg rende als een dolle naar voren en meestal met succes. Opgehitst door een fanatieke supportersschare werd een achterstand vaak omgezet naar een voorsprong.

 

                            

 

Voldaan en trots liepen we dan om kwart over 4 naar huis samen met duizenden andere supporters en dan waren we nog net op tijd om de uitslagen te horen van de overige wedstrijden in de eredivisie. 

Stil luisterden we naar de radio en mijn vader had zijn totoformulier op zijn schoot liggen en kruiste zo de goed- en de fout geraden uitslagen aan.

Die uitslagen werden voorgelezen door Frits van Turenhout.

Een droogkloot van het zuiverste water. Zoals die man nul nul zei: Sparta-DOS: Null-Null. Hij kreeg al snel de bijnaam mister Null-Null.

 

Ik geloof dat mijn vader na een leven lang invullen van de voetbaltoto, één keer een prijs heeft gewonnen van 40 gulden.

's Avonds was Sport In Beeld op televisie, meestal werden daar één, hooguit twee wedstrijden uitgezonden, en het was altijd weer spannend of NAC te zien zou zijn, we hadden gezien dat de camera's immers opgesteld stonden, hoog op de tribunes. Maar het gebeurde weleens dat er dan toch geen beelden waren omdat er op de terugweg naar de studio in Hilversum iets was kwijtgeraakt, de beelden niet in orde waren of dat men met pech aan de kant van de weg stond. Dan kreeg je een andere wedstrijd.

 

Sparta-DOS.

Dat was jammer want we wisten wat er zou gebeuren:

Null-Null.                          

 

0 reacties      Reageer

21-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie: van de 50er naar de 60er jaren.....

Aan het begin van de zestiger jaren verhuisden wij van Den Haag naar Breda. Ik was ruim 10 jaar en het voetbalvirus had me te pakken. Met mijn oudere broer ging ik vaak voetballen op het pleintje aan de zijkant van ons huis en iedere zondag gingen we samen kijken naar NAC, het stadion was 10 minuten lopen van ons huis en lag midden in in een drukke wijk.

NAC.

NOAD ADVENDO COMBINATIE oftewel

Nooit Opgeven Altijd Doorzetten

Aangenaam Door Vermaak En Nuttig Door Ontspanning.

 

Meestal zaten er ongeveer 18000 mensen en het was belangrijk dat je direct de goede kant uitzocht achter welk doel je ging staan, dat moest het doel zijn van de tegenstander.Als je dan toch nog verkeerd stond renden we , als het niet al te druk was, snel achter langs de tribunes naar de andere zijde en probeerden daar een mooi plekje te bemachtigen. Achter de tribunes rennen was een aparte ervaring: je hoorde het publiek juichen en er hing een geur van nassiballen door de rook die er uit een kraam kwam en van urine, want achter de lange, goedkope zijde, waren enorme rijen pisbakken geplaatst, van beton, waar grote rijen mannen hun behoefte deden. 

 

                          

Als NAC de volgende zondag uitspeelde gingen we naar "Het Tweede" kijken, samen met nog een paar honderd toeschouwers. Dan was het stukken rustiger en konden we een beetje door het stadionnetje zwerven en als je de kans kreeg kon je dan plaatsnemen op de eretribune maar meestal zaten we aan de linkerkant op de steil oplopende tribune hoog in de verte te kijken naar het zwembad, het Ei.

Als "Het Tweede" speelde was de nassiballenkraam er niet en ook stonk het een stuk minder naar pies, maar het voetbal was natuurlijk ook een stuk minder.

 

0 reacties      Reageer

18-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (51).

Je bent in Den Haag geboren of niet.
  In de vijftiger jaren kregen mijn oudere broers wekelijks zakgeld van mijn vader. Ik weet niet meer hoeveel ze kregen, mijn vader hield alles bij in een klein goed verborgen notitieblokje, en op een zeker moment vond ik het ook tijd worden om zakgeld te ontvangen. Ik kreeg als eerste zakgeld 5 cent per week. Dat stopte ik in een spaarpot want ik had eigenlijk geen benul wat ik ermee moest doen. 
 

Iedere week viel de Donald Duck in de brievenbus en daarin maakte ik kennis met Dagobert Duck. Die was steenrijk en had een zwembad vol geld waar hij regelmatig een duik in nam. Dat vond ik wel wat: later moest ik veel geld hebben en dat verzamelen in een zwembad.

Dat is niet gelukt, er kwamen allerlei dingen tussen in de loop van mijn leven, maar het was mijn ouders ook niet gelukt. Dat was duidelijk. Mijn moeder kreeg van mijn vader wekelijks 75 gulden huishoudgeld.  

 

Ze moest daar het huishouden mee bestieren van 7 kinderen en 2 volwassenen.Boodschappen deed zij vaak op de hoek van de Goudenregenstraat en de Laan van Meerdervoort, daar was een piepklein kruideniertje gevestigd, ik ben de naam kwijt, die een overvolle winkel had waar je ook van alles kon kopen. Van snoep tot waspoeder.

Mijn moeder deed de was toen nog in een grote teil en ze had ook een wringer. Ze was bevoorrecht want ze kon de was binnen doen. De buurvrouw niet. Die deed de was buiten en was daar vaak een hele dag mee bezig, ik geloof dat ze daar ook een heel regiment kinderen hadden. 

Eigenlijk was zo'n enorm gezin een soort bedrijf. Maar dan niet winstgevend: er werd niets geproduceerd behalve poep, pies en geschreeuw. En mijn vader maar werken en iedere week weer huishoudgeld afgeven om dat weinig zinvolle  bedrijf in stand te kunnen houden.

Soms vraag ik me af wat al die mensen in die tijd bezield heeft om zomaar een groot gezin te stichten, zich te schompes te werken om dat enorme kaartenhuis in stand te houden om vervolgens doodmoe lijdzaam en ontdaan van alle illusies jarenlang te moeten toekijken dat er hier en daar van alles in elkaar stort.

 

1 reacties      Reageer

17-06-2010  [Gert Pruimhof.]

Medisch gepruts aan mijn lijf.

Op advies van een collega van de chirurg die mij heeft geopereerd heb ik, nu ruim een half jaar later een MRI scan laten maken van mijn rug.

 

Je moet een half uur in een scanapparaat gaan liggen, dat is een soort futuristische doodskist en minutieus wordt je rug ontleed in een oorverdovend lawaai en daarom krijg je een koptelefoon op met vreselijke muziek en een apparaat waarin je kan knijpen als je echt het loodje denkt te gaan leggen.

 

Thuis heb ik ook een scanner. Daar kan je mee printen of iets opslaan. Stel je voor dat er een extra scan wordt gemaakt van mijzelf.

Twee Gerten Pruimhof op de wereld.

 

Maar ook twee caudasyndromen.

 

Ja, de vreemdste gedachten nestelen zich in je brein als je je een tijdje ligt te vervelen in zo'n scanapparaat.

 

                              

 

Nu zit ik bij de chirurg en bekijk samen met hem de foto's.

Het komt op me over als een moddergebied waar je af en toe iets wits voorbij ziet gaan. Als ik goed kijk herken ik iets wat lijkt op een wervelkolom.

 

De arts laat het pijltje via zijn muis over het scherm gaan.

 

"Veel littekenweefsel."

 Zegt-ie.

"Kijk, helemaal verzakt."

"Het is een chaos."

"Kijk, deze is ook verzakt."

 

Ik blijf er Ijzerenheinig naar kijken maar in mijn lijf voel ik ook iets verzakken: de moed.

 

"Ik kan wel opereren, maar dat is niet verstandig."

Mijmert de dokter hardop.

 

"Het is daar een oorlogsgebied. Ik weet niet wat ik daar aantref als ik naar binnenga."

 

De arts kijkt me aan als een generaal die moet besluiten zijn troepen de dood in te jagen of de aftocht te blazen en gauw terug naar huis te gaan.

Dat laatste lijkt me nu de meest aantrekkelijke optie.

De dokter vindt het het meest verantwoord nog een half jaar te wachten: na ongeveer een jaar weet hij wel wat de waarschijnlijke definitieve stand van zaken zal zijn.

 

Ik stap in mijn auto en vertrek naar huis. Het laatste beetje moed zit nu klem in mijn schoenen.Heb ik weer. Waarom hebben ze me niet gelijk goed geopereerd? Hoe kan dat nou verzakken? Wat is dat voor een ziekenhuis. Kunnen ze dat littekenweefsel weghalen?

De vragen wandelen door elkaar door mijn brein. Maar daar wordt ook plaats gemaakt, zomaar onverwacht, voor een andere gedachte:

Hé de zon schijnt!

En:

Ach het valt allemaal wel mee.

Er zijn grotere problemen op de wereld.

 

Maar in een donker hoekje, ver weg, in datzelfde brein blijft één gedachte hangen:

 

Kut.

 

1 reacties      Reageer

15-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (50).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Verschillende keren ben ik nog weleens wezen kijken in de buurt waar ik als kind ben opgegroeid in Den Haag en ook heb ik de route nog een keer gewandeld die ik aflegde als ik van de Goudenregenstraat liep naar de Acaciastraat waar mijn opa woonde. Dat kon op 2 manieren: via de Laan van Meerdervoort naar de Fahrenheitstraat en als je dan achterom keek zag je die karkarteristieke kerk staan

 

op de Laan van Meerdervoort.

Maar je kon ook via de Thomsonlaan lopen. Dat was wat saaier maar toch ook wel weer spannend omdat volgens de verhalen in één van de huizen aan de linkerkant een kinderlokker woonde in wiens handen je niet moest vallen want dan zou het slecht met je aflopen. De leukste weg was via de Fahrenheitstraat, dan kon je onder de winkelgalerij doorlopen van de Laan van 

 

Meerdervoort, dan linksaf langs de bioscoop, vervolgens oversteken langs het warenhuis, waar nu een zaak van Zeeman is gevestigd, en dan weer rechtsaf de Acaciastraat in waar aan de andere kant van de straat nog steeds Drogisterij Nettesheim is gevestigd.

Ja, en dan moest je die donkere Acaciastraat in, naar nummer 154, waar mijn opa zich had opgesloten met zijn twee oude geheimzinnige dochters. 

 

Op de foto links de huidige Acaciastraat gezien vanaf het Beukplein waar in de 50er jaren het eethuisje Tong San was gevestigd en daar leerde één van mijn tantes op latere leeftijd haar man  kennen.

 

Het is allemaal lang geleden en de meeste mensen die er indertijd hebben geleefd zijn nu ongetwijfeld vertrokken. Of dood.

 

 

 

Zo gaat dat. 

 

0 reacties      Reageer

14-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (49).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

De vijftiger jaren.

Zorgeloos.

Maar toch niet altijd.

 

Iedere keer als ik kleine kinderen zie in mijn familie ben ik getroffen door de onvoorwaardelijkheid die de kleintjes uitstralen richting hun ouders.

Ze geven zich geheel over aan hun vader en moeder en maken de indruk alles, maar dan ook alles, voor ze over te hebben.De ouders op hun beurt laten aan alle kanten blijken dat de kindertjes op hun kunnen rekenen.

De onvoorwaardelijke liefde is wederzijds.

 

Het is  dan ook zaak om geen deukjes aan te brengen in die onvoorwaardelijkheid, daar raken kinderen van in de war.

Als kind moet ik die onvoorwaardelijkheid richting mijn ouders ook hebben gekend, maar waarschijnlijk zonder het zelf goed te beseffen.

Toch herinner ik me een keer een voorval dat er, zonder dat mijn ouders dat in de gaten hadden, er een deukje ontstond. toen mijn ouders gedrag vertoonden dat niet paste in de ongeschreven wetten tussen ouder en kleuter.

Ik moet ongeveer 5 jaar zijn geweest toen ik op een middag door de lange gang van het grote huis in Den Haag met een ziekenautootje was aan het spelen. Onderweg kwam ik langs de slaapkamer van mijn ouders en de deur stond op een kier.

Ik tuurde naar binnen en zag in een spleet mijn vader gebogen over de commode en mijn moeder had een hand op mijn vader's schouder gelegd.

Aan het geluid te horen was duidelijk dat mijn ouders verdriet hadden en mijn moeder mijn vader trachtte te troosten.

Als versteend aanschouwde ik het tafereel. Ze hadden zorgen. Maar waarover? Ik kon het niet verstaan en als ik het wel kon verstaan zou ik het niet begrepen hebben. Geldzorgen? Zorgen over de kinderen?

Ik heb even geschokt staan kijken. Hier gebeurde iets wat tegen de ongeschreven wetten en afspraken inging: mijn ouders, waar ik onvoorwaardelijk van hield, waren niet de sterke mensen die ik als kind steeds voor me had gezien.

Ik ben snel teruggegaan naar mijn kamertje met in mijn hoofd de radeloze uitdrukking van mijn vader: normaal had hij altijd zijn haar achterover gekamd, nu zat het in de war en een lok was voor zijn gezicht gaan hangen. Hij zag er droevig en geslagen uit.

Ja, en dat kan een kind niet hebben, maar later besef je dat het eens moet gebeuren: dat je ouders van hun voetstuk vallen en dat ze ook maar van vlees en bloed zijn.

 

 

                                       

 

2 reacties      Reageer

11-06-2010  [Rick Berfmuis.]

Reactie Nostalgie op de step.(nr.48).

 

Inderdaad, ik ben ook in Den Haag geboren en ik wil graag vragen of U deze mail wilt plaatsen.

 

Ik woonde met mijn ouders en broer op de Kamperfoeliestraat en ging iedere dag naar de Prins Mauritsschool. Dat was een heel eind lopen. Ik werd op die school gezet omdat mijn ouders vonden dat de onderwijzers daar beter waren. Maar de Prins Mauritsschool was een protestantse school en wij waren katholiek!

Dat deerde mijn ouders niet, ze vonden het juist goed dat ik van alle culturen en geloven wat mee zou krijgen. Zulke katholieken zijn er maar heel weinig!

Zondag's gingen we naar de mis in de Heilige Familiekerk. Ik stuur U de foto mee. Ik heb heel warme gevoelens aan de mis in deze kerk en ook aan de pastoor die daar werkzaam was.  Er komen tegenwoordig allerlei verhalen naar buiten over vermeende misstanden in de kerk, maar ik heb er nooit wat van gemerkt.  

Integendeel. Het is maar hoe je er naar kijkt. De pastoor knuffelde veel en intens maar deed dat met liefde. Ik proef bij de heer von Strümpfkow toch enige weerzin tegen het knuffelen maar dat komt doordat hij er volgens mij anders tegenaan kijkt. Op de Prins Mauritsschool werd nooit geknuffeld en dat komt denk ik omdat die Protestanten de kat in het donker knijpen, als U begrijpt wat ik bedoel.

Mijn kleinere broer en ik werden tot zeker ons 18e jaar regelmatig geknuffeld en wij wisten niet beter dat dat normaal was. En ik heb er niets aan overgehouden!

De Katholieke kerk is een Kerk van Liefde met een grote L. en nog steeds ga ik graag een kerk naar binnen die beschermd wordt door onze Lieve Vrouwe of er naar is vernoemd.

 

Daar zijn de Katholieken ook zo sterk in: Onze Lieve Vrouwe wordt overal bijgehaald, dat is rustgevend en geeft hoop.Mijn broer en ik maakten er altijd zelf rijmpjes op:

                            

De Heilige familiekerk in Den Haag  is gesticht door de Orde van Onze Lieve Vrouwe van de Zeven Weeën

(Wanneer komt U nog eens naar benejen?)

 

In Tilburg staat de kerk

Onze Lieve Vrouwe ter Heem

(Breng ons ergens heen)

 

en in Goirle

Onze Lieve Vrouwe ter Baan

(Laat ons naar de Hemel gaan)

 

Onze Lieve Vrouwe van het Heilig Bloed

(Wie goed doet goed ontmoet)

 

Onze Lieve Vrouwe ter Nood

(Geef ons heden ons dagelijks Brood)

 

Onze Lieve Vrouwe van Rust

(lekker weer aan de kust)

 

Onze Lieve Vrouwe van de Sterre der Zee

(Vaart alstublieft met ons mee.)

 

Zo  kan ik nog wel even doorgaan! Ik kan er zoveel over vertellen, als U daarin geinteresseerd bent hoor ik dat wel van U.

 

Met vriendelijke groeten,

 

R.Berfmuis.

 

0 reacties      Reageer

10-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (48).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren ben ik opgegroeid in de Goudenregenstraat in Den Haag.

Ik ben er  verschillende keren teruggeweest en het verbaasde me iedere keer weer dat vrijwel alle winkels op een bepaald deel van de straat zijn verdwenen maar dat allerlei details herinneringen 

 

opriepen aan die tijd, meer dan 50 jaar geleden. Zo had ons huis een uitstekende gevel boven het voorraam en een statige, indrukwekkende deur.

Als je buitenkwam dan zag je rechts in de verte een kerk staan. Een katholieke kerk.

Indertijd kwam er weleens een vriendje logeren dat in Roosendaal woonde en zondag naar de kerk wilde.Ik ging wel met hem mee maar bleef buiten wachten. 

  Ik piekerde er niet over om mee naar binnen te gaan. Het was weliswaar mijn vriendje, en katholiek, dus ergens vermoedde ik wel dat hij niet geheel goed bij zijn hoofd was, of in ieder geval zijn ouders niet. In die tijd zag je soms ook al een man lopen met een jurk aan en een Sinterklaasmijter op zijn hoofd en het kon niet anders zijn dat dat een officiele katholieke kinderlokker in  
 

functie was. Maar mijn vriendje en ik spraken er niet over wat hij daar allemaal uitspookte, of met hem liet uitspoken, ik kon leuk met hem spelen en in het dagelijks leven had ik niet in de gaten dat hij katholiek was. Als kind heb je zulke dingen niet goed door. Echte boeven leer je pas onderscheiden van de gewone mensen als je een aantal jaren verder bent.

De kerk was en is beeldbepalend voor dat

deel van de Goudenregenstraat en vroeger viel de kerk nog sterker op omdat er in die tijd vrijwel nog geen auto's stonden geparkeerd. Veel mensen komen er vermoedelijk niet meer maar ik zag wel dat het nog steeds mogelijk is om op zondag een mis bij te wonen.

Mijn vriendje ben ik uit het oog verloren. Zou hij nog steeds katholiek zijn? Of niet, maar wel aangerand door een hitsige pater terwijl ik met mijn step op hem wachtte?

 

0 reacties      Reageer

09-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (47).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Als we in de vijftiger jaren met zijn allen aan tafel zaten om te eten was het een drukte van belang.De dampende aardappels en de enorme pannen met gekookte groente moesten alle hongerige mondjes vullen van de kinderen von Strümpfkow.

Omdat het er zoveel waren, eerst zes en aan het eind van de vijftiger jaren 7 kinderen, was het zaak je bord goed in de gaten te houden, ook onder het bidden. Mijn moeder schepte eerst op ieders bord een kwak aardappelen met een kuiltje erin voor de jus, daarna kreeg iedereen, als je geluk had, een piepklein stukje gehaktbal of iets dergelijks (door de week was er vaak geen geld voor vlees) en daarnaast een schep groente. Ik heb mijn moeder vaak meegeholpen met het hakken van andyvie of postelein.

Als iedereen voorzien was moesten we bidden.

Met de ogen dicht en in een sneltreinvaart dreunden we op wat we geleerd hadden:

 

 

 

                             Herezegedezespijsendrankenamen.

 

 

Direct daarna ondernam iedereen een aanval op zijn bord en werden de eerste schermutselingen uitgevoerd wie wat van een ander kon meepikken die niet zo'n trek had of eenvoudigweg het eten niet lustte.

Als je per ongeluk de verkeerde kant opkeek was er een grote kans dat er een stukje gehakt van je bord was verdwenen en vliegensvlug terechtkwam in de mond van je broertje dat naast je zat en je onschuldig aankeek als een pasgeboren lammetje.

Maar de postelein bleef altijd wel liggen, de meesten waren er niet zo dol op: de groente was door mijn moeder wat aangemaakt met maizena, het voelde snotterig aan en het glibberde over je bord en tot overmaat van ramp smaakte het naar grond.

Mijn vader zorgde ervoor dat er niet werd gezeurd maar dat iedereen zijn bordje leegat. "Want in Afrika lijden ze honger, en ik heb niet voor niets gewerkt."

 

Dat argument maakte geen indruk op me: Afrika was te ver weg en als je toch aan het werk bent zorg dan dat je vrouw van het geld iets lekkers kookt. Maar het kwam er soms op neer dat het eten met lange tanden naar binnen gewerkt moest worden, want je bordje moest leeg.

Met spinazie werd het verhaal anders. Het oogde ook wat glibberig maar de smaak viel mee. En mijn moeder vertelde steevast dat je ijzersterk werd van het eten van spinazie. "Kijk maar naar Popeye", zei ze dan.     

 

                                

Die was af en toe op televisie, at blikken vol spinazie en was daardoor oersterk. Zo sterk dat hij zijn vriendin Oijfje met gemak met één hand kon optillen.

Ik vond die Popeye  direct al een beetje een schreeuwerige uitslover maar was onbewust toch onder de indruk van zijn spierkracht en dat heeft waarschijnlijk geholpen dat ik later spinazie best lekker ben gaan vinden.

                                      

 

4 reacties      Reageer

08-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (46).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

  In juli en augustus was het  zomervacantie. Dat was een feest. 6 weken geen school. Aan het eind van de vijftiger jaren probeerde ik in Den Haag om tijdens de vrije dagen af en toe de melkboer mee te helpen met het wegbrengen van flessen melk. En het leukste was, als je naast de melkboer op zijn melkwagen mocht zitten, toerend door de Bomen- en Bloemenbuurt.
 

De melkkar was eigenlijk een veredelde bromfiets met een dak erop en een enorme kast op wielen erachter, gevuld met flessen melk en pakjes roomboter en een grote bus met "taptemelk." En aan het eind van de dag kreeg je 20 cent van de melkboer.

Als ik wel naar school moest was ik altijd op woensdagmiddag thuis.

Dan was onze naaister er ook. Het was een dikke mevrouw met een wrat op haar neus en  

  ze heette juffrouw van der Meulen. Eén keer per week kwam ze allerlei spullen naaien, verstellen en herstellen. Ook stopte ze de gaten in de vele sokken die in gebruik waren in het huishouden.Mejuffrouw van der Meulen had dikke armen en als ze aan het werk was trilde al het overtollige vlees van haar ontblote bovenarmen. Ze hield ook altijd haar 

hoedje op als ze aan het werk was in het kamertje waar mijn broer en ik sliepen, want daar was daglicht en werd de zware naaimachine van mijn moeder voor het raam gezet.

Aan het eind van de dag kreeg ze van mijn moeder twee rijksdaalders voor de gedane arbeid en daarna startte mijn moeder met het opruimen van de enorme berg verstelde en vermaakte kleding.

En er werd niets weggegooid. Zo lag op een dag de versleten pijama van mijn vader op de stapel kleding waar wat mee moest gebeuren. Het ding was er zo erg aan toe dat ook juffrouw van der Meulen hier geen bloesje of iets anders van kon maken wat één van de kinderen kon gebruiken, dus knipte ze mouwen af en stikte er met grote halen om en om banden heen van zwarte stukken katoen die ook ergens doelloos op de berg kleren lagen.

Als je die nieuwe mouwen over je arm heen trok leek je precies op iemand van de verkeerspolitie. Zei ze.

Ja, ja, dat probeerde ze me wijs te maken maar daar trapte ik niet in. Mijn jongere broer wel, die deed direct de nieuwe mouwen om en begon op het trottoir het verkeer te regelen als een echte verkeersagent!

Aan het eind van de dag liep ze dan naar de hoek van de Laan van Meerdervoort en Goudenregenstraat naar cafetaria Kalisvaart en bestelde daar een zak patat met mayonaise voor 25 cent en gaf mij er dan ook eentje van een dubbeltje.

Ze vond het altijd gezellig als je meeging naar de cafetaria maar ik zorgde dat ik altijd een paar meter achter haar bleef lopen, want ik vond het eigenlijk maar een rare mejuffrouw: dik, met dat gekke hoedje op en die wrat op d'r neus waar, als je goed keek, allemaal miniscule putjes in zaten waar af en toe een klein haartje uit stak.

 

Maar ze was best aardig. 

 

1 reacties      Reageer

07-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (45).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Tot 1970 bestond er in Nederland een opkomstplicht bij de verkiezingen. Mijn opa moest dus ook stemmen maar stemde altijd blanco. Ik was eens op mijn step bij hem op visite toen we samen naar een schooltje gingen waar opa ging stemmen.

Ik geloof dat politiek hem geen bal intereseerde maar als de regering verordonneerd had dat iedereen moest komen kwam opa zonder dralen.

Zelfs na afschaffing van de opkomstplicht bleef opa trouw de gang maken naar het stemhokje om dan een blanco stem in de melkbus te deponeren.

 

Ik vermoed dat mijn opa, als hij nu nog geleefd had, zijn laatste beetje interesse in de politiek, als hij dat al had, zou hebben verloren en daar zou ik hem eigenlijk geen ongelijk in kunnen geven.

Het begint erop te lijken dat we van Balkenende verlost zijn maar ik vrees toch nog het ergste.

En nu de VVD zo hoog staat in de peilingen begin ik me nog meer zorgen te maken. Er zijn steeds meer mensen die geloven dat de veroorzakers van de crisis deze ook kunnen oplossen. Ik denk zomaar dat dat komt omdat de meeste mensen niet echt door hebben wat er achter de oneliners zit van de voorman van de VVD.

De praatjes lijken leuk en vele trappen erin maar als je het program bekijkt dan blijkt dat de VVD kei- en keihard wil ingrijpen. En dat die ingrepen het hardst aankomen bij de mensen met lage inkomens en bij de zwakkeren.

Goed, de allerarmsten worden nog wel deels gecompenseerd voor de bezuinigingen, maar de groep daar net boven: daar gaan de hardste klappen vallen.

 

De VVD bezuinigt bijna 11 miljard op de sociale zekerheid en ongeveer 3 miljard op de zorg.

Dus: harde en kille saneringen van uitkeringen, subsidies en toeslagen. De VVD snijdt in het zorgpakket, verhoogt het eigen risico, ontkoppelt de meeste uitkeringen en verhoogt de huren.

Tegelijkertijd gaan inkomstenbelasting en erfenisbelasting omlaag, wordt de overdrachtsbelasting gehalveerd en blijft de hypotheekrente overeind. Allemaal maatregelen waar vooral de hogere inkomens van profiteren.

Ik vraag me af of al die mensen die nu op de VVD dreigen te gaan stemmen dat wel in de gaten hebben.

                                           

 

Het CDA dreigt zich te pletter te vliegen. Goed zo, maar wat we, als alle voorspellingen uitkomen, terugkrijgen, kon nog weleens veel erger zijn. 

 

1 reacties      Reageer

04-06-2010  [Gert Pruimhof.]

Gert en Bella Pruimhof 60 jaar (4).

Bella en ik zijn allebei van 1950. Het is dus al weer 60 jaar geleden dat we op de wereld werden gezet. We herinneren het nog als de dag van gisteren.

Maarnieheus.

 

Een paar weken geleden hebben we het al vast gevierd met wat familie en vrienden en we hadden op de wand een aantal foto's via een beamer laten zien, een selectie uit ons beider en gezamenlijk leven.

 

In de vijftiger jaren werden er niet veel foto's gemaakt en als ze werden gemaakt dan liet men een fotograaf langskomen.

Dat er van alles scheef en krom zou gaan lopen in Gert's  leven werd al snel duidelijk als de onderstaande foto goed wordt bestudeerd. Als peutertje had hij al vreselijk...........

                                      

                                  

                                               .......kromme benen!

 

Maar ook bij de jonge Bella werd al ras zichtbaar hoe het kindje zich zou ontwikkelen: een net meisje met een keurige strik in het haar en toen al heel druk bezig met ...............  

                                                     

                       ..........alles netjes ordenen en op volgorde leggen!

 

0 reacties      Reageer

02-06-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (44).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

1956. Met 6 kinderen in een huis op de Goudenregenstraat in Den Haag. Het was er altijd druk en levendig maar  's ochtends vroeg was het doodstil en donker in huis. De eerste trams knarsten zich door de rails maar dat deerde niet: iedereen sliep rustig door. En terwijl iedereen nog in diepe rust was stond mijn vader om een uur of 5 op en zette zich in een fauteuil in de kamer onder een klein schemerlampje.

 

Als ik Het Geluid hoorde was dat het sein voor mij om op te staan en liep ik op mijn blote voeten naar mijn vader toe, tastend in het duister en gelokt door Het Geluid, een vertrouwd geluid dat in de verte op me afkwam en naarmate ik dichterbij kwam steeds sterker zou worden.

 

bzzzzzzzzzzzzzzzz.....bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz.....bzzzzzzzzzzzzzzzzz............

bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz.....................bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

 

Als ik Het Geluid hoorde en ik kwam bij mijn vader aan dan wist ik dat het tijd was dat hij zich klaar ging maken om naar het werk te gaan.

Ik ging dan even naast mijn vader zitten. Hij zei niks en ik zei niks en we luisterden samen naar dat intrigerende geluid

 

bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz...............bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz......

 

En als mijn vader klaar was ruimde hij het apparaat op waar ik met bewondering naar keek. Als ik later groot zou zijn zou ik misschien ook wel mezelf scheren met een echte

 

 

                                      

                                               philishave.

 

 

bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz........bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz...bzzzzzzzzzzzz

 

0 reacties      Reageer

01-06-2010  [Gert Pruimhof.]

Medisch verder prutsen aan mijn lijf.

Ondertussen heb ik een hele ordner vol met folders, flyers en boekjes over alle medische ingreepjes. prikjes, echo's en onderzoeken aan mijn lijf.

Nu kan ik er weer een nieuw foldertje aan toevoegen: het urodynamisch onderzoek, alsmede een echografie van de  prostaat.

Ja, ik ben in oktober geopereerd aan mijn rug maar nu is er van alles mis  aan de blaas en allerlei dingetjes daar in de buurt. Ik heb voortdurend het gevoel dat ik vreselijk moet plassen maar uiteindelijk moet ik dan amper.

Het is net als een auto: je gaat naar de garage omdat er een raar geluid komt uit de knalpijp en na enig onderzoek blijkt dat de hele stuurinrichting kapot is en dat de remmen het niet meer doen en je oliepeil ver beneden het normale is gekropen.

 

In de folder lees ik dat ik me thuis moet voorbereiden op de onderzoeken. Als eerste staat er dat je niet nuchter hoeft te zijn. Dus ik kan gerust een paar biertjes gaan drinken in het café.

Verderop lees ik dat je na afloop van de ingreep vrijwel direct naar huis kunt gaan maar dat het prettig is als iemand je dan begeleidt, men raadt af zelf auto te rijden.

Daar kan ik inkomen als je je  toch licht aangeschoten moet melden.

 

De uroloog loopt achter. Ik zit samen met Bella al een uur in de wachtkamer als ik eindelijk aan de beurt ben. Een mevrouw leidt me naar een grote onderzoekskamer en zegt dat ik mijn broek moet laten zakken, mijn onderbroek ook en de rest mag aanhouden. 

Zo sta ik dan enigszins onhandig in de ene hoek van de kamer en de mevrouw zegt dat ik moet gaan liggen op een onderzoekstafel die in een andere hoek van de kamer staat.

Het is lastig lopen als je aan je rug geopereerd bent en al helemaal met je broek op je enkels,

 

                                     

dus vraag ik de verpleegster of ik mijn broek en onderbroek uit mag doen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik me wel weer in een vrij belachelijke situatie heb weten te manoeuvreren: ik ben twee minuten binnen en vraag aan een wildvreemde mevrouw of ze het goed vindt of ik mijn broek uit mag doen.

Maar de mevrouw zegt dat ik zo op de tafel moet gaan liggen. Dus strompel ik voetje voor voetje in mijn blote kont met mijn broek op de enkels richting de tafel. Daar aangekomen klim ik erop en op dat moment vallen mijn sleutels uit mijn broekzak. Terwijl ik me buk om ze op te rapen zie ik de verpleegster denken welke stumper ze nu weer aan de medische haak heeft geslagen.

 

Ik kruip de tafel op en moet op mijn rug gaan liggen. Mijn sleutels in mijn hand, en mijn broek op de enkels. Nu legt de mevrouw discreet een handdoek op mijn geslacht zodat daar voor plotseling opduikende vreemden geen uitzicht meer op is.

Had ik net zo goed mijn broek nog even kunnen aanhouden, denk ik.

De mevrouw zegt dat de dokter zo zal komen en dat dan het onderzoek gaat beginnen.

Dan gaat het pas beginnen! En ik ben voor mijn gevoel al ik weet niet hoe lang bezig.

De mevrouw verlaat de onderzoekskamer en na tien minuten turen naar het plafond besluit ik mijn sleutels op een tafeltje te leggen naast de tafel waar ik op lig. Verdomme, ik moet vreselijk piesen. 

 

De dokter komt binnen. Geeft me een hand en hij blijkt haast te hebben. Hij loopt duidelijk achter met zijn spreekuur en komt met een soort slagroomspuit op me af die verbonden is met een groot vervaarlijk uitziend apparaat.

Hij smeert de mond van de spuit snel en behendig in met een soort parketwas, zeker om de zaak lekker glimmend te krijgen, en voor ik het in de gaten heb glijdt het geval  met een stuk dokter eraan vast mijn kont binnen.

De arts zegt dat ik me moet ontspannen en begint aan de spuit te draaien. Elk moment kan er slagroom uitkomen, denk ik, maar dat gebeurt niet, de zaak is aangesloten op een televisietoestel en daar zit de dokter alles te bekijken.

Hij zegt niks. Ik ook niet.

Dan trekt hij plotseling de slagroomspuit uit mijn achterste weg en steekt vervolgens nog eens zijn middelvinger naar binnen nadat hij deze weer even met de parketwas heeft ingesmeerd. "Even de prostaat voelen", zegt hij rustig. Dan is hij klaar, nu zal hij de boel daaronder zeker even lekker oppoetsen, maar nee hoor, de parketwas blijkt niet bedoeld te zijn om de kont eens lekker te laten glimmen en glanzen maar wordt gebruikt als glijmiddel.

De uroloog vertrekt en verwacht me zo in zijn spreekkamer. 

Dat is dus kennelijk het teken dat ik mijn broek weer op kan trekken. Ik kleed me aan en meld me in de spreekkamer.

Er moet een nieuwe afspraak komen over drie maanden en de dokter schrijft pillen voor of  tegen of  weet ik veel waarvoor of tegen maar in ieder geval heeft het te maken met plassen.

 

Bella en ik staan weer beneden in de ziekenhuishal en moeten ons parkeerkaartje in een apparaat duwen om te betalen.

Apparaat stuk.

Ander apparaat.

Doet het wel.

Wel met een enorme rij.

Man in een wagentje kan niet bij de knop van het apparaat.

Dit gaat duren

Eindelijk aan de beurt. 

Geen kleingeld dus wisselen bij een balie.

Niemand bij de balie.

Dan maar aan een willekeurige passant vragen.

Lukt niet.

Chippen!

Opnieuw in de rij.

Kaart erin.

Saldo te laag, betaal op een andere wijze.

Bella heeft nu een paar muntjes gevonden.

Ik moet nu plassen.

"Je bent net geweest!! " roept Bel

Ja, dat weet ik ook wel, maar het werkt daar allemaal niet goed.

 

 

Eindelijk buiten, gauw naar huis.

"GVD!!"

"Wat?"

"Sleutels vergeten!"

Dus terug naar de uroloog, maar ik kan niet zomaar de onderzoekskamer binnenwandelen, daar ligt nu een andere stumperd met zijn broek op zijn enkels, slagroomspuit in de kont met een tafeltje ernaast waar mijn sleutels op liggen.

Als hij klaar is reikt dezelfde verpleegster, die me geen toestemming gaf mijn broek geheel uit te trekken, mij de sleutels aan met de opmerking:

"Volgende keer beter opletten hoor, mijnheer Pruimhof!"

 

Oh, wat moet ik weer pissen.

 

2 reacties      Reageer

31-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (43).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

 

In mijn jeugd zat ik een groot deel op de Prins Mauritsschool in Den Haag.

We zaten als kindertjes nog op schoolbankjes met een ingebouwde inktpot en je had altijd een etuitje bij je met een kroontjespen en een inktlap. Daar moest je voorzichtig mee omgaan want het kon gebeuren dat de pen door het etuitje stak en dan kon je je daar lelijk aan prikken. Ik kan me niet meer exact herinneren hoe ik de lange dagen op school doorkwam   

  maar ik kon uren turen en wegdromen bij de schoolplaten van Jetses en Koekkoek. In ieder lokaal hingen er wel een paar en zelfs op de gangen. Zo was er eentje daar stond onder "In Het Weide" en het gaf een beeld van het platteland van Nederland met koeien, schapen een moeder die een koe aan het melken was en twee kinderen op een hekje met klompen aan en een lullig petje op het hoofd. Dat waren dus echte boeren! Maar de meeste indruk maakte toch de platen met vissen erop, zoals die "In De Noordzee." 
  "In sloot en plas" was een plaat van Koekkoek en ik weet nog dat meester Kuit ons vertelde dat je hier een kamsalamander zag, tussen de torren en de kikkers. Meester Kuit vertelde dat als we groot waren dat we zelf proefjes konden doen met beesten, bijvoorbeeld met kikkers. Gebiologeerd hingen de kinderen aan zijn lippen toen hij vertelde dat als je een kikker in een pan met kokend water zou gooien het beest er "floeps!" zo uit zou springen, maar als je de kikker in een pan met koud water zou 

zetten en het gas eronder aan zou steken de kikker rustig zou blijven zitten totdat het water het kookpunt zou bereiken en dat de kikker dan zou ontploffen. Maar die proeven zouden we pas gaan doen als we op de echte grote school zouden zitten.

Helaas is dat er nooit van gekomen, ik bedoel, ik ben wel naar de grote school gegaan maar die proeven heb ik nooit zelf meegemaakt. Jammer want als kind leek me dat wel spannend en de Partij Voor De Dieren bestond toen toch nog niet.

 

0 reacties      Reageer

28-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

De 28e.

 

Het is de 28e en dan bestaat de kans dat één van mijn broers jarig is. 4 van de 5 broers zijn op de 28e geboren en vandaag viert de één na oudste zijn 65e verjaardag.

 

Op de dag dat ik in de krant het bericht onder ogen kreeg dat Leo Canjels was overleden.

Leo Canjels? Wie is in hemelsnaam Leo Canjels?

 

Leo Canjels, bijnaam Het Kanon speelde in de vijftiger en zestiger jaren als voetballer bij NAC in Breda.

Met mijn twee na oudste broer, notabene de enige die niet op een 28e geboren was, ging ik in de zestiger jaren iedere zondag kijken naar NAC.

Regelmatig was het stadionnetje uitverkocht en mijn broer en ik stonden al een uur voor de wedstrijd zenuwachtig achter het doel. In die tijd deed men ook aan een warming up: de spelers verzamelden zich voor de goal en schoten zo hard mogelijk op het doel waar de keeper stond die probeerde de ballen tegen te houden.

Mijn broer en ik kochten voor 20 cent een nassibal bij een kraam die aan de achterkant onderaan de tribune stond en keken met die 

heerlijke dampende bal in de hand naar de spelers. Canjels had de naam dat hij uitzonderlijk hard kon schieten en hij had zelfs eens een doelpaal doormidden geschoten in een uitwedstrijd tegen Rapid JC of tegen DOS. In die tijd waren doelpalen nog van hout.

 

Terwijl het stadionnetje langzaam volliep en wij genoten van onze nassibal nam Leo een aanloop om een poeier op het doel te geven. Precies tijdens die aanloop richtte ik me naar mijn grote broer en concludeerde als voetbalanalist in spé (een soort jonge Jan Cottaar) dat ik Canjels eigenlijk niet zo'n goede voetballer vond.

Toen riep mijn broer plotseling hard: "Kijk uit!!!" Maar het was te laat, de knal van Canjels was over het doel gevlogen en met een enorme vaart recht in mijn gezicht geeindigd net terwijl ik een hapje nassibal in mijn keel wilde stoppen. Ik was er even beduusd van en was in de onverwachte consternatie zeker de helft van de nassibal verloren.

Sindsdien heb ik Leo Canjels altijd gevolgd.

Net als die andere grote sterren uit de NAC-tijd: Theo Lazeroms, Daan Schrijvers, Peter van de Merwe, Kees Kuys en Kees Rijvers.

Nu is Leo dood, maar die poeier vergeet ik niet meer.

 

 

                                    

                                                NAC 1962.        

                      Theo Lazeroms (De Tank), Jan van Hoogenhuizen 

                      Adri Pelkmans,Kees Kuys,Peter van de Merwe,

                      Daan Schrijvers. Zittend: Wim Groenewegen,Kees

                      Rijvers, Leo Canjels, Jac Visschers en Hein van Gastel.

 

0 reacties      Reageer

27-05-2010  [Fred Oosterbuur.]

Goed gedicht.

                                        Op de rails. (1999)

 

                              Mijn trein gaat ogenschijnlijk rijden,

                              Want spoorwagon na spoorwagon

                              Links op een parallel perron

                              Zie ik langs mijn coupéruit glijden.

 

                              Maar dan verbreedt de horizon

                              En blijkt dat  ik mij liet misleiden:

                              De trein is weg ter linkerzijde

                              En ik sta nog op het station

 

                              Zo worden wij wel meer bedrogen:

                              Wij zijn op reis, zo menen wij

                              En maken voortgang zienderogen,

 

                              Doch richten wij de blik opzij

                              Dan staan wij stil en onbewogen.

                              Het leven gaat aan ons voorbij.

 

 

 

 

                              Driek van Wissen      + 21 mei 2010

 

                               

                     

 

0 reacties      Reageer

26-05-2010  [Gert Pruimhof.]

Gert en Bella Pruimhof 60 jaar. (3).

     
 

 

Allebei 60 jaar.

 

Een goede reden om je rustig te houden en stil in een hoekje de wonden van je leven te likken, maar nee hoor, de Pruimhofjes moeten zo nodig Jan en Alleman uitnodigen en krijgen dan ook met alles te maken wat daarbij hoort: drankjes, liederen en......eten.

In de buurt hebben we een paar jaar geleden een paar gezellige mensen leren kennen die voor hun lol en stiekum een soort privé smulbedrijfje annex klussenbureau in stand houden. 

Niet veel mensen weten er van en dat is maar goed ook want anders zijn ze de hele dag bezig met lekkere dingen koken en karweitjes opknappen in en rond alle huizen in de buurt. 

Maar wij weten er wel van en na het zingen van een plechtig lied en het in ontvangst nemen van verschillende cadeau's werden een aantal hapjes en lekkernijen gepresenteerd waarvan de aanblik alleen al je het water in de mond liet lopen.

Het ging natuurlijk vooral om de presentatie van het geheel. Die was werkelijk bijzonder en daarom zal ik bij hoge uitzondering hier de namen noemen van deze bescheiden duivelskunstenaars: Leo en Lia Palingdam van Palingdam's Smulpaleis.

Het was helemaal niet de bedoeling dat iedereen er ook echt van ging eten, je mocht er alleen maar naar kijken.

 

Maar voor we het in de gaten hadden waren de meeste lekkernijen verdwenen en...........iedereen vond het nog lekker ook!

Zo kan een feestje niet meer stuk. Zeker niet bij de Pruimhof's en de van Stombergen's.

     

 

0 reacties      Reageer

25-05-2010  [Gert Pruimhof.]

2010: Gert en Bella Pruimhof 60 jaar (2).

Een klein feestje dus.

 

Rond een uur of drie 's middags liepen de eerste gasten binnen. En als vanzelf vonden Bella en en ik het nog gezellig worden ook:mensen die we al meer dan 40 jaar kennen stonden voor de deur en vrijwel de gehele familie was present en het was nog prachtig weer ook. Naarmate de tijd verstreek vonden Bella en ik het zelfs jammer dat nog zoveel vrienden en kennissen om allerlei redenen hadden afgezegd. 

 

Toen iedereen voorzien was van een drankje heb ik even een ieder kort voorgesteld en vervolgens moesten we eraan geloven: een lied.

Het beste is dit soort momenten gelaten over je heen te laten komen want de familie Pruimhof is nu eenmaal stronteigenwijs en als ze een lied maken dan maken ze een lied. Een van mijn zusjes kwam op me af en speldde me een anjer op. Ze fluisterde dat ze me ook nog een pijp en een bril op mijn kop wilde zetten maar dat ze dat uit medelijden achterwege lieten. Mijn andere zuster begon het lied in te zetten.

Het was duidelijk: ik moest Prins Bernhard voorstellen. (Toen hij nog in leven was.)

 

Het was mijn familie opgevallen dat ik iets "heb" met het Koningshuis.

Dat klopt.

Ik heb er de pest aan. Vrachten vol belastinggeld moeten erheen, al die prinsen moeten een kasteel hebben en de hele zaak vliegt op Uw en mijn kosten vrolijk de wereld rond en bovendien trekken ze zich nergens wat van aan. Ze liegen en bedriegen en Bernhard spande de kroon. Die ging ook nog eens flink vreemd hier en daar en stak de nodige steekpenningen in zijn al goed gevulde zak.

Eigenlijk kan het me niets schelen, de wereld zit overvol met bedriegers, vreemdgangers, boeven en leugenaars, maar deze mensen worden door de staat, door de burgers, onderhouden, dus je zou verwachten dat ze zich een beetje koest houden!

Niets van dat alles, en ik heb er weleens met mijn moeder over gepraat. Die is het in wezen wel met mij eens. De wereld zit volgens haar ook vol met allerlei schurken maar die Bernhard, dat vond ze altijd een apart geval. Dat vond ze een charmante schurk.

 

Goed, er werd een cd-tje in een draagbaar apparaat gestopt en daaruit klonk plotseling de plechtige muziek van het Wilhelmus. iedereen kreeg een papier uitgereikt met de volgende zinnen als eerste couplet:

 

                            Van Gert Pruimhof moet je echt wel houwen

                            Al heeft hij Duitschen bloed

                            60 jaren is een beetje rouwen

                            Maar hij is nog lang niet Doet

                            Geen rood wit blauw of oranje

                            Maar grijs, da's heel geleerd

                            In de camper naar Hispanje

                            Met de vrouw die hij begeert.

 

En zo ging het nog even door. Ik voelde me een kort moment net Prins Bernhard, toegezongen door het volk en ik dacht: wat zou Bernhard nu gedacht hebben?

Vast:

 

                                   

                                 "Heb ik ze weer even te pakken!"

 

 

0 reacties      Reageer

24-05-2010  [Gert Pruimhof.]

2010: Gert en Bella Pruimhof 60 jaar.

Een jaar geleden doemde het schrikbeeld onherroepelijk op: in 2010 zouden we allebei 60 jaar worden.

Ergens in de zon in Portugal stelde Bella zomaar voor om dan eens wat mensen uit te nodigen. Uitdrukkelijk vermeed ze het woord "feestje" want ik heb een hekel aan feesten, partijen, en andere zogenaamd vrolijke gebeurtenissen. Als het enigszins kan ga ik er niet heen, allemaal niets voor mij al die mensen op een uitgelaten bergje die spontaan tegen wildvreemden gaan praten zich volgietend en etend.

En daarbij het grote gevaar lopend dat een spontane polonaise tot stand komt en dat de feestvarkens hoedjes worden opgezet, toegetakeld worden met carnavalskleding, toeters en confetti en liederen worden ingezet met vernuftige teksten, meestal slecht rijmend, handelend over de beduusde slachtoffers die het allemaal over zich heen laten komen.

 

Voor je het weet zie je eruit als een slechte kopie van de Dikke en de Dunne.

 

                                

 

Maar Bella zei dat het ook wel spannend kon zijn: Mijn familie, de Pruimhof's komt Bella's familie tegen de van Stombergen's.

Dat is een bijzondere mix! En dan ook nog wat niet-familieleden kennissen en vrienden erbij: dat wordt echt spannend en misschien nog wel leuk ook!

Leuk! Dat had ze nou niet moeten zeggen, maar Bella ging voort. 

 

Een beetje risico in je leven, dat is goed voor een mens, ander blijft het zo saai! (Wisten wij veel wat de toekomst allemaal voor ons nog in petto had).

Maar ik ken mijn familie en ook die van Bella. "Nou", zei Bel, "dan zeg je toch direct aan het begin dat iedereen op eigen risico aanwezig is?"

Ik stemde toe en ik dacht toen nog: dat zien we allemaal dan wel weer. Maar dat dan is er nu en afgelopen zaterdag ontvingen we bij ons thuis onze gasten, we hadden meer dan 60 mensen uitgenodigd en van te voren verschillende malen het gevoel van "Waar zijn we aan begonnen" weggedrukt.

 

Met deskundige hulp van onze overburen, die stiekum een soort privé-catering- annex klusbedrijf bestieren, werd alles geregeld: eten, drinken, stoelen, tafels, muziek en Bella had een fotoserie gemaakt van 60 jaar Bella en Gert en die werd op de achterwand geprojecteerd.

We waren er klaar voor, konden niet meer terug en wachtten op de dingen die zouden komen. En wat er vervolgens gebeurde?

 

0 reacties      Reageer

21-05-2010  [Gert Pruimhof.]

Bloot, naakt en naturistische nudisten op een bergje.

Op verschillende manieren bereikten mij allerlei berichten, opmerkingen en verhalen naar aanleiding van mijn vorige stukje over het nudisme in het ziekenhuis.

Nu is het vreemde dat al die reacties direct te maken hadden met al het blote gedoe in mijn verhaal en totaal niet op al het medische gesukkel waarmee ik werd geconfronteerd.

Dat is toch bijzonder. Als het over bloot, naakt of naturistische nudisten gaat dan heeft iedereen de oren gespitst.

Dus ga ik maar even door op dit onverwachte succes.

 

Toen ik ongeveer 30 jaar geleden 's avonds laat op een Franse camping was beland samen met wat tijdgenoten, bleek het een naturistencamping te zijn. Nou, dat was een verrassing maar dat zouden we allemaal morgen dan wel weer zien. Nu waren we moe, hadden honger en we moesten de tent nog opzetten, men kent ze wel: van die dingen met 50 stokken die niet in elkaar te passen zijn terwijl het donker is en het zachtjes begint te regenen.

 

Na een hoop gepruts en gedoe sliepen we uiteindelijk. De volgende ochtend liep ik naar de toiletten, scheerapparaat en washand mee en ..............uiteraard, in mijn blote niks. Mijn vriend uit de andere tent ging ook mee. Onwennig en licht gespannen begonnen we aan ons avontuur.

Het eerste menselijke wezen wat wij tegenkwamen was een jonge beeldschone vrouw en...........volledig aangekleed.

 

Dat was even schrikken: zaten we wel op een blootcamping? Maar gelukkig stonden er in de waszaal verschillende volledig naakte mannen met uitgezakte buiken en weelderig haar groeiend uit de bilspleet, zich te scheren. We zaten goed.

 

's Middags boodschappen doen in de supermarkt. Ook daar liep iedereen weer nakend behalve de cassiere want die zat daar niet voor haar lol.

Het was zo'n typisch Franse winkel met een samenraapsel van van alles en nog wat en de karretjes liepen stroef en waren wat verroest. Er zaten wat ijzeren klepjes aan waar je flessen in kon doen of zo maar al snel zat mijn vriend met zijn piemeltje verstrikt in de spijlen van het karretje en zo stonden we af te rekenen voor de kassa terwijl hij bezig was zijn verfrommelde gevalletje tussen de spijlen uit te pulken.

 

Buiten gekomen was de zon aan het schijnen en dat deed zeer op het schrijnende plassertje van mijn vriend. Ondertussen was iedereen uit zijn hol gekomen en daar zag ik al dat blote geweld op me afkomen.

Ik heb altijd een schetsblok bij me en ik heb er natuurlijk snel een tekening van gemaakt, want het was wel indrukwekkend, al die

 

 

                         

 

                   blote en naakte naturistische nudisten op een bergje.

 

1 reacties      Reageer

19-05-2010  [Gert Pruimhof.]

Medisch gepruts aan een nudist in een ziekenhuis.

Goedemorgen!!

 

Gert Pruimhof hier!

 

Ik leef nog!

 

Het is ruim 7 maanden geleden dat ze me aan mijn rug hebben geopereerd. En nu zou ik ongeveer moeten weten waar ik aan toe ben, dat wil zeggen: waar ik nog last van heb. Nou, dat is nog aan van alles.

Op de één of andere manier werken mijn zenuwen niet goed, of groeien verkeerd of groeien niet of zijn nooit meer aan het groeien of weet ik veel. De artsen weten het ook niet maar feit is dat ik niet de baas ben over de dingen die de meeste mensen vanzelf doen: poepen en piesen.

 

Dus heeft de uroloog me voorgesteld om een aantal onderzoeken te ondergaan. Ik kreeg wat folders mee en daar werd ik niet erg gelukkig van. Ze beginnen weer te prutsen aan mijn lijf en vooral aan bepaalde uitsteeksels waar een ander beter niet aan kan gaan prutsen tenzij het echt moet of als je er plezier in hebt.

 

Het moet.

 

Als ik me meld bij de afdeling urologie staat een ervaren (je denkt altijd dat ze ervaren zijn als ze wat ouder zijn) verpleegster me op te wachten. Het lijkt me een rustige dame en ze vertelt me dat ik mijn broek en onderbroek uit moet doen en me dan moet melden in de onderzoekskamer. Ik kleed me uit (wel in een apart kamertje, niet in de wachtkamer met alle andere patienten erbij) en meld me in de onderzoekskamer.

Ik heb zomaar  het gevoel dat ik er wat  raar uitzie: overhemd en trui aan en sokken en schoenen ook, alleen mijn broeken zijn uit.

De verpleegster kijkt me vriendelijk aan en lacht me in ieder geval niet uit. Een goed begin.

Vervolgens moet ik gaan liggen en ze vertelt me dat ze een slang in mijn penis gaat duwen.

Daar heb ik het niet op maar ze is al bezig.

Au.

Wat heb ik een hekel aan die kutonderzoeken en ik vloek binnensmonds.

De mevrouw heeft het vaker gedaan en ik tel mijn zegeningen. Voor hetzelfde geld heb je een jonge meid voor je die je zegt dat dit haar eerste dag is in het ziekenhuis en je vervolgens vriendelijk vraagt even uit te leggen waar je pikkie precies hangt en of je het even aan kan wijzen.

 

Nu moet ik me omdraaien en mevrouw doet twee slangen in mijn achterwerk. Daar spuiten ze water in. Ik denk, terwijl ze aan me zit te friemelen en te prutsen, nog: "zeker één slang voor het warme en de andere voor het koude water."

 

De mevrouw zegt me dat ik me moet ontspannen en sluit alles aan met wat draden op een indrukwekkend apparaat.

Ik lig er bijzonder ontspannen bij, als een krokodil die ze onder 2000 volt stroom hebben gezet en ieder moment dood komen schieten.

De mevrouw zegt dat ik niet moet persen, maar ik pers helemaal niet.

Dan concludeert ze nuchter dat de hele zaak niet goed is aangesloten en dat de slangetjes weer uit mijn echte slangetje moeten en andere slangetjes weer uit de kont. Daarna moeten ze er weer in.

 

Weer au.En ik denk: mooi kut.

 

Nadat ik opnieuw ben aangesloten blijkt alles nu wel goed te zitten. De mevrouw zet nu de kraan aan en ik moet aangeven wat ik voel: wanneer ik aandrang krijg, wanneer ik moet plassen, of het warm of koud aanvoelt en wanneer ik het echt niet meer kan houden.

Zo houden we elkaar gezellig een half uurtje bezig. In het gebied zuidelijk van mijn navel lijkt alles in de fik te staan.

Plotseling zegt de mevrouw dat het onderzoek klaar is en in een snelle handeling maakt ze alle slangetjes en draadjes los van mijn lijf.

Ik strompel, stiekum kreunend, terug naar mijn verkleedhok.

Ik moet er belachelijk uitzien.

 

Meer dan dertig jaar geleden kwam ik eens terecht op een nudistencamping. Het was steenkoud en voor het eerst zag ik echte nudisten in het wild.

De echte nudist, dat is een man of vrouw die bij slecht en koud weer zijn trui sokken en schoenen aanhoudt maar zijn broek uitdoet.

Geen gezicht en ik heb er indertijd een tekening van gemaakt.

Zo voel ik me nu ook: een nudist maar dan in een ziekenhuis.

 

                                       

 

2 reacties      Reageer

18-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (42).

Je bent In Den Haag geboren of niet.

 

Tien jaar oud was ik toen mijn oom en tante me meenamen voor een buitenlandse reis. Via Belgie, waar we het Nutsoorlogsmonument in Bastogne bezochten en via Duitsland en de Sint Bernhardpas kwamen we aan in Italie.

Mijn oom en tante deden alles om het zichzelf zo veel mogelijk naar de zin te maken: ze kochten onderweg een Duitse lederhosen en trokken me die aan. In Italie kreeg ik een marinepetje op mijn hoofd en ieder dag moest ik wat opschrijven in een dagboekje en het was de bedoeling dat ik dat uiteindelijk thuis zou laten zien.  
 

Eigenlijk herinner ik me niet zo veel meer van de reis. De meeste tijd lag ik in de auto te slapen, overweldigd door alle indrukken die ik te verwerken kreeg. En de rest van de tijd moesten er natuurlijk ijsjes worden gegeten en Pepsi Cola worden gedronken.

Als je 10 jaar bent maken de meeste dingen je niet zoveel uit maar ik weet nog wel dat er bij ons thuis een subtiel verschil werd gemaakt tussen het drinken van Coca- of Pepsi Cola. Pepsi was lekkerder.

Dachten we.

Zaterdagavond mochten de kinderen allemaal wat langer opblijven en als we gewassen waren kregen we allemaal voor het slapen gaan een ouderwets flesje Pepsi Cola.

 

Zo zaten we dan om de kachel heen met een schone pijama aan. 

Maar nu zat ik in Italie in het dorpje Loano aan de Middelandse Zee waar ik samen met mijn oom Jan op een waterfiets door de zee ploegde met de warme zon op mijn hoofd.

In La Spezia gingen mijn oom en ik naar een Italiaanse kapper. Mijn hoofd werd op dezelfde manier geschoren als het hoofd van mijn oom: de kapper had een grote hand en drukte die op je hoofd en alles wat onder hand zat schoor hij weg met zijn andere hand waar hij een indrukwekkend apparaat in vasthield. Van wat er over was aan haar maakte hij aan de voorkant een klein kuifje en een flinke scheiding en klaar was je.

Om het vacantiegevoel er goed in te houden maakten we met zijn allen een tochtje in een echte speedboot over het Comomeer en 's avonds aten we geroosterde worst met apart gebakken aardappeltjes.

 

                  
                                                         

 

0 reacties      Reageer

17-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (41).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

  Ik had nog meer ooms en tantes. Toen ik 10 jaar was namen mijn oom Jan en tante Dolly mij mee op vacantie naar Italie. Onderweg stopten we bij de watervallen van Chaffhausen, maar voor we daar waren was het wel een enorme rit naar onze bestemming.In die tijd waren er nog weinig vierbaanswegen
 

dus werd er veelvuldig gestopt om een hapje te eten of te drinken. Voor de lol verzamelde ik alle bonnetjes als een soort relikwie van de vacantie waar we allemaal geweest waren.

 

Voor mij was het de eerste keer dat ik in het buitenland 

  kwam en mijn broertjes en zusje waren wel even jaloers toen ze vernamen dat ik wel en zij niet mee mochten naar het verre buitenland, maar die jaloersheid was gauw over, zoals dat gaat bij kinderen, die gaan weer snel 
  over tot de orde van de dag en werken na een teleurstelling gewoon hun eigen programma weer af ongeacht wat de buitenwereld daarvan vindt. 

Het was ook wel bijzonder dat mijn oom en tante juist mij  mee wilden nemen op hun vacantie en mijn broertjes en zusje niet. Het heeft er ongetwijfeld mee te maken dat ze inzagen dat dit ventje geen slecht karakter had, in ieder geval niet veel slechter dan de rest van de kindertjes in het gezin, en in staat was op een ogenschijnlijk natuurlijke wijze zijn omgeving beleefd te benaderen.

Ik wil niet zeggen dat mijn broers en zusje wel een slecht karakter hebben, ongeacht wat anderen daar ook van denken of zeggen,  maar er moet toch voor mijn oom en tante een positief verschil opgemerkt zijn. Een andere reden kan ik niet verzinnen, ja nu vermoed ik dat oom en tante zelf geen kinderen op de wereld konden brengen en dat wel heel graag wilden, en nu hun ouderlijke neigingen op mij wilden botvieren.

Een andere reden kan ik me nu niet voorstellen. Een normaal mens gaat met tegenzin met zijn eigen kleine kinderen op vacantie, laat staan met die van een ander.

 

Maakt allemaal niet uit. Op mijn tiende stond ik wel met een romig Italiaans ijsje in mijn hand voor de scheve toren van Pisa.

 

                                           

 

1 reacties      Reageer

13-05-2010  [Frits von Stümpfkow.]

Nostalgie op de step. (40).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Naast mijn nieuwe oom Paul had ik nog meer ooms. Oom Loekie was de aardigste. Een zachtaardige, bedaarde man en hij woonde in die tijd samen met tante Paula en kinderen in Amstelveen.

 

(Zie ook: onder Archief 2008-2009, 27.6.2009: Oom Loek van de richel af)

 

 

Oom Loek, zo vertelden mijn ouders, was een druk man, hij had twee banen en was in zijn vrije tijd uitvinder. Natuurlijk wist ik wat een uitvinder was want we kregen thuis wekelijks de Donald Duck in de brievenbus en daar volgde ik de avonturen van Willie Wortel.

Mijn oom Loek zat vaak , ik geloof op zolder, te rommelen tussen allerlei spulletjes, zette wat in elkaar en haalde wat uit elkaar en volgens mijn moeder heeft hij ooit zelfs iets bijzonders uitgevonden, wat weet ik niet meer, maar helaas bleek het al uitgevonden te zijn.

  Ja, dat is natuurlijk vervelend en het risico van een uitvinder: ergens op de wereld zit er ook iemand iets uit te vinden. En daar had Willie Wortel ook last van: Willie had het niet alleen aan de stok met de Zware Jongens maar ook met zijn slechte rivaal:Arend Akelig, die officieel Arend Adelaar heette. Mijn ouders namen  weleens een defecte 
   

radio mee, die oom Loekie dan repareerde.

Tante Paula en oom Loekie woonden in een klein huisje en mijn ouders gingen met de vier kleinste kinderen uit ons gezin weleens Oud-op-Nieuw vieren in Amstelveen. We werden dan met zijn allen in dat kleine huisje gepropt en mijn tante Paula had dan twee dagen in de keuken gestaan en allerlei heerlijke hapjes gemaakt tot aan zelfgemaakte loempia's toe. Het was één volle en gezellige bak en het feest duurde tot diep in de nacht door totdat we na het laatste kussengevecht met neefjes en nicht met zijn allen opgewonden maar toch moe in slaap vielen.

De volgende dag vertrokken we dan weer en dan kon mijn oom Loek weer verder gaan met zijn passie: het uitvinden van van alles en nog wat.

Dat moet vast vaak gelukt zijn maar, ik vermoed, ook vaak mislukt......

 

                              

                                  Net zoals bij de echte Willie Wortel.

 

1 reacties      Reageer

12-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (39).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

 

Salvador Allende.

Mijn tante, die op haar oude dag ineens met een man aan kwam zetten. Dat wekte wel verbazing. Het was een wat bitse tante die in mijn herinnering alleen maar eenzaam op haar kamer zat met de gordijnen gesloten. Ze had nooit eerder een man gehad en dat kon ik wel begrijpen.

Nu had ze er eentje aan de haak geslagen. Een nette heer, strak in het pak en ook al behoorlijk op leeftijd.

De man bleek bij de Orde van de Vrijmetselaars te behoren. Ik heb weleens heimelijk een gesprek afgeluisterd tussen mijn tante en nieuwe oom en mijn ouders waarin de Vrijmetselarij aan de orde kwam. Ik hoorde mijn oom zeggen dat het om "ware vriendschap ging" en dat die werd bezegeld in de Orde.

 

David Crockett.

En hij was in geen slecht gezelschap, bleek mij later wel: Salvador Allende was ook een Vrijmetselaar.

Daar kwam ik pas veel later achter want Allende was in de eerste plaats voor mij de president van Chili, en vermoord en toevallig was ik in de zeventiger jaren werkzaam in het op de avond van de moord accuut opgerichtte plaatselijke Chili-Comité van de Wereldwinkel.

 

Als kind wilde ik later tramconducteur worden. Maar woudloper was ook goed. Er zijn geen beroemde tramconducteurs die zich bekeerd hadden tot Vrijmetselaar maar wel een woudloper waar ik als kind erg tegenop keek: David Crockett.

 

Nat King Cole.

Ik geloof niet dat mijn ouders erg veel op hadden met het Vrijmetselaarschap van hun verse zwager. Dat lag niet aan die man, het leek me een sympathieke heer en ik vond het onbegrijpelijk wat hij in mijn tante zag en dat kon me ook eigenlijk geen moer schelen, neen, het lag meer aan het feit dat mijn ouders sowieso weinig op hadden met andere geloven of overtuigingen.

Mijn vader had thuis een bandrecorder staan met daarop wat Amerikaanse muziek. Ook van Nat King Cole.Vond hij prachtige muziek. 

Toen ik later groot geworden was en mijn zakgeld veranderd was in loon en salaris heb ik alles van die zanger aangeschaft.

 

 

Die lome, slome, heerlijke en tijdloze muziek van Nat King Cole.

Inderdaad: ook een Vrijmetselaar.

 

Ik draai de muziek nog vaak en steeds weer moet ik denken aan de vijftiger jaren, de bandrecorder van mijn vader en de zeventiger jaren toen plotseling een nieuwe oom zich meldde aan de arm van mijn opgeleefde tante.

 

1 reacties      Reageer

11-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (38).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn opa woonde op loop- en stepafstand in de Acaciastraat. Ik kwam liever niet bij hem. Het huis was altijd donker, de gordijnen gesloten en opa zat altijd met zijn hoofd in zijn handen treurig te suffen en als hij opendeed vroeg hij zich hardop af wat je kwam doen.

In hetzelfde huis woonden zijn twee dochters. In kamers achterin het huis waar ik ook liever niet kwam. Mijn twee tantes kwamen niet vaak uit hun kamer en ik haalde het me helemaal niet in mijn hoofd me daar in de buurt op te houden.

Toen opa overleden was bleven die twee hekserige tantes in het duistere en sombere huis wonen, ze kwamen niet veel buiten behalve als ze naar hun werk moesten. Ze zaten allebei in het onderwijs en waren niet aan de man. 

 

In die tijd was er een heel klein chinees-indisch eettentje op het Beukplein aan het eind van de Acaciastraat. Het restaurantje heette Tong San en in de keuken stond een oude, vriendelijk ogende Chinees die kennelijk heerlijk kon koken en in een huiskamertje een paar formica tafeltjes had neergezet waar je dan aan kon plaatsnemen.

Naar Tong San gingen mijn tantes regelmatig om een maaltijd te nuttigen.

Ergens in de 70er jaren ontdekte één van mijn tantes dat in dat eettentje iedere dag aan een tafel in een donker hoekje een man eenzaam aan het eten was die steevast hetzelfde gerecht bestelde als zij:

 

                                 

 

                                       Gado Gado met Longtong.

 

Ze raakten aan de praat en tante en de hongerige nieuwe heer kwamen er achter dat ze allebei in de Acaciastraat woonden en vrijwel iedere dag hier een hapje kwamen eten. Al snel had mijn tante een idee: zou het niet gezellig zijn als de heer zijn maaltje bij tante thuis kwam opeten?

 

En zo gebeurde het dat mijn tante op haar oude dag met een oude maar toch ook verse oom ons bezocht: oom Paul.

Ze trouwden.

Een gedistingeerde man met een pak aan die lid was van de Vrijmetselaars. Ik dacht even dat hij een omgeturnde bouwvakker was maar dat bleek niet het geval.

Hij was gek op Gado Gado met Longtong maar ook op sambal goreng boontjes, en inmiddels ook op mijn tante.

 

Zo zie je maar: op ieder potje past een deksel. Zelfs op het potje van mijn tante. 

         

 

1 reacties      Reageer

10-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (37).

 

Je bent In Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren had je nog allerlei speciaalzaken. Supermarkten waren er niet veel. Je had vele soorten bakkerijen en banketbakkers, slagers, poeliers, viswinkels en tabakszaken.

Sigaretten werden zelfs aan huis bezorgd. Eén keer per week kwam er een man langs  die "Rajab" werd genoemd. 

 

Hij had een kist om zijn nek hangen met daarin allerlei rookwaren. Mijn vader kocht dan altijd een paar pakjes "Old Mac" voor een paar dubbeltjes per stuk.

Vroeg in de ochtend stak hij eerst een Old Mac op maar niet nadat hij zich had opgefrist en zijn haar had ingesmeerd met Brylcreem. 

Het haar glansde van het vet en hij kamde het vervolgens geheel naar achteren. Ik vermoed dat hij nog wat after shave opdeed, waarschijnlijk van het merk Old Spice, maar dat weet ik niet meer zeker, en was toen klaar om naar zijn werk te gaan.

 

En ach, wat had een man nog meer nodig naast zijn sigaretje en zijn geurtje? Af en toe een biertje.

Eind vijftiger jaren dronk mijn vader aan tafel op zeker moment af en toe één flesje bier.

Jaren later, toen we alweer weg waren uit Den Haag dronk pa weleens een borreltje. Van Bokma, uit zo'n typisch vierkante fles.

Mijn vader had een bijzondere manier van aansturing van zijn kinderen. Zo gebeurde het dat hij keihard naar boven mijn broer Arie riep dat hij zich moest melden bij zijn vader. Als Arie dan beneden was dan gaf mijn vader Arie opdracht om zijn broer Frits te roepen dat hij zich moest melden.

 

Arie dus naar boven met de mededeling dat ik bij mijn vader moest komen.

 

Als ik vervolgens bij pa was aangekomen vroeg hij wat ik uitspookte en of ik wel bezig was met mijn huiswerk en nu ik hier toch was: "Haal De Vierkante Lummel even uit de ijskast."

 

Zo noemde hij de fles jenever: De Vierkante Lummel.

 

0 reacties      Reageer

07-05-2010  [Gert Pruimhof.]

Herinnering schiet in mijn rug.

Deze week kwam ik in de supermarkt bij het afrekenen een mevrouw tegen die me spontaan vertelde dat ze nooit in haar leven getrouwd was geweest.

Nou overkomt het me nooit dat wildvreemde mensen mij in een supermarkt spontaan beginnen uit te leggen wat voor soort relatie ze al dan niet hebben, maar nu dus wel.

Ik stond met een karretje gevuld met boodschappen in de rij achter de kassa te wachten en voor mij stond de bewuste dame. Ze was bezig haar spulletjes op de lopende band te zetten en stootte met die bezigheid per ongeluk mijn karretje aan. Ze had nogal een dikke kont.

Ze excuseerde zich en wierp tegelijkertijd een snelle blik in mijn karretje. Ze zag dat ik een klein zakje sla erin had gelegd, duidelijk bedoeld voor één persoon.

Bella was een dagje weg dus ik had aan een klein beetje sla genoeg. Ook lag er één klein biefstukje in.

 

"Nou, dat is toevallig", zei de mevrouw met de dikke reet, "ik heb ook een biefstukje met wat sla! Lekker hoor! En genoeg als je alleen bent!"

Ze vervolgde haar verhaal: "Ik ben niet getrouwd, nooit de ware tegengekomen."

 

Die opmerking deed me herinneren aan het ziekenhuis. Daar zei een oudere zuster hetzelfde tegen mij toen ik midden in de nacht een spuit van haar kreeg.

 

De herinnering schiet me weer in de rug en deed me denken aan een kaart die ik ooit ontving:

 

                                      

 

1 reacties      Reageer

06-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (36).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

 

  Steppend door Den Haag probeerde ik alle liedjes te onthouden die ik één keer per week hoorde op de radio.Mijn oudere broer luisterde ook altijd mee en schreef alles wat hij gehoord had op in een schriftje. Die gewoonte begon ik langzamerhand van hem over te nemen en tot op de dag van vandaag houd ik alles bij wat ik hoor aan mooie muziek. In mijn "tienertijd" nog (het programma waar we naar luisterden heette niet voor niets Tijd voor Teenagers.)
   
 

hielden mijn broer en ik allerlei lijstjes bij van de Billboard Hot 100 uit Amerika en we hadden onze eigen lijstjes met de beste platen die er volgens ons op dat moment op de radio draaiden, met als het even lukte de naam van de componist erbij en andere wetenswaardigheden. Als ik die schriftjes nu doorblader moet ik nog besmuikt glimlachen om het kromme Engels en de totaal verkeerd geschreven namen die ik als jongetje opschreef. Engels sprak ik nog niet dus je gokte een beetje op basis wat je hoorde hoe de naam of het nummer werd uitgesproken op de radio.

Soms bleef een nummer, als je maar lang genoeg oefende, hangen in je hoofd en kon je het een beetje meeneurien of zelfs wel meefluiten op een zonnige  

 

 
 

onbezorgde lentedag, zoals Singing the blues van Guy Mitchell. 

 

Alle artiesten zou ik echt gaan ontdekken toen ik wat ouder werd en mijn eerste zakcenten kreeg. Daarvan kocht ik natuurlijk singeltjes die ik nog steeds heb bewaard. Ze zien er hier en daar wat beduimeld uit maar ze draaien nog steeds op een ouderwetse pickup en je hoort  hier en daar een  goede ouderwetse kras. 

Nu heb ik een grote verzameling muziek uit de vijftiger en zestiger jaren, blues, alles van Johnny Cash, Champion Jack Dupree en een illlustere verzameling Spaansachtig repertoire. 

De eerste deuntjes kwamen min of meer bewust binnen toen ik een jaar of zes was en naarmate ik ouder werd  begonnen ze zich vast te roesten in mijn leven. De eerste keren dat ik Elvis hoorde was een openbaring voor me. Ik kon haast niet geloven dat je zulke muziek kon maken.   

En dan zo'n stem van Brenda Lee!Maar de meeste indruk maakten allerlei bandjes op me waarvan ik niets kon verstaan laat staan begrijpen.

Maar de muziek was wel vreemd en maakte je nieuwsgierig.Bijvoorbeeld Alley Oop van the Hollywood Argyles.Juist omdat ik er niets van snapte, maar de muziek wel een meeslepend ritme had bleef je elke week wachten

 
voor de radio in de hoop dat ze het nummer nog een keer zouden draaien.  (Champion Jack Dupree. Daarboven: The Hollywood Argyles.) 
   
 

0 reacties      Reageer

05-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (35).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Eén van de mooiste herinneringen die ik heb aan de vijftiger jaren is wel het luisteren naar de muziek die uit de bakelieten radio schalde die in de achterkamer stond van ons huis in de Goudenregenstraat.

 

Voor de rest had die radio voor mij geen nut. Mijn vader wilde altijd op zondag naar G.B.J.Hilterman luisteren die in een kwartiertje de toestand in de wereld besprak. Iedereen moest dan stil zijn en mijn vader maakte op mij  ernstig de indruk dat hij het allemaal begreep.

Dat kwartiertje duurde altijd behoorlijk lang, je mocht helemaal geen geluid maken en terugdenkend vind ik het nog steeds knap hoe die man in zo'n kort tijdsbestek de hele toestand in de wereld kon beschrijven zonder dat je er iets van begreep.

Maar hij deed dat ook met zo'n vanzelfsprekendheid dat het niet anders kon zijn dat inderdaad de toestand in de wereld zo was zoals hij verkondigde.

Later begreep ik wel dat het nogal een eigenwijze man was met behoudende pro-Amerikaanse meningen die vond dat er op de wereld maar twee meningen bestonden: de zijne en de verkeerde.

 

Neen, de radio was voor mij een exotisch apparaat waaruit muziek kwam uit verre oorden. Ik luisterde samen met mijn grotere broers naar Tijd voor Teenagers en hoorde daar voor het eerst de nummers van 

 Freddy Cannon
 
The Fouryo's (zeg niet nee ee ee ee! Zeg niet nee ee ee ee, als ik vraag om een zoen zeg dan niet nee niet doen, maar zeg ja!)
 Connie Francis
 En natuurlijk Elvis Presley.

Maar de grootste was toen al voor mij Johnny Cash. Een beeld had ik niet van die man maar wat zong hij prachtig en droevig. En wat was dat land ver weg waar hij zong.

Met mijn oor aan de radio gekluisterd nam ik mij voor dat er ooit, ooit als ik groot zou zijn en rijk, eens een dag zou komen dat ik alles zou kunnen kopen van Elvis en van Johnny Cash.

                                            

                                       

 

                                                   

 

0 reacties      Reageer

04-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (34).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn broertje en ik sliepen in de Goudenregenstraat op één kamer. We bewoonden het niet zo grote huis met 7 kinderen, exclusief mijn ouders, dus iedereen had maar een klein plekje.

Mijn vader had zelf voor ons een bed in elkaar geknutseld waarin je boven en beneden kon liggen. Ook was er een soort kastje in geprutst waarin speelgoed kon worden opgeborgen. Het was allemaal vrij gammel maar slapen lukte redelijk.

Het bed had een spiraal, gemaakt van oude zwarte binnenbanden van fietsen, die mijn vader ergens voor niets op de kop had getikt en die hij met spijkers aan de bedden had bevestigd.  Het veerde goed door en hier en daar stak nog een stukje spijker uit. Dus je moest met beleid gaan liggen.

Uiteraard kregen mijn kleine broertje Arie en ik ruzie wie er boven moest gaan liggen, allebei wilden we dat wel, je had een mooi uitzicht en je kon richting je broertje allerlei dingen naar beneden gooien.

Boven liggen was geliefder dan beneden liggen hoewel je beneden weer met je benen het bovenste bed flink kon raken en zo al schoppend je broertje uit de slaap kon houden en als je goed richtte je broer bijna uit het bed kon kegelen.

 

Bij ruzie was het veelal zo dat mijn vader ons allebei straf gaf. Ook al was jij niet begonnen of had jij geen schuld: mijn kleine broertje kreeg straf omdat hij toegaf begonnen te zijn met ruziemaken en ik omdat ik de oudste was en beter moest weten.

Als ik dan eens een keertje de schuld op me nam (terwijl dat niet het geval was) om te kijken wat dan het resultaat zou zijn kreeg ik toch straf want ik gaf toe begonnen te zijn en mijn broertje ontliep de straf want hij had immers niets gedaan!

Omdat mijn broertje vrij lang in zijn bed plaste moest hij beneden liggen maar al heel gauw gaf hij aan dat er van bedplassen geen sprake meer was en begon hij te zeuren dat hij boven wilde liggen en mijn ouders wilden het wel proberen al was het alleen al om van het gezeur van hem af te zijn.

Maar Arie was nog lang niet uitgeplast en zo gebeurde het dat zijn urine door de fietsenbanden 's nachts naar beneden druppelde. En wie lag daar? 

 

Mijn oudere broers hadden al snel een naam voor hun kleinere piesende broertjes gevonden. Eerst werd ik, toen ik nog niet zindelijk was, door ze gepest. Later mijn broertje Arie die aanmerkelijk langer onzindelijk bleek.

 

We werden "PIESMAARRAAK" genoemd.

En al die pies kwam uit je "PIEKIEKIE." 

 

Wat een kind ook allemaal moet meemaken!

 

                                    

            Arie von Strümpfkow, jaaaaren later en ondertussen droog.

 

0 reacties      Reageer

01-05-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (33).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn broertje en ik deelden een kamer aan de voorkant van het huis op de Goudenregenstraat.

's Ochtends vroeg hoorde je de tram knarsend langskomen en 's avonds moesten we om half acht naar bed. Ik herinner me dat mijn ouders dan weleens de radio aan hadden staan en met vrienden of familie naar het verslag luisterden van een voetbalwedstrijd. Meestal waren dat de interlands tussen Belgie en Nederland die in de vijftiger jaren eindigden met de gekste uitslagen.

Zo won Nederland eens in april 1958 van Belgie met 7-2 om vervolgens ongeveer een jaar later weer met 9-1 te winnen. Mijn vader hoorde ik bij iedere goal schreeuwen van vreugde en mijn broer Arie en ik lagen dan stil te luisteren in ons bed.

Illustere voetballers stonden er in het Nederlands elftal, de meest bijzondere man vond ik Eddy Pieters Graafland, de keeper.

 

In die tijd kon je nog eeuwig terugspelen op de keeper die dan een wandelingetje maakte door het strafschopgebied en onderweg de bal vele malen liet stuiteren. Net zolang tot de scheidrechter riep dat hij een beetje op moest schieten en dan gaf Eddy de bal een peer naar voren.

En als er goed moest worden tijdgetrokken dan was de bal natuurlijk zo weer bij de ausputzer (Cor van der Hart) die hem dan weer eindeloos terugspeelde op Pieters Graafland. Die ging vervolgens weer een wandelingetje maken door zijn strafschopgebied, stuiterde de bal weer wat op en neer en als hij er dan zelf genoeg van kreeg gaf hij de bal een enorme schop naar voren waar Faas Wilkes klaar stond om er iets moois mee te doen.

                     

                    2e van links staand: Eddy Pieters Graafland, geheel

                    rechts staand: Cor van der Hart en zittend 2e van

                    links: Faas Wilkes.

 

Veel stelde het Nederlands elftal niet voor in de vijftiger jaren. Er zaten goede voetballers in maar ze wonnen meestal alleen van de Belgen of van de Luxemburgers.Ik geloof dat een half jaar na de wedstrijd tegen de Belgen Nederland een pak slaag kreeg van Duitsland van 7-0 of zoiets.

 

Maar in ieder geval werd in dat stapelbed, luisterend naar de geluiden uit de woonkamer, mijn interesse gewekt voor wat later de belangrijkste bijzaak zou worden in mijn jongensjaren: voetballen.

 

 

2 reacties      Reageer

30-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (32).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Koninginnedag kwam op deze vrije dag altijd even op televisie. Niet iedereen had t.v.maar wij wel. Dus maakten we via dat medium al snel kennis met de Koninklijke familie.

Als kind reeds vertrouwde ik de hele al zaak niet. De koningin ging met het gezin op het bordes staan van paleis Soestdijk en liet zo haar onderdanen langskomen met gebakken koeken, vlaggetjes, taarten en veel bloemen. Prins Bernhard stond er verveeld bij te kijken, lurkte wat aan zijn pijp en was duidelijk met frisse tegenzin op dat bordes gaan staan. Toen wisten we nog niet, althans het volk wist van niets, dat hij in zijn gedachten druk bezig was met andere bezigheden: het hier en daar lospraten van steekpenningen en het her en der verwekken van kindertjes. Maar nu moest hij even hier zijn en minzaam naar zijn onderdanen lachen.

Die sufferds. Die zouden hem later nog fijn pesten met allerlei koekhapfestijnen en het demonstreren van oude ambachten. Ging allemaal van zijn eigen kostbare tijd af waarin hij even niet kon stoeien met een paar mooie dames uit Afrika of een olifant kon omleggen onder het genot van een alcoholische versnapering.

 

                         

 

De prinsessen vond ik ook maar vreemde wezens. Ze hadden dikke benen, een bekakt accent, vreemde gebakken haren en eentje was half blind.

Juliana leek me eveneens een rare vrouw, ze zwaaide wat naar iedereen en keek af en toe verwilderd op naar haar man. Eigenlijk is het best te begrijpen dat ze, volgens insiders, de hele dag wat aan de Campari zat te nippen.

Ik heb ook later nooit begrepen dat deze mensen door erfopvolging een beroep konden doen op onze belastingcenten en er lekker van konden, en nog steeds kunnen, leven.

 

Al met al een bizarre, geldverslindende poppenkast en volledig uit de tijd.

 

Mijn ouders waren koningsgezind, dus thuis geen kwaad woord over Juliana of Bernhard. Op 30 april werd de vlag aan ons huis in de Goudenregenstraat uitgehangen met een oranje sjerp eraan en op vele plaatsen in de straat hadden de mensen hetzelfde gedaan.

 

Als kind interesseerde je het allemaal niet zoveel. Als je ouders dat nou leuk vonden? Nou en? 

Het is nog steeds niet anders. Net als het weer en voor Balkenende geldt dat hetzelfde voor de Koninklijke familie. Je kunt er over zeggen wat je wilt, er verandert niets en het had en heeft allemaal totaal geen invloed behalve dat je niet naar school hoefde. 

 

2 reacties      Reageer

28-04-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas. (7).

 

 

 

                

 

0 reacties      Reageer

26-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (31).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Er zijn van die dingen die gebeuren in het leven van een kind waar je niet bij stilstaat maar waar je eveneens niets van begrijpt. Ik heb nooit een officiele oma gekend. Beide oma's waren al overleden toen ik werd geboren.

Maar mijn opa van de Koningsstraat was wel getrouwd. Je zou zeggen met oma, maar neen, die oma moesten we "Tante Net" noemen. Waarom? Geen idee.

Zo rond mijn 12 levensjaar vertelde opa mij dat ik nu op een leeftijd was beland dat ik de dingen kon zien. Dat ik ze een beetje in de gaten kreeg.

Je leest en hoort het wel vaker. Opeens maak je als kind iets mee waarvan je denkt dat er iets niet klopt. Wat weet je niet, maar het is niet in orde.

 

There is something wrong here. Zo'n gevoel, maar dan in het Nederlands.

 

Ik had een aantal tantes, op de meeste was ik niet bijzonder dol, ik vond het maar vreemde dames. Behalve mijn tante Paula, daar kon ik het wel mee vinden.

Nu had opa ook een tante en daar was hij mee getrouwd. Maar van mijn vader moesten we haar zoals gezegd tante Net noemen. Hij was natuurlijk niet echt met zijn tante getrouwd, neen, de mevrouw noemden we tante. 

Waarschijnlijk omdat zij door mijn vader niet als (schoon)moeder werd gezien. Maar zeker weet ik het niet.

Opa was twee keer eerder getrouwd geweest en beide keren waren zijn vrouwen overleden.

Op de een of andere manier was er een afstand tussen tante Net en ons gezin. Wie noemt nu ook een oma tante?

There was something wrong there.

Maar wat?

Het is niet meer duidelijk te achterhalen.

We noemden de keurige mevrouw tante Net omdat het zo moest. Om het helemaal ingewikkeld te maken werd opa Opa Vader genoemd, terwijl het mijn vader niet was maar mijn opa! Dat vader had men achter opa geplakt omdat na de oorlog opa veel bij ons thuis was en door iedereen als vader werd gezien omdat onze natuurlijke vader allerlei bezigheden had in de oorlog in Indonesie.

Kinderen kan je alles wijsmaken zelfs dat je opa met een tante is gehuwd en dat hij niet alleen je opa is maar ook nog je vader.

 

                                  .

                                              Tante Net en Opa Vader. 

 

1 reacties      Reageer

24-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (30).

 

In den beginne schiep God de hemel en de aarde.

De aarde was woest en ledig en duisternis was op de afgrond.

En de Geest Gods zweefde over de wateren.

En God zeide: Daar zij licht!

En daar werd het licht. 

 

Twee keer per week las mijn opa voor uit de bijbel aan een gezelschap mensen dat bij hem op bezoek was. Als kind was ik daar ook weleens bij.

Dat waren lange uren die ik draaiend op een stoel moest doorbrengen  en zonder geluid te maken.In het bijzijn van ouderen was je als kind in die tijd veroordeeld tot stilzitten en je kop houden. 

De teksten die opa voorlas wekten allerlei magische beelden bij me op van hemelse engeltjes die in hun blootje rondvlogen, trossen druiven naar binnen werkten maar ik begreep er eigenlijk geen fluit van.

Als er kinderen bij waren dan las mijn opa teksten voor die de kleintjes enigszins zouden moeten kunnen begrijpen.

Ik was er eens samen met mijn zusje en opa droeg met gedragen stem voor het verhaal dat er in het begin totaal niets was op aard.

Het was muisstil als er voorgedragen werd uit de grote statenbijbel.

Dat moest een saaie boel geweest zijn, bedacht ik me.Helemaal niks! Er was niks op de wereld! Ik kon het me niet voorstellen.

Het was ook nog stikdonker en alles was woest maar God zorgde ervoor dat er licht kwam. (Ik heb het nog steeds over de aarde, niet over de kamer waarin we allemaal zaten). 

Zomaar!

Handig hoor, tegenwoordig moet je daar de afdeling Openbare Werken van de gemeente voor bellen en een verzoek indienen en een paar jaar later na een of twee bezwaarschriften heb je dan een lantaarnpaal in de straat staan.

Bij God ging dat gemakkelijker.

Tijdens die bijeenkomsten had je alleen je gedachten. Verder moest je stil zijn en proberen te begrijpen wat opa zei want het kon plotseling gebeuren dat hij dan aan jou als kind vroeg of je het wel begrepen had.

Gelukkig stelde hij een vraag aan mijn zusje nadat hij net de hele zaak nog wat ingewikkelder had gemaakt.

Opa las voor:

 

"In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God."

 

Toen vroeg opa ernstig aan mijn zusje: "Begrijp je dat?"

"Ja hoor", zei mijn zusje, "dat snap ik wel."

Hoe kon ze dat nou snappen? Dacht ik. Dat is toch niet te snappen?

Steevast werd opa dan wat bozig en antwoordde dan dat het niet mogelijk was dat te begrijpen, dat het voor ons gewone stervelingen onmogelijk was het woord Gods te begrijpen!!

 

O Pardon.

 

Een volgende keer vroeg mijn opa dan weer aan mijn zusje of ze iets onbegrijpelijks had begrepen. Mijn zusje ook niet (toen nog niet tenminste)  achterlijk, dacht nu slimmer te zijn en antwoordde inderdaad dat ze er niets van begrepen had.

Nu werd opa weer wat kwaaierig en hij vroeg of ze wel goed had geluisterd!

Zo was het dus nooit goed met de bijbel en het Woord Gods.

En wat is het resultaat?

Ik geloof nergens in en mijn zusje, denk ik ,ook niet.

 

En dat terwijl mijn opa altijd zei dat God hem de mogelijkheid had gegeven een tipje van de sluier op te lichten:

 

"En het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken dat men (nog) niet ziet."

 

Hebr.11.1.

 

2 reacties      Reageer

23-04-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas. (6).

 

 

 

                    

 

0 reacties      Reageer

22-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (29).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Als kind ben ik een paar keer met mijn ouders naar het dierenpark geweest in Wassenaar. Sedertdien ben ik geintrigeerd door alle beestjes, mits ze achter de tralies zitten. In mijn leven heb ik heel wat dierentuinen bezocht en de meest vreemdsoortige beesten in de ogen gekeken en hun gedrag bestudeerd.

Maar ze moeten wel achter tralies blijven.

Een huisdier is niets voor mij.

Honden, het zijn wandelende schijtfabrieken die op de meest ongelegen momenten blaffen en een kunstje kunnen je ze niet leren zoals het inschenken van een glaasje bier bijvoorbeeld. Katten, heb je al helemaal niets aan, liggen maar wat te stinken en als je niet uitkijkt geven ze je een klauw over je gezicht.

Dieren die een beetje zijn bewerkt prefereer ik echter wel degelijk. Een lekker gebakken visje, een gehaktballetje.....heerlijk!

In Den Haag hadden we geen huisdieren maar kennelijk heeft ieder kind op zeker moment de behoefte in zijn jonge leven om iets knuffelbaars te bezitten. Zo kwam het dat mijn broertje en ik op een dag een hamster kregen.

We hadden verzonnen dat we het diertje wat kunstjes konden leren zodat we ermee naar het circus konden.

 

In de achtertuin hadden we twee stokje in de grond gezet, ongeveer een meter hoog en daar een draadje tussen gespannen. We hadden gehoord dat als je maar oefent je het diertje zover kon krijgen dat hij over het draadje kon wandelen.

Dus mijn broertje en ik zetten het hamstertje aan de ene kant en gaven hem wat zetjes zodat hij aanstalte zou gaan maken om over het draadje te gaan wandelen.

                                      

Na een kwartier hadden we nog geen beweging in het beest gekregen en het begon ons nu wel lang te duren. Na ongeveer een half uur gaven we het beestje een wat harder zetje en inderdaad, hij liep een paar centimeter over het dunne koord!

Toen keek hij me wat vertwijfeld aan en kukelde van het koord af pardoes op de grond. Er sijpelde wat bloed uit zijn neusje. We haalden direct onze moeder erbij die met een treurige blik constateerde dat ons hamstertje dood was.

 

Huisdieren? Niks voor mij. En dat schrijf ik zo maar op in een tijd dat we een Partij voor de Dieren hebben èn een groot nieuw schrijverstalent.

Wat heeft dat met elkaar te maken?

Ik zal het zeggen:

toevallig lees ik vanochtend in de Volkskrant een stukje van Arnon Grünberg. Ik citeer een stukje:

 

"Honden kakken op straat, huisdieren weigeren Nederlands te praten. Ik zeg: ze willen niet. Omdat we al decennia te soft zijn voor dieren.

Een corrigerende tik met de hamer, af en toe een naald in het oog steken, dat doet wonderen.

Mijn hond maakt gebruik van het mensentoilet. Ik heb daarvoor drie van zijn poten moeten breken, maar hij zal zich voor de rest van zijn leven aanpassen.

We moeten ons niet langer wijsmaken dat de cultuur van de dieren gelijk is aan de onze.

De verdierlijking van Nederland moet stoppen."

 

Mijn moeder begroef ons dode hamstertje op een plekje achter in de tuin en legde een steen op het grafje. Ik ben nooit meer in de buurt geweest van die plek en ik was voor altijd genezen van het idee dat huisdieren leuk zijn en dat je ze kunstjes kon leren. 

 

1 reacties      Reageer

21-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (28).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

 

 

Steppen door Den Haag van de jaren vijftig was een hele belevenis.

Ik was ons huis nog niet uit op de Goudenregenstraat of om de hoek kwam ik een brievenbus tegen. Vroeger werden er nog brieven geschreven. Deze stond naast een telefooncel want er waren nog maar weinig mensen die een telefoon thuis hadden. Soms zag je een rij mensen voor de cel staan die geduldig wachtten op hun beurt, de mannen trekkend aan hun Old Mac-sigaretje.. 

 

Op de hoek van de Laan van Meerdervoort en de Goudenregenstraat kwam om half acht 's ochtends en om 5 uur 's avonds een verkeersagent het verkeer regelen. Behalve in het weekend.

Hij nam zelf zijn verkeersbord onder de arm mee, logisch, zelfs tegenwoordig dragen agenten nog steeds zelf hun pistool en hoeven ze daar geen secretaresse voor aan te nemen

Er zat een hendel aan het bord waarmee hij kon aangeven dat er gestopt moest worden en groen betekende doorgaan.

Elke keer als hij aan de hendel trok floot hij hard op zijn fluitje.

 

Langzaam maar zeker verdween het handwerk en er kwam een moment dat het Haagse straatbeeld gekenmerkt werd door knipperbollen.

Het verkeer moest zichzelf regulieren en de knipperbollen waren er om je te waarschuwen dat je uit moest kijken. 

 

Tenslotte plaatste men verkeerslichten. Dat was een moderne uitvinding maar er ging vaak een verkeerslicht stuk. Dat moest dan weer gemaakt worden en ik heb verschillende keren een man op een ladder zien prutsen aan zo'n licht.

Tegenwoordig gaat dat alles volautomatisch: de lichten worden geplaatst en de aansluiting op een computer maakt dat alles werkt.

De verkeerslichten staan er nog steeds op de kruising. (Neen, niet deze, in de loop van de tijd zijn ze gemoderniseerd). 

 

Onderweg naar mijn opa kwam je af en toe een ANWB-bord tegen dat aangaf hoe je in het centrum moest komen. Soms hadden ze er een bord bovenop geplakt waarop stond dat het verboden was lawaai te maken, dat betekende dat er een ziekenhuis, een mortuarium of een gekkenhuis in de buurt was gevestigd.

 

Wat een tijd vergeleken met de pokkenherrie die men nu overal en onbeperkt kan produceren! 

0 reacties      Reageer

20-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (27).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren keken we vrijwel geen televisie. Als kind speelde je op straat en ik had een stepje waarmee ik in de buurt wat rond kon steppen en af en toe stepte ik naar mijn opa naar de Koningsstraat.

Andere kinderen hadden een hoela-hoep: een hoepel die je om je middel deed en door flink met je kont te draaien kon je de hoepel dan rond je lichaam in balans houden.

Ik herinner me dat we in de zestiger jaren een spel cadeau kregen dat heette Twister. Je moest een plastic mat uitleggen met daarop allerlei gekleurde ballen getekend en het spel gaf aan met welk been of met welke hand je op welke ronde bal moest gaan staan. Zo kon het gebeuren dat je met je linkerbeen links in de hoek op een rode bal moest staan en met je rechterhand rechts in de hoek op een gele bal. Je broertjes en zusjes moesten ook ergens op gaan staan net zo lang totdat iedereen vreselijk door elkaar heen stond gekronkeld. Wie het eerste viel had verloren.

 

Als we bij mijn opa waren in de Koningsstraat verzon mijn opa zelf een spel en de essentie was dat je voor de gek werd gehouden. Nu worden alle kinderen in het serieuze leven voor de gek gehouden dus dat is niet zo vreemd, maar zelfs in het spel werd je voor aap gezet.

Het ging als volgt: iemand werd op de gang gezet en moest na ongeveer  1 minuut zich melden in de kamer waar mijn opa zat en mijn overige aanwezige broertjes en zusjes.

Degene die op de gang had gestaan moest een voorwerp raden:

"Is het de klok?" Iedereen riep : "neen!"

"Is het opa's stropdas?" Iedereen riep weer "neen!!"

En jij, die op de gang had gestaan moest ook meeroepen.

Dan zei opa: "Is het soms het theekopje op tafel?"

Ik had op de gang gestaan en had geen benul maar moest ja of neen roepen. Ik gokte maar wat en meestal verkeerd. Ik riep neen. Maar het hele gezelschap riep:" Ja!"

Dan keek iedereen naar opa en die gaf het verlossende antwoord: het was inderdaad het theekopje.

Ik snapte er geen snars van.

Wat bleek later?

Op het moment dat ik op de gang stond sprak opa in de kamer met de rest van het gezelschap af dat als hij een bepaalde beweging zou maken, bijvoorbeeld even krabben op zijn hoofd, of even peuteren in zijn neus, en hij zou direct daarna het voorwerp noemen, dan was het antwoord ja. Maar degene die op de gang stond kende die afspraak niet!

Zo werd je dus voor de gek gehouden tot grote hilariteit van de rest van je broertjes en zusjes.

 

  Ik heb het niet op spelletjes. In de zestiger jaren kregen we weleens van mijn ouders allemaal een spel cadeau. Uiteraard hadden we Mens Erger Je Niet in huis maar daar speelden we weinig mee vooral omdat mijn vader er niet veel aan vond en steevast zei dat hij zonder het spel al genoeg had om zich aan te ergeren. Maar wel "vlooiden" we veel. Een suffig spel waarin het de bedoeling was met een kunststof soort muntje een ander muntje op te lichten en in een bakje te schieten. Later kregen we nog een variant van dat gevlooi in huis en dat was het spel Vliegende Hoedjes.
 

Ik weet niet meer hoe het precies in zijn werk ging maar dan moest je weer een hoedje ergens in laten zeilen, op een vernuftige manier, zodat het door de lucht in een bakje vloog. Het was een precisiespelletje en al snel beet je op je tong van spanning en concentratie.

Eigenlijk werkte al die spelletjes je mateloos op je kinderzenuwen en eigenlijk was het niet zo leuk als dat je dacht dat het zou worden, de spanning was vaak te snijden want iedereen wilde natuurlijk winnen en verliezers hadden veelal de pest in en naarmate de tijd verstreek zwollen de discussies op over gemeen spel

  of wie er nu eigenlijk aan de beurt was of stiekum twee keer een beurt had gehad. Met ganzenbord was het feitelijk hetzelfde liedje: een dobbelsteen moest bepalen waar jouw pion kwam te staan en dat was natuurlijk altijd de verkeerde plek. En dan was er nog een spel Mikado. Helemaal een gezelschapspel uitsluitend bestemd voor gemankeerde zenuwenlijders: je moest een stokje uit een berg stokjes halen, die helemaal door elkaar lag maar wel zonder te bewegen.
 

Toen we wat ouder werden mochten we gaan dammen. Daar moest je meer je hersens bij gebruiken en dat was voor de meeste van mijn huisgenoten ook weer veel gevraagd. Toch is mijn oudste broer nog redelijk ver gekomen met dat spel. 

 

Echt kampioen van Nederland zie ik hem niet worden maar ik geloof dat hij wel hoog staat aangeschreven bij de Nederlandse Dambond in district West afdeling 4 sectie 3c van subafdeling f.

Soms staat hij zelfs in de krant na een klinkende zege!

 

Ja, vlak ze niet uit die von Strümpfkow's!! 

 

1 reacties      Reageer

19-04-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas. (5).

 

 

 

           

 

2 reacties      Reageer

16-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (26).

 

Op de zolder van zijn woninkje op de Koningsstraat in Den Haag had mijn opa een schildersezel staan. Als hobby schilderde hij.

Nadat hij een onvoorstelbaar drama meegemaakt had met zijn zoon waarbij deze bijna dood bleek en enige ogenblikken later weer springlevend is mijn opa geboeid geraakt door de bijbel en het woord van God. Eigenlijk is dat zwak uitgedrukt: hij las er iedere dag in en kon er wonderbaarlijk over praten.

In kerken kwam hij niet veel. Hij had zo zijn eigen geloof en luisterde wel naar de preken van dominee Pauwe die in de dertiger en veertiger jaren werkzaam was in de omgeving van Rotterdam.

Toch moet opa geinspireerd zijn door kerken want her en der in de familie hangen schilderijtjes met tafereeltjes van kerken.Opa was intensief met zijn hobby bezig en besefte goed dat hij het echt voor zijn plezier deed. Hij probeerde zo goed mogelijk alle hobbels van het schilderen te omzeilen maar als je zijn schilderijen bekijkt dan zie je dat hij geen kaas had gegeten van perspectief. 

 

Hij had eens een schilderijtje gemaakt van een aantal huizen met een bruggetje ervoor. Ik vraag me nog steeds af waar hij dat beeld heeft gezien.

Het lijkt niet op een Nederlands tafereel, meer Duits, maar ik geloof niet dat mijn opa ooit in het buitenland is geweest.

Waarschijnlijk heeft hij het gewoon verzonnen.

  De huizen staan er scheef op en het water klots op een onwaarschijnlijke manier door het grachtje. Ook herinner ik me een winterlandschap met een paar bomen en een huisje erop. Alles eindigt op een wonderbaarlijke manier aan de horizon op een wijze die in het echt niet mogelijk is. Maar toch ontroert het tafereel enigszins. 

Ik moet denken aan mijn opa die met een stofjas aan en zijn vingers onder de olieverf verbeten zijn best doet er een mooi tafereel van te maken.

 

In die tijd waren er kunstenaars bezig die zich "naievelingen" of zoiets noemden. Dat betekende in mijn ogen dat ze alles zo schots en scheef mogelijk schilderden.

Mijn opa deed het niet expres en zag zijn werk ook niet als kunst.

 

Hoewel..........

 

Jaren later heeft mijn vrouw lessen gegeven in een landelijk centrum voor kunstzinnige vorming.Ik heb ook eens zo'n les meegemaakt en als je een leuke middag wilt hebben in het bijzijn van allerlei creatief volk en andere zelfbenoemde kunstapen dan moet je je plompverloren eens hardop afvragen wat kunst is.

We hadden net een afbeelding bekeken van een schilderij van Karel Appel. Zo'n schilderij dat allerlei reacties oproept in de trant van:

 

"Dat kan mijn kleine zusje ook."

of:

"Is dat kunst? Noemen ze dat kunst? Schande!" 

 

Ja, wat is kunst?

We bleven steken bij een uitspraak van Anselm Kiefer. Een Duitse kunstenaar die werken heeft gemaakt die veel indruk op me hebben gemaakt.

Kiefer schijnt eens gezegd te hebben:

 

                 "Kunst is alles wat als zodanig wordt aangeboden."

 

Dus als je een drol op een formicatafeltje legt met daarin een vlaggetje uit Mozambique en ernaast een wasmachine uit de vijftiger jaren die op volle toeren draait en op de achtergrond de Radetzkymars...........

 

Dan is dat kunst.

Want jij biedt het als zodanig aan.

 

De schilderijtjes van mijn opa: dat is dus ook kunst.

Want ik beschouw ze zo.

 

2 reacties      Reageer

14-04-2010  [Gert Pruimhof.]

Silly walks.

 

Vanaf eind januari revalideer ik in het Revalidatiecentrum Breda. Onder persoonlijke begeleiding van een betrokken fysiotherapeut, Robert Westra, sta ik op de loopband, roei en fiets ik, doe oefeningen en één keer per week zwem ik.

Als ik op de loopband sta sta ik voor een spiegel en dan wordt duidelijk dat ik eigenlijk een vreemd loopje heb. Eén van de eerste vragen die Robert me stelde was: " Waarom loop je zo?" Daar had ik geen antwoord op en Robert concludeerde dat dat dus kennelijk "mijn ding was."

 

Als je goed wilt zien hoe vreemd ik loop dan zou je een pinguin eens nader moeten bekijken. Maar dan het liefst een kale pinguin, dan komen de contouren goed naar voren. Ik loop dus al jaren als een kale pinguin. 

De kop wat naar voren, de kont naar achteren en een argwanende blik in de ogen. Het is niet anders. Daar heb ik dus mijn rugproblemen mee opgedaan.

Maar als je goed oplet dan zie je dat er wel meer mensen vreemde loopjes op nahouden. Monty Pyton heeft er ooit eens een filmpje van gemaakt vanuit het Ministery of

 

Silly Walks.Iedereen liep daar vreemd in het rond en ik zou zo bij dat Ministery kunnen gaan werken.Er zijn natuurlijk nog wel veel meer mensen die gekke loopjes hebben of hadden en als je erop gaat letten dan ben ik toch eigenlijk niet eens zo vreemd meer.

De meeste mensen in het Revalidatiecentrum lopen wat raar rond maar eigenlijk tellen die niet mee want die zijn ziek of hebben een ongeluk gehad. Ik liep vanuit mijzelf al 

 

vreemd en onnozel rond,net als die andere man uit lang vervlogen tijden: Charlie Chaplin. 

 

Tijdens een wandeling door het park deed Robert voor hoe ik eigenlijk loop. Hij deed me zo goed mogelijk na en ik maakte er een foto van. Een veelzijdige baan hoor, fysiotherapeut.Je moet je patienten van alles af- en aanleren en ze ook nog laten zien hoe silly 

   
ze door het leven gaan! 

0 reacties      Reageer

13-04-2010  [Gert Pruimhof.]

Spokerij en rugpijn.

 

Al zo'n 30 jaar heb ik last van mijn rug. Het ene moment is het pijnlijker dan het andere moment. Niet altijd, soms had ik nergens last van. Maar na enige jaren begon ik er toch ook een beetje raar bij te lopen. Mensen vertelden me dat ik liep als een pinguin die erg naar de wc moest.

Allerlei dokters en fysiotherapeuten hebben naar mijn rug gekeken en gek genoeg is er in al die jaren nooit een foto gemaakt. Ik kon de problemen wat op afstand houden met behulp van pijnstillers en bezoekjes aan fysiotherapeuten en ander medisch volk.

 

Tot begin oktober 2009. Toen kwam ik in het ziekenhuis terecht en werd ik geconfronteerd met het Caudasyndroom.

Ongeveer 15 jaar geleden leerde ik een magnetiseur kennen. Het was in een tijd dat ik veel last had van mijn rug en dat fysiotherapie niet veel verbetering bracht.

Ik ben zelf niet "zweverig" ingesteld, veganistisch en macrochaotisch leven is niets voor mij en homeopathie en paragnosten: ik geloof er niets van.

Ooit heb ik eens een arts gesproken die over homeopathie zei:

het helpt wel maar het werkt niet.

Maar het kan ook zijn dat hij zei:

het werkt wel maar het helpt niet.

Zo keek ik er ook tegenaan.

En: baat het niet, het zal dan toch ook niet schaden.

In een periode van pijn en niet zo goed meer weten wat te doen ontmoette ik Henk de Gier.

 

Ik was op alles voorbereid: een man met een paarse puntmuts op met sterren en met oren waar de wierook uitkringelde. Staand in een kamer met gedempt licht, bezwerende gebaren makend en zijn tenen krullend in grote Jezussandalen.

 

Maar niets van dat alles bleek het geval. Henk de Gier is een joviale, humoristische maar bovenal broodnuchtere man die de indruk maakt zelf ook niet goed te begrijpen hoe hij mensen van allerlei pluimage kan helpen.

Geen blabla, ik kreeg meer het idee dat ik te maken had met een ouderwetse chef van de debiteurenafdeling van de plaatselijke Boerenleenbank of de bedrijfsleider van de groenteafdeling van de Spar of de Vivo. 

 

 
Zijn handen, daar doet hij het mee. Hij moet in de loop van de tijd tienduizenden mensen hebben geholpen en zijn handen voelen zijdezacht aan. Geen wollige verhalen of spokerij. Hij legt zijn handen op je rug en na een paar behandelingen voel je dat het verkwikkend werkt. Zijn wachtkamer zit iedere dag propvol en ook helpt hij allerlei beroemdheden met malheur weer op gang. Zo is hij een soort huismagnetiseur van de voetbalclub Feijenoord.

Gezien de resultaten van die club is dat bepaald geen aanbeveling, maar voor mij toch wel, want ik ben al van jongs-af-aan Feijenoordsupporter en dat is al moeilijk genoeg.

 

Doordat ik verhuisd ben heb ik Henk al een jaar of 4 niet meer gezien.

Vorige week heb ik hem bezocht en deed hij een poging mijn Caudagedoe wat te verlichten.

Het blijft gek. Het is toch een soort abacadabra, waar ik eigenlijk niets van moet hebben, maar toch ook weer wel want ik voel dat er iets gebeurt in mijn lijf wat verlichtend werkt.

  

 

1 reacties      Reageer

12-04-2010  [Arie, Bodo & Olivier.]

Autorijden beter dan steppen.

ALFA ROMEO

Alleen Lastige Flut Auto's Roesten Onder Meest Eenvoudige Omstandigheden.

AUDI

Als U Duwen Interesseert.

MAZDA

Miserabele Auto Zonder Degelijke Afwerking.

MITSUBISHI

Met Interessante Techniek Speciaal Uitgevoerde Bakfiets In Slechte Hedendaagse Improvisaties. 

BMW

Boeren Mest Wagen.

DAIHATSU

Dit Autootje Is Helemaal Auto Technisch Sloopklaar Uitgerust.

FIAT

Fiasco In Auto Techniek.

NISSAN

Na Iedere Start Snel Alles Nakijken.

OPEL

Overal Pech En Last.

VW

Volkomen Waardeloos.

 

Overigens was de eerste auto van (o)pa inderdaad een Ford Anglia maar niet zo eentje met een schuin naar binnenlopend achterraam. Dit was de voorganger, een saaie, sombere grijze auto, maar eigenlijk wel een mooi ontwerp.

                      

Ikzelf was inderdaad al heel snel met het rijden in auto's. Collega's en familieleden van me moesten zich op die leeftijd nog per step vervoeren, en al was mijn zakgeld niet zo hoog dat ik me een interessant merk zoals een Maserati kon veroorloven, ik was  toch trots op mijn autootje.

Het merk waarin ik in reed was vrijwel onbekend, maar was wel gespoten in felle kleuren en de auto was uitgerust met 4 sturen.

Misschien dat hij daarom niet best werd verkocht, 4 sturen in een auto, ik word gek van al die mensen die met je meerijden en alles beter weten, maar toen maakte het mij niet veel uit, de wagen was toch wel snel en vooral uitstekend in het bochtenwerk en ik reed in een echte auto!

 

 

 

                                     

 

 

 

Arie, Bodo & Olivier von Strümpfkow.                        

 

 

                                 

                              

 

0 reacties      Reageer

09-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (25).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren was het nog rustig op straat. Er reden weinig auto's, alleen de trams sneden door de rails en kinderen konden redelijk vrij rondsteppen.

Parkeerautomaten, parkeergarages, parkeerwachten en autowasstraten bestonden nog niet.

Mijn vader werd door collega's opgehaald om in alle vroegte naar zijn werk te gaan. Eén van die collega's reed in een heuse auto: een Citroen Traction Avant.

 

Ik had niet veel oog voor auto's maar mijn jongere broer Arie wel. Die ging soms met mijn vader mee om de auto te bewonderen.

Tegenwoordig hebben nog steeds veel mannen een buitengewone interesse in auto's, als ze maar snel zijn , gestroomlijnd en het liefst met die bijzettafels achterop en 

lampen die met een druk op een knop soepel open en dichtgaan. Een generatie later merk ik het ook aan mijn neefjes. In de tachtiger jaren kreeg ik in de gaten dat mijn toen nog jonge neef Bodo alles van automobielen interessant vond. Hij vroeg wat de eerste auto was die ik had aangeschaft en wat de eerste auto was waar zijn opa in reed. Dat was een Ford Anglia. Zo'n wagen met een schuin naar binnen lopend achterraam.

  Bodo bezat allerlei plaatjes van automerken en op een dag vroeg hij zich af wat de afkortingen van al die merken eigenlijk zouden betekenen. Dat wisten we niet dus verzonnen we zelf maar wat.In de tijd dat Bodo opgroeide zag je vrijwel geen Citroen Traction Avant meer rondrijden maar wel die grote snoeken waarvan de achterkant

eerst een halve meter omhoog moest komen voordat je weg kon rijden.

 

Zo werd de afkorting voor CITROEN dus als volgt vertaald:

Claxon Indrukken Terwijl Roestig Onderstel Even Nivelleert.

 

En de FORD:

                   Ford Onderdelen Rammelen Dagelijks.

SUZUKI:       Stuur Uzelf Uw Kist In.

JEEP:           Je Eerste Echte Paard.

DAF:            Duwen Anders Fietsen.

HONDA:        Hoge Onderhoudskosten Na Dure Aanschaf.

RENAULT:     Roest En Narigheid Achtervolgen U Lange Tijd.

ZUNDAPP:     Ziet U Niet Dat Alles Precies Past. 

 

En zo gingen we nog even door. Deze week was ik op bezoek bij mijn jongere broer Arie en ik bemerkte dat zijn zoon, die dezelfde naam heeft als één van de Dikke en de Dunne, veel belangstelling toonde voor auto's. Van zijn vader overgenomen, zeker.

 

Op mijn vraag welke auto hij het liefst zou bezitten antwoordde hij zonder blikken of blozen:

                                     

                                      Een MASERATI.

 

Je weet wel, zo'n fout apparaat. MASERATI.

Motorisch Akelig Sturend Eenvoudig Roestig Autootje Totaal Instabiel. 

 

1 reacties      Reageer

08-04-2010  [Gert Pruimhof.]

Opbeurende post.

 

In het revalidatiecentrum werd mij het advies gegeven "erop uit te gaan." Ze hadden in de gaten dat ik daar niet zo voor te porren was. Ik loop moeilijk en mijn beperkingen op plas- en poepgebied....ach, daar vermoei ik anderen liever niet mee en ook niet hun toiletten.

Maar dat vonden ze in het revalidatiecentrum een "handicap die je sociale contacten belemmert."

En het enige wat je kunt doen is....gewoon op pad gaan.

Maar naar wie? De mensen in het revalidatiecentrum adviseerden naar mensen te gaan die je vertrouwen kon. Waar je je "veilig zou voelen". Hulpverleningstaal waar je zenuwachtig van wordt.

Misschien naar je familie? Je broers of je zusters? Bij vertrouwd en veilig had ik niet direct aan mijn familie gedacht, en zeker niet aan bepaalde broers en zusters, maar bij nader inzien vond ik het toch geen slecht idee.

Ondanks alle misère die het leven ook voor hen in petto heeft houden ze van lekker eten, draaien ze een leuk muziekje en als je niet oplet lijkt het leven nog leuk te worden ook.

Bovendien zijn de verhalen en de eigenaardigheden die ze tentoonspreiden me bekend en op de koop toe te nemen als ik een beetje mijn best zou doen. 

 

Dus maakte ik een afspraak met twee broers om langs te komen en ook zou ik een bezoekje aan mijn moeder brengen. Ik was al een half jaar niet wat verder de deur uit geweest, ik mocht weer autorijden, en eens moest het gebeuren.

Toen ik net een half uurtje weg was mailde mijn broer Kas het volgende:

 

"Hallo mijnheer Ruigpoot!

 

Wat zijn de plannen voor de komende dagen?

De hele familie wacht in spanning af en telt af en wikt en weegt en vraagt zich op en af en telt zijn knopen en berekent zijn kansen en geeft de hete aardappel door.....

Doetiehetofdoetiehetniet?

Wij zijn er klaar voor, exquis diner incluis.

 

Je broer Kas."

 

Dat bericht kon ik dus niet meer lezen en dat was de reden dat Bella een paar uur later antwoordde........

(Zie hieronder: Stiekumme post).

 

0 reacties      Reageer

08-04-2010  [Bella Pruimhof.]

Stiekumme post.

Gert is een paar dagen naar zijn familie. Nu moet ik de mails wel beantwoorden. Dat is niet zo erg, maar die onzinnige mails van zijn broers......

 

Afijn, ik besloot er serieus op in te gaan en antwoordde zijn broer het volgende:

 

"Volgens de laatste berichten is  mijn echtgenoot onderweg......Hij zal bij niet nader te noemen familieleden tussenstops maken, ik verwacht niet dat hij vanavond nog Uw nederige herberg zal aandoen.

Na een kort telefonisch onderhoud met Gert heb ik begrepen dat hij zeer veel sanitaire stops op zijn route noodzakelijk acht.

Ik verzoek U daarom vriendelijk hem geen exquis diner en al helemaal geen (bij U altijd) alcoholhoudende!! drankjes aan te bieden, zulks om te voorkomen dat ik hem in de zeer nabije toekomst ergens uit de greppel moet plukken in verband met stoelgangerige en blaasongevoelige overlast welke zenuwen en spieren hij niet helemaal meer beheerst (dat was vroeger ook al zo, maar toen noemden we dat geen Cauda, maar Freud).

 

Bovendien verzoek ik U vriendelijk mijn echtgenoot geen "Ruigpoot" meer te noemen omdat deze benaming kant noch wal raakt (en dat ook nooit gedaan heeft).

 

Gezien mijn afkickverschijnselen als mantelverzorgster op dit moment, zou ik het op prijs stellen als U mij deze uren als kortstondige onbestorven weduwe enige rust zou gunnen.

 

Stel U niet té hard en té sterk en 100% capabel op tegenover mijn echtgenoot, wellicht schuilt er een kern van waarheid met een nader te benoemen oorzaak in zijn gesukkel, gezucht en gekreun.

Bella."

 

Ja, toen kreeg ik weer een mail terug van Gert's broer Kas die ik ook weer moest beantwoorden en ik loop de kans dat Gert straks bij thuiskomst denkt  dat er stiekum wordt gemaild als hij even van huis is.

                               

 

Vandaar dat ik het gewoon hier even neerzet.

 

Broer Kas antwoordde het volgende:

 

"Ik heb alles goed in mijn oren geknoopt en zal Uw zorgenkind zo goed mogelijk verplegen en hem de zonodige aandacht geven.

 

Geen............ alcohol

Wel...............moederrmelk

Geen.............Beatles.

Wel.. ............Jostiband

Geen.............Foie gras

Wel...............Brinta

Geen.............escortstoephoer

Wel.............. Sugar Lee Hooper

Geen.............Netwerk/Nova

Wel...............Teletubbies

 

Zo doen we dat!

 

Kas".

 

Ik heb kort geantwoord want ik heb eigenlijk meer te doen dan al dat slappe gezwets van die pensionado's bij te houden:

 

"Ha Kas!

 

Heb jij nog zo'n kakstoel, zo'n stoel met ingebouwd potje? Wellicht is het een opluchting Gert daar met veiligheidsgordeltjes in te zetten, zodat hij rustig zijn bordje pap en jullie je foie gras kunnen eten.

 

Bella." 

 

En vanochtend trof ik de volgende mail aan:

 

"Goedemorgen Pleegszuster Bloedwijn.....

 

Nou, we hebben Uw wrak nu een dag meegemaakt......

Zoals wij in Rotterdam zeggen: Hij Hep Niks!

Meneer is niet te temmen:

 

Drinken?

Als een beest.

Eten?

Gedachteloos schuift hij alles in die laadklep, biologisch, dieronvriendelijk,over de datum produkten,aangebrand, rauw, enge ingewanden en vooral veel van alles.

Ontlastingsproblematiek?

Broer piest zo hard dat het glazuur van de pot losligt.

En dat poepprobleem?

Er hebben hier heel wat mensen hun behoefte gedaan maar dat zijn amateurschijterds vergeleken met Uw zorgenkind!

Anti-loop?

Als een kievit, wijffie, als een jonge hinde, en ook die souplesse die broertje tentoonspreidt, een lust voor het oog zoals hij beweegt, kortom: had ik maar één zo'n been.

Ruggetje?

Er kwam gisteravond nog even een ree langs, die werd me toch jaloers, nou, en die ree had al zo''n mooie rug......

 

En nu komt hij net beneden, meneer heeft heerlijk geslapen,

zegt hij,

zonder mijn kampcommandant,

zegt hij, heerlijk.

Nou, ik begrijp er niets van.....

 

Ik bedoel maar:

houd die aansteller maar!

 

Kas".

 

1 reacties      Reageer

06-04-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas. (4).

            

               

 

 

 

 

 

1 reacties      Reageer

05-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (24).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de dertiger jaren gebeurde er iets dramatisch in het leven van mijn opa en oma dat alles volledig op zijn kop zette. Hun doodverklaarde  ernstig zieke zoon herstelde op wonderbaarlijke wijze van de ene op de andere minuut.

De statenbijbel die mijn opa via zijn werk als ziekenbroeder had verkregen werd voor hem vanaf dat moment een leidraad waar hij iedere dag in las.

 

In de vijftiger jaren leerde ik zo mijn opa kennen. Altijd lezend in de bijbel en pratend over al het wonderbaarlijk wat daar in stond.

Opa was een wat vierkante man met een hoekig hoofd en een grote neus erop. Zijn haar was op zo'n typisch ouderwetse manier gekapt, alsof de kapper er een bloempot had op gezet en alles eronder had weggeknipt.

Opa had altijd een pak aan en één keer in de paar jaar later liet hij zich een kostuum aanmeten door een kleermaker.

Hij keek altijd wat ernstig uit zijn ogen maar dat was buitenkant. Ik herinner me hem als een vriendelijke man die ieder het zijne gunde. Hij hield van de natuur en bakte voor zijn kleinkinderen zandtaarten of borstplaat.

Maar het wonder met zijn zoon had hem voor eeuwig veranderd. Als je bij hem was las hij uit de bijbel en één keer per week kwamen er  op donderdagavond of zaterdag-

middag  een aantal mensen bij elkaar, thuis bij opa, ze dronken een kop koffie en opa las dan uit de bijbel. Daarna praatte men over wat men had gelezen. Ik ging weleens met mijn ouders mee naar die middagen en ik vond het allemaal maar lang duren. Maar als opa klaar was zei hij altijd wel dat je braaf was geweest. Want als hij het woord Gods voorlas dan heerste er stilte in huis. Als hij begon met lezen las hij eerst het Onze Vader en als hij klaar was bad men opnieuw met opa als een soort voorganger die improviseerde en zijn gebed meestal met een krakende  stem begon met:

"Ach Here"..... of: "Ach Vader".... en dan volgde er een lang verhaal over het leven van ons zondige mensen. Ik gluurde weleens stiekum tijdens het bidden maar iedereen had de handen stijf gevouwen en de ogen dicht. Behalve ik dus. En mijn opa bad over de zondige mens. Dat moest ik wel zijn, bedacht ik me.

 

Opa vertelde dat hij "een tipje van de sluier kon oplichten."

Maar het is me nooit duidelijk geworden wat er achter die sluier zat. Ik begreep ook niet veel van dat moeilijke geloof van hem. Ieder kind, reeds als het nog in de buik van de moeder zat, was zondig.

Niks meer aan te doen. Ik vond het maar vreemd dat er dan toch nog

 

werd gebeden en gelezen uit dat grote wonderlijke boek. Als het toch allemaal niet helpt?

Maar opa zei dat er mensen waren die door God werden uitverkoren. Uitverkoren? Voor wat? Voor wie? Waarom?

 

Opa vertelde dat het grote raadsel dat leven heet en dat onherroepelijk eindigt in de dood, via het woord van God kon worden opgelost.

Ik geloofde het maar, wist ik veel, ik keek erg tegen mijn opa op en mij kon je alles wijsmaken maar toen ik groter werd voelde ik me toch wel voor de gek gehouden door die God van mijn opa.

 

Nu, 50 jaar later, weet ik dat er geen God bestaat en kan ik nog een beetje boos worden dat het die God waar mijn opa wel in geloofde, gelukt is die nuchtere lieve man zo te misleiden.

 

2 reacties      Reageer

02-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (23).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Op 1 april vertelde ik dat mijn oom, toen nog een jongetje van ongeveer 10 jaar oud, van het ene op het andere moment stervende was. Een onverklaarbaar en geheimzinnig  iets had hem getroffen en als een donderslag bij heldere hemel moesten mijn opa en oma accepteren dat het leven van hun kind ieder moment zou eindigen.

In een opwelling knielden opa en oma neer en verzonken in gebed voor het bed van het stervende knaapje.

Ze hadden eigenlijk nog nooit gebeden en geloven deden ze niet. Wel had opa een paar maanden voordat dit vreselijke gebeuren zich afspeelde een oude statenbijbel naar huis meegenomen, maar dat was hij alweer vergeten.

 

Overmand door verdriet stonden mijn opa en oma even later in de keuken, elkaar vasthoudend, overmand door verdriet, verdoofd wachtend op de dood die onvermijdelijk hun kind zou komen halen.

Opeens hoorden ze de stem van hun zoontje. Verbaasd keken ze elkaar aan en snelden de kamer in. Daar stond hun zoon, tegen de spijlen van zijn ledikant aan en vroeg of hij buiten mocht gaan spelen.

De zon leek zich door de gordijnen heen te willen branden, de kamer die men verduisterd had, was nu fel verlicht en het kereltje leek niet te begrijpen wat hij in zijn bed deed.

Hij zag er blozend uit, lachte toen hij zijn ouders zag en trappelde van ongeduld om opgepakt te worden door zijn moeder.

Toen ging de bel en stond de geneesheer-directeur aan de deur. Hij zag er moe en verdwaasd uit en keek verbaasd naar mijn opa die een uitdrukking op zijn gezicht had die zijn baas nog nooit bij een mens had gezien. Het was een mengeling van vreugde, verdriet en panische radeloosheid.

De arts baande zich een weg naar de kamer en zag tot zijn stomme verbijstering dat mijn oom in de kamer rondliep. Opgewekt, vrolijk en speels.

De dokter pakte het kind beet en probeerde het te onderzoeken. Toen zakte hij in een stoel en mompelde dat er een wonder geschied was. Hij vroeg zich af hoe dit mogelijk was en bedacht dat dit kind feitelijk nu dood had moeten zijn.

 

Die dag heeft mijn opa niet meer gewerkt. Ze hebben hun zoon nog even binnen gehouden maar lieten hem uiteindelijk buiten spelen.   

 

 

 

 

Geen dag had mijn opa meer aan de statenbijbel gedacht maar als vanzelfsprekend liep hij 's avonds naar de kast waar dat grote boek lag en begon er in te lezen. Daar is hij nooit meer mee opgehouden.Iedere dag las hij erin.

En zo heb ik mijn opa leren kennen. Altijd lezen in de bijbel of erover praten en als hij geen borstplaat voor je bakte nam hij je mee naar de vogeltjes in Clingendael. 

                                  

0 reacties      Reageer

01-04-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (22).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

De eerste keer dat ik het verhaal hoorde moet ik ongeveer 10 jaar oud zijn geweest.

 

Mijn opa woonde met vrouw en 2 kinderen in Rotterdam. Opa werkte op de ambulance en moest zieken verzorgen, zieken wegbrengen, doden afleggen en alles doen wat daar bij hoorde. Zo kwam het dat hij eens een man moest wegbrengen die was overleden met zijn hoofd liggend, neen, haast vastgeklonken, op een grote statenbijbel.

 

 

Omdat de familie mijn opa had gevraagd alles mee te nemen: lijk, statenbijbel en de rest van wat er allemaal nog lag in de kamer kon het zomaar gebeuren dat opa een grote bijbel meenam naar huis.Het boek bleef lang liggen achterin een kast en eigenlijk was hij het hele voorval vergeten en dacht hij al helemaal 

 

niet meer aan dat grote boek. Bijzonder godsdienstig of gelovig was mijn opa niet maar dat zou allemaal dramatisch en wonderlijk veranderen.             

 

Mijn moeder leefde in de dertiger jaren als jong meisje met haar toen tien-jarige oudere broer Rien samen met mijn opa en oma aan de Noordsingel in Rotterdam.

Op een dag kwam opa thuis van zijn werk op de ziekenauto en trof zijn vrouw in grote ontzetting aan bij het bed van hun zoon Rien.

Rien zag lijkbleek en was buiten westen. Mijn opa zag direct dat zijn zoon er zeer ernstig aan toe was en dat er snel gehandeld moest worden.

Hij sprong met zijn maat in de ziekenauto en reed in sneltreinvaart naar het ziekenhuis om even later terug te komen met de geneesheer-directeur.

De medicus onderzocht mijn oom en constateerde dat hij ernstig ziek was en dat er geen hoop meer zou zijn op herstel.

Sterker nog: het kind kon ieder ogenblik sterven.

 

Met stomme verbijstering en met tranen in de ogen keken mijn oma en opa de dokter aan. Het leek wel of in één klap alles om hen heen werd vermorzeld. Alles leek duister te worden en de zon die buiten nog straalde was plotseling verdwenen. Het leek wel of er uit het niets een gure wind in de kamer was opgestoken, waar niets tegen bestand was. 

De dokter zei aan mijn grootouders dat er nog maar één ding opzat om het leven van hun kind te redden: bidden. 

Hij maakte zelf een zwaar aangeslagen indruk en mompelde dat hij zoiets nog niet eerder had meegemaakt, hij wist ook niet wat mijn oom scheelde maar wist wel dat het leven uit hem aan het wegvloeien was.

De arts vertrok met de mededeling dat hij over een uurtje terug zou komen. Mijn opa en oma wisten later niet meer te vertellen hoe zij dat uur zijn doorgekomen, maar na verloop van tijd vermande mijn opa zich en zag dat hij en zijn vrouw op de knieën lagen met de handen gevouwen voor het bedje van hun kind.

Zijn vrouw had rode ogen van het huilen en opa besloot een kop thee te zetten nadat hij een poging had gedaan, door zijn eigen verdriet heen, zijn vrouw te troosten.

In de keuken besefte hij tot zijn eigen verbazing, dat hij voor het eerst van zijn leven samen met zijn vrouw had gebeden en dat zijn kind ieder moment dood zou zijn.

Hij wist niet wat hij gepreveld had maar hij en zijn vrouw hadden gebeden voor het bed van hun stervende kind.

Terwijl mijn opa dit overdacht, leunend op het aanrecht en wachtend op het water dat direct zou gaan koken, kwam zijn vrouw stil naast hem staan en hielden ze elkaar vast in grote vertwijfeling, gegrepen door een immens en onpeilbaar verdriet.

 

Zo stonden ze een tijdje totdat ze terug werden geroepen naar de realiteit door het geluid van een kinderstem komend uit de kamer.

 

0 reacties      Reageer

31-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (21).

 

Je bent geboren in Den Haag of niet.

 

Toen ik 6 jaar oud werd kreeg ik van mijn opa een ziekenauto cadeau. Een witte met een rood kruis erop.

  Het was een traditie geworden dat opa je daarnaast nog eens liet kiezen wat hij voor je moest bakken: een zandtaart of een borstplaat.Ik koos altijd voor de borstplaat. Hoe opa het maakte bleef een geheim maar hij heeft eens aan mijn moeder verteld dat hij gewoon uitsluitend slagroom 

gebruikte als basisingrediënt. Je kon dan op de grote feestdag de hele dag steeds een stukje nemen van de borstplaat, die zacht in je mond smolt en langzaam naar binnen gleed, maar je moest wel beloven je broertjes en zusje allemaal een (klein) stukje te geven.

 

Het moet geen toeval zijn geweest dat opa juist op mijn verjaardag met een ziekenautootje kwam aanzettten. In de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw had hij op een ziekenauto gewerkt en hij reed samen met een collega door Rotterdam om allerlei zieken, gewonden of overleden mensen  naar het ziekenhuis of mortuarium te brengen. De ziekenauto's waren toen nog niet zo vernuftig geoutilleerd als heden ten dage en Arbo-wetgeving bestond nog niet.

Als ambulancebroeder kwam je vaak voor de meest vreemde situaties te staan en vroegen mensen je van alles en het was je plicht die vragen en opdrachten ook goed uit te voeren.

Functieomschrijvingen, waar je een beroep op kon doen, bestonden er niet. Je had één missie: mensen helpen. 

Het leven was hard en vele patienten overleden aan allerlei kwalen waar men nu 100 mee zou kunnen worden, veelal omdat de medische wetenschap nog niet zo ver was als vandaag de dag.

 

Zo werd opa eens bij een familie geroepen in een klein huisje in Rotterdam en bij aankomst bleek dat de vader van het gezin, een forse man van middelbare leeftijd met een baard, was overleden. Hij lag in een rommelige zijkamer met zijn hoofd op een grote statenbijbel. Mijn opa had direct in de gaten dat de man dood was en moest zich door allerlei spulletjes die her en der verspreid lagen, rommel, boeken en snuisterijen een weg banen naar de overledene.

Die was al een tijdje dood want zijn hoofd lag, het leek wel, vastgeplakt op de bijbel en met zijn beide handen had hij het boek stevig omklemd. Mijn opa moest de koud geworden man met enig geweld losrukken van de grote bijbel. Op het gezicht lag een uitdrukking van grote ontzetting en radeloosheid.

De nagels van de man leken vergroeid met de bijbel en het kostte opa meer moeite dan hij aanvankelijk inschatte om de man los te krijgen van het boek.Met zijn collega droeg hij het lijk naar de ambulance en opa wilde vertrekken.

Toen kwam de oudste zoon naar opa toe en vroeg hem of hij niet ook alle spullen uit de kamer mee wilde nemen en verbranden: de familie wilde er niets meer mee te maken hebben.

Mijn opa stemde in en zei dat hij eerst het lijk weg zou brengen en dan de spullen zou ophalen om ze te verbranden.

              

In die tijd was het nog de gewoonte dat als mensen zagen dat er een dode werd weggebracht, ze even stopten, ze stapten stil van hun fiets, uit piëteit, men sprak niet en de mannen namen hun hoed af.

 

Later kwam opa terug en zijn belangstelling was getrokken door de enorme statenbijbel. Maar de familieleden zeiden nog eens dat ze niets meer met de spullen van vader van doen wilden hebben: opa kon alles meenemen en ermee doen wat hij wilde, maar de oudste zoon opperde nog eens dat het het beste was alles te verbranden.

Dat deed opa dus.

Alles werd verbrand.

Behalve de statenbijbel.

Die nam opa mee naar huis en borg het boek op in een grote kast. Daar zou het indrukwekkende geschrift, met een harde kaft en een, het leek wel gouden, slot, niet lang blijven liggen.

 

Want de bijbel zou in het leven van mijn opa, en later mijn moeder, een cruciale en dramatische rol gaan spelen.                     

 

1 reacties      Reageer

30-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step.(20).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Als kind word je van alles wijsgemaakt. Het begint al bij je geboorte, iedereen lacht en je krijgt onwillekeurig de indruk dat het leven ook om te lachen is en leuk.

Dat is nep.

En voor je het weet bestaat er een Sinterklaas met een grote baard en hij wordt begeleid door een neger die niet gewoon donker is, neen, pikzwart. En die pikzwarte vent heeft een zak waar hij je in kan stoppen. Allemaal nep.

Maar weet jij veel.

 

En dan ligt op een dag je moeder in bed. Ze is ziek. Er heerst een vreemd soort bedrijvigheid in huis en plotseling komt er een akelige vreemde vrouw in huis die jou helpt met wassen je vertelt hoe je je tanden moet poetsen, wat je moet eten en 's avonds vies eten maakt met vieze jus.

Toen je moeder nog niet ziek was kreeg je een lekker lepeltje jus in een kuiltje middenin de stamppot. De akelige mevrouw  vindt dat niet goed.

Je begrijpt niet goed wat er gaande is maar 's middags wordt het raadsel opgelost als je opa voor de deur staat samen met zijn twee zussen, tante Dien en tante Janna.

Opa vertelt dat hij bij zijn zusters op bezoek was in Rotterdam en dat ze de ooievaar zagen overvliegen richting Den Haag.

Richting de Goudenregenstraat! En dat betekent maar een ding: de ooievaar komt een baby brengen.

En mama is ziek omdat de ooievaar haar in haar been heeft geprikt.

Ze maken het je allemaal wijs. En je gelooft het nog ook!

 

Mama bleef een paar dagen in bed en wij zaten opgescheept met de feeks die niet kon koken. Wel mochten we even naar mama toe om de verse baby te bekijken. Het is september 1958, we hebben een nieuw zusje: Katrien.

Iedereen is overgelukkig. Behalve mijn jongste broertje Arie. Die geeft een schop tegen de wieg waar Katrientje in ligt en roept uit de grond van zijn hart: "Rotbaby!!"

 

Later heb ik nog eens aan opa gevraagd hoe dat nou zat met die ooievaar. Maar opa omzeilde de moeilijkheid door een verhaal te vertellen dat een ooievaar een geluksbrenger is, en dat we daar een voorbeeld aan konden nemen, we zouden zelf ook geluk moeten kunnen brengen.

Daar had ik natuurlijk niet van terug.

Bij opa bladerde ik altijd in de boeken van Piggelmee, een kabouter die van alles en nog wat meemaakte en naast de boeken van Piggelmee stonden een paar Verkade-albums. Kabouters, baby-brengende ooievaars en Sinterklaas, je kon het zo gek niet bedenken of de grote mensen hadden het wel voor je verzonnen!

Uit het Verkade-album haalde opa een plaatje van de ooievaar. Dat vond ik wel indrukwekkend en ik vond het maar zielig voor mijn moeder dat zo'n rotbeest zomaar naar binnen was gevlogen en haar in haar been had gebeten en dat wij een surrogaatmoeder met een wrat op haar neus in huis kregen.

 

                                  
    
   
 

 

Toen ik groot was geworden las ik dat de ooievaarsstand en de geboortecijfers in onze streken een vrijwel identiek verloop hebben. Vandaar de relatie die het volk heeft gelegd met het krijgen van kinderen. 

En een voorbeeld nemen aan de ooievaar, zoals mijn opa stelde?

Ik lees dat de ooievaar niet monogaam is, ieder jaar heeft het beest een andere partner. Dat voorbeeld bedoelde mijn ouderwetse opa vast niet.

Mooi dat ze niet alles vertelden vroeger.

 

Ze maakten je van alles wijs, maar hoe het werkelijk allemaal zit?

Daar moet je zelf maar achterkomen in je leven.

 

 

1 reacties      Reageer

29-03-2010  [Gert Pruimhof.]

Het kan allemaal erger.

 

Afgelopen vrijdag ben ik bij de specialist geweest die alles van mijn cauda-problemen weet.

Als hij je begroet heeft hij een gebeitelde glimlach om de mond hangen  die daarna wegsterft en verandert in een onheilspellende grimas.

Het is bijna een half jaar geleden dat ik ben geopereerd en volgens de literatuur moet ik die eerste 6 maanden de meeste vooruitgang maken. Daar kan ik zelf vrijwel niets aan doen. Het gaat erom of de zenuwen herstellen of niet.

Het enige wat ik zelf kan doen is werken aan mijn conditie in het revalidatiecentrum.

 

Ik blijf nog allerlei vervelende kwalen houden: plassen, de stoelgang en lopen gaat niet zoals ik het wil. Het lijkt wel of ik geen baas ben over mijn eigen lichaam.

De neuroloog gaat vooral over het lopen. Ik kan ongeveer een kilometer scheef en licht struikelend lopen en lig dan voor apegapen.

Ik ben niet tevreden, de vooruitgang gaat me veel te langzaam. Ik hoop dat de man me hoop en advies kan geven over die verbeteringen maar die hoop slaat hij snel de grond in. Hij zegt dat het dit zo'n beetje is.

Vooruitgang zal alleen marginaal zijn.

Met andere woorden: hier moet je het mee doen.

Dit is je "restcapaciteit."

Lichamelijk voel ik me een opa en mijn lijf voelt aan of ik in een half jaar 20 jaar ouder ben geworden.Ik zou het normaal vinden dat als je tegen de 80 loopt  je wat problemen krijgt met lopen en een stok nodig hebt.

Het is een beetje eerder, maar zover ben ik dus nu.

 

Al meer dan 40 jaar heb ik een abonnement op de Volkskrant en afgelopen zaterdag lees ik in de laatste echte grote krant (vanaf 29 maart gaat de krant op klein formaat, voor een traditioneel gewoontedier als ik een ramp, maar ach wat geeft het, rampen genoeg, immers) een stukje van een schrijfster die zelf ziek is geworden:

 

"Ik heb me ook moeten bevrijden van de gedachte dat gezondheid een voorwaarde is voor een goed leven.

Er gaat een grote dwang uit van het gezondheidsideaal; je moet alles doen om maar gezond te blijven. Maar we hebben onze gezondheid minder in de hand dan we zouden willen.

Nu weet ik dat gezondheid niet alles is: je kunt gerust een fijn leven leiden zonder helemaal gezond te zijn.

Mensen denken vaak dat ziekte het ergste is dat  je kan overkomen. Misschien is het daarom wel zo lastig om de aandacht ergens anders op te richten dan op je gebrek."

 

Dat is het dus: je aandacht ergens anders op richten en toch een fijn leven leiden.

Ga ik ook doen. Althans, proberen.

Maar alles op zijn tijd: nu eerst even balen.

Dat ziet de neuroloog ook aan me. Hij zegt dat ik moet bedenken dat ik net zo goed een vast catheter had kunnen hebben en een stoma. En met nog meer pech had ik in een rolstoel gezeten.

Ik kijk de specialist kennelijk enigszins wanhopig aan en bedenk wat te doen: hem naar de keel vliegen of toch iets anders ondernemen waar ik nu even niet op kan komen?

Mijn aarzeling is voor hem het seintje er nog een schepje bovenop te doen:

"Mijnheer Pruimhof, zoals ik U al eerder zei: het had veel erger kunnen zijn."

 

En dat is zo.

Als je eenmaal de pech hebt in het ziekenhuis te belanden en je wordt onderworpen aan de behandeling van al die medici dan mag je blij zijn dat je het er levend afbrengt.

En kijk maar rond in het revalidatiecentrum: bevolkt met mensen die verbaasd wakker zijn geworden na een operatie, om zich heen kijken en constateren dat er van alles is veranderd  aan hun lijf. Ze zien al die andere patienten met gebreken en inderdaad: het klopt................................

 

                               

                                   

     .................................Het kan allemaal nog veel erger.

 

2 reacties      Reageer

26-03-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas (3).

 

                            

                           

 

 

0 reacties      Reageer

25-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (19).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn opa woonde in de Koningsstraat boven een speelgoedwinkel van ene firma van Boxtel. De speelgoedwinkel was een opeenstapeling van allerlei autootjes, speelgoedbeesten, poppen en spelletjes. Op het eerste gezicht ontdekte je weinig ordening, maar dat was schijn. Als je goed keek zag je dat soort bij soort was gegroepeerd maar het maakte al met al een volle en rommelige indruk. 

In de keuken van het woninkje van opa lag een zeil. Dat kon je oppakken, het lag grotendeels los, en dan kon je even in de speelgoedwinkel gluren.

Als je je hoofd een stukje naar links draaide kon je precies op een plankje wat autootjes zien staan.

   
         

Als je je hoofd naar rechts draaide  moest je dat voorzichtig doen want daar stak ergens een roestige spijker uit de vloer, dus daar kon je niet veel te zien.

 

Op een nacht hoorde mijn opa gestommel beneden in de speelgoedwinkel.

In zijn pijama stapte hij uit bed en ging op onderzoek uit. Om niet direct naar beneden te hoeven lopen trok hij het zeil in de keuken wat weg en hij zag een schim door de winkel lopen.

Opa deed zijn pantoffels aan en liep voorzichtig de trap naar beneden en via de tussendeur kwam hij in de winkel. In het donker kon hij zo snel niet iets zien dus liep hij op de tast, zo stil mogelijk, door de zaak langs ontelbare poppen, dinky toys en grote behaarde speelgoedbeesten: beren, tijgers en giraffen, die als stille getuigen gadesloegen wat er nu zou gaan gebeuren.

Uiteindelijk stond mijn opa toch nog onverwacht achter de inbreker die niets in de gaten had en volledig in beslag genomen was door één obsessie: iets van waarde meenemen.

De man was gemaskerd met een soort Zorro-masker en had een zak op de rug hangen.

Mijn opa tikte de man op zijn schouder die zich natuurlijk een hoedje schrok. Of een aap. Of bijna een hartaanval. En opa vroeg hem droog:

 

                                  "Zou je dat nou wel doen?"

 

De man schrok zo hevig dat hij half struikelend met wilde passen maakte dat hij wegkwam.

Opa controleerde nog even of er wat gebroken was in de winkel of helemaal kapot, keek of de deur goed in het slot zat en kroop toen weer in bed.

 

0 reacties      Reageer

24-03-2010  [Gert Pruimhof.]

Revalideren.

 

Nederland is opgebouwd uit regeltjes, formaliteiten, verslagen, handtekeningen, verklaringen, goedkeuringen, afwijzingen, beschikkingen, onvermijdelijke misverstanden en ambtelijke molens.

Dat is misschien maar goed ook anders hadden de meeste mensen helemaal niets meer te doen.

 

Het is nu bijna een half jaar geleden dat ik ben geopereerd en ik ben nu een maand of drie bezig om voor elkaar te krijgen dat ik weer in mijn auto kan rijden.

In het revalidatiecentrum heeft men mij er uitdrukkelijk op gewezen dat ik me moet melden zodat de overheid kan beslissen of ik weer veilig auto kan rijden. En het is belangrijk. Stel je voor dat je iemand ondersteboven rijdt en het is volledig buiten jouw schuld. Dan moet je maar afwachten of de verzekering uitbetaalt.

Sterker nog: je loopt een grote kans dat er niets wordt betaald, want jij mocht niet rijden vanwege je operatie en je eventuele beperkingen.

Dus naar de gemeente voor een formulier. Eerst wachten en betalen natuurlijk. Dan afwachten en een gesprek organiseren met iemand van het CBR. Het bureau dat moet bepalen of een mens een gevaar is op de weg of niet.

Wachten. Formulieren invullen, vragen beantwoorden, handtekening zetten en verhaal verduidelijken. En overal je identiteitsbewijs laten zien want ze moeten weten of jij het wel bent en niet een ander die voor de gein zichzelf een caudasyndroom heeft bezorgd en nu voor de lol graag zijn rijvaardigheid wil laten testen. 

Weken later kan je dan opdraven voor een test.

Ik loop nog moeilijk. Dat mag geen bezwaar zijn, ik heb niet zo'n grote auto dat ik er een wandeling in kan maken, het is zitten, gas geven, remmen en sturen.

 

Wie had dat bijna 60 jaar geleden gedacht? Van al mijn broertjes en zusjes was ik degene die het eerste liep. Dat wil zeggen: rechtop en zelfstandig. Ik geloof na 8 maanden.

Eerst kroop ik wat doelloos rond maar ineens stond ik.

Iedereen was benieuwd en wachtte in spanning af wat er zou gebeuren. Ik liep zomaar op beide benen.

Iedereen vond het verbazingwekkend.

Maar mijn oudere broer zei toen, kennelijk gevoed door jaloerse gevoelens maar ook met enige voorspellende gave:

 

                      "Die is ook het eerste uitgelopen."

 

                                       

 

Jammer maar helaas, hij heeft, zij het wel laat, gelijk gehad. Lopen moet ik nu zelf maar uitzoeken: de natuur moet zijn werk doen. Nou dan weet je het wel: dan ben je aan de Goden overgeleverd.

Maar autorijden, daar bemoeit de overheid zich mee.  Dus: wachten, bellen, afspraak maken, brief afwachten, verkeerde brief krijgen, weer bellen andere afspraak maken en opnieuw melden op een kantoor in het revalidatiecentrum. 

De test die ik moet doen bestaat uit een rondje rijden, een noodstop maken en zo hard mogelijk op een apparaatje duwen zodat ze de kracht kunnen meten in mijn benen.

Dat laatste is minder dan dat het zou moeten zijn, maar voldoende om veilig te rijden. Armen werken goed dus niets staat een rentree op de weg in de weg.

 

Maar de man die het allemaal onderzoekt zegt dat hij een verslag gaat maken.

Dat gaat naar een chef en die geeft het aan een arts. Die moet beslissen of het allemaal een definitief karakter krijgt. Dan gaat het naar een administratieve kracht die een beschikking of brief fabriceert. Uiteindelijk is er een manager die alles nog eens bekijkt, een paraaf zet en dan zal ik de brief moeten ontvangen. "Als alles loopt zoals het moet lopen." Zegt de man.

Dan pas, en dat kan nog wel een paar weken duren, mag ik officieel weer in mijn auto kruipen.

 

Ik ben benieuwd en wacht af.

 

Net zoals toen ik zo jong zo snel ging lopen: ik was benieuwd en wachtte in spanning af.........

 

 

0 reacties      Reageer

23-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (18).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Twee jaar geleden bezochten mijn vrouw en ik het Prado museum in Madrid.

Ik was op zoek naar een schilderij van Goya, Les Vieilles. Een schilderij met twee afzichtelijke oude dames. Ik zocht ernaar omdat ik, ik denk in 1958 of 1959, op zo'n dag die je nooit meer kunt wissen uit je geheugen, eens een bezoek heb gebracht, samen met mijn opa, aan het Mauritshuis waar op dat moment een soort overzichtstentoonstelling was van de beroemde Spaanse schilder.

Ik was ongeveer 8 jaar,ik had mijn step in de benedengang van het huisje van opa achtergelaten en ik weet nog dat we het hele eind wandelden door de Boekhorststraat via het Binnenhof naar het museum.

 

In je leven maak je alles ooit eens voor de eerste keer mee en ik was nog nooit in een museum geweest.

Na het bezoek zouden we naar Rotterdam gaan waar twee oude zusters woonden van mijn opa die tante Dien en tante Janna heetten.

Het waren twee oude dametjes die veel rimpels hadden en vreselijk oud waren, maar wel erg lief. Ze woonden aan het Valkeniersplein in een huisje met een lieflijke tuin vol met kwetterende vogeltjes.

Tante Janna en tante Dien waren dol op kinderen. In die tijd was dat niet abnormaal want de meeste kindertjes waren in die tijd braaf, spraken met twee woorden en hielden hun kop als hun ouders dat opdroegen.

 

Mijn opa had een folder uit het Mauritshuis meegenomen waarop een afbeelding stond van het schilderij Les Vieilles. Ik vertelde, vol van alle belevenissen, welke schilderijen we allemaal hadden gezien. Plotseling pakte opa de folder en zei, terwijl hij de folder aan tante Dien en tante Janna liet zien:

                     "Kijk, jullie stonden ook nog op een schilderij!"

 

                           

De beide tantes moesten er smakelijk om lachen. Daarna aten we een hapje en las opa voor uit de bijbel.

Veel later begreep ik wat van het geloof van mijn opa, voor zover je daar iets van kunt snappen. Zijn geloof had niets uit te staan met de kerk. Opa had zelfs in zekere zin een hekel aan de kerk.

Net als Goya: die liet in zijn schilderijen zijn afschuw zien van de corrupte praktijken in de maatschappij waarin hij leefde en in het bijzonder van de kerk.

(Goya leefde van 1746 tot 1828).

Zou opa me daarom hebben meegenomen naar de tentoonstelling? Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik weet nog wel dat ik heimelijk het meest onder de indruk was van twee totaal andere schilderijen.

Op de één stond Maya afgebeeld, gekleed en wel

 

                              

 

Op het schilderij wat ernaast hing was Maya ook afgebeeld maar nu.......

 

                            

 

......................naakt!

 

Ik had nog nooit een naakte vrouw gezien, maar zoals ik al schreef: alles moet je een eerste keer meemaken in je leven.

 

Wie had ooit kunnen denken dat ik voor het eerst van mijn leven zou worden geconfronteerd met vrouwelijke naaktheid in een oud en deftig pand ergens in het centrum van Den Haag aan de hand van mij opa?

 

Ik heb het mijn opa niet verteld maar die twee schilderijen hadden natuurlijk een onuitwisbare indruk op me gemaakt.

De schilder kon prachtig twee oude vrouwtjes weergeven maar net zo goed een jonge vrouw.

De twee schilderijen heb ik nog een keer kunnen bewonderen op een snikhete dag midden in de zomer in Spanje terwijl mijn herinneringen teruggingen naar een zorgeloze dag, ongeveer 50 jaar geleden, in Den Haag en Rotterdam.

 

Met dank aan....................................

 

                                                                         

 

......................en mijn opa.            

 

1 reacties      Reageer

22-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (17).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Wij woonden in een redelijk nette buurt in de Bloemenbuurt.

Mijn opa woonde in de Koningsstraat, een zijstraat van de Hoefkade. Dat was een buurt vol met Haags tuig en in de vijftiger jaren werd in de kranten rond de jaarwisseling melding gemaakt dat er uitsluitend in de Schilderswijk weer veel vechtpartijen waren geweest.

Haagse Harries sloegen elkaar op de muil en de politie moest met groot materieel uitrukken. Buitenlandse mensen zag je nauwelijks.

 

Ik ging op de step naar mijn opa. Dat was wel zo'n beetje de verste reis die ik maakte op mijn stepje. Ik schat dat het zo'n 7 kilometer steppen was.

Ik had een degelijk, niet bijzonder modern stepje, met twee dikke bandjes en een klein remmetje tegen de achterband. Dat had niet ieder kind dus ik was daar best trots op.

                                         

Ik stepte veel in die dagen, vooral natuurlijk in mijn eigen buurt kon ik overal vrij en blij rondgaan.

Behalve op de Thomsonlaan.

Die meed ik. Op een hoekje van de Valkenboskade zou volgens mijn ouders een kinderlokker wonen.

Wat zo'n man deed, daar had ik geen benul van. Hij woonde in een donker huis in een akelig stil deel van de Thomsonlaan met een grote boom ervoor met enorme overhangende takken. Het moest een treurwilg geweest zijn, of gewoon niet kapot te krijgen kreupelhout, en de gordijnen waren altijd dicht.

Ik wist niet hoe hij eruitzag, ik had hem nog nooit gezien, maar ik en mijn zusje en broertjes waren bang voor de onbekende man.

We liepen liever een blokje om dan langs zijn huis te gaan.

 

Tegenwoordig zijn de kinderlokkers een stuk mobieler en brutaler geworden. Ze bellen bij je thuis aan, als je ouders even weg zijn, nemen je mee, snijden je in stukken en begraven je in de achtertuin nadat ze de lekkerste delen van je lichaam hebben gemarineerd en ingevroren.

Daar was vroeger zeer waarschijnlijk ook sprake van, maar ik wist het niet.

Ik wist niet beter dan dat een kinderlokker de gehele dag in zijn eigen huis zat en druk bezig was met het uitoefenen van zijn beroep: het lokken van kinderen.

Hoe? Wat en waarom? Geen flauw benul. Maar je moest niet in zijn buurt komen.

 

Tientallen jaren later moest ik opnieuw aan onze kinderlokker denken toen ik in een kerk een communie bijwoonde van een nichtje van mijn vrouw.

Het meisje, in het wit gekleed, liep samen met nog een stuk of 20 kinderen met de handen gevouwen en met een devote, treurige blik in de ogen, achter een priester in een jurk aan, eveneens de handen gevouwen, en hij leidde alle kindertjes naar een altaar.

Het flitste toen door me heen dat ik hier officieel een kinderlokker zag in bedrijf.

Goedgekeurd door de Katholieke Kerk en de ouders van die arme kindertjes.

 

Op de route naar opa dacht ik niet aan kinderlokkers.

Ik moest ongeveer de weg van lijn 12 volgen dan kwam ik er vanzelf. Lijn 12 liep van het Markenseplein naar het Staatsspoor en ik stepte via de Laan van Meerdervoort-Edisonstraat-Beeklaan-Regentesselaan-Herman Costerstraat (daar hield ik altijd even pauze om naar de marktkooplui te kijken)-Hobbemaplein en Vaillantlaan naar de Parallelweg.

Daar ging ik de Koningsstraat in, maar soms stepte ik door naar het Hollands Spoor.

 

                            

Van mijn moeder had ik een dubbeltje meegekregen zodat ik een perronkaartje kon kopen en vervolgens stepte ik dan een uurtje rond op de perrons, kijkend naar de treinen en de reizigers tot ik er genoeg van kreeg en me naar mijn opa spoedde.

 

Ik wist een beetje de weg op Hollands Spoor en Staatsspoor want mijn opa nam me er ook weleens mee naartoe als we een reisje maakten naar Rotterdam.

Als ik dan naast hem liep gebeurde het altijd wel een paar keer dat hij een vrouw zag zeulen met een koffer. Hij tikte dan met zijn stok de vrouw op haar schouder en zei dan:

 

        "Dame, deze jongeman wil graag Uw koffer wel even dragen."

 

Die moest ik dan afleveren op het perron waar de dame moest zijn. De vrouw bedankte mijn opa, gaf mij een aai over de bol en mijn opa nam even zijn hoed af.

 

Hufterig gedrag. Bestond toen nog niet.

 

Dacht ik.

 

3 reacties      Reageer

19-03-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas (2).

 

                                              

 

                         

 

2 reacties      Reageer

18-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (16).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn opa woonde alleen op de Koningsstraat. Zijn vrouw, niet mijn echte oma, die was al eerder overleden en heb ik nooit gekend, noemden wij tante Net. Officieel heette ze Antoinetta. Dat was een keurige dame die netjes met twee woorden sprak, van mijn opa hield en het huishouden deed.

Dat was toen nog normaal en de taken waren  duidelijk verdeeld, er was geen discussie over.

Sinds haar dood moest opa voor zichzelf zorgen. Een man alleen, dat kon niet goed gaan, (dat dacht men in die tijd ook al) maar het tegendeel was waar.

Hij kookte zelf zijn potje, deed de boodschappen en maakte het huis schoon.

 

Mijn opa liet elk jaar een pak maken bij een officiele kleermaker. Dan kon hij er weer tegenaan. 

Hij had een ruim zittend pak met ook een breed zittende  broek. Terwijl opa helemaal niet dik was. In die tijd hadden de meeste oudere mannen bretels aan om de broek op de plaats te houden. De bretels zaten aan de voor- en achterkant van de broek aan twee aparte soorten luxe wasknijpertjes vast.

Als opa naar buiten ging deed hij een stropdas om en een hoed op en was hij het heertje.

Iedere ochtend begon opa de dag met stofzuigen nadat hij een boterham had gegeten en zich geschoren had. Hij had dan zijn broek al aan, met bretels, en een flanellen Jansen-en-Tilanus hemdje.

Het stofzuigen was een inspannende bezigheid en dus knoopte hij aan de voorkant zijn bretels los en sloeg die achterover zodat ze op zijn rug hingen. Had hij een wat losser gevoel bij de uitoefening van het wat zwaardere huishoudelijke werk.

Ik herinner me niet dat mijn vader bretels droeg maar toch zag je in de vijftiger jaren wel heren lopen met bretels.

Heel af en toe zag ik op televisie weleens een film van De Dikke en de Dunne. Die kwamen uit dezelfde tijd als mijn opa en droegen ook altijd bretels.

 

 

Zo was mijn opa dan aan het stofzuigen. Over het tapijt en weer terug, langs de kast en het dressoir en niet vergeten de hoekjes. Een inspannende bezigheid. Op een gegeven moment draaiden de bretels, die hij achter zich had hangen, om een poot van een zware fauteuil heen. Mijn opa had er geen erg in en stofzuigde rustig door.       

 
 
   

Zonder dat hij het in de gaten had werd de afstand stoel-opa langzaam steeds groter doordat opa steeds verder weg ging stofzuigen. Op een zeker moment hield het elastiek van de bretels het niet meer en vlogen de bretels met een zwieper los om als een katapult te eindigen tegen de rug van mijn opa.

Die schrok zich natuurlijk een hoedje.

 

Opa was op een leeftijd dat hij niet zomaar aan een nieuwe vrouw kon komen die hem een beetje kon assisteren in het huishouden. Het lag ook niet in zijn aard het stof maar te laten liggen in huis.

Neen, hij moest gewoon de volgende dag weer zuigen. Maar sedert dat ongelukje deed hij zijn bretels pas aan als hij klaar was met stofzuigen.

 

1 reacties      Reageer

17-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (15).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Soms ging ik op de step naar mijn opa. Van de Goudenregenstraat naar de Koningsstraat. De exacte weg wist ik niet maar ik volgde gewoon het spoor van lijn 12 en dan kwam ik er vanzelf. Maar het was wel anderhalf uur steppen.

Opa woonde op een bovenwoninkje midden in de Schilderswijk. Je had eerst een verlichtingszaak en dan een speelgoedwinkel van van Boxtel en daarboven op nummer 179 woonde opa.

 

                               

 

Hij zat altijd op zijn stoel voor een enorm aquarium.

Op mooie dagen had hij de balkondeuren geopend en daar hield hij parkieten. Die waren soms ziek en dan moest opa ze uit hun lijden verlossen. Daar moest ik hem dan bij helpen. Hij pakte een parkietje en wees me op de snavel. Daar kon je aan zien of het beestje ziek was. Hij vulde dan een emmer met water met de bedoeling het vogeltje te verzuipen. Dat moest een humane dood zijn.

Maar voor het zover was moest ik even aan het water voelen, met mijn elleboog, of het water niet te koud was. Als dat het geval was moest ik wat warm water halen en het water in de emmer op een aangename temperatuur brengen. Opa vond het zielig dat het vogeltje in te koud water aan zijn einde zou moeten komen.

Ik heb dat altijd wel bijzonder gevonden. Als je dood gaat moet je kennelijk niet al teveel behoeven te lijden.

Stel dat mijn opa een mens zou moeten ophangen, dan zou hij er vast alles aan doen het zo prettig mogelijk te maken. Hij zou de veroordeelde een sigaar geven en het touw met vet of zo insmeren, zodat het niet al te hard zou knellen en snijden rond de nek van de ter dood veroordeelde. 

 

Was het water eenmaal op de juiste tempereatuur dan hield opa de parkiet snel onder water totdat het beest niet meer bewoog en pakte dan een papieren zakje waarna het beest in de vuilnisbak verdween.

 

                              

 

Mijn opa handelde uit liefde voor het beest. Hij was een gelovig man en je ziet het vaker bij godvrezende mensen: ze houden van de vogeltjes, de bloemen en de bijtjes. Immers: de schepping Gods is overal te zien maar bovenal in de natuur.

 

En zo nam opa mij vaak mee naar de parken van Den Haag, Marlot en Clingendael. We gingen er met de tram heen en eenmaal aangekomen wandelden we stil, zonder veel te zeggen, langs de sloten, roerde opa met zijn stok door het kikkerdril en uiteindelijk zochten we een beschut plekje op, onder de bomen, en dan pakte opa een zak ongepelde pinda's die we oppeuzelden, ondertussen de vogeltjes voerend.

 

 
(Langoed Clingendael.)   (Landgoed Marlot.)

 

Hier liet mijn opa mij voor het eerst van mijn leven een mus zien.Ik had zo'n vogeltje natuurlijk wel eens gezien maar ik wist eigenlijk niets van beestjes, ik was niet zo'n jongetje dat met een verrekijker lag te turen naar wat er allemaal rondvloog in de buitenlucht. 

De mus, een doodgewone, saaie, suffe vogel, maar toen, in die tijd, voor mij een bijzonderheid.

Nog even wachten en het vogeltje is opnieuw een zeldzaamheid.

 

                                 

 

En met zijn stok wees opa naar, voor mij nog steeds de mooiste vogel in onze omgeving: de merel. Volgens sommigen een net zo'n dooie en muffe vogel als de mus of de kanarie, volgens anderen weer een macho met een gouden keeltje, voor mijn opa en ik een hemels prachtig beestje waar we minuten lang naar konden turen.

Jaren later heb ik nog vaak aan die momenten teruggedacht, het gezang van de merels, de ruisende bomen, mijn opa met zijn hoed naast hem op het bankje, wijzend naar een boterbloem in het gras en ik.

 

                                   

 

Kijkend naar alle dat wonderlijke wat groeit en bloeit en wat me sindsdien nog immer mateloos boeit.

 

1 reacties      Reageer

16-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (14).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de moderne tijd tel je niet mee als je niet een jacuzzi in huis hebt of een sauna. Een douche en een bad is te gewoontjes geworden.

 

In de vijftiger jaren was het een bijzonderheid als je in een huis woonde met een douche. Ons gezin woonde met 7 kinderen op de Goudenregenstraat in een benedenhuis en we hadden een radio, een televisie, mijn vader een electrisch scheerapparaat, maar geen douche.

Denk nu niet dat er in dat huis een stank heerste van zweetvoeten en ongewassen haren, pies en kots, als kind ben je daar niet zo mee bezig en als het al zou stinken interesseerde je het niets.

Eén keer per week werd een grote teil met warm water gevuld waar alle kinderen om de beurt in gewassen werden. Dat gebeurde in de keuken aan een geisertje dat lauw water afgaf maar mijn moeder zette, als het erg koud was, een ketel water op die ze, als het water flink kookte, bij het badwater goot.

Als je dit gebeuren een paar keer had meegemaakt leerde je vanzelf pas dan in de teil te gaan zitten als je goed had gevoeld hoe warm het water was.

 

Van de 7 kinderen ben ik precies de middelste.

Dat heeft zijn voordelen maar ook zijn nadelen. Je had de drie groten en de drie kleintjes en eigenlijk hoorde ik nergens bij maar werd ik vaak gemakshalve  ingedeeld bij de drie kleintjes.

Die gingen één voor één in het teiltje. Mijn kleinste zusje het eerst, daarna mijn andere zusje (hoewel ze ouder is dan mijn kleine broertje ging ze voor, ze was immers een meisje) en daarna mijn kleine broertje,  en daarna was het mijn beurt.

De keuken was tegen die tijd al bedekt met plassen water en het water in de teil was door alle voorgaande wasbeurten koud, vettig en licht geel uitgeslagen omdat mijn broertje in de teil had gepiest.

 

De grote drie konden wel voor zichzelf zorgen, die konden zelf de grote teil vullen en water laten koken, maar ik moest toch nog geholpen worden door mijn moeder. Die had, nadat ze drie kinderen in de teil had gesopt en tussendoor de keuken trachtte te dweilen, minder zin nu nog een kind schoon te wassen, laat staan nog een ketel water op te zetten of het water te verschonen.

Dat had ik dus.

 

                                   

 

Tijdens zomerdagen pakte mijn vader af en toe de waterslang uit de tuin en moesten wij piemeltjenaakt (mijn zusjes natuurlijk niet, mannen en vrouwen werden strikt gescheiden) in de tuin onder het afdak staan achter de slaapkamer van mijn ouders en kon mijn vader ons schoonspuiten.

Een soort moderne wasserette maar dan voor kinderen.

 

Wij schaamden ons dood, want de halve buurt kon meekijken. Boven ons, naast ons en aan de overkant hingen de mensen over de balkons om het ritueel gade te slaan. Het ergste was als het buurmeisje, dat boven ons woonde, op het balkon stond.

Ze was een paar jaar ouder dan ik en heette Mila Quist. Een exotische naam behorend bij een onbereikbaar meisje dat tot overmaat van ramp mij in mijn blootje zat te bekijken. 

We hadden het ook nog koud en kregen één handdoek om ons af te drogen.

 

Drie keer raden wie als laatste van de kleintjes de handdoek kreeg om zich af te drogen.

 

Mijn opa, die op de Koningsstraat woonde, had wel een douche, gemaakt door een kennis van hem, ene Kees Kei.

Er liep een slang van de keuken door de muur naar een kast en als hij in de keuken de kraan opendraaide had hij in die kast water. In die kast, ijskasten waren er nog niet, bewaarde hij ook een fles melk, een stukje kaas, een zakje met eieren, een onsje vleeswaren en een bus VIM ("dood 99% van de huishoudbacteriën", stond erop. "Maar die ene procent?"  Dacht ik dan. Ja: die zou jou doden. Of je opa. Dat zetten ze er mooi niet bij).

Op een dag kwam ik opa bezoeken op mijn step en hij kwam net onder de "douche" vandaan. Opa vertelde dat hij behoorlijk geschrokken was tijdens het douchen: hij gebruikte altijd een borstel met een erg lange steel om zijn rug te wassen. Toen hij klaar was met het schrobben van zijn rug zag hij tot zijn schrik dat de borstel onder het bloederige vlees zat.

Hij had kennelijk zo hard geborsteld dat hij zijn rug had open gehaald.

Dacht hij.

Bij nader onderzoek bleek dat hij, zittend op zijn hurken in zijn blote kont, bij het aaien over de rug per ongeluk het beetje rosbief had meegenomen dat ook in de kast lag en dat zich nu tussen de haren van de borstel had genesteld.

Mijn opa was een zuinig man en hij heeft direct het vlees ertussenuit gepulkt, maar het niet meer opgegeten.

Hij heeft er nog wel wat aan geproefd maar de rosbief bleek te sterk gekruid geraakt met sunlightzeep en resten VIM.

                                     

                                        

 

5 reacties      Reageer

15-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (13).

 

Je bent geboren in Den Haag of niet.

 

Al vroeg in de vijftiger jaren bezaten mijn ouders een televisie. Niet veel mensen in de straat hadden een t.v. en op woensdag- en zaterdagmiddag verzamelden zich een aantal kinderen uit de straat bij ons huis en keken we met zijn allen naar t.v.

Mijn vader had om de kosten wat te drukken een potje op de televisie staan waar de kinderen geacht werden 5 cent in te doen.

De programma 's begonnen steevast met tante Hannie, een omroepster die je als kind veel vertrouwen inboezemde en je zeker een fijne middag zou bezorgen. Terwijl het programma maar een uurtje duurde.

Tante Hannie verwelkomde ons altijd met de groet:

 

                                    

                                        Dag Lieve Kijkbuiskinderen!

 

Aan het eind van de uitzending zwaaide ze je heel lang uit totdat het beeld  langzaam geheel wegviel en er een klein stipje over bleef gloeien waar je zo lang mogelijk naar bleef kijken.

Zo kwamen voorbij: Pipo de Clown, professor Plano en er was een robot die Rikkel Nikkel heette en die wij steeds Rikkel Nikkel de Robot Snikkel noemden. Een robot was iets futuristisch en het woord of de naam Snikkel had nog niet de betekenis die sommigen er tegenwoordig aan geven.

 

                                

                                              Rikkel Nikkel de Robot Snikkel.

 

Als kinderen kenden we sommige dialogen van buiten.

 

Mijnheer Humdrum vroeg vaak:

"Juffrouw Tingeling? Wilt U Uw huisje verkopen?"

Juffrouw Tingeling: "Neen, mijnheer Humdrum."

Mijnheer Humdrum: " Grrrrr, weer niet!"

 

Maar in het begin van de zestiger jaren maakte de uitvinder Okkie Trooy de meeste  indruk op me.

Okkie Trooy had een "Floepmachine" waarmee hij naar een andere tijd kon verdwijnen. Hij riep dan: "Horen, zien en......floep!"

Diepe indruk maakte de koffer van Okkie:

als hij deze opendeed zaten er allemaal krentenbollen in.

Maar als een ander de koffer opende zat er niets in.

Een wonder.

En tegelijk ook zo'n beetje zijn enige uitvinding, maar wel een hele goeije.

 

                                    

 

Pipo de Clown vond ik maar een raar mannetje. Ik had het al jong niet zo op clowns die geforceerd leuk willen zijn. Tegelijkertijd had ik wel weer een zwak voor  de losers:

Snuf en Snuitje, en natuurlijk De Dikke Deur.

                                   

                                                                P.P.P.Pipo!!.....Koeien!

 

                                                           

 

1 reacties      Reageer

12-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (12).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

De rubriek jeugdtrauma's is bij mij goed gevuld.

 

Er valt veel over te vertellen en het is moeilijk kiezen waar te beginnen of verder te gaan. Maar de wintertijd doet me vaak weer denken aan dat gore goedje dat je voor het slapen gaan moest slikken:

levertraan.

Je ouders maakten je wijs dat de walvisvaarders op de Noordpool nooit zover waren gekomen als ze niet iedere dag een lepel levertraan innamen.

Dat kon mij niets schelen. Ik had het druk genoeg met mijn step en later wilde ik tramconducteur worden of woudloper en daar had ik geen levertraan voor nodig.

Maar mijn ouders dachten daar anders over en zij waren de baas.

Het zou goed zijn voor het aanmaken van vitamine D dat een kind nodig zou hebben als hij eenmaal een walvis gevangen had.

Ik bleef me verzetten,maar voor het slapen gaan kneep, als je pech had je vader, je neus dicht, en hij kon hard knijpen, en goot de smurrie naar binnen.

                          

 

Bij het idee alleen al liepen de rillingen over je rug. En dan die vieze fles! Hij voelde altijd wat vettig aan en rond de hals zat een laagje aangekoekte olie. 

Het was goed voor de botvorming, hadden ze me wijs gemaakt. Veel van mijn leeftijdgenoten moeten er liters van hebben geslikt want wat kunnen ze, nu nog steeds, bot zijn.

 

Mijn moeder deed iedere keer een cent in een potje als ik mijn levertraan had geslikt. Hetzelfde gold voor mijn broertjes en zusjes. En opgetogen vertelde ze erbij dat als de fles op zou zijn ze wat voor ons zou kopen.

Toen de fles eindelijk leeg was ging ze inderdaad op pad om iets voor ons te kopen:

 

                                 juist, een nieuwe fles levertraan.

 

                                   

 

                            

 

1 reacties      Reageer

11-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (11).

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren mochten de kinderen op woensdagmiddag naar televisie kijken. Naar Coco de vliegende knorrepot en naar Dappere Dodo met opa Buiswater. Dat waren onze helden.

 

Dat het leven niet altijd maar zorgeloos zou zijn ontdekte ik toen op een dag mijn broer zomaar was weggelopen van huis. Ik kon me er niets bij voorstellen: had hij het niet naar zijn zin thuis? Was hij ongelukkig? Ik wist het niet en had nooit wat aan hem gemerkt. Dat kon ook bijna niet: we verschillen 7 jaar.

Maar plotseling was hij zomaar weg. Met medeneming van wat geld, gevonden in de portemonnaie van mijn moeder. Ik vond dat op zichzelf niet zo stom want wat moet je in de grote boze wereld zonder een cent op zak?

Ik wist wel dat stelen niet mocht maar ik probeerde het gedrag van mijn grote broer voor mijzelf wat te vergoeilijken. (Ik heb later eens een dief aan de rechter horen zeggen dat hij "de dingen vond voordat  de mensen ze verloren hadden.")

Dat vond ik een leuke smoes en zo kon ik ook later nog wel enig begrip opbrengen voor mijn broer.

 

Mijn ouders niet.

 

Toen mijn broer na een lange dag van wachten nog niet thuis was gekomen kwam er een politieagent aan huis. Een grote, strenge man met een indrukwekkend uniform en een pistool aan zijn riem.

Politieagenten kende ik eigenlijk alleen van de televisie.

 

                     

Daar kon ik wel om lachen, maar nu was er geen reden meer voor plezier. Mijn broer was weg en had het gezin in consternatie achtergelaten.

's Avonds dromden we samen bij de radio en na het nieuws werd een politiebericht omgeroepen waarin werd gevraagd naar mijn broer uit te kijken. Hij was vermist.

Ik gloeide van opwinding en kon niet slapen: een heuse agent in huis, mijn broer op de radio en iedereen in staat van grote ontsteltenis. Een taxichauffeur meldde zich dat hij 's ochtends een jongeman had meegenomen die aan de beschrijving voldeed en naar het station had gebracht.

Hij had een taxi gebeld! Als je dan toch wegloopt van huis, dan met enige luxe, moest hij vast gedacht hebben.

 

Een paar dagen later kwam er een teken van leven. Hij was ontdekt in Antwerpen.

Antwerpen! Ik had geen flauw benul waar dat lag. Ik was te klein om naar de grote school te gaan, dus ik wist van niks.

Mijn oom Rien en de agent zouden mijn broer gaan ophalen in Antwerpen.

Dat was een hele onderneming. Snelwegen waren er niet, Antwerpen lag in een ander land. Het was er vast niet pluis en bij de grens kon je wel uren moeten wachten. Zeiden ze.

Paspoorten niet vergeten en met een kleine plunjezak met daarin wat schone kleding, een tandenborstel en een zaklamp voor-het-geval-dat en je-weet-maar-nooit, gingen de twee mannen op pad, zenuwachtig door ons allen uitgezwaaid.

 

Die avond werd mijn broer  binnengeleid door mijn oom en de agent. Bij mij was hij ondertussen al gepromoveerd tot held. Hoe had hij het voor elkaar gekregen en waar had hij het lef vandaan gehaald?

Wij stonden in de lange gang toen mijn broer ons passeerde. We mochten niets zeggen maar stiekum stak ik mijn duim op en ik probeerde hem bewonderend toe te lachen.

We moesten allemaal naar onze kamers en ons verder nergens vertonen.

Mijn vader ging met mijn broer naar de slaapkamer.

Oei! Daar zwaaide wat!

Tegen de opdracht van mijn moeder in pakte ik mijn kleine broertje en wandelde ik naar de slaapkamer van mijn ouders en bleef daar staan in onze korte broekjes, achter de gesloten deur.

Opeens floepte vrijwel onhoorbaar de deur open en ik zag door de spleet mijn vader staan met een bamboestok in zijn hand. Mijn broer had ook zo'n stok in zijn handen.

Toen hoorde ik mijn vader zeggen dat hij mijn broer eerst een pak slaag zou verkopen en dat daarna mijn broer zo hard mogelijk mijn vader moest slaan.

Mijn broer keek strak voor zich uit met doodsangst in zijn ogen.

Plotseling stond mijn moeder naast ons en leidde ons met zachte hand naar de keuken waar ze me snel waste en me een verschoning gaf.

Ik had het in mijn broek gedaan en het liep dun langs mijn benen.

Nu bracht ze ons naar ons kamertje en zei ons dat we niet nog eens moesten proberen eraf te komen. We moesten spelen en ons stil houden.

 

Ik meen me te herinneren dat ik dat, op dat moment en gezien de omstandigheden, een goed plan vond.

 

We keken weer naar dappere Dodo.

Maar voor mij had Dodo afgedaan als held. Ik had een echte held gevonden, in de buurt, zelfs in huis, en het was geen pop maar mijn grote oude broer.

 

                                 

                                   Jongens, meisjes kijk nu goed

                                   Wat die dappere Dodo doet

                                   't Is een jongen met veel pit

                                   Waar geen greintje kwaad in zit

                                   Hij is jullie dikke vrind

                                   Die je vast wel aardig vindt

                                   Dalijk staat hij voor je neus

                                   Kijk daar is hij!

                                   Echt Waar!

                                   Heus!

 

3 reacties      Reageer

10-03-2010  [Grumb.]

Grumb & Gert Geven Gas.

 

                             

 

                                               

 

2 reacties      Reageer

09-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (10).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn kleuterschool stond in de Acaciastraat. Daarna ging ik naar de Hervormde Prins Mauritsschool in de Resedastraat. Daar kreeg ik les van Juffrouw Liefheid en Meester Kuyt.

Niet alle kinderen uit ons gezin zaten op deze school, een paar broers gingen naar de Gereformeerde Bavinckschool. Waarom dat was weet ik niet meer, mijn ouders namen het kennelijk niet al te nauw met het geloof.

Een mens kan veel ellende overhouden aan zijn schooltijd, maar ik kan me gelukkig niet herinneren op school ooit last te hebben gehad van godsdienst, geloof en vergelijkbare narigheid.    

                             

                                           (Prins Mauritsschool.)

 

Ik kende wel het Onze Vader uit mijn hoofd en ik was evenals mijn broers razendsnel in het opzeggen van het gebed voor het eten, want hoe sneller je daarmee klaar was, hoe eerder je kon eten:

 

                         "Herezegedezespijsendrankenamen."

 

Namen mijn ouders het niet zo nauw met het geloof, koningsgezind waren ze wel.

Als het Prinsjesdag werd moest ik mijn zondagse kleren aan en werd me een oranje sjerp omgedaan en een vlaggetje in de handen gedrukt. In een versierde tram van lijn 12 reden we dan naar het centrum waar mijn vader een plekje ging zoeken tussen de vele mensen.

Als je een goed plekje wilde hebben dan stonden de mensen erg vroeg op om er zeker van te zijn de Koninklijke familie van dichtbij te kunnen bewonderen.

Zo koningsgezind waren mijn ouders nu ook weer niet met gevolg dat ik eens op de Kneuterdijk heb gestaan op ongeveer rij drie met natuurlijk een grote brede Hagenees voor mijn neus zodat me ik tussen het gedrang door moest wurmen en gluren om een glimp van de Koningin op te vangen.

Terwijl ik niet mocht vergeten de opdracht van mijn vader goed uit te voeren: hevig zwaaien met mijn vlaggetje.

 

                           

 

Als ik zo een paar uur had gestaan en van vermoeidheid door mijn benen dreigde te zakken en ook nog vreselijk moest plassen, dan moest ik samen met broertje en zusje na de optocht  zorgen dat we op het Buitenhof terecht kwamen, want daar stond een ijscokar van de ERMI waar we een ijsje kregen. Die moest natuurlijk ook naar binnen terwijl ik stond te wippen op mijn tenen omdat ik hierdoor nog heviger naar de wc moest.

 

                              

 

Dat ijsje was in ieder geval binnen en ik vond het helemaal niet erg dat het weer een jaar zou duren voor een nieuwe Prinsjesdag.

Ik heb het niet op het Koningshuis.

 

En dat komt echt niet alleen omdat Bernhard een schurk was.

 

Eenmaal moe thuis gingen mijn ouders met het bezoek, opa en oma meestal, in de voorkamer zitten. Daar was alles schoon en mochten wij nooit komen. Het Wilhelmus schalde uit de bakelieten radio. 

Wij speelden in de achterkamer en moesten onze kop houden.

 

2 reacties      Reageer

08-03-2010  [Gert Pruimhof.]

Revalideren met Olie B.Bommel?

 

Ongeveer 5 maanden geleden ben ik geopereerd en sedert een week of 6 ben ik aan het revalideren in het Revalidatiecentrum Breda. Met de ergotherapeut is het veel praten en met de fysiotherapeut is het afwisselend praten en oefenen op apparaten en zwemmen.

 

Ik ben er nu achter dat revalideren alleen je conditie kan bevorderen. Het cauda syndroom wordt veroorzaakt door het samendrukken van de cauda equina zenuwwortels, waardoor deze in meer of mindere mate beschadigd raken. Juist deze zenuwwortels zijn gevoelig voor beschadiging omdat ze slecht ontwikkeld bindweefsel hebben.

Het mogelijke herstel van de zenuwen is afhankelijk van vele factoren: de hoeveelheid druk op de zenuw, leeftijd, algehele gezondheidstoestand etc.

Het is dan ook niet doenlijk hier richtlijnen voor te geven.

                                

Een zenuw bestaat uit twee delen: de zenuwtax (axon) die het binnenste van de zenuw vormt, en een isolerende laag (myelin-schede) daar omheen.

Bij iets meer druk bestaat de mogelijkheid dat de axon wel is vernietigd, maar dat de myelin-schede nog intact is. De zenuw kan zijn axon laten groeien waarbij de myelin-schede de axon geleidt naar waar hij heen moet.

Onder de beste condities groeit de axon met 1 milimeter per dag, dat is ongeveer 3 centimeter per maand.

Het kan ook gebeuren dat de axon is geplet en de myelin-schede is gescheurd. De zenuw zal proberen de axon te laten groeien, maar beschikt niet over de myelin-schede als gids om de weg terug te vinden. Herstel is dan onwaarschijnlijk.

 

Herstel speelt zich af op cel-niveau. Een zenuw bestaat uit vele afzonderlijke cellen.

Sommige cellen zullen meteen terugkomen, anderen hebben meer tijd nodig en weer anderen zullen niet terugkomen.

Komen er voldoende zenuwcellen terug, dan zal de zenuwfunctie terug kunnen komen. Bij sommige patienten is herstel van de zenuw te zien tot 3 jaar na beschadiging. Het is vrijwel ondoenlijk te voorspellen hoeveel herstel zich voor zal doen, vooral vlak na de beschadiging.

Door specialisten en ander medisch volk is het niet mogelijk een zenuw te helpen met herstel. Revalideren helpt ook niet. Dat bevordert alleen je conditie. Herstel van de zenuw is afhankelijk van, ja van wat?

Een arts zei dat de natuur zijn werk moet doen. Ze weten het niet, je moet maar afwachten.

Dus of je de hele dag in je stoel blijft zitten, achter de geraniums, en twee flessen wodka drinkt, de zenuw herstelt vanzelf wel.

Of niet.

Of een beetje.

 

En verder gebeurt er niets, behalve dat je conditie niet vooruitgaat, je regelmatig de flessenbak moet legen en je lever er beroerd uitgaat zien.

 

Dus ik moet maar afwachten hoe het gaat.

En momenteel schiet het niet erg op. Lopen gaat moeizaam en ook zijn er nog allerlei andere kwalen die me teisteren doordat de zenuwen niet goed werken zoals normaal naar de wc gaan.

 

Ben ik mooi klaar mee en als ik er goed over nadenk moet ik oppassen dat de moed niet in mijn schoenen zakt.

 

Het is niet eerlijk. Maar ik weet ook dat het niet handig is zo te denken.Je wordt een soort Calimero:

                                           

                                     Zij zijn groot en ik is klein.

 

Neen, beter is het als een Olie B.Bommel door het leven te gaan, dan heb je altijd een Tom Poes bij je die je kan toeroepen

"een list te verzinnen" en

"dat geld geen rol speelt" en

"hoe vreselijk dit alles is." 

                                       

                                    Als je begrijpt wat ik bedoel.

 

Ik heb eens gedroomd dat ik 's ochtends wakker zou worden en dat het allemaal niet gebeurd was, dat ik weer de baas zou zijn over mijn eigen lichaam en kon doen wat ik wil.

 

Ja, dat willen we allemaal wel.

 

Dat ik kon leven als een Olie B.Bommel. Als een heer van stand met weliswaar een teer gestel maar daarom heeft hij Tom Poes die hem beschermt en een bediende Joost die voor alle dagelijkse beslommeringen zorgt, je af en toe een lekker drankje aanreikt en 's avonds altijd een eenvoudige doch voedzame maaltijd klaarmaakt.

En iedereen kan aanschuiven.

 

En caudasyndromen?

 

Nooit van gehoord.

                                             

 

0 reacties      Reageer

07-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (9).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Ik moet even wat rechtzetten.

 

Vorige keer berichtte ik dat één van mijn broers uit baldadigheid de kraan van een melkwagen had opengezet en zo de melk over straat liet lopen.

Mij is nu gebleken dat het geenszins te maken had met kinderondeugd of kinderterrorisme maar meer met blinde paniek:

in de vijftiger jaren van de vorige eeuw was het erg belangrijk dat een kind melk dronk. De overheid propageerde dat je minstens een kwart liter per dag moest drinken. In Den Haag had je de Sierkan en de RMI, de Residentie Melk Inrichting.

Deze laatste firma, die winkels had in onder meer de Goudenregenstraat en de Fahrenheitstraat, mocht de scholen bevoorraden. Daarnaast ging men met een kar langs de deur.

 

 

De bedrijfsleider van de RMI was een zekere Pieter Hus. Familie van de bekende bakkerij Hus.

Pieter Hus was voorbestemd om aan het werk te gaan in de bakkerij van zijn vader maar vlak na de oorlog bleek dat hij een zeer agressieve vorm van allergie had voor..............meel.

Tja, dat schiet niet op in een bakkerij.

Er moest brood op de plank komen, maar Pieter ging zorgen voor het glaasje melk erbij: hij ging als bedrijfsleider aan de slag bij de RMI en  zijn broers bleven aan het werk in de bakkerij.

 

Nu schijnt het zo dat mijn broer, toen de melkman even niet oplette, de kraan van de melkwagen opendraaide en vervolgens eronder ging hangen om melk te drinken.

Dat ging goed, maar hij kreeg, toen hij in zijn ooghoeken de melkboer terug zag komen, de kraan zo snel niet meer dicht en vluchtte in blinde paniek weg richting de 60er jaren.

De melk liep over straat en de melkboer kwam zijn beklag doen bij mijn moeder.

 

Waarom kreeg mijn broer de kraan niet dicht nadat hij een paar slokjes tot zich had genomen?

 

Dat komt omdat we te maken hebben met een stop, geen echte kraan,maar een stop  die je ook wel ziet bij wijnvaten. Dus in een rondje van 360 graden is er één positie waarin de zaak dicht is.

Toen mijn broer bijna was betrapt probeerde hij in zijn zenuwen (daarom kakken inbrekers altijd in je huis) de stop als de pleuris dicht te draaien. Maar dat moet je met beleid doen, dus dat werd niets, en uiteindelijk heeft mijn broer maar de boel de boel gelaten en de benen genomen.

 

 

In een wijnvat zit een gat en daarin steekt een pijpje. In het pijpje steekt weer een pijpje, met ook weer een gat, dit tweede pijpje is draaibaar.

Zit het gat van het tweede pijpje nu precies voor het gat van het andere pijpje dan is het raak en stroomt de wijn (of in dit geval de melk) in het glas of in de mond van mijn dorstige broer.

Als je maar driftig genoeg, en in paniek en angst, want de melkboer kon nu elk moment terugkomen, het tweede buisje tegen de klok in draait, blijft het stromen.

 

Dat is er gebeurd.

 

Stommeling werd later professor.

 

 

 

 

0 reacties      Reageer

04-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (8).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren reed ik als kind met mijn step door Den Haag. Het liefste stepte ik door de Goudenregenstraat langs het Goudenregenplein en via de Lijsterbesstraat en Laan van Meerdervoort weer naar huis.

En dat rondje deed ik dan een paar keer.

De meeste winkels hadden een toonbank waar achter iemand stond die de bestellingen opnam. De Gruyter op het Goudenregenplein was natuurlijk een begrip.

 

 

      

 

Alles was keurig geordend en mijn moeder kocht er weleens Het Snoepje Van De Week. Je keek je ogen uit maar het was verboden achter de toonbank te komen. 

 

Op de Laan van Meerdervoort waren verschillende winkels van de Sierkan gevestigd waar men eieren, boter en melk in flessen verkocht.

 

 

 

De vrouw van de melkboer stond in de winkel. 

De melkboer zelf kwam aan huis met een bijzondere kar gevuld met flessen en je kon ook de melk in een kan laten tappen aan een kraan.

 

 

In een vlaag van baldadigheid heeft één van mijn broers eens het kraantje van de kar van de melkboer opengezet toen de melkboer zelf net bezig was een paar flessen weg te brengen naar een klant.

De boze melkboer kwam zijn beklag doen bij mijn moeder en vertelde haar dat als het nog eens zou gebeuren zij de melk moest betalen.

Dat dreigement was niet aan dovemansoren gericht want mijn moeder kreeg wekelijks een krap bedrag aan huishoudgeld en moest maar zien hoe ze het daarmee redde met het grote gezin.

Het hielp dan ook niet echt dat even later de bakker met zijn kar aan de deur kwam en een krentenbol wilde afrekenen.

Mijn oudste broer had ondertussen namelijk de bakker benaderd en hem gezegd dat hij een krentenbol wilde hebben maar geen geld had en dat de bakker het geld bij zijn moeder moest halen die op nummer 112 woonde.

Mijn moeder moest met tegenzin betalen en zag haar oudste zoon in een hoekje zitten van de tuin, knabbelend aan zijn krentenbol, maar niet voordat hij alle krenten uit de bol had gevist en weggegooid want mijn oudste broer was geen liefhebber van krenten.

 

Nostalgische verhalen zijn leuk en worden meer bijzonder als de vreemde trekken van je familieleden zo vroeg reeds aan de oppervlakte komen.

 

Onderweg kwam ik weer langs het Goudenregenplein waar in de vijftiger jaren de eerste zelfbedieningswinkel werd geopend: PeHa.

 

De mensen die wat verder weg woonden namen de tram en stapten op het Goudenregenplein uit om de boodschappen te doen bij deze ultramoderne zaak.

 

 

(Goudenregenplein met achter de tram PeHa, rechtsachter de tweede boom sta ik met mijn step.) 

 

Ik stond er met verbazing naar te kijken en ik herinner mij dat er zelfs een loflied bestond op de de HTM (de Haagse Tramweg Maatschappij). Mijn moeder had thuis wekelijks een naaister aan het werk, zij vertelde me dat we dat lied uit ons hoofd moesten kennen als we de tram in stapten.

Ik herinner me alleen nog het refrein van Tramvreugde:

 

                                     Schep vreugde in het leven

                                     Maak een ritje met de tram

                                     Wat je nergens kan beleven

                                     Vind je bij de HTM

                                     De conducteur verveelt zich niet

                                     Kent zorgen noch verdriet

                                     Schep vreugde in het leven

                                     Maak een ritje met de tram.

 

Daarom wilde ik ooit conducteur worden.

Leek me een leuk baantje:

zonder verveling en zonder zorgen en verdriet.

 

Maar dan moest ik natuurlijk eerst mijn step verkopen.

 

Ik weet nog steeds niet wat PeHa betekent maar het is vast de afkorting van de Haagse naam van de eigenaar: Peter Hazewinkel of Peer Hanekam of misschien wel Petronella Haring. 

 

 

1 reacties      Reageer

03-03-2010  [Gert Pruimhof.]

3 maart 1950-3 maart 2010. Young and beautiful.

 

Bella is vandaag jarig.

 

Daar is ze niet zo bijzonder blij mee. Nooit geweest, en ze ontvangt kaarten met het goedbedoelde advies vanaf nu te liegen over haar leeftijd.

Ik vind er niets onnatuurlijks aan een jaar ouder te worden maar toch heeft Bel er een beetje de pest over in.

Ze wil niet ouder worden. Maar altijd jong blijven.

Ja, dat willen we allemaal wel.

 

 

Elvis Presley heeft veel prachtige nummers gemaakt, maar één van zijn mooiste en ontroerendste nummers gaat over de altijd durende jeugd.

Uit de tekst blijkt dat het voor een vrouw helemaal niet zo moeilijk is om jong te blijven, en ook nog wel voor eeuwig, door gewoon in de eenzame armen van een man te gaan liggen.

Meer hoef je niet te doen!

 

(Young and beautiful):

You're so young and beautiful and I love you so

Your lips so red, your eyes that shine

Shame the stars that glow

So fill these lonely arms of mine

And kiss me tenderly 

Then you'll be forever young

And beautiful to me.

 

Het eerste wat Bella deed toen ze in 1950 werd geboren was verbaasd om zich heen kijken.

Ze werd al rap op een kinderstoeltje gezet met een slabbetje om en het viel een ieder op dat het slabbetje keurig schoon bleef.

Zo heeft ze een aantal maanden om zich heen zitten kijken maar na een klein jaar was de pret eraf.

Er werden twee zusjes geboren en vanaf dat moment moest Bella voor  de nieuwe baby's zorgen.

Ze kan zich niet herinneren ooit met poppen te hebben gespeeld, ze moest altijd met haar zussen spelen, die waren haar speelgoed en en passant moest ze goed opletten dat er niets fout liep.

 

Alleen spelen was er niet bij, werd zelfs verboden. Het gehele gezin moest altijd samen spelen, samen naar de kerk, samen toneelstukjes opvoeren voor paters en de nonnen tijdens feestdagen en verjaardagen.

 

(Het toeval wil dat vandaag weer de krant opent met een groot bericht over het misbruik dat paters en nonnen in de vijftiger en zestiger jaren hebben gepleegd, niet alleen in Ierland maar ook in Nederland. Toneelstukjes bekijken met kinderen in de hoofdrol en zelf stiekum meedoen op de bühne, daar waren ze kennelijk  erg goed in.)

Ja, want Bel had dubbel pech: iedereen om haar heen was ook nog eens  katholiek.

Een geloof waar je niet bij na hoefde te denken, je geloofde gewoon omdat dat eenmaal zo was. De autoriteit van een pater of non werd nooit ter discussie gesteld en deed je het per ongeluk-expres toch dan kon je een klap krijgen.

Het is niet logisch dat voor veel paters en nonnen het machtsmisbruik omsloeg in aanrandingen en verkrachtingen, maar het gebeurde wel.

Bel is geboren in de Rechtstraat in Maastricht (boven het kerkje) en vernoemd naar de kerk op het Sterrenplein: de Sterre der Zee. Nu gaat het te ver  je kind Sterre Der Zee te noemen, dus werd het gewoon Bella.

 

Als er dan eens iets gebeurde waar de kerk niets mee van doen had, de familie ging bijvoorbeeld schaatsen, dan moest Bel een paar stokjes met touwtjes onderbinden die nooit bleven zitten waar ze moesten zitten, namelijk onder je schoenen, ze zaten er altijd naast.

Zoals er zoveel naast zat in haar jonge jaren.

 

  

Haar moeder wilde dan altijd meedoen, het gelukkige gezin uitstralende, en als kind schaamde Bel zich ervoor. Ze vroeg zich kwaad af waarom haar moeder niet "gewoon haar nagels ging lakken, een sigaretje opstak en een sherry nam."

Voor Bella was het derhalve geen moeilijk besluit zelf geen kinderen te willen in haar leven, veel alleen te spelen en zich zo weinig mogelijk  in groepen te bewegen.

 

Het leukste cadeautje wat je haar kan geven is iets waarmee ze lekker alleen kan spelen. Het hoeft maar een schriftje met een pennetje te zijn.

Ze sluit zich dan op in haar atelier en is uren braaf bezig.

Ze heeft vandaag een nieuwe mobiele telefoon gekregen en daar zitten zoveel knopjes aan en het ding heeft zoveel mogelijkheden dat ze wel even bezig is.

 

Lekker dingen doen die je eigenlijk vroeger had moeten doen maar niet mocht. 

 

0 reacties      Reageer

02-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (7)

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

In de vijftiger jaren waren er zo'n 30 bioscopen in Den Haag. De televisie was nog niet ingeburgerd dus ging men voor het vertier een filmpje pakken. Op de hoek van de Laan van Meerdervoort/Fahrenheitstraat was bioscoop West-End gevestigd. Mijn opa, die in de Acaciastraat woonde, gunde zichzelf zelden een pleziertje behalve dat hij af en toe een kaartje kocht voor de film.

Thuis zat hij in het donker. Hier ook. Maar hier had hij een ander soort afleiding.

 

                              

 

West-End bestaat al lang niet meer. Daar is nu een winkel van Zeeman gevestigd. 

 

                              

 

(Inkijk in de Fahrenheitstraat vanaf de Laan van Meerdervoort. Links was West-End, daartegenover de Vroom (met torentje) en daar weer tegenover, op de hoek van de Acaciastraat, Drogisterij Nettesheim, die er nu nog steeds is.)

 

Als kind namen mijn ouders mij soms mee naar de Cineac. Daar draaiden dan tekenfilms van Walt Disney. De hele dag door. Je bleef zolang mogelijk zitten en na afloop kreeg je een ijsje.

   

 

                                  

                                  (In het midden bioscoop Cineac op het Buitenhof.)

 

Mijn ouders hebben elkaar leren kennen in de oorlog. Discotheken bestonden niet, televisie was er niet en ook van chillen had men nog nooit gehoord.

Maar de hormonen werkten toen ook bij de jongeren en ergens moest men met elkaar afspreken, uit de buurt van je ouders, en dat was in de bioscoop.

Het was oorlog, veel vertier was er niet en de enige plek waar je redelijk anoniem met je geliefde kon vertoeven was de cinema. Je kon naar Metropole, Luxor, Capitool, Asta, Hollywood, Thalia, de Uitkijk of City, Roxy en Corso. (Tegenwoordig: Korzo.) Er gebeurde in die bioscopen veel meer dan alleen het bekijken van films met Marilyn Monroe en dat het oorlog was belette mijn ouders niet om ondeugend te zijn.

 

Niet alleen in daden maar ook in woorden.

 

Mijn moeders naam is Cornelia en ze werd vaak ook Corrie, Cor of Nel genoemd.

Het schijnt dat mijn vader haar eens verliefd heeft aangekeken en na een bioscoopbezoek stiekem, maar toch enigszins hoorbaar voor de omgeving, verzuchtte:

 

                  "Als ik Corso in haar Roxy, dan denk ik: daar City."

 

               

 

                  

 

 

 

 

0 reacties      Reageer

01-03-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (6)

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Mijn ene opa woonde op de Acaciastraat, mijn andere op de Koningsstraat.

Ik geloof niet dat beide opa's erg goed met elkaar konden opschieten. Hun zoon en dochter waren op elkaar verliefd geworden in de oorlogsjaren en de beide opa's ontmoetten elkaar alleen als het niet anders kon. Als één van de kinderen of kleinkinderen een verjaardag vierde.

 

Mijn opa van de Acaciastraat was een vreemde man.

Men vertelde mij later dat dat kwam doordat hij in kamp Buchenwald had gezeten en zijn vrouw in kamp Vught en zij was daar niet levend vandaan gekomen.

Dat heeft zijn leven getekend en is misschien een verklaring voor zijn merkwaardige gedrag. De gehele dag zat hij in het donker te luisteren naar klassieke muziek in een somber huis met grote, gesloten ramen, omringd door twee dochters die allebei een kamer bewoonden in hetzelfde huis.

Die twee tantes, ik was er niet dol op. Hadden vast een slag van de molen gekregen van mijn opa.

Ze keken me doorgaans vreemd aan en ik heb me altijd afgevraagd wat ze daar in dat duistere huis, in die schaars en onheilspellend verlichte kamers van ze, uitspookten.

 

Toen enige tijd later mijn opa overleed en opgebaard lag in één van die  sombere kamers, moest ik als kind een kijkje gaan nemen bij de dode opa.

Daar had ik geen trek in maar het moest toch.

Hij lag in een kist omringd met een enorme lading bloemen, de meeste narcissen, die een indringende geur verspreiden en sindsdien ben ik fysiek allergisch voor dat soort bloemen. Als ik in de buurt van narcissen kom ben ik gegarandeerd een week snip- en snipverkouden. 

Een poosje later logeerden mijn broertje, zusje en ik een nacht in het huis bij de twee overgebleven tantes. We lagen alle drie op één kamer, we kropen diep onder de dekens, ervan overtuigd dat onze tantes behekst waren.

Toen wij in bed wat al teveel lawaai maakten kwam mijn ene tante onverwacht de kamer op en waarschuwde ons: als we niet rustig zouden zijn dan moesten we op de kamer gaan slapen waar mijn opa opgebaard had gelegen.

 

Zo'n tante dus. 

 

Ik kon het beter vinden met mijn opa van de Koningsstraat. Hij was een godvrezend man die respect had voor de natuur.

Dit in tegenstelling tot mijn andere opa, die was een bijgelovige heiden.

 

Op één van de bijeenkomsten waar zij samen aanwezig waren raakten ze in gesprek, dat wil zeggen: ze deelden elkaar zaken mee.

Mijn heidense opa vertelde dat de mensen van oorsprong afstammelingen waren van de apen.

Dat was tegen het zere been van mijn gelovige opa die ervan overtuigd was dat onze Lieve Heer een belangrijke rol had gespeeld in  de oorsprong van de mens.

Het gesprek liep zo op dat mijn godvruchtige opa kwaad van mijn heidense opa een duidelijk antwoord wilde:

 

"Zo en jij denkt dat we afstammen van de apen?"

Mijn heidense opa antwoordde koeltjes en gedecideerd:

"Uiteraard, wat dacht jij dan?"

Waarop mijn gelovige opa antwoordde:

 

"Nou, jij misschien, maar ik niet!"

 

 

0 reacties      Reageer

25-02-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (5).

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Als kind ging ik soms naar mijn opa. Die woonde op de Acaciastraat. Ik moest dan mijn kleine broertje Arie en mijn kleine zusje meenemen en als grote broer kreeg ik de opdracht ze veilig naar mijn opa te brengen of naar de kleuterschool die aan de andere kant van de Acaciastraat was gevestigd.

Van de Goudenregenstraat liepen we via de Valkenboskade over de Laan van Meerdervoort. Vlak voor de bocht naar de Fahrenheitstraat kon je dan onder de galerij lopen, langs de winkels.

 

 

 

Ik liep in het midden en aan mijn ene kant had ik mijn broertje vast en aan de andere kant mijn zusje. Al snel had mijn vader in de gaten dat dit niet de juiste manier was om veilig  de bestemming te bereiken en hij zei me dat ik aan de kant moest lopen van het verkeer en mijn zusje en broertje allebei aan de andere ''veilige'' kant.

Als er dan toch een auto het trottoir op zou rijden dan zou er maar één kind ondersteboven worden gereden en dat was ik.

Ik was de oudste, vandaar.

 

Dat ik de oudste was, was vaak niet in mijn voordeel. Ik had nog weleens ruzie met mijn kleine broertje, we sliepen allebei op één kamertje, en zelfs als mijn broertje had toegegeven dat hij de schuldige was van de herrie kregen we allebei straf: mijn broertje omdat hij had bekend begonnen te zijn en ik omdat ik de oudste was en beter had moeten weten.

 

Op woensdagmiddag ging ik soms alleen naar mijn opa. Dat was vaak een spannende exercitie waar ik behoorlijk tegenop zag maar de spanning nam ik voor lief want aan het eind van de middag kreeg ik altijd wat lekkers van hem en gingen we "smikkelen" bij cafetaria René op de Laan van Meerdervoort.

Mijn opa woonde op nummer 154 halverwege de Acaciastraat.

Een donkere straat, dichtbegroeid met bomen. De zon scheen er nooit. Hij had altijd de gordijnen dicht. Het was een somber huis en opa hield er een merkwaardige wijze van converseren op na.

Als ik aangebeld had deed hij na lang wachten open en hield de deur op een kier. Hij vroeg dan altijd: "Wat kom je doen?"

Hij wachtte het antwoord niet af, liet me binnen, gaf me een glaasje zoete aanlenglimonade en een Donald Duck.

Opa had een abonnement op Donald Duck.

 

Vervolgens zei hij dat ik mijn mond moest houden en ging hij in het donker, de gordijnen bleven dicht, op zijn stoel zitten. Hij liet zijn hoofd rusten in zijn handen en deed of hij sliep. De distributieradio stond aan en daaruit klonk onheilspellende klassieke muziek.

 

Achterin het huis was een keuken en twee kamers waar mijn tantes woonden.

Tante Greet zat in de kamer achter de huiskamer in het donker haar lange haren te kammen en tante Jet deed ook iets geheimzinnigs in een achterkamer. Ik mocht nooit op die kamers komen en mijn tantes lieten zich ook zelden zien.

Soms zei mijn opa dat ik een glaasje water voor hem moest halen in de keuken.

Daar had ik een hekel aan. De gang was lang en donker en halverwege was een groot donker hol waar een gordijn voor hing dat altijd een beetje leek te bewegen en opa waarschuwde dat ik daar niet mocht kijken want daar woonde Horkedin.

Wie of wat Horkedin was is me nooit duidelijk geworden maar het moest een gevaarlijk en eng iets zijn. Ik inspecteerde van te voren of de kust veilig was en nam dan plotseling een felle sprint langs het gordijn om zo veilig uit de klauwen te blijven van het monster. 

Meestal voelde ik me niet op mijn gemak bij mijn opa en ik probeerde me af te sluiten en me te concentreren op mijn Donald Duck.

 

 

 

Als ik de Donald Duck uit had pakte mijn opa zijn hoed en dat was het sein dat we vertrokken.

Richting de begraafplaats waar zijn vrouw lag. Hij ging er iedere dag heen en op woensdag- of zaterdagmiddag ging ik of één van mijn broertjes of zusjes mee.

Het was een behoorlijk eind lopen naar het kerkhof. We moesten de drukke Laan van Meerdervoort over en voordat we overstaken moest ik van mijn opa zeggen: "Hoerkedekoek."

Ik wist niet wat dat betekende. Waarschijnlijk één of andere vreemde bezweringsformule uit een vreemd en ver land zodat je veilig over kon steken. Als ik het niet zei staken we niet over.

 

Bij de ingang van het kerkhof zat een oude man aan een karretje bloemen te verkopen. Als we langs de man liepen siste mijn opa in mijn oor dat ik  "Dag ouwe lul" moest zeggen.

Daar voelde ik niet veel voor maar één keer heb ik het wel gemompeld toen mijn opa mij hard in mijn hand kneep. Mijn opa versnelde toen plotseling de pas en lachte zich een kriek.

Bij het graf van mijn oma aangekomen moest ik aan de pomp water halen in een tinnen gieter zodat opa de bloemen die hij op het graf zette water kon geven.

Niet nadat hij me had opgedragen "Dag oma" te zeggen.

 

Ook waarschuwde hij me voor het grind dat overal lag. Dat knarste volgens hem niet voor niets onder je schoenen.

Het was niet het grind dat zo knarste, het waren al die doden die onder de grond lagen te worstelen om naar boven te komen.

Ik was altijd weer opgelucht als ik mijn verplichte bezoekje aan opa achter de rug had.

Ergens moest de man niet goed snik zijn geweest, bedacht ik me veel later.

Op de momenten zelf dacht ik daar niet zo over na, ik vond het meer vreemd en eng en ik was altijd weer blij als ik thuis bij mijn moeder een kopje thee of een glaasje prik  kreeg en de avonturen achter me kon laten.

 

 

 

0 reacties      Reageer

24-02-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (4)

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Vlakbij de Goudenregenstraat waar wij in de vijftiger jaren woonden lag het Goudenregenplein. Lijn 3 reed over het plein richting de duinen. Op het plein heb ik vaak op mijn step rondjes gereden. Er stond naast de bloemenkraam een haringkar en daartussenin zo'n typische  reclamezuil in de vorm van een peperbus waarop enorme affiches waren geplakt.

 

 

 

 

Ik herinner me dat er ooit een groot affiche opgeplakt was van Marilyn Monroe.

Dat was in die tijd een filmster, zangeres, en veel mannen vonden haar aantrekkelijk.

Ik was te klein om de charme van de vrouw te herkennen maar omdat mijn grote broer eens samen met mij voor de zuil heeft gestaan en ik bemerkte dat hij vol ontzag naar de vrouw keek ontstond bij mij ook bewondering, want ik deed op die leeftijd een tijdje zo'n beetje alles na wat mijn grote broer deed.

 

 

 

Enige tientallen jaren kwam ik een foto tegen van een dode Marilyn Monroe. Het was een schok te zien wat een aftakeling en ravage de dood teweegbracht  en eens te meer werd weer eens duidelijk dat het verkeerd afloopt met de mens en met Marilyn in het bijzonder. 

Er blijft niet veel van je over als je in een kist ligt en al het mooie zomaar foetsie is.

De foto is genomen in augustus 1962 en op dit moment zal er helemaal niets meer over zijn van de mooie filmster.

 

Dat is een geruststellende gedachte.

Er zijn mensen die denken dat er een hemel is na dit leven. Of een hel.

 

Ik geloof er niets van.

Er zijn ook geen bewijzen van.

 

Na dit leven is er niets.

En ook dat is er niet want ook niets is iets.

Wat er dan is?

Nog meer dan niets. Daar is geen woord voor of een begrip.

Ik ben van 1950. Wat was er in 1948? Of in 1938? Of in 1920? Wat dacht ik toen? Waar was ik? Wat voelde ik?

 

Niets.

Want er was niets.

Geen pijn, geen vreugde, niets.

Datzelfde komt terug als je dood bent: niets.

Kijk maar naar Marilyn Monroe.

Hier is het nog wat, namelijk een lijk, maar uiteindelijk is er................

 

 

niets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0 reacties      Reageer

23-02-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (3)

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

En als je er vandaan komt dan weet je dat Den Haag een stad is met een barst erdoor.

Je woont boven, onder, links of rechts van de barst. Aan de ene kant van de barst woont het nette volk, de zakenlui, de politici. Aan de andere kant woont het tuig.

De barst gaat ongeveer langs de Laan van Meerdervoort, al zijn er aan beide zijden enclaves. Het is ook de oude grens tussen zand en veen. Van oudsher zit het geld op het zand en de armoe op het veen. Ik heb aan beide kanten van de barst gewoond.

In de vijftiger jaren groeide ik op in de Goudenregenstraat. Als jongetje keek ik vol bewondering naar de trams die door onze straat reden en

 

 

leerde ik het Haags van de straat. Op de hoek van de straat bij de Laan van Meerdervoort (Laan van Bouw-maar-voort, Laan van Mindersoort) had je cafetaria Kalisvaart.

Daar kon je een "besguitstuiter met salluf" krijgen ofwel in Algemeen Beschaafd Nederlands: een broodje bal met mayonaise.

En als je daarna flink moest poepen, lekker gemakkelijk, dan moest je "kakkuh zondah douwu."

Met mijn opa liep ik op woensdagmiddag nog weleens naar begraafplaats Oud Eyk en Duinen waar mijn oma (die ik nooit heb gekend) lag begraven. Zij lag

 

"aon de vegkeerde koant vannut gras."

"Ze was kassieweluh."

"De pèp èùt."

"Ze lèg de maaie te voerûh."

 

We stonden dan even voor het graf en van mijn opa moest ik dan "Dag oma" zeggen.

Ik vond dat vreemd, ik kende het dode mens immers niet en het was niet mijn gewoonte vreemde dames goedendag te zeggen, laat staan overleden dames, maar ik deed het toch, want daarna wandelden we naar de Laan van Meerdervoort (Laan van Ongehoord, Laan van Enzovoort) en gingen we "smikkelen bij René'."

En dan kreeg ik als beloning een "opuh ruggetje" ook wel bekend als  frikandel speciaal.

 

0 reacties      Reageer

22-02-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Frits, Patte, Gert, Patrick, Fred en Piet in de Withuysstraat.

 

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Aan de allereerste jaren van mijn leven heb ik weinig herinneringen. Mijn ouders woonden op de Withuysstraat in Den Haag en na ongeveer 2 jaar verhuisden we naar de Goudenregenstraat en ik ging mee.

Inspraak voor kinderen bestond toen nog niet en er was ook geen kindertelefoon waar je anoniem kon klagen over de strapatsen van je ouders.

 

De straat was genoemd naar een vaderlandslievende dichter die leefde van 1794 tot 1865. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw was de man al lang vergeten.

Niemand kende nog zijn gedichten en wat ervan overgebleven is was een sombere straat in een treurige wijk waarin eenvoudige huisjes stonden zonder enige luxe. De bomen groeiden er niet en het leek of de zonnestralen de straat nooit konden bereiken.

 

In die straat stond mijn wieg. 

 

(Carel Godfried Withuys.)

 

 

Daar woonden mijn ouders met drie kinderen en kondigde mijn geboorte zich aan. 

 

Mijn ouders hadden alleen maar zoons. Voor mijn vader geen zegen (hetgeen ik me, als ik zo met een scheef oog naar mijn broers kijk, enigszins kan voorstellen.) Hij droomde dat hij ooit nog eens een dochter zou krijgen en het vierde kind dat nu zou komen zou zeker een meisje zijn.

 

Hij was er zeker van.

 

Maar zoals zo vaak in het leven liep het anders.

 

Lang wachtend in een andere kamer, terwijl mijn moeder beviel van mij, werd mijn vader uiteindelijk door de dokter en de vroedvrouw binnengeroepen en kreeg hij de verheugende mededeling dat hij opnieuw een zoon had gekregen.

Dat was helaas een teleurstelling voor hem en het eerste wat mijn vader toen zei was: "Dat is pet!"

Gelukkig had ik mijn positieven op die jonge leeftijd nog niet geheel bij elkaar en heb ik deze verzuchting niet tot me door kunnen laten dringen. Ik had honger en dorst en andere zaken aan mijn hoofd.

Mijn vader ook. Die moest zijn teleurstelling verbijten en toog op het allerlaatste moment naar het gemeentehuis om mij aan te geven. Daar moest hij een naam opgeven van de boreling, maar daar had hij totaal niet over nagedacht.

 

Hij had er vast op gerekend dat er een meisje zou komen en had verschillende meisjesnamen paraat. In jongensnamen had hij zich niet  verdiept.

En zo stond hij dus te hakkelen voor een loket toen de ambtenaar vroeg hoe de naam van de baby zou zijn.

Mijn vader wist het niet.

De ambtenaar ook niet.

Uiteindelijk opperde de ambtenaar of het niet een idee zou zijn dan het kind maar naar de vader te noemen.

Mijn vader was allang blij dat iemand hem uit deze netelige situatie wilde helpen en ging accoord. Daarom heet ik nu officieel Frits.

 

Maar niemand noemt me zo! 

Thuis werd ik steeds aangesproken met Pet. Maar op de één of andere onverklaarbare wijze schreef men de naam met een a.

Dus Pat.

Om de verwarring nog groter te maken noemde iedereen om mij heen mij echter Patte.

Tot op heden is nog steeds niet duidelijk hoe dat is gekomen. Mijn moeder weet het niet, maar ik herinner me wel dat ze vroeger vaak zei: "Als er te voor staat dan is het niet goed: denk maar aan teveel."

(Ik had daar in die tijd zo één-twee-drie geen adequaat antwoord op maar jaren later bedacht ik me dat dit op zijn minst gebrekkige voorlichting was, want er zijn nog veel meer begrippen waar te voor staat die juist wel goed zijn: tevreden, tehuis, televisie en tepel.

Is niet erg, ze hebben me in mijn jonge leeftijdsjaren veel meer en veel ergere dingen wijs gemaakt waar ik nu ernstig aan twijfel.)

 

In ieder geval: als mijn moeder dacht dat als er te voor staat dat het dan niet goed was, dan zou je kunnen veronderstellen dat als er te achter staat dat het wel goed zou zijn.

Misschien dat daarom die te achter de naam Pat is gezet en zo Patte ontstond.

 

In de loop van mijn leven heeft deze naam voor veel verwarring gezorgd: men noemt mij Patte maar ik heet Frits maar voor sommigen is dat te ingewikkeld en zo werd ik ook wel Piet genoemd.

Of Patrick.

Of Fred.

Of Gert.

 

Frits_von_Str__mpfkow_1951.jpg 

(1951, Frits, Patte, Patrick, Fred, Gert, Piet von Strümpfkow.)

 

En dan heb ik nog die achternaam: von Strümpfkow. Dat maakte het nog extra gecompliceerd.

Maar hoe dat is gekomen vertel ik een volgende keer. 

 

0 reacties      Reageer

18-02-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step. (2).

 

Soms zeggen mensen mij dat ik zo vaak belevenissen ophaal uit het verleden. Waarom toch al die nostalgische herinneringen koesteren? Concentreer je toch op de toekomst!

Welke toekomst? Kan ik dan verzuchten. Het verleden is duidelijk en er is niets meer aan te veranderen.

Wat er in de toekomst gaat geschieden is ongewis, maar dat het verkeerd zal gaan is onontkoombaar. Als je tenminste de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer moet geloven die ooit zei:

 

                                 "Het Ergste Moet Nog Komen."

 

(Nu heeft de man wel meer gezegd, zoals:"De enige man die echt niet zonder vrouwen kan leven is de gynaecoloog", maar dat slaat hier nergens op.)

 

Dus als het ergste nog moet komen, en het lijkt me niet onredelijk of onverstandig daar goed rekening mee te houden, is het verleden een vertrouwd houvast.

 

Op mijn step door de Goudenregenstraat in het Den Haag van de vijftiger jaren vergaapte ik me aan alle trams van de HTM en ik was er zeker van dat ik ooit tramconducteur zou worden.

Mijn grotere broers hingen af en toe achter aan een wagen en konden zo een halte meerijden met de tram. Het was wel zaak dat een agent ze dan niet zag want als mijn vader erachter kwam dan zwaaide er wat voor ze.

 

 

 

Lijn 12 reed door onze straat richting het Staatsspoor.

Op de tram werd reclame gemaakt voor Lodaline. Mijn moeder had in het keukenkastje onder het aanrecht een fles Lodaline staan, want daar kon je "alles mee doen".

En dat is handig in een gezin met 7 kinderen.

 

Bij mooi weer gingen we soms vroeg in de ochtend met de tram naar de eindhalte op de Laan van Poot. Vandaar uit moest je dan nog een flink stuk lopen door de duinen naar het strand van Kijkduin. We waren dan al vroeg op het strand want mijn vader wilde voor de drukte weer weg zijn. Zo zwommen we dan 's ochtends om een uur of 8 in zee om dan om een uur of 10 weer te vertrekken. Vaak blauwbekkend van de kou met gebreide zwembroekjes aan die schuurden langs je balletjes.

(Behalve bij mijn zusjes, hoe het daar ging had ik op die leeftijd geen flauw benul van. Nu trouwens nog niet).

 

 

 

Lijn 3 stopte dan weer op het Goudenregenplein en daar stapten we uit en liepen we naar huis. Het was ook mogelijk op hetzelfde kaartje uit te stappen bij de volgende halte op de hoek van de Laan van Meerdervoort en we kibbelden altijd welke halte het beste was zodat we zo snel mogelijk thuis zouden zijn.

 

 

 

 

Ons huis stond ongeveer halverwege de beide haltes en meestal kozen we voor de halte op de hoek van de  Laan van Meerdervoort omdat we dan langs ons huis reden en zo naar binnen konden kijken.

Je kunt zeggen dat die kinderen von Strümpfkow getikt waren.

Daar zit zeker wat in en tientallen jaren later, toen ik allang geen kind meer was, ging ik ook nog weleens in de tram zitten om langs ons ouderlijk huis te rijden. Dus dat getikte is nooit overgegaan.

 

Wat nostalgie allemaal niet met je kan doen!

 

0 reacties      Reageer

17-02-2010  [Frits von Strümpfkow.]

Nostalgie op de step.

Je bent in Den Haag geboren of niet.

 

Ons gezin heeft een tijd gewoond op de Goudenregenstraat, het waren de onbezorgde 50er jaren.

 

(Laan van Meerdervoort richting Goudenregenstraat).

 

Lijn 12 en lijn 3 doorkruisten snerpend door de rails de straat en de trams gingen langs het raam van het kamertje waar mijn broer en ik sliepen.

De straat stond vol met winkels. Winkels die nu niet meer bestaan.

 

Al vroeg wist ik wat nostalgie was.

Als er weer een winkel in de straat zomaar verdween was ik behoorlijk in de war. Ik had toen een step waarmee ik de straat op en af reed. Zo kende ik alle winkels goed, ik stopte er regelmatig voor om even uit te rusten en naar binnen te kijken.

 

Op het Goudenregenplein was de bakker van Lensvelt Nicolai, daar tegenover, op de hoek van de Goudenregenstraat, de zaak van Jamin. Daar weer schuin tegenover was de Gruyter gevestigd, vlakbij een pand van de Sierkan, die melk verkocht.

Als ik dan wat doorstepte, aan de overkant richting ons huis, kwam ik langs de groenteboer. Die werd door mijn pa "Kas' vader" genoemd, omdat mijn oudere broer Kas vaak bij die groenteboer was te vinden. Daar tegenover was bakkerij Hus gevestigd, achter de toonbank stonden twee vriendelijke dames op leeftijd. De autootjes van Hus reden door de stad om Tarvo-brood of King Corn aan huis te brengen.

 

Verderop werd vis verkocht bij de "Oceaan."

Er was ook een schillenboer en de op de hoek van de Laan van Meerdervoort een kruidenier. Je kon hier kopen op "de pof". Je vroeg dan aan de kruidenier: "kunt U het even opschrijven?"

De kruidenier kwam zelf thuis het boodschappenboekje ophalen en rekende dan af met je moeder nadat hij een boekje met gespaarde zegels bijvulde.

Jezelf bedienen dat bestond nog niet. De winkelier stond achter een grote toonbank en reikte je het gevraagde aan. Niet in vaste gesealde pakken, neen, alles werd afgewogen en vaak hoorde je de man vragen of het "ietsje meer mocht zijn."

Aan de kant waar ons huis stond waren minder winkels, die waren meer gevestigd richting de Laan van Meerdervoort. Op de hoek was een snackbar die Kalisvaart heette. Een zakje patat kostte 10 cent.

De winkelbel, de glazen potten met snoep, de papieren puntzakjes. Het is allemaal weg en verdwenen.

Op mijn step heb ik ze allemaal weg zien gaan.

Nostalgie.

Waarom moet iets voorbijgaan of ophouden, en waarom lijkt het wel altijd alsof de kwetsbare en onschuldige dingen het eerst moeten verdwijnen? 

 

Leven is kennismaken met verdwijnen en weggaan.

 

 

0 reacties      Reageer

16-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Morgen voorbij.

 

Carnaval moet iets zijn voor mensen die ze niet allemaal op een rijtje hebben. Het gehele jaar door gedragen de mensen zich beleefd, netjes en keurig.

Aan de buitenkant.

 

Maar er rijmt één woord goed op keurig en dat is....treurig.

 

Die treurigheid proberen ze een paar dagen in het jaar krampachtig van zich af te gooien. Dan is het carnaval.

Gelukkig is het morgen weer voorbij, het is voor het gemoed beter te dragen de mensen keurig te zien dan treurig, we weten toch wel dat achter de keurigheid die het gehele jaar op het gezicht glanst de treurigheid heerst. Dus laat dat dan maar zo.

 

In Portugal ontmoetten we een man voor wie het ieder jaar, iedere maand, ja, zelfs iedere dag, een soort carnaval is. Hij loopt door een dorp en heeft een paar poppetjes bij zich die, als hij aan een touwtje trekt, elkaar kussen.

De man wandelt tevreden achter zijn poppetjes aan en het interesseert hem niets wat zijn medemensen van hem denken of zeggen.

Het hele jaar door!

 

Toen wij hem zagen werden we geraakt door zijn uitstraling van eenzame gelukzaligheid en wisten we: deze man leeft.

Deze man durft te leven.

     

 

In sommige streken van Nederland gaan mensen leven als het carnaval is.

Ze stellen zich dan aan en doen gek. Eigenlijk leven ze niet, maar ze denken van wel.

Als ik het carnaval zie moet ik onwillekeurig denken aan een lied dat Dirk Witte al in 1917 heeft geschreven. Het gaat over de burgermannetjes- en vrouwtjes die elkaar in de gaten houden en elkaar bespieden of ze wel leven zoals het hoort.

Witte schreeuwt in zijn lied uit:

 

                                       Mens durf te leven:

 

"Het leven is heerlijk, het leven is mooi

vlieg uit in de lucht en kruip niet in een kooi

Mens, durf te leven.

Je kop in de hoogte, je neus in de wind

En lap aan je laars  hoe een ander je vindt.

Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst

maar wees op de vierkante meter een vorst

wat je zoekt kan geen ander je geven.

Mens durf te leven."

 

 

Al die carnavalvierders.

Het lijkt wel of ze niet leven.

 

0 reacties      Reageer

15-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Kwalen.

 

Het klopt wat ze zeggen.

 

Naarmate een mens ouder wordt krijgt hij steeds meer kwalen, pijntjes en vervelende ongemakken. Het leven is een ziekte en uiteindelijk gaan we er allemaal aan dood.

 

Bella krijgt 2 spuiten in beide polsen om een carpaal-tunnel syndroom te behandelen. Ze moet zich al 's ochtends om kwart voor 8 melden bij het pijnbehandelcentrum.

Daar komt een mevrouw naar haar toe die vertelt dat ze zich volledig moet uitkleden, ze krijgt een blauwe operatiejurk aan en vervolgens moet ze op een bed liggen.

Dat is vreemd. Je krijgt een spuit in je pols en je dan uitkleden? Kan ze niet gewoon de mouw opstropen?

De mevrouw gaat in het dossier kijken en vindt het inderdaad ook wat teveel van het goede. Nu mag ze in een rolstoel gaan zitten en wordt ze naar een kleine operatiekamer gereden. De benen omhoog, dat helpt, want na de spuit kan de bloeddruk ernstig dalen.

Ze moet de handen op een kussen leggen en dan geeft de specialist een spuit. Een gevoel trekt door de arm alsof ze onder stroom wordt gezet en Bella vraagt of dat de verdoving is, maar neen, dat blijkt de bewuste injectie te zijn.

Beide armen voelen snel verdoofd aan en ze moet een half uurtje blijven wachten om te kijken of alles goed gaat.

Het gevoel in de handen is volledig weg en Bella wordt geholpen met aankleden.

De rest van de dag is ze braaf op een stoeltje gaan zitten en heeft haar handen ontzien.

Nu, een paar dagen later, voelt ze zich stukken beter en ze heeft het idee dat de spuiten hebben geholpen. Nog een beetje rustig aan doen en over twee weken controle.

 

                               

(Bella, lang voordat we wisten wat een carpaal- tunnel- en een cauda syndroom is.)

 

 

Het lijkt erop dat sommige pijntjes en kwalen dus wel degelijk kunnen worden verholpen in het ziekenhuis.

 

Wat ook een voordeel is dat ik ongeveer 12 kilo ben afgevallen in het ziekenhuis. Daar heb ik bijna niets voor hoeven doen, ik at goed en volgens de artsen viel ik af door de pijn.

Thuis probeer ik dat  vast te houden en inmiddels ben ik weer een aantal kilo's kwijt.Heeft al dat gedoe nog een gunstige kant.

In het revalidatiecentrum vertellen ze me dat het nu belangrijk is het gewicht vast te houden.

Geen dieet volgen.

Helpt niks.

Voor je het weet ben je weer op het oude gewicht. Neen, gewoon een ander eetpatroon:

 

in de ochtend eten als een keizer, 's middags als een koning en ' s avonds als een zwerver.

 

Zegt mijn fysiotherapeut.

 

De eerste twee maaltijden gaan goed, maar het avondeten is een straf. Ik snap wel waarom een mens afvalt als je een dergelijk advies opvolgt, want het valt helemaal niet mee om te eten als een zwerver.

Het is koud buiten en je bent wel een paar uurtjes bezig om je maaltje bij elkaar te rapen.

Bovendien moeten de mensen hun afval scheiden, dus je moet eerst in een groene container zoeken naar stukjes weggegooide patat en frikandel, in de grijze container naar  een bordje of zoiets en als je persé een plastic bakje wilt hebben voor je patat dan hebben ze ook weer een aparte bak voor plastic afval.

En met dit weer is het eten vaak ook bevroren, de mayonaise, als je die kunt vinden, is keihard en voordat je aan het eten bent ben je een paar uur verder en een aantal kilo's lichter.

Je moet er wel wat voor over hebben om al die kwalen die je teisteren te bestrijden.

 

Maar afvallen doe je wel.

 

 

0 reacties      Reageer

12-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Blijft een leuke hobby: tere kinderzieltjes.

 

Portugal is een prachtig land voor mensen die kinderen als tijdverdrijf hebben.

 

 

Je blijft bezig....

 

 

 

Het gaat maar door.....

 

 

 

 

En ook als ze een dagje ouder zijn blijven ze intrigeren.....

 

 

0 reacties      Reageer

11-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Leuke hobby: tere kinderzieltjes.

       

 

Op reis door Portugal lazen we iets van Midas Dekkers:

 

"Kinderen krijgen is biologisch het stomste wat je kunt doen.

Een gazelle op de savanne moet met zijn eigen nageslacht in de slag om het schaarse gras. Dus heeft de natuur bedacht dat organismen niet moeten weten hoe voortplanting werkt.Dan blijft de boel doordraaien.

Wij zijn de enige diersoort die weet dat je van neuken kinderen krijgt. Toen de pil gemeengoed werd dacht ik dus: nu wordt de voortplanting iets voor de mensen die graag kinderen willen, zoals sommige mannen een motorfiets willen hebben of een boot.

Maar niks, iedereen bleef kinderen krijgen.Terwijl het al hun tijd geld en carrière kost. Ze houden van hun kroost, maar echt logisch is het niet.

 

 

Dus moeten ze allemaal niet zeuren over kinderopvang. Ik heb een sleepbootje waar ik graag aan knutsel.

Daar val ik anderen toch ook niet mee lastig?

Kinderen zijn een hobby. Ga er dan ook zo mee om."

 

Portugal 35.jpg

 

Die hobby wordt in Portugal veel beoefend. Maar waarom kijken ze allemaal zo droevig?. 

 

Portugal_36.jpg 

 

(Mogelijke antwoorden:

1.Dat komt door de kop van de fotograaf.

2.Het is de saudade. Zie Archief 2008-2009: met de Pruimhofjes in de  

   camper nr.20, 21.8.2009).

 

0 reacties      Reageer

10-02-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Karakteristiek Medisch Dagje.

 

We beleefden weer eens zo'n karateristiek medisch dagje. Soms lijkt het wel of alles tegelijk komt.

's Ochtends vroeg om 8 uur togen we naar het Amphia ziekenhuis naar een anesthesist.

We hebben een gesprek over het carpaal-tunnel syndroom waar Bella aan beide polsen last van heeft.

We komen binnen bij een grote dokter met een jongensachtig gezicht. Hij strompelt op ons af alvorens hij ons een hand geeft. Hij excuseert zich: hij heeft zich deze ochtend verstapt en het schoot zomaar in zijn rug.

Hij heeft van die typische operatiekleding aan met mutsje en van die witte gezondheidsklompen die onder de vlekken en het bloed zitten.

 

Hij bestudeert Bella's dossier en hij is er snel uit: het beste is een injectie te geven in beide polsen: opereren kan altijd nog. Het valt op dat hij redelijk normaal reageert op onze vragen en al snel voelen we ons op ons gemak. Voor zover daar sprake van kan zijn als je in de buurt ben van de medici. 

De man schrijft ontzettend links, met zijn hand naar zijn lijf gedraaid en Bella vraagt zich af of hij met links wel goed een spuit kan zetten.

 

Op de vraag van Bella wat hij zou doen als hij zelf deze klachten had antwoordt hij dat hij zichzelf hetzelfde zou aanraden.

Garanties dat het euvel is opgelost geeft hij niet en hij vindt het belangrijk dat Bella snel wordt geholpen gezien haar professie en daar zal hij voor zorgen.

Dat gaat niet zomaar want de assistente vertelt ons later dat er een wachttijd is van maanden. Na enig aandringen is ze echter bereid de arts te bellen die inderdaad zegt dat het snel moet. We zullen vandaag gebeld worden.

Zo dwalen we terug door de krochten en gangen van het Amphiazekenhuis waar we inmiddels goed bekend zijn geraakt.

Daarna spoedt Bella zich naar de huisarts voor een paar andere medische kwaaltjes. Als je auto een beurt krijgt wordt alles nagekeken, dat moet dus deze week maar gebeuren bij Bella.

Ze heeft nog twee rare wratjes op haar benen en die worden weggehaald. Ook moet er in verband met een algeheel bevolkingsonderzoek een uitstrijkje worden gemaakt.

Beide verrichtingen verlopen bepaald niet succesvol. Eén wrat ziet er afschrikwekkend en bloederig uit na de behandeling, de andere is verdwenen. Hij hangt wat vreemd aan Bella's been.

Het uitstrijkje ging ook verkeerd en was pijnlijk.

Toen dat achter de rug was moest Bella mij naar het revalidatiecentrum brengen waar ik aan de gang ging met de ergo- en de fysiotherapeut: fietsen, wandelen, oefenen en steppen.

Oef.

 

Toen kreeg Bella nog een telefoontje dat ze vrijdagochtend om 7.45 uur wordt verwacht voor de spuiten. Kan ze een dag niks doen. We hopen maar dat alles goed zal gaan.

 

Krakkemikkige boel hier.  

 

0 reacties      Reageer

09-02-2010  [Fred Oosterbuur.]

Goed gedicht.

 

De Ellende Begint Weer.

 

Pek

Veer

Lek

Beer

 

Debiel

Gezwier

Seniel

Gekier

 

Dronken

Bier

Bonken

Stier

 

Idioot

Geluid

Malloot

Gefluit

 

Ontbloot

Geschreeuw

Verkloot

Gegeeuw

 

Gek

Ziek

Katho

Liek

 

Mal

Car

Na

Val.

 

 

Frederik Vuurkorf.

 

carnavalsellende.jpg

 

0 reacties      Reageer

08-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Brulse koeien, brommers en schoonzusjes.

 

Op 5 februari werd voor mij een 40 jarige bestaand raadsel opgelost toen ik  schreef over mijn schoonzus.

 

Ze heeft volgens mij last van een eeuwige fascinatie met  seks.

Helemaal zeker weet ik dat natuurlijk niet, maar ik heb wel een sterk vermoeden.

Dat vermoeden werd dit weekend bevestigd toen ik een schrijven van haar ontving en ze reageerde op het carpaal-tunnelsyndroom dat Bella nu in beide polsen heeft.

Ze meldde dat ze twijfels heeft of de ellende met de polsen te maken heeft met het werk van Bella. Ze had namelijk een bericht gelezen:

 

"Pijnlijke polsen of een muisarm zouden ontstaan door te lang in dezelfde houding aan de computer te zitten. Maar een controversieel nieuw onderzoek toont nu aan dat seks de oorzaak zou zijn.

Op je polsen steunen en veel dezelfde bewegingen maken tijdens het vrijen zet de polsen extra onder druk, aldus een toonaangevend onderzoeker John Zenian.

Dit kan het carpaal-tunnelsyndroom of beter bekend als een muisarm, veroorzaken.

Door het syndroom raken de zenuwen gekneld wat pijn veroorzaakt.

Seks is volgens de onderzoeker de oorzaak.

Seks is namelijk de meest wijdverspreide activiteit dat beide handen tegelijkertijd vereist. De zogenaamde 'missionarishouding' bijvoorbeeld, zet de polsen onder druk. Dat kan resulteren in overbelasting of zelfs scheurtjes. En dat leidt dan weer tot het carpaal-tunnel syndroom."

 

Mijn schoonzusje schrijft dat dit artikeltje vast en zeker geschreven is door een man die niet weet dat vrouwen die ondergeschikte positie allang hebben afgezworen. En ze eindigt met een goedbedoeld advies:

Om van die pols af te komen: (nog) meer experimenteren dus!

 

Het is wat.

Toen ik dit bericht tot mij door liet dringen kwam ik tot de conclusie dat mijn schoonzus een nymphomane moest zijn.

website tekening Dieke 2.jpg

Dat is iemand die sexueel overgeprikkeld is. De oorzaak daarvan is dat de geslachtsklieren gemakkelijk overgeprikkeld raken en dan ontstaat er een onstilbare honger en drang naar sex.

 

Wat moet mijn arme familielid daartegen doen?

Er bestaan weliswaar libidoremmers maar medici adviseren dat het beter is het gedrag af te leren, in te dammen of een andere richting in te sturen.

En dat laatste heeft Dieke gedaan!

Ze stuurt het een andere richting op door er over te schrijven. Maar dan vanuit het gezichtspunt van beesten!

Steengoed!

 

Ik weet haast zeker dat er binnenkort een artikel van haar hand verschijnt over koeien die te lang of te vaak, of zelfs altijd, tochtig zijn.

In de landbouw noemen ze die koeien ook nymphomanen.

Dat soort koeien hebben een abnormale voortplantingsdrift.

Koeien met deze afwijking kunnen op den duur op een zelfde indringende manier gaan loeien als een stier doet.

Men noemt ze daarom ook wel "Brulse Koeien" of  "Brommers."

Die arme koeien weten niet beter.

 

Mijn schoonzusje wel, is ook een beetje bruls en schrijft erover.

 

1 reacties      Reageer

05-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Raadsel na 40 jaar opgelost.

website_tekening_Dieke.bmp

 

Schrijven is haar lust en haar leven. Schrijven over allerlei soorten beestjes en wat die beestjes allemaal uitspoken. Ze heeft een lange reeks boeken en artikelen op haar naam staan over vaak heel opvallende onderwerpen.

 

Ik heb het over mijn schoonzuster Dieke.

Het bijzondere aan haar onderwerpen is dat ze heel vaak gaan over dingen waar een mens besmuikt over moet lachen, of zelfs liever helemaal niet over praat.

Bijvoorbeeld vrijende slakken en allerlei "vieze dingen" die mensen en dieren met regelmaat uit hun lijf persen zoals poep, pies, spuug, snot en kots. 

Ze legt uit hoe de gekste beesten "het doen" of hoe het is gesteld met de homosexualiteit bij dieren. Of ze schrijft over mannetjes die halverwege de rit plotseling veranderen in wijfjes, of andersom.

Mannetjes die na een wip een kurkje in het "wipgaatje" van het wijfje stoppen om er zeker van te zijn dat hun kindertjes ook echt hun kindertjes zijn en niet van de buurman. Het kan niet vreemd genoeg zijn of Dieke heeft het onderzocht. 

En ze heeft natuurlijk  onderzocht "wie de langste heeft". Al generaties een vraag voor velen en iedereen denkt natuurlijk: de olifant.

Mis, de olifant heeft de langste slurf, maar als het om de langste penis gaat dan is de blauwe vinvis de baas, die tweeenhalve meter langs de meetlat legt.

Op 1 februari schreef ik (zie: "opbeurend telefoontje") dat 40 jaar geleden tijdens een logeerpartij in het hoge noorden bij bepaalde familieleden het idee ontstond om mijn piemel rood te verven.

Ik heb altijd gedacht dat dat idee van mijn broers afkomstig was. Immers, die zijn tot veel in staat.

 

Nu, 40 jaar later, blader ik door een boekje van mijn schoonzus en ik kan niet anders dan vaststellen dat zij een eeuwige fascinatie moet hebben  met seks en alles wat daar bij- aan- of ophangt.

 

Zij was het die mijn geval wilde rood verven!

 

Maar je kunt toch moeilijk door het leven gaan met het plan om piemels van mannen rood te gaan verven?

Neen, dat heeft ze slimmer aangepakt: ze is gewoon over dat alles gaan schrijven.

 

Slim.

En het raadsel van de rode piemel is na 40 jaar wat mij betreft opgelost.

 

0 reacties      Reageer

04-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Impulsen en prikkels.

 

Het revalideren in Breda begint wat op gang te komen.

Twee keer per week moeten we er heen. Helaas ben ik nog steeds afhankelijk van Bella die nog steeds voor directeurtje, chefje, schoonmaakstertje  en chauffeurtje moet spelen.

Dat gaat haar goed af, maar er gaat wel veel tijd in zitten. Bovendien kan er in deze tijden van crisis geen modaal loon tegenover staan, het moet allemaal echt uit het hart komen.

 

In het revalidatiecentrum is een heel draaiboek voor me gemaakt: intakegesprek, hele verhaal weer vertellen, gesprek met ergotherapeut, hele verhaal opnieuw vertellen, gesprek met fysiotherapeut, alweer het verhaal vertellen.

Volgende keer een andere ergotherapeut, de eerste was ziek, dus weer het hele verhaal vertellen, gesprek met een verpleegkundige. En wat dacht je: weer het hele verhaal vertellen en tenslotte een gesprek met een maatschappelijk werkster. Voor de variatie moesten we weer het hele verhaal vertellen.

 

Uiteindelijk ben ik heel gericht aan de gang gegaan met  fysiotherapie  om fysiek verbeteringen aan te brengen. Dat vind ik nu het belangrijkste: ik wil weer gewoon lopen en mijn motoriek moet beter.

Met de maatschappelijk werkster werd het allemaal wat onduidelijker. Zij begon allerlei vragen te stellen waar een normaal denkend mens al lang over nagedacht heeft. Hoe je je leven inricht, waar je last van hebt en wat je er aan kunt doen en wat het allemaal voor je betekent.

Op een moment vertelde ze ons dat genezen in haar optiek niet alleen fysiek is maar ook mentaal: verwerken is werken.

Ze tekende op een papiertje een lijntje en zette op ongeveer een derde van de lijn een streepje.

Daar stond ik volgens haar. Ze plaatste opnieuw een streepje en constateerde dat ik daar naar toe moest.

Leek me wel een goed plan, alleen: waar ben ik dan op die lijn, dacht ik.

Maar het beste in mijn geval is,  maatschappelijk werkers gewoon te laten praten , er worden veel deuren geopend die allang open waren maar het kan natuurlijk altijd zijn dat er een deur is die voor jou nog gesloten is.

Je weet het maar nooit.

De mevrouw ging verder met haar verhaal dat je andere mensen nodig hebt en andere situaties om het verwerken mede vorm te geven. Ik had in eerste instantie geen idee wat ze bedoelde maar gaandeweg het gesprek bleek dat we impulsen en prikkels tot ons moesten laten komen en dat zou het revalidatieproces bevorderen.

 

En die impulsen en prikkels die krijg je als je op pad gaat of mensen op bezoek laat komen, bijvoorbeeld.

We gaven mevrouw een hand en zij drong erop aan om nog eens een gesprek te hebben bijvoorbeeld over twee weken. Maar ik wist niet of ik voor die tijd genoeg prikkels en impulsen had opgedaan om dan mevrouw weer onder ogen te komen.

Na enig gesteggel kwamen we erop uit dat we over 4 weken weer een gesprek zouden hebben. Waarover weet ik niet maar het kan nooit kwaad een hulpverlener een plezier te doen in deze barre economische tijden.

We gaven mevrouw een hand en ik spoedde mij naar de fysiotherapeut. Bella ging de stad in. Het centrum van Breda ligt zo'n twintig minuten lopen van het revalidatiecentrum.

 

Toen we naar huis reden vertelde Bella dat ze in de Bijenkorf liep en dat de maatschappelijk werkster gelijk had: je moet gewoon alle impulsen en prikkels toelaten.

Ze had een leren broek in de uitverkoop gekocht en was in haar nopjes.

Ze vond het wel wat, die maatschappelijk werkster. Ze voelde zich echt beter.

Maar ik vroeg me af wie nu feitelijk de patient is.

Wie moet  de impulsen en prikkels ontvangen? 

Dit was een goede impuls voor Bella en een leuke prikkel voor de portemonnaie.

Nou maar afwachten of ik hier en daar ook nog een prikkel of impuls opvang.   

 

0 reacties      Reageer

03-02-2010  [Professor Aap.]

Mannetje van Penfield: opbeurende post?

Mannetje_van_Penfield._Foto..jpg

 

Hoe is het met je Cauda Bananenboom?

 

De laatste keer dat ik je bekeek leek je meer en meer op dat mannetje van Penfield. Je had natuurlijk je kleren aan maar die dikke lippen en die kleine vette vingertjes, dat moest hem zijn.

Zelfs je pens was strak.En dan die heerlijke rollatorhanden waarmee je gasgeven imiteert: broemm broemm.

 

Penfield tekende de verhoudingen van alle lichaamsdelen zo dat deze verhoudingen overeenkwamen met de oppervlakte van die delen van de hersenschors die prikkels afgeven aan elk van die lichaamsdelen.

Waar je veel hersenen voor gebruikt, kregen een groot lichaamsoppervlak.

Die dikke vingers van jou en die enorme zoenlippen vallen op. Die nemen veel van jouw hersenen in beslag. Dat heeft iedereen. Je zoent niet met je oren of je neus, dat is troost nummer één.

Penfield beweert dat juist die lichaamsdelen een groot stuk van onze hersenen nodig hebben.

Een gevoelig lichaamsdeel heeft meer tastreceptoren per vierkante milimeter vel.

Dat komt weer terug in de hersenen.

Die tong van jou, hangt die er nog steeds uit?

Dat is troost nummer twee want dat heeft ook iedereen.

 

Het genitale gebied wordt zwaar onderschat, maar Penfield's mannetje geldt voor normale mensen.

Troost nummer drie kan ik je dus niet geven.

Die dunne beentjes, dat klopt weer wel.Penfield was neurochirurg. Je weet uit ervaring, kijk uit voor die lui.

 

Neurologen zijn erger.

Die staan aan de wal te roepen en als het misgaat schrijven ze een artikel met potjeslatijn.

Penfield deed hersenoperaties bij patienten die bij bewustzijn waren. Met een elektrode stimuleerde hij de somatosensorische hersenschors. Als die patienten iets voelden in hun oorlel of kleine teen, dan bracht hij dat in kaart.

Dat doen ze nu ook met jouw Cauda Pisangboom.

Ze prikken niet in je kop maar in je rug en je onderlijf. Zo brengen ze alles in kaart.

Help ze daarbij, want het zijn echt prutsers! Teken een mooie map van je lichaam in de verhoudingen waarin je juist niets voelt.

Dus teken het omgekeerde mannetje van Penfield, een Cauda Appelsienenboom met veel deuken.

 

 

0 reacties      Reageer

01-02-2010  [Gert Pruimhof.]

Opbeurend telefoontje?

Het zal dit jaar 40 jaar geleden zijn dat mijn broer Kasper trouwde met mijn schoonzus Dieke.

 

Indertijd woonden ze in een klein boerderijtje op het Friese platteland en af en toe bezocht ik ze, bleef ik slapen en kreeg ik een slaapplaats in de bedstee.

Op een keer gingen mijn broer Arie en ik samen op pad om de familie te bezoeken in het hoge noorden.

In de trein sjouwden we een krat bier mee wat we cadeau zouden geven. Typisch een studentencadeau, want je had er zelf ook nog wat aan.

Niet dat er veel werd gedronken, we waren niet veel gewend en als je twee pilsjes op had waggelde je al vrolijk naar je bed. 

Mijn broer en schoonzus liepen op klompen, hielden allerlei beesten in de tuin en binnen was het steenkoud.

 

De herinneringen kwamen boven na een telefoontje van Kasper toen ik in oktober nog in het ziekenhuis lag. Een verpleegster had mij voorzien van een  katheter.

Ervaring met ziekenhuizen had ik niet en met katheters al helemaal niet. Ik kneep hem en mijn broers leefden met mij mee: medisch gepriegel, gepruts en gefrunnik aan je geslachtsdeel, daar hebben mannen het niet op.

Toen ik vertelde aan Kasper dat men mij een katheter had ingebracht begon hij hard te lachen en riep hij:

"Gaan ze eindelijk je piel rood verven!

Dieke en ik komen snel langs om alles eens te bekijken!" 

 

Waar slaat dit op? Zou een achteloze lezer kunnen denken.

 

Wel, na het nuttigen van een paar biertjes ontstond onverwacht het idee om "De piel van Gert rood te verven."

Waarom dat de mijne moest zijn en niet die van Arie of Kasper  is nooit duidelijk geworden. Misschien dat die van mij het meest tot de fantasie sprak.

Dit soort morbide gedachten kunnen alleen voortspruiten uit het brein van mijn broers en we hadden er de grootste lol om.

Ook mijn schoonzus vond het een prachtig plan en naarmate de dag vorderde kwam steeds vaker het idee naar voren mijn geslachtsdeel een fris kleurtje te geven.  

Mijn broer had nog wel een potje verf in de schuur staan en een kwast was ook zo gevonden.

 

Gelukkig is het er niet van gekomen. Hoewel ik het niet wilde toegeven, werd ik knap nerveus van het plan, beseffende dat mijn broers tot veel malle dingen in staat zijn.

Gelukkig gaf mijn schoonzus  het op een zeker moment op, waarschijnlijk onder invloed van een flesje bier teveel zat ze treurig in een hoekje te staren en besefte ze met welk vreemd idee ze eigenlijk bezig was.

 

Het verven van mijn geval ging dus niet door, maar nu, 40 jaar later, word ik eraan herinnerd, notabene in het ziekenhuis.

Daar is van alles voorhanden om de gekste dingen mee uit te halen, maar geen potje rode verf en een kwast.

 

0 reacties      Reageer

29-01-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Carpaal Tunnel Syndroom.

 

Als je wat meer wilt weten van een kwaal die  je hebt kijk dan niet op internet.

Er staan sites op die goede informatie geven, maar voor je het in de gaten hebt zit je op een site een verhaal te lezen van een gefrustreerde carpaal tunnel syndroomster (of carpaal syndroom tunnelaarster) waar bij van alles is fout gelopen.

Daar reageert dan vaak weer een andere patient op die het nog erger heeft dan de vorige en die weer een  totaal foute sociaal gehandicapte neuroloog heeft getroffen en nu met allerlei andere kwalen en gebreken zit.

Daar word je niet wijzer van. Dus gewoon achteloos hier en daar een beetje informeren wat het eigenlijk allemaal inhoudt.

Binnen korte tijd kregen we reacties uit verschillende hoeken. Verbazingwekkend hoeveel mensen last hebben van een carpaal tunnel syndroom.

In Maastricht hebben ze een onderzoek gedaan en toen bleek dat 9 op de 100 vrouwen er last van hebben.

Dat is veel.

Het is me niet duidelijk of dat in Groningen ook het geval is.

Waarom zijn het er zoveel in Maastricht? Ligt het aan het dialect, aan carnaval, aan de katholieke kerk? Of gewoon stom toeval?

Stond er niet bij.

 

De reacties varieren van:

 

*Nooit een spuit laten zetten! Krijg je alleen maar ellende van.

*Nooit opereren , leidt tot nog meer malheur.

*Direct opereren en je bent er van af.

*Eerst een spuit zetten, ben je klaar.

*Het waait vanzelf over.

*Ga naar een fysiotherapeut.

*Even aankijken, dan opereren.

*Gelijk opereren, kon eerst niet knijpen, nu weer wel.

*Paracetamolletje nemen en dan verder kijken.

*Ga niet naar een fysiotherapeut, is alleen maar uitstel van.

 

Daar werden we niet veel wijzer van. Dat krijg je ervan als misschien 10% van Nederland Carpaal Getunneld en Gesyndromiseerd is.

 

Dan maar de dokter.

Daar kwamen we tot de conclusie dat het het beste is een afspraak te maken in het ziekenhuis bij de zogenoemde pijnpoli (wat een woord) en vooralsnog uit te gaan van het vragen om een spuit.

We hebben een afspraak gemaakt met een specialist en we kunnen er over twee weken terecht.  

Wat gaan we dan weer beleven?

Is het een goede beslissing?

 

Is moeilijk vooraf te zeggen. In de politiek concluderen ze tegenwoordig  dat ze anders hadden beslist als ze indertijd de kennis van nu hadden gehad.

Zo lusten we er nog een paar.

Hoe komen we aan de kennis die we nu nog niet hebben maar wel als Bella de spuit, operatie of fysiotherapie al lang heeft gehad.

Hoe is het mogelijk voortschrijdend inzicht op dit moment tot je te nemen?

 

Niet.

Dus maar hopen dat we een goede beslissing nemen met de inzichten die we nu hebben.

 

0 reacties      Reageer

28-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Lastig hoor, een Carpaal Tunnel Syndroom.

Handgebaar Bella 2.jpg

 

0 reacties      Reageer

27-01-2010  [Gert en Bella Pruimhof.]

Van Cauda Syndroom via Urologie naar Carpaal Tunnel Syndroom.

Carpaal Tunnel Syndroom Handje Bella.jpg

Het ziekenhuis in Breda ligt er nog steeds bij zoals voorheen. Deze week zijn we er weer een paar keer geweest.

Voor de variatie nu ook eens voor Bella.

Eerst werd Gert onderzocht door de uroloog om te bezien hoe het ging met plassen.

Hij plast, maar vraag niet hoe.

En omdat het niet gevraagd wordt komt er ook geen antwoord.

 

Bella heeft al een tijdje last van pijn in haar beide handen en polsen. Rechts nog het meest.

Uiteindelijk is ze naar de huisarts gegaan die snel concludeerde dat hier sprake is van een Carpaal Tunnel Syndroom. Gezien het beroep van Bel heeft hij haar met spoed verwezen naar een neuroloog en reeds de volgende dag zaten we bij een arts in het kamertje naast de neuroloog die Gert indertijd zo vriendelijke behandelde (maarnietheus).

 

Eerst moest Bella een functieonderzoek ondergaan met electrische stroomstootjes en vervolgens moesten we onze opwachting maken bij de neuroloog.

We moesten weer even wennen aan de man. Het begint er steeds meer op te lijken dat neurologen sociaal gehandicapte mensen zijn.

Deze man, een klein ventje met zeer afgezakte schouders en slecht geknipt haar, gaf ons een slap handje en keek ons eerst enige seconden verbaasd aan.

Waarom wisten wij ook niet. Hij kennelijk ook niet want plotseling begon hij vragen te stellen.

 

Toen hij klaar was vertelde hij dat hier inderdaad sprake is van een beknelling van een zenuw in de pols en dat een injectie misschien zou kunnen helpen, misschien ook niet, misschien een operatie, misschien ook niet, en dan zijn er ook nog spalkjes. 

Wij vroegen ons af wat zijn advies zou zijn. Maar hij antwoordde lichtelijk geirriteerd dat hij bezig was met dat te vertellen.

Oeps, hadden we niet in de gaten.

Uiteindelijk kwam zijn advies erop neer dat iedere patient verantwoordelijk is voor zichzelf en zelf een keuze moest maken wat te doen. Bovendien moesten we ook een keuze maken voor een chirurg, die heb je nl ook in soorten: neuro-, plastisch-, orthopedisch- en gewoon chirurg.

Maar Bella sputterde tegen en zei dat ze geen verstand van zaken had en dat ze nu nog niets wist. Maar de man was niet te vermurwen. We moesten zelf maar uitzoeken wat te doen. Maar spalkjes zouden niet helpen.

Toen we buiten stonden trok Bella vergelijkingen met een niet nader te noemen mannelijk lichaamsdeel (tje). 

We dronken nog een kopje koffie en besloten een afspraak te maken met de huisarts. Misschien dat hij ons een duidelijker advies kan geven.

Morgen worden we bij de huisarts verwacht.

 

We krijgen nog wat van al die syndromen.

Of zou het aan die specialisten liggen?

 

0 reacties      Reageer

26-01-2010  [Bella Pruimhof.]

De Boze Biezenman.

Portugal 23_1.jpg

 

Een paar maanden geleden reden we met onze camper door  de dennenbossen van Portugal.

Tussen de Serra da Estrela en de Serra do Caramulo.Het landschap is ook bedekt met olijfbomen en wijngaarden. Dorpjes zijn er amper, hier en daar een leegstaand huisje.

We rijden langs een ogenschijnlijk leegstaand woninkje en zien in een flits een man staan in een vreemd gewaad. We draaien om. Wat doet de man daar?

Hij maakt een in zich zelf gekeerde en eenzame indruk.We gaan even kijken, misschien heeft hij hulp nodig.

We parkeren de camper vlak bij hem in de buurt en stappen op hem af.

Nors kijkt hij ons aan. De man ziet er schitterend gekleed uit en zegt niets.

Hij geeft ons wel een hand en mompelt zijn naam: Jeronimo.

Dan blijft hij strak voor zich uitkijken.

 

Hij heeft een soort jas aan, gemaakt van biezen of iets dergelijks. Hij staat naast het huisje en een blik erin geeft aan dat alles vol ligt met biezen. Gert heeft het al snel in de gaten: deze man doet iets met biezen.

Hij reageert niet op onze vraag of hij iets anders spreekt dan Portugees.

Plotseling heeft hij genoeg van dit alles en, ja, hij  pakt zijn biezen, gaat voor het huis op een stoel zitten en aan het werk met zijn biezen.

 

Biezen kleren naaien.

Hij vindt het niet goed dat wij een foto maken van zijn werkzaamheden maar knikt als wij duidelijk maken dat we graag een foto van hem alleen willen maken.

Hij gaat weer staan,neemt een lamp in zijn handen en tuurt richting het Estrelagebergte.Wij maken een paar foto's maar de man is niet geinteresseerd in zijn eigen beeld.  

We drentelen nog wat rond het huisje maar het gezicht van de biezenman verraadt dat hij daar niet zo van gediend is. Het huisje ziet er sober uit en de inrichting ook. We kijken naar binnen: een tafel, een stoel, een mok erop en verder niets.

Het valt Gert op dat er niet eens een televisie staat. Dan ben je voor Gert direct een mens van de natuur. Iedereen die geen televisie heeft komt voor Gert rechtstreeks uit de prehistorie.

We gaan weg. Zwaaien naar de man maar hij geeft geen reactie. We vervolgen onze weg door de eindeloze bergen bedekt met ontelbare bomen. Stil kijken we naar het overweldigende groen. 

We vragen ons af hoe zo'n man kan leven. Zo geheimzinnig. En zo kwaaiig!

 

Sindsdien noemen we hem de Boze Biezenman.

  

 

0 reacties      Reageer

25-01-2010  [Gert pruimhof.]

Even terug in het ziekenhuis.

Je maakt zoveel dingen mee in een ziekenhuis en je komt zoveel rare mensen tegen, dat je sommige dingen vergeet.

Niet helemaal want af en toe komt er een herinnering boven.

Zo heb ik één nacht naast een wel heel vreemde snuiter gelegen.

Het was de dag na mijn operatie en door alle consternatie had ik niet zoveel aandacht voor hem maar op de één of andere manier maakte hij toch een beetje indruk, want ik vond een paar aantekeningen van mijn belevenissen met die man. Hij deed me een beetje denken aan mijn broer Hank.

De man leek totaal niet op mijn broer behalve dat mijn broer nogal fors winden kan laten en dat kon deze man ook.

(Ik bedenk me nu dat wat dat betreft de man op elk van mijn broers zou kunnen lijken maar ik moest het eerst aan Hank denken).

 

Het opvallendst was zijn taalgebruik.

De man vertelde niets, vroeg nooit wat,  maar gaf uitsluitend mededelingen af.

Mededelingen die voor niemand speciaal bedoeld waren en die hij liet landen in het luchtledige.

Het was ook niet de bedoeling te reageren, dat deed ook niemand in het zaaltje. Hij deelde mede en dat was het.

 

Als hij naar het toilet ging zei hij, net hard genoeg dat alle patienten het konden horen:

"Zo, ik ga even kleien."

Hij behield daarbij een ernstig gezicht en op een keer liet hij een krachtige wind in zijn bed.

Zo enerverend dat het geluid door  de dekens heenkwam en niemand verbaasd zou zijn als de wind geregistreerd zou zijn op de schaal van Richter.

En hij reageerde nogal droog:

"Gelukkig niets gebroken." 

Na het middageten pakte hij zijn servetje en zei :

"Ik heb ongelofeloos en uitstekelijk gebunkerd."

De man had een ouderwets en versleten cassetterecordertje aan de leuning van zijn bed hangen en genoot van een soort krakende Hongaarse zigeunermuziek. Het ding stond niet al te hard maar wel luid genoeg dat ik een beetje kon meeluisteren.

Op het deuntje van de muziek neuriede de man mee en mompelde af en toe:

"Prachtvol, prachtvol!"

Af en toe stopte de muziek en droeg een man op gedragen toon teksten voor.

Veelal was het onduidelijk wat er werd voorgelezen maar op een bepaald moment meende ik de dichter Jean Pierre Rawie te herkennen, die ik hoorde zeggen:

 

"Want waar de liefde aan kapotging,

maanden na die eerste zoen,

was dat jij dat paarse rotding

nooit eens van je kont wou doen."

 

Maar het kon ook zijn dat ik nog behoorlijk verdoofd was door de operatie en dat ik alles droomde.

In mijn bed had ik veel tijd om na te denken.

Meestal leidt dat denken tot niet veel goeds maar uiteindelijk kwam ik tot een conclusie  die me zelf wel tot tevredenheid stemde:

de man moest lijden aan een expliciete raadselachtigheid.

 

Ik was in mijn nopjes dat ik in de toestand waarin ik verkeerde het voor elkaar kreeg toch nog een mening te vormen over deze eigenaardige man. 

 

Maar als ik er nu over nadenk vraag ik me af wat ik daar nu aan heb.

Is het nou zo bijzonder om een dag naast een mafkees te liggen en er ook nog over na te denken?

Vervolgens het gebeurde in krabbeltjes op te schrijven, te onthouden, weer te vergeten , later weer te herinneren en het dan nog eens een keer op te schrijven?"

 

Onbegrijpeloos.

Dat krijg je ervan als ze je naast rare mensen leggen.

 

0 reacties      Reageer

22-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Medicijnen.

 

Nadat ik uit het ziekenhuis was ontslagen gaven ze me medicijnen mee voor een week.

De rest moest ik regelen met mijn huisarts. Het waren er zoveel dat ik bij thuiskomst een schema maakte wanneer ik wat en hoeveel moest slikken of hoeveel heroinepleisters ik moest plakken. Dat lijstje hield ik goed in de gaten want pillen slikken doe je niet voor niets en vertrouwen doe ik het ook niet.

In het ziekenhuis was ik al enthousiast begonnen met het lezen van de bijsluiters maar daar ben ik snel mee opgehouden.

Eerst snijden ze je open en vervolgens plempen ze allerlei medicijnen in je lijf die je wel moet slikken anders wordt het allemaal nog veel erger.

Zeggen ze.

Dus steek je maar je kop in het zand en slik je gedwee wat je krijgt voorgeschoteld. 

Veel teveel bijwerkingen zouden mij kunnen  treffen maar een andere mogelijkheid was volgens allerlei verpleegsters niet voorhanden.

Dus: slikken of stikken.

 

Na regelmatig overleg met de huisarts ben ik gaan afbouwen. Hier en daar werd de dosering van een pilletje verminderd, ook de dosering van de heroinepleisters ging naar beneden en zelfs werd na verloop van tijd het gebruik van sommige  pillen beeindigd.

Zo heb ik op dit moment nog maar drie pillen nodig: een pijnstiller en een spierverslapper en een maagbeschermer die noodzakelijk is omdat de pijnstillers je maag kunnen beschadigen.

Deze week had ik overleg met de huisarts en ik stelde hem voor met alle drie de pillen te stoppen.

Het was nu wel genoeg geweest, ik had er eigenlijk schoon genoeg van en ik was vast van plan de volgende dag op te staan met het idee dat er eigenlijk niets gebeurd was en dus ook nu niets aan de hand.

Maar de huisarts raadde mij het af. Hij vond het een beter plan de spierverslapper rustig af te bouwen van 200 mg naar 100 mg en dan over twee weken eens te bezien hoe ik ervoor zou staan en dan weer wat minderen met een ander pilletje.

Nou hebben ze me in het ziekenhuis zo de stuipen op het krakkemikkige lijf gejaagd dat ik sedertdien geneigd ben alles te doen wat een medicus mij adviseert.

Daar was ik een paar dagen later blij mee. De afbouw van 200 naar 100 mg. gaf me weer allerlei oude pijntjes terug. Het leek wel of ik weer een paar stappen terug was gegaan in mijn herstel.

Dus ben ik toch maar even gaan kijken op de bijsluiter van dat medicijn.

De bijsluiter beslaat zo'n 10 A-4tjes:

Wat is het?

Hoe moet het worden ingenomen?

Wat moet je weten voor je het medicijn inneemt?

Wat te doen bij borstvoeding?

Kunt U rijden en aanwijzingen bij het gebruik van machines. (Als U duizelig wordt bedien dan geen machines.)

Het interessantste hoofdstuk zijn de bijwerkingen.

Bijwerkingen kunnen vaak voorkomen maar ook soms of zelden. (In het ziekenhuis lag een man die een maaltijd medicijnen moest verwerken en zijn vrouw ontdekte dat een bijwerking van één van de medicijnen kon zijn dat je er soms aan kon overlijden! Het kan allemaal veel erger! Maar dat terzijde.)

 

Allemachtig!! Denk ik na het lezen.Waar ben ik mee bezig?

Doorgaan?

Kop in het zand?

Of stoppen?

 

Het is slikken of stikken.

 

Als de mensen in de straat binnenkort een duizelige man met een rood hoofd achter een rollator zien strompelen die op het punt staat een hartinfarct te krijgen, onder de puisten zit, half doof is terwijl snot en bloed uit zijn neus loopt, rillend aan de diarree is terwijl hij ontzettend aan het krabben is vanwege jeuk op het lijf, scheef loopt van de rugpijn, scheel kijkt van de hoofdpijn, wazig uit de ogen kijkt,  dan kan het goed zijn dat ik die man ben.

 

En de mensen kijken meewarig en denken: "Wat een stommerik, slikt pillen zonder  te weten wat de bijwerkingen zijn.

En dan is die sufferd notabene nog van te voren gewaarschuwd,  op schrift, door de pharmaceutische industrie.

Zo'n man vraagt er toch gewoon om?"

 

Die is aan het slikken.....en......stikken.

 

 

0 reacties      Reageer

21-01-2010  [P.Boeuf.]

Goed gezegd.

"Ik weet dat er nog nooit iemand is doodgegaan aan hard werken. Maar waarom zou je het risico lopen?"

 

Ronald Reagan.

 

0 reacties      Reageer

20-01-2010  [Kasper en Dieke]

Opbeurende (beesten) post?

Hallo Gert en Bella,

 

De feestdagen zijn achter de rug en nu heb ik even tijd om jullie te mailen.Kerst zijn altijd drukke dagen maar tegelijk zijn de straten heerlijk rustig en wordt er op de radio van die oubollige kerstmuziek gedraaid.

Het lijkt eeuwig zondag.

Ik denk dat het hiernamaals er zo uitziet, maar dan met een vega-kerstdiner want de dieren des velds mogen we natuurlijk niet opeten.

Dat doen de dieren zelf ook niet want de leeuw ligt daar rustig, net als in het paradijs, naast het lam te slapen.

 

Met de kerstdagen was de familie van Dieke op bezoek. Ze zitten ergens verschanst in een huisje in de buurt, met een oude uit Griekenland meegesmokkelde hond die reuma heeft en dus met die koude nattigheid een slechte kerst had.

Maar Dieke heeft voor hem bij de dierenwinkel een paar lekkere bullenpeesachtige stukken gekocht, verpakt als kerstcadeau, waar hij lekker op kon knabbelen en hij hield zich redelijk rustig.

Het is gelukkig nogal een klein beest. Net te kort om meteen bij aankomst zijn neus stevig in je kruis te drukken.

 

Ik heb het niet op honden.

 

De Chinezen kennen geloof ik maar een paar soorten honden: jachthonden, waakhonden en eetbare honden. Wij kennen er nog een paar extra: bijvoorbeeld de huishond die voor de haard zijn edele delen likt, overal haren achterlaat en zijn natte neus regelmatig aan jou afveegt.

En natuurlijk zijn er nog allerlei hulphonden zoals de blindegeleidehond.

Tot steun van onze alcoholische broeders uit Zwitserland is er de Sint- Bernhardshond met een kruikje met sterke drank aan zijn nek.

Niet te vergeten: de snuffelhonden.

Die zullen nog jarenlang de geur van die verdovende en kalmerende middelen, die jij nu al maanden slikt, uit je broek ruiken.

De Japanse robothondjes zijn de leukste. Je steekt hun staart in het stopcontact en ze zijn weer opgeladen. Geen gedoe met brokken en blikjes voer. Ze kwispelen geen glazen van de salonafel en ze lekken niet.

Een aanrader, mocht je nog eens alleen komen te staan.

Oké, dan kan je altijd weer die heroinepleisters opplakken.

Houd er een paar achter de hand.

 

Het is wel een beestenverhaal geworden. Ik weet ook niet hoe dat komt.

 

Doei,

 

Kasper (en Dieke). 

 

0 reacties      Reageer

19-01-2010  [Mees Mankes.]

Man en aap.

 

Mijn oom Gert Pruimhof mist het nodige in zijn leven. Daar was ik al als jong meisje gauw achter. Hoe dat komt weet ik niet precies. Ik denk dat hij veel lijkt op zijn zusjes en broers.

De één is eigenwijzer en eigenzinniger dan de ander. Maar allemaal trekken ze zo hun eigen plan en ze denken vaak ook nog dat dat een goed plan is.

Misschien is het wel genetisch bepaald, want ook bij oma Pruimhof (dus de moeder van oom Gert) zie ik dat eigengereide terug.

Ze heeft dat vast hier en daar overgedragen op haar kinderen.

Maar nu oom Gert in het ziekenhuis heeft gelegen lijkt het wel of hij nog meer buitengesloten is geraakt van allerlei voorvallen in de familie. Daarom schrijf ik dit stukje, om oom Gert even bij te praten. 

 

Wij hebben een grote familie dus daar is altijd wel wat aan de hand.

Ik was op een dag bij oma Pruimhof en ik was een beetje van slag. Mijn verkering met mijn vriend was net uit en ik was er behoorlijk van ondersteboven.

Voor mijn ooms en tantes misschien een voorval van weinig belang, maar dat komt doordat ze zo veel bezig zijn met hun eigen problemen en het liefdesverdriet in de eigen familie niet meer zien.

 

Ik ben er nu overheen en kan er rustig over praten maar indertijd voelde ik me zwaar afgewezen, teleurgesteld en verdrietig.

En zo zat ik bij mijn oma van 88 jaar en voor ik het wist liet ik wat traantjes. Oma is wel oud maar niet gek en wist heel goed wat er dan omgaat in een vrouwenhart.

 

Oma zette nog een kopje koffie, gaf me een koekje en een bonbon en kon niet anders uitbrengen dan:

"Sjonge, sjonge, sjonge, kindje toch!"

 

Ik had er zelf aanleiding toe gegeven en oma begon natuurlijk te vragen hoe het zo ver had kunnen komen. Ik heb toen mijn hart uitgestort bij oma die me lief aanhoorde.

Op een gegeven ogenblik bedacht ik me dat ik nu moest stoppen met mijn trieste verhaal, ik kon oma Pruimhof er niet mee blijven belasten.

Maar oma bleef doorvragen net zo lang tot ze wist hoe de vork in de steel zat.

 

Af en toe onderbrak ze mijn verhaal met:

"Sjonge, sjonge, kindje toch!"

 

Uiteindelijk zei ze me, nadat ik nog een koekje had gehad en een bonbon, het volgende:

 

"Kindje, alles wat een man meer kan dan een aap is meegenomen.

Maar verwacht er niet teveel van!"

 

Dat vond ik wel apart, zeker als je bedenkt dat oma meer dan 50 jaar heeft samengeleefd met mijn al lang geleden overleden opa!

 

0 reacties      Reageer

18-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Revalideren?

Gert Pruimhof_1.jpg

(Gert Pruimhof)

 

 

Eindelijk zijn we in Utrecht geweest. We werden verwacht in Revalidatiecentrum de Hoogstraat.

 

Het is meer dan drie maanden geleden dat ik plotseling werd geopereerd en dat ging allemaal met zo'n snelheid dat ik niet zal vergeten dat ik, toen de operatiedeuren achter mij dicht gingen, dacht dat het nooit om een hernia of zo zou kunnen  gaan.

Neen, dit was veel erger, anders maakten al die verpleegsters en artsen niet zo'n haast en drukte midden in de nacht.

Het allerlaatste wat door me heen schoot was dat als ik straks wakker zou worden ik wel dood zou kunnen zijn.

 

Ik ben nu wakker en zit relaxed naast Bella die me naar Utrecht rijdt.

Dat is ook een van de veranderingen die ons zijn overkomen: normaal rijd ik altijd in de auto. Bella vindt dat vaak heerlijk, ze rijdt niet zo graag en ze kan lekker suffen, naar buiten kijken en denken over het leven.

Nu moet ze wel rijden en en ik moet eerlijk zijn, dat gaat heel goed. Ik wil geen flauwe grappen maken over vrouwen achter het stuur maar ik betrap mezelf erop dat ik rustig naast haar zit, niet "meerij" en nu zelf wat zit te suffen.

We zijn er al om een uur of half negen 's ochtends, terwijl we pas over een uurtje aan de beurt zijn. Zo kunnen we eens rustig bekijken hoe het eraan toegaat in eeen dergelijk revalidatiecentrum.

Aangekomen worden we direct met een aantal raadsels geconfronteerd: er zijn zeker 30 parkeerplaatsen vrij. Voor de ene plaats staat een bord: alleen voor invaliden, met een pijl naar links.

Daarnaast een bord:parkeren tussen 18.00 en 24.00 uur.Met een pijl die omhoog wijst. 

Vervolgens een paar meter verderop een bord met daarop: vrij parkeren. Aan de overkant een bord: Vrij parkeren tussen 18.00 en 24.00 uur. Met een pijl naar links en één naar rechts.Het lijkt Frankrijk wel.

Dus even binnen vragen. Daar waarschuwt men ons: zij weten ook niet hoe het werkt en zeggen dat de ene keer de politie een bon uitschrijft en de andere keer niet. Gevolg: niemand parkeert er en Bella moet de auto een heel stuk verderop parkeren.

Ja, wij hebben zo ook onze problemen.En dan moet het revalideren nog beginnen. 

 

Binnen  is de sfeer heel anders dan in een ziekenhuis. Er zijn weinig dokters of verpleegsterachtige figuren te zien. Wel veel mensen die ogenschijnlijk vanuit een sociale werkplaats aan het werk zijn.

Ze lopen wat rond, doen wat onduidelijks en worden in de gaten gehouden door een soort begeleiders die ze vertellen wat ze fout doen en hoe ze het moeten doen of dat ze iets anders moeten doen.

Ze behoeven kennelijk behoorlijk wat begeleiding en correctie en we kunnen eens rustig bekijken hoe een ieder dat allemaal aanpakt.

Het hele gebouw heeft een uitstraling van een opgeknapte jeugdherberg en het restaurant doet me denken aan de kantine van mijn middelbare school, lang geleden.

Er rijden veel mensen rond in wagentjes. De één heeft geen benen, de ander loopt ietwat vreemd achter zijn wagen en heeft zijn hoofd steunen op een paal die kunstig aan zijn wagentje is gemonteerd.De volgende komt op een paar krukken curieus aangewaggeld.

Ik begin me al beter te voelen, zo beroerd ben ik er immers niet aan toe. 

Het onderzoek inclusief gesprek met twee artsen duurt ongeveer anderhalf uur. Ze nemen alle tijd en onderzoeken me grondig. Liggend in mijn onderbroek begint  een vrouwelijke arts mij met een wattenstokje te prikken op verschillende plekken in mijn lijf.

Dan breekt ze het wattenstokje en zo ontstaat er een soort cocktailprikkertje waar eigenlijk een bitterbal of zoiets aan hoort. Daar prikt ze me met enige variatie op verschillende plekken in mijn bil.

Daar blijkt het minder gevoelig te zijn (en dat is niet goed, laat jezelf maar voor de gein eens prikken in je achterste met een cocktailprikkertje, vind je niet leuk, maar ik voel niet veel) en ze noteert van alles na iedere prik.

Het gesprek leidt ertoe dat ik de natuur zijn werk moet laten doen. Ik had er erger aan toe kunnen zijn en ik moet binnen een half jaar na de operatie revalideren.

Dus voor april.

 

Dan veel oefenen en  omstreeks oktober zou ik moeten weten waar ik aan toe ben.

De artsen kijken me vragend aan en ik kijk ze vragend terug.

Ja, ik zou eindelijk wel eens willen weten waar ik aan toe ben in mijn leven.

Ben toch al enige tientallen jaren op weg en dan wordt het toch tijd dat je door krijgt waar je aan toe bent.

 

Maar de artsen bedoelen dat ik in oktober moet weten waar ik aan toe ben met mijn cauda-syndroom-gedoe.

Waar ik nog last van blijf houden. Revalideren in Breda is volgens de artsen een goede optie en ze wensen me veel sterkte toe.

Nu dus weer contact opnemen met de revalidatiearts om zo snel mogelijk te revalideren in Breda.

En maar hopen dat er iets gedaan kan worden aan de lange wachttijden. Lang wachten kan ik niet meer. Het is nu heel belangrijk voor me dat ik de medische ambtelijke molens kan omzeilen en ik hoop dat de revalidatiearts in Breda me daarin terwille kan zijn.

 

Dus nu weer iets gaan doen wat ik veel heb geoefend de laatste tijd: afwachten.

 

 

0 reacties      Reageer

14-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Opbeurende post?

webtekening 1 Patte jpg.jpg

Deze week ontving ik een mail van een niet nader te noemen familielid.Ik wil wel iets meer ingaan op haar naam,  maar dan houd ik het op de gangbare methode haar naam zo weer te geven zoals verdachten worden weergegeven in de krant.

Familieleden zoals Katrien P.kunnen het best gezien worden als verdachte. Zo behoud ik in ieder geval haar privacy, kan ik daar geen gedonder mee krijgen en weet de rest waar men aan toe is.

Is het opbeurende post?

Ik geef toe: ik ben begonnen met mailen, maar dat houdt niet vanzelf in dat ik onvoorzichtig ben geworden.

Integendeel, het blijft immers familie.

 

Ik schreef:

 

"Hoe staat het leven? Hier is het erg koud. Brrrrrrr!

Ik ga langzaam vooruit en ik sta op een wachtlijst voor revalidatie.

Bella begint net te wennen aan een halve invalide die ook psychisch zeer beperkt is (maar dat wist ze al lang) en ik begin nu af en toe een beetje af te wassen en gisteren heb ik de stofzuiger een minuut vastgehouden.

Dus dat gaat goed.

Soms neemt Bel me mee naar een supermarkt voor een paar boodschappen. Ze neemt dan een dag vrij want ik weet zeker dat ze me maar een ouwe zak vindt met de uitstraling en het tempo van een wijngaardslak die nog in de oven moet.

Maar het ogenschijnlijke voordeel is dat ik tussen allerlei oude mannetjes gratis koffie kan drinken midden in de winkel, leunend op een karretje, terwijl Bella het fruit staat af te wegen.

Ik snap niet wat die oude mannetje eraan vinden om daar iedere dag te zitten. Vrouwen hebben ze niet bij zich en de koffie is niet te drinken.

Ik heb een vrouw bij me en dat vinden ze vast raar.

Ze worden waarschijnlijk iedere dag voor een paar uur buiten de deur gezet zodat Moeders de Vrouw lekker thuis haar eigen gang kan gaan.

Ik moet goed in de gaten houden dat dat lot mij niet boven het hoofd hangt!

Vroeger zette de man zijn vrouw buiten die dan naar een opvanghuis ging, tegenwoordig is het omgekeerd en vertrekt de man voor een paar uur naar de supermarkt.

 

Nou, ik ga verder met leven . Brrrrrrrr

Groeten aan iedereen!"

 

Katrien mailde terug:

 

"Hé Gert!

 

Zo, dat gaat goed vooruit daar! Je kunt al zelfstandig door de kamer lopen! En zonder rollator! Dat is toch al meer dan dat je kon voor je operatie?

Vandaag verheug ik me op het feit  dat ik geen bochel heb.

Stel je voor, je moet dat maar de hele dag met je meezeulen. Ook geen gezicht met de huidige mode, hangt er steeds een capuchon over je bochel.

Ben je ook zo blij dat je geen bochel hebt?

Jij denkt toch niet dat jij de enige bent met problemen? Weet jij veel! Mannen denken altijd dat alles om hun draait. Maar als ik zo om me heen kijk dan zijn vrouwen de  probleemeigenaars- en.....oplossers.

Kijk maar naar Bella!

 

Ik ben ook van alle markten thuis.

Ik ben niet alleen kostwinner, kok, schoonmaker, huiswerkinstituut, animator, mantelzorger voor moeder, maar ook nog eens hoofdzuster van een psychiatrische privékliniek .

Misschien ontwikkel ik ook nog wel een aanbod voor patienten met het caudasyndroom, schijnt een gat in de markt te zijn.

 

Liefs, Katrien P."

 

Ik zei het toch: je moet voorzichtig zijn met familie.

 

 

0 reacties      Reageer

13-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Piekeren.

 

Het is meer dan drie maanden geleden dat ik ben geopereerd.

Nu is het zaak te revalideren.

Afkicken van morfinepleisters levert hartkloppingen op, slecht slapen, trillende handen en ik kan me slecht concentreren.

Ook een bijzonder bijverschijnsel van afkicken en revalideren is piekeren:

 

"Het zal wel nooit meer goed komen met me." (op zichzelf geen vreemde gedachte, maar het is voor mijn gemoedsrust verstandiger mezelf wijs te maken dat alles weer rozegeur en maneschijn wordt.)

 

"Hoe moet het verder?" En ik probeer me een voorstelling te maken van de toekomst met of zonder rugpijn, slecht lopen en beperkingen.

 

"Je mag blij zijn dat je er niet erger aan toe bent! Je had wel in een rolstoel kunnen zitten!"

Dus ik tel mijn zegeningen.

 

"Ik sta er mooi alleen voor."

In het ziekenhuis droomde ik eens dat ik de ingang binnenstapte  en dat er niet stond "Amphia ziekenhuis", maar een groot bord met daarop de tekst:

"Wie hier binnentreedt laat alle hoop varen."

 

In gedachte spreek ik mezelf toe:

"Pruimhof, je moet uitkijken dat een gevoel van zelfmedelijden niet de baas wordt over je vermogen om nuchter na te denken. En stel  jezelf geen overbodige vragen  zoals: waarom moet mij dit overkomen en waarom nu?

Goed , dan was het een ander overkomen en op een ander moment. Nou en?

Nou en? Nou en? Het ongeluk treft toch altijd een ander? Waarom nu niet?

Pruimhof, je moet proberen controle te houden ook al weet je dat veel pijn en veel in bed liggen het piekeren bevordert."

Maar met dat gepieker schiet je niet veel op.

 

Piekeren is als schommelen

Je bent wel bezig

Maar je komt niet van je plaats.

 

 

0 reacties      Reageer

12-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Bob Dylan in Portugal.

 

In God geloof ik niet maar muziek kan me raken.

Afgelopen zomer waren Bella en ik in Portugal en daar maakten we kennis met Tadeu en Simao *1.

Simao bleek een kleinzoon te hebben, Rogerio

 

Portugal_16..jpgPortugal_5.jpgPortugal_6.jpg  (Rogerio)

 

Deze Rogerio speelde met zijn oom Tadeu samen en vertolkte een aantal tranentrekkende liederen.

Bij één van de eerste nummers herkende ik de melodie van een lied van Bob Dylan.Van de tekst begreep ik niets maar dit was duidelijk iets van Dylan. Van de vrouw van Tadeu begreep ik dat Tadeu het nummer had geschreven ergens aan het eind van de jaren zestig.

Dat is sterk. Ik heb het nagekeken, het nummer dat Dylan schreef was gedateerd begin jaren 70!

Zou Dylan zijn inspiratie hebben opgedaan in Portugal? Of heeft hij het gepikt?

Het gaat om het nummer Every grain of sand. (Elke korrel zand). 

Een prachtig nummer dat door merg en been gaat en dat zelfs de grootste ongelovige doet twijfelen. De eerste twee coupletten:

 

" In the time of my confession, in the hour of my deepest need

When the pool of tears beneath my feet flood every newborn seed

There's a dyin' voice within me reaching out  somewhere

Toiling in the danger and in the morals of despair

 

Don't have the inclination to look back on any mistake 

Like Cain, I now behold this chain of events that I must break

In the fury of the moment I can see the Master's hand

In every leaf that trembles, in every grain of sand."

 

Vertaald door Bindervoet en Henkes wordt het:

 

"Als het tijd wordt om te biechten, in het uur van mijn grootste schroom

Als de tranenvloed beneden mij elk zaadje overstroomt

Zoekt een stem die sterft van binnen buiten naar contact

Kampend met gevaren en met moraal die is verzwakt

 

Maar ik heb niet de neiging terug te kijken op wat me speet

Als Kain aanschouw ik nu hoe ik doorbreken moet wat ik deed

In 't moment van blinde woede zie ik nu de Meesterhand

In ieder blad dat siddert, in elke korrel zand."

 

 

Nu de muziek erbij opzetten.

Maar pas op!

Voor je het weet ben je een gelovige!

 

*1  Zie ook: Ongelooflijk  familiedrama 21.12.2009 e.v.onder:

     Archief 2008-2009, Krijgt post.

 

 

0 reacties      Reageer

11-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Even terug in het ziekenhuis

 

Je maakt zoveel dingen mee in een ziekenhuis en je komt zoveel aparte mensen tegen dat je sommige dingen vergeet.

 

Niet helemaal want af en toe komt er plotseling een herinnering boven.

Zo schoot me vannacht een verhaal te binnen van Bertus Bertens.  

(Bertus Bertens.Zie ook bij Archief 2008-2009, met de Pruimhofjes in het ziekenhuis.afl.16)

 

Tijdens één van onze slapeloze nachten, als Bertus in de gaten had dat ik wakker lag, begon hij  enthousiast te vertellen. Geeft niet waar het over ging, als hij maar kon praten .

Bertus klaagde dat hij niks lekkers te drinken kreeg hier, een glaasje wodka of zo. Ik verrekte van de pijn en wilde het liefst dat hij me met rust liet.

Bertus vroeg zich hardop af of het verblijf in een ziekenhuis net zo erg zou zijn als een verblijf op het politiebureau.

Het zou volgens hem niet veel uitmaken: in het politiebureau luisteren zo ook niet naar je en krijg je ook niks te zuipen en weet je ook niet waarom je er eigenlijk zit.

"Waarom zit ik hier eigenlijk?" Vroeg Bertus zich af.

Bertus vertelde dat hij een aantal jaar geleden wat te lang zijn auto had geparkeerd in het centrum en toen hij uit het café kwam stond een agente een bon uit te schrijven.

Volgens Bertus was hij een paar minuten over tijd met zijn parkeerkaartje en hij begon de agente uit te leggen dat hij vrij plotseling "een paar bruine jongens moest wegbrengen."

Daar bedoelde hij voor alle duidelijkheid niet mee dat hij een stel asielzoekers aan het deporteren was, maar dat hij naar de wc moest voor een grote boodschap.

Dat kon hij het beste doen in een café zodat hij  daarna alles even goed kon doorspoelen.

De agente gaf echter geen krimp.

Ze zei niets en bleef stug doorgaan met schrijven.

 

Bertus werd toen een beetje boos en begon tegen de vrouw te roepen:

"Durf je wel!

Arme mensen beroven!!

Afgebefte del!

Bermslet! Met je tyfustering schuimlappen!"

 

Nu kwam er wel beweging in de dame en voor Bertus het wist had de vrouw versterking aan laten rukken en verdween Bertus in een arrestantenwagen van de politie met vier agenten om zich heen.

Op het bureau werd geconstateerd dat hij wat teveel had gedronken en in het proces verbaal stond dat hij een ambtenaar in functie had beledigd.

Bertus had teruggeroepen dat er geen sprake kon zijn van een belediging.

Een achterneef woonde in dezelfde straat als de politieagente en die achterneef had zelf gezien dat de vrouw het "met meerdere kerels deed."

En trouwens: "Alle vrouwen hebben schuimlappen dus daar is ook niks mis mee." 

Dus zou Bertus " effe een avvocaat in de arm knijpe" die aan mijnheer de edelachtbare rechter wel zou gaan vertellen dat hier geen sprake was van belediging maar van een  geconstateerd feit.

 

Hoe het verder afliep ben ik niet meer te weten gekomen.

Er kwam een verpleegster binnen die vroeg of het niet wat zachter kon. Bertus was daar even stil van en voor mij het sein om net te doen of ik in slaap was gevallen.

 

Je maakt veel mee in het ziekenhuis, en dan liggen er ook nog allerlei aparte mensen...................

 

 

0 reacties      Reageer

08-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Opbeurende post?

 

Regelmatig besef ik  dat ik niet de enige ben met fysieke en psychische pijntjes, kwalen en ongemak.

Deze week ontving ik een mail van een niet nader te noemen familielid. Ik wil wel iets meer ingaan op zijn naam maar dan houd ik het bij de gangbare methode zijn naam zo weer te geven zoals ze verdachten in de krant weergeven. Familieleden zoals Arie P. kunnen het best gezien worden als verdachte, zo behoud ik in ieder geval zijn privacy, kan ik daar geen gedonder mee krijgen en weet de rest waar men aan toe is.

Na lezing ontstond een mengeling van tegenstrijdige gevoelens. Moest ik hier nu blij mee zijn (ik kon een lach af en toe niet onderdrukken) of was het toch weer het droeve gevoel dat de overhand had?

Maar ik heb teruggemaild, het blijft immers familie en daar kan een mens niet voorzichtig genoeg mee omgaan.

Hij schreef:

 

"Goedemorgen Gert!

 

Stram, pijn, trillen, blut,schulden, geen energie, moe, kennie slapen, geen idee of die klotenpillen nu iets doen, wil beter zijn, koud, weinig werk, toch hard ploeteren, elke dag oefeningen, hoe langer hoe beter, geen zin in, maar helpt wel, alles duurt twee keer zo lang, typen met één hand, kan niet goed meer sneeuwballen gooien, boodschappen doen is lastig, koken is moeilijk, eten met links en ben rechts, kut, kut,kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut, kut.

 

Zoals je leest, hier gaat alles prima. En bij jou?

Ploeteren, pijn, ziek, ellende, droefenis?

En dan te bedenken dat het alleen maar erger wordt, nu gaat het nog goed!

Ooit kijk je vol weemoed terug op deze dag en denk je:

Toen ging het eigenlijk best goed!

 

Groet A.P." 

 

 

Ik mailde terug:

 

 

"Klinkt niet best.

Wat te doen?

Voel me machteloos.

Ik begrijp dat het heel veel vrouwelijk geslachtsdeel is.

Eigenlijk wel erg veel.

Waarschijnlijk gaat alles daardoor prima?

Ik kijk iedere dag vol weemoed terug op de dag nog voordat-ie voorbij is.

 

Groeten en sterkte

Gert."

 

Vervolgens ontving ik de volgende mail:

 

 

"Goedemorgen Gert!

 

Gelukkig is niets zo betrekkelijk als de kijk op het leven.

Even boodschappen doen bij Hoogvliet, waar alle pvv-idioten van L.strompelen, lelijk te zijn in goedkope glimmende nep-ski-kleding  rond de gratis smerige-koffie-uitgifte, en je voelt je weer helemaal prima!

 

Dat is de diepere gedachte achter zwakzinnigen terug in de maatschappij: ze zitten waarschijnlijk liever op de Veluwe of bij Vught, maar voor de normale idioten is het toch een opsteker een echte idioot te zien.

Dus is het leven geweldig!

Lekkere wijven, sappige tieten, ronde billen, goedkope drank, beetje niks doen, suffen en dromen en ........................

.........................zoefffffffffffffff:

Voorbij!

 

Groeten van A.P."

 

 

Ik heb nog even geen mail teruggestuurd.

Je kunt niet voorzichtig genoeg met je familie omgaan.

 

 

 

0 reacties      Reageer

07-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Revalideren.

 

Opereren is één ding. Revalideren een ander.

 

Een operatie van twee uur zet je leven helemaal op zijn kop.

Een simpele verwijzing naar een revalidatiearts kost een maand.Dan moet je nog zorgen dat je een afspraak kunt maken. 

Drie maanden geleden ben ik geopereerd en nu schijnt er een kans te zijn dat ik over een week of wat in een gespecialiseerd centrum kan revalideren.

Mijn levenspad voor de operatie was duidelijk. Je kende je lijf, je wist dat er van alles fout kon gaan maar lopend langs duistere spelonken en turend naar schitterende uitzichten en afschrikwekkende ravijnen vervolg je maar je weg.

Op weg naar...............?

 

Dan de operatie.

Daarna ben je een ander. Je kent je lichaam niet meer. Er kraakt piept en schuurt van alles en je herkent het niet. Ik wil geen ander zijn. 

Je staat scheef, je rug doet pijn,  je slaapt slecht, je poept en piest niet meer als voorheen je krijgt allerlei seintjes die uit een andere wereld lijken te komen. Wat is dit voor een onheilspellend pad?

En dan is er kennelijk maar één oplossing: revalideren.

Revalideren zodat je je lichaam weer in die toestand brengt zoals die was voor alle ellende begon.

Althans, zo dicht mogelijk in de buurt. Net of het toen allemaal zoveel beter was.

Nou, in ieder geval wel vertrouwd.

 

John Lennon zei eens:

"het leven is iets wat je overkomt terwijl je heel andere plannen aan het maken was."

 

Ik kreeg een mail van iemand die ook nogal intensief aan het revalideren is en die zich afvroeg wat hem allemaal overkwam.

Nou, het leven dus.

Hij vond het allemaal  zwaar, intensief, perspectiefloos. Je moet op apparaten zitten, afvallen, in beweging blijven, braaf leven en...... gemotiveerd zijn en positief ingesteld.

Wat een mens allemaal niet moet doen als het leven je overkomt. 

Revalideren is braaf, gemotiveerd en positief leven.

Alsof aan het eind van de tunnel het licht schijnt voor alle gemotiveerde en positieve braven.

 

Maar het is toch verstandig, ook voor een autodidact hypochonder, positief te blijven en de toekomst met goede moed tegemoet te treden.

Anders wordt het allemaal helemaal niks. Dat heb ik wel in de gaten.

Dus: je best doen, Pruimhof.

Weg van dit glibberige pad langs ontzagwekkende ravijnen.

 

Revalideren!!

Snel weer naar het oude vertrouwde pad, het pad dat weliswaar dicht begroeid is met onzekerheden, misverstanden, angsten en allerlei andere malheur...............maar.......... je herkent het, hier heb je eerder gewandeld.

En  dus zo spoedig mogelijk lekker  verder op de bekende weg....................

.............op weg naar........................

niks.

 

 

0 reacties      Reageer

05-01-2010  [Gert Pruimhof.]

Met de Pruimhofjes terug in het ziekenhuis.

 

Het was 7 oktober 2009, bijna drie maanden geleden, dat ik geopereerd werd en geconfronteerd werd met het begrip Cauda syndroom.

Dat is een vrij zeldzame  neurologische aandoening, genoemd naar de bundel van de wortels van alle ruggemergzenuwen onder de eerste lendewervel. Deze zenuwwortels waaieren uit als een paardenstaart. Door bijvoorbeeld een tumor of een hernia in de rug raken deze zenuwen bekneld, waardoor allerlei klachten kunnen optreden. Er is dan altijd sprake van een zogenaamde partiele dwarsleasie.

Ongeveer 200 à 300 mensen in Nederland lijden aan dit syndroom. En daar hoor ik nu dus ook bij. Ben ik weer klaar mee.

 

Het is nu zaak goed te revalideren, dat moet vooral het eerste jaar resultaten opleveren, het tweede jaar is het bestendigen en het derde jaar weet je waar je aan toe bent en waar je last van blijft houden. Heel belangrijk om derhalve snel te beginnen met revalideren.

Een operatie die je hele leven op zijn kop zet duurt ruim een uur, een simpele verwijzing van de specialist naar een revalidatiecentrum duurt ongeveer een maand.

Al met al ben ik bijna drie maanden verder en deze week had ik een eerste gesprek  met een revalidatiearts in het ziekenhuis in Breda.

Volgende week ga ik naar een gespecialiseerd revalidatiecentrum in Utrecht waar ik zelf alvast een afspraak mee heb gemaakt want het begon me allemaal veel te lang te duren.

 

Ik was dus weer eens terug in het ziekenhuis samen met Bella, die me er naar toe reed en me ondersteunde, want zelf autorijden zit er nu niet in en ik loop als een ouwe zak.

In het ziekenhuis komt direct de vertrouwde maar ook wat afschrikwekkende sfeer je tegemoet van operaties, bloed, rolstoelen, arrogante specialisten, aardige specialisten, behulpzame verpleegsters en de dood.

Jong, oud, dik en en dun, alle mensen met de meest gevarieerde kwalen lopen hier rond.

Ze verspreiden de geur van gebakken peren, gare rapen en gestoofde kolen, ze zijn in de aap gelogeerd, tegen de lamp gelopen, ze zijn de sigaar, ze zitten met de handen in het haar en de moed is ze in de schoenen gezakt.

Maar gelukkig zijn ze nog niet jarig en  bespeur ik bij sommigen een blik dat de redding nabij is nu de nood het hoogst is en dempen veel mensen de put nu het kalf verdronken is.

 

Een mengeling van dit alles heeft mij ook te pakken.

 

Ik bedenk me dat een ongeluk nooit alleen komt en spoed me met Bella naar de revalidatiearts. Oost nummer 26. 

We moeten even aan elkaar wennen. Het is een oudere man die de neiging heeft ons uit te laten spreken en het lijkt wel of hij oprecht benieuwd is naar mijn medische belevenissen.

We zitten er een uur en hij heeft alle aandacht. Hij doet zelfs nog een onderzoek en laat me in mijn onderbroek op een bed liggen en trekt wat aan mijn benen, slaat met een hamer op mijn benen, (niet al te hard, dus dat scheel weer een breuk) laat me op mijn zij draaien en begint mijn benen omhoog te drukken. Hij draait nog wat aan van alles en ik moet op mijn tenen lopen (ha ha, dat kan ik goed! Veel gedaan als je het leven een beetje serieus neemt.)

En daarna op mijn hakken. Hij constateert dat mijn rug vier centimeter uit het lood staat.

 

We maken afspraken om te revalideren in Breda en wachten even de bevindingen af in Utrecht. Daarna zal ik hem bellen hoe verder te gaan. Hij wijst erop dat er wel wachttijden zijn in het revalidatiecentrum, hoe lang die zijn weet hij niet, maar hij zal spoed betrachten. 

En dus schikken we ons in een bezigheid die we kennen vanuit het ziekenhuis: afwachten.

 

Buiten is het koud en schijnt achter de wolken de zon.

 

 

 

0 reacties      Reageer

03-01-2010  [Grumb]

Korte terugblik op 2009.

\"\\"\\\\"\\\\"\\"\" 

(F.Oosterbuur)

 

Januari 2009 was koud en half Nederland werd weer een keer zenuwachtig over het al dan niet doorgaan van de Elfstedentocht. S.Polderman ergerde zich er aan.

 

Ene G.v.G. berichtte op 19 januari over een illustere majoor van de artillerie die in 1970 de scepter zwaaide in de legerplaats 't Harde.

En er waren veel inzendingen over het carnaval van onder meer Lène Bemelmans en Bep Plumeckers.

 

D.van Wijngaarden liet steeds weer blijken een echte republikein te zijn en stelde de escapades van de leden van het koninklijk huis aan de kaak.

 

Ook het geloof kwam hier en daar aan bod. Volgens Kees Kei was het het beste voor een mens om uit de kerk te stappen.

 

Piet Boeuf kwam af en toe aanzetten met een goed gezegde van een al dan niet bekend persoon.

En plotseling was daar Dolf Peretz die regelmatig verslag deed van een kleurrijke reis dwars door het oude India.

 

Bij Fred Oosterbuur bleef van alles hangen uit boeken die hij had gelezen en af en toe werd een mooi gedicht geplaatst.

 

Op hun geheel eigen wijze schreven Gert en Bella Pruimhof hun reisverslagen vanuit de camper over hun belevenissen in Frankrijk, Spanje, Italie en Portugal.

Ze tuurden naar een Upupa Epops, wandelden onder meer in Pisa, Salamanca, Lissabon en Bordeaux, maar waren het meest te vinden in de velden en de bergen waar zij met hun camper een rustig plekje opzochten en toch steeds weer een uniek verhaal mailden.

 

En toen kreeg ik het bericht dat Gert Pruimhof onverwacht was opgenomen in het ziekenhuis en geopereerd moest worden.

Dat leidde weer tot allerlei spannende, pijnlijke en ongelofelijke ziekenhuisverhalen toen Gert en Bella van de eerste schrik waren bekomen.

 

Hoe zal het allemaal gaan in het nieuwe jaar?

Niemand die het weet.

De tip van Janna Franse, al lang geleden uit haar mond opgetekend, blijkt niets van haar actuele waarde te hebben verloren:

 

Tob niet het loopt toch anders.

 

 

Nog eens een inzending nalezen?

Klik links op Archief 2008-2009 Krijgt post! 

 

 

0 reacties      Reageer

01-01-2010  [Grumb]

Voorspoedig en gezond 2010!

Iedereen die in 2009 een bijdrage heeft geleverd aan mijn website en uiteraard ook mijn lezers  wens ik een voorspoedig en gezond 2010 toe:

 

Johan Barendrecht, Wilma Eikel, Bep Ros, John Walthuis, J.M.C.Wittebol, Wim Jongepier, Geesje Boermann, Y.Elsenaar, S.Polderman, Beppie Hup, Joop Paulussen, Carla Simon, D.van Wijngaarden, Kees Kei, P.J.Hus, P.Evink, C.van Ravenswaay, J.Vasmel, René van Hooff, Jan Bos, Karel van Geynhoven, Marleen de Heer Kloots, M.Rabba, Betsie ter Horst, Henk Stoffelen, Janna Franse, J.Olree, Sjarel van den Boorn, Pim Pippel, Vince, Lène Bemelmans, Bep Plumeckers, P.Homburg, Godefroy Coenegracht, Jannes Kroneman, Meike Pinckaers, Martine Baan, R.Weeda, M.K.Brouwer, Kitty van Oers, Dolf Peretz, Job te Kiefte, Simao, Tadeu, Vera, Mirella, Mary, Mijnheer Kamer,Anke, Bertus Bertens, Bianca, Rebecca, Mijnheer van Baars, Gerard Schaalwijk, Puiman Tang, Marjan, Anja, Jack Kappens, Frances, Ingrid, Mieke, Pjotr, Anita, Daisy, Kees Kleiberg, Mevr.N.Rundbrugge, Fred Oosterbuur, P.Boeuf, Frederik Vuurkorf, en Gert en Bella Pruimhof.

 

(Klik voor hun bijdragen * Archief 2008-2009  Krijgt post aan!)

 

En uiteraard:

 

Cornelia Franse, Henk, Jasper, Appie, Aap, Ditte, Carl, Karin, Natasja, Jeroen, Vince, Esthée, Guido, Patte, Stella, Jenny, Karel, Merel, Sterre, Erie, Fred, Olivier, Robinson, Corine, Reinhart, Marius, Merijn, Morris, Jean, Mieke, Daphne, Audrey, Bert, Sophia, Frans, Riekie, Pleuni, Touw, Mieke, Paula sr.,Paula jr., Hans, Wies, Leny, Wil, Elly, Saskia, Wout, Phili, Jeroen, Anja,Marco, Cindy, Nicole, Monique, Frank, Paul, Natacha, Carla, Lucien, Esther, Patrick, Peggy, Kirke, Annelies, John, Jaap, Naap, Ben, Elly, Martin, Marijke, Jan, Dieke, Maarten, Dries, Richard, Peggy, Ben, Jacqueline, Karel, Carl, Ronald, Monica, Ilona, Anneke, Evert, Antoinette, Marina, Catharina, Theo, Ria, Jules, Honey, Maria, Nolleke, Rob, Dré, Jan, Cora, Christine, Francine, Christine, Elbert, Nolleke, Peggy, Francien, Phili, Bea, Riette, Hanny, Bert, Jean-Pierre, Marion, Hans, Bert, Joline, Andy, Miquel, Jantje, Frits, Hans, Dorothé, Wichert, Jan, Ad, Cosmas, Inge, Astrid, Lon.   

 

1 reacties      Reageer