In Epe zat ik op de Rijks-HBS. Ik moest toen een herbarium aanschaffen en dat heb ik een paar jaar bijgehouden, ik zocht blaadjes op en plakte die in nadat ik ze gedroogd had: het was de bedoeling dat ik de takjes en blaadjes tussen een paar kranten vastzette en ze zo een paar nachten liet drogen. Als ze dan droog genoeg waren moest ik ze inplakken in het herbarium en erbij schrijven van welke boom het blaadje was, wanneer het was gevonden en wat de bijzonderheden waren. Mijn biologielerares was niet altijd tevreden over hetgeen ik er meestal bij schreef. Vaak kwam ik niet verder dan: 'takje gevonden in het bos', of: 'blaadje gevonden in onze achtertuin, naam onbekend' of: 'blaadje waarschijnlijk van de eik gevonden in een heel groot bos'......
Zo heb ik dus nog enigszins beperkte maar natuurlijke herinneringen aan het groen en de tuin van de Munnikenweg 37 't Harde van bijna 50 jaar geleden.
Op de middelbare school in de zestiger jaren kocht ik soms in de pauze een OKEE. Voor 25 cent. Ik vond het best wel lekker maar vooral de reclame vond ik goed: het zou tegen van alles helpen: bij het maken van huiswerk en het zou zelfs het weerstandsvermogen verhogen tegen lastige leraren.
(Ik heb in die tijd nog eens een vriendje tegen zijn vader horen zeggen dat hij graag voor zijn verjaardag een "maandverband wilde hebben van Mimosept." Toen zijn vader verbaasd vroeg waarom antwoordde hij dat hij zijn moeder tegen de buurvrouw had horen zeggen dat "je er alles mee kunt doen: zwemmen, tennissen, sporten, en fietsen." En aangezien vriendje niet kon tennissen of zwemmen, leek hem dat wel wat).
Mijn vader had een mooie bandrecorder. Daarmee nam hij het geluid op dat werd voortgebracht tijdens verjaardagen, feestdagen en hele gesprekken met mijn allerkleinste zusje toen ze 2 jaar oud was. Of hij hield de microfoon bij de telefoon als mijn opa belde om iemand te feliciteren. Maar hij had ook een paar bandjes met muziek. Ouderwetse muziek waar ik toen niets aan vond. Maar jaren later ontdekte ik eens een nummer van een Deens duo, Nina en Frederik, Listen to the Ocean en toen herinnerde ik me dat mijn vader soortgelijke muziek ook ergens op een bandje had staan, het nummer heette Sucu Sucu gezongen door Baron Frederik van Pallandt samen met zijn vrouw Nina. Ik had ook een tante Greet die zelden muziek draaide maar wel één l.p. in huis had, van Nina en Frederik. Toen ik het onlangs weer eens hoorde kwamen er allerlei beelden terug uit de 50er en 60er jaren uit Den Haag, Breda en 't Harde.
Nina had de uitstraling van een 4 sterren-vrieskist en Frederik van een benepen Limburgse misdienaar uit de veertiger jaren, die net bezoek heeft gehad van de bisschop, maar ondertussen. Nina en Frederik zijn eind zestiger jaren gescheiden, Nina vertrok naar Ibiza en Frederik vertrok naar de Philipijnen waar hij in de drugswereld terechtkwam. Dat ging niet helemaal naar wens want op een dag werd hij neergeschoten en vond men hem dood op het strand. Dat was 15 mei 1994, vandaag 18 jaar geleden. Zijn vader was ooit ambassadeur in Holland namens Denemarken en zo ligt Frederik begraven in IJhorst op een begraafplaats in Nederland, ver weg van the ocean.
Mijn vader had een mooie bandrecorder. Daarmee nam hij het geluid op dat werd voortgebracht tijdens verjaardagen, feestdagen en hele gesprekken met mijn allerkleinste zusje toen ze 2 jaar oud was. Of hij hield de microfoon bij de telefoon als mijn opa belde om iemand te feliciteren. Maar hij had ook een paar bandjes met muziek. Ouderwetse muziek waar ik toen niets aan vond. Maar jaren later ontdekte ik eens een nummer van Frank Sinatra en kwamen plotseling allerlei vervlogen en vrijwel vergeten beelden terug uit Den Haag, Breda en 't Harde in de zestiger jaren: verdomd: deze muziek had mijn vader ergens ook op de band staan.
Frank Sinatra bleef beroemd tot het eind van de vorige eeuw.Een goede ouwe lullenzanger, maar wel voortdurend beschuldigd van contacten
met de mafia. Ik heb nu een hele platenverzameling van Sinatra, missschien komt dat wel doordat ik ergens in de 60er jaren a very good year meemaakte en toch: ergens vond ik het eigenlijk maar niks, zo'n gelikte Amerikaanse rechtse oplichter, maar toegegeven: hij kon een leuk deuntje zingen. Drugs,veel vrouwen en nog meer drank. Op zijn 82e kreeg hij een hartaanval en stamelde hij zijn laatste woorden: "I'm losing," en viel dood neer. Dat was 14 mei 1998. En op zijn grafsteen staat: The best is yet to come.
Mijn vader had een mooie bandrecorder. Daarmee nam hij het geluid op dat werd voortgebracht tijdens verjaardagen, feestdagen en hele gesprekken met mijn allerkleinste zusje toen ze 2 jaar oud was. Of hij hield de microfoon bij de telefoon als mijn opa belde om iemand te feliciteren. Maar hij had ook een paar bandjes met muziek. Ouderwetse muziek waar ik toen niets aan vond. Maar jaren later ontdekte ik eens een nummer van ene Perry Como en kwamen plotseling allerlei vervlogen en vrijwel vergeten beelden terug uit Den Haag, Breda en 't Harde in de zestiger jaren: verdomd: deze muziek had mijn vader ergens ook op de band staan. Dus ik op zoek naar Perry Como. Wat een goede ouwe lullenzanger! De plaat heb ik vaak opgezet als achtergrond bij een lekker diner met een kaarsje
op tafel. Perry Como, heel veel goede en lekkere relaxte nummers gemaakt. Geen drugs, één vrouw waarmee hij in 1933 trouwde en waar hij gelukkig mee was tot haar dood in 1998. Drie kinderen, geen rock and roll, geen drank. Een keurige saaie man met een goddelijke stem. Maar toch ook weer een klein krasje op zijn ziel: hij wilde eigenlijk helemaal geen zanger worden, maar kapper, zelfs op de top van zijn sterrendom zei hij nog dat hij liever haartjes knipte. En ook deze voorbeeldige zanger is natuurlijk al weer morsdood. Overleden in zijn slaap, morgen, 11 jaar geleden, op 12 mei 2001, vlak voor zijn 89e verjaardag.
Geen Gezeik, Iedereen Rijk en Samen voor Ons Eige.
In 1978 verscheen Tedje van Es voor het eerst op de televisie (nog zonder snor), als voorzitter van de Nederlandse vereniging van de (fictieve) sport Bouncing. op 12 november van dat jaar debuteerde F. Jacobse als een handelaar in goedkope wijnen. Op 27 mei 1979 verschenen ze voor het eerst als duo in een uitzending van het Humanistisch Verbond, waarin ze het lied Lang zullen we leven in de ethica zongen. Ze deden allerlei zaken zoals: onder andere door (gouden) tanden te trekken, of als verhuizers te werken. De sketch in een zoetstofwisselingskliniek, waar ze onder de namen Dr. Jacobo en Dr. Theodoor van Essen (of Broeder Vanessa) mensen genazen door hen in te smeren met bijvoorbeeld jam of honing was een persiflage op het programma Wat heet beter van de NOS, waarin vrij kritiekloos allerlei alternatieve geneeswijzen werden vertoond. De sketch heette dan ook Beter Weten en werd begeleid door het intro van het echte programma. Het bekendst is waarschijnlijk de sketch waarin Jacobse en Van Es samen zogenaamd een tuin winterklaar gaan maken en het "scheurgras" behandelen door er basterdsuiker, dat aangeprezen werd als neutronenkorrels, over te strooien. Ook begonnen ze samen Maison Prettyboy (voor al uw "dameswensen") en gingen ze uiteindelijk zelfs in cocaïne handelen.
Het geluk mocht niet duren. Jacobse en Van Es beginnen ongeduldig te worden en op 10 mei 1981 werd bijna de gehele uitzending van Koot en Bie in beslag genomen door een vreselijke toestand in Den Haag: Jacobse en Van Es hadden het gebouw van de Tweede Kamer bezet en eisten de heerschappij op! "De partij voor Nederlanders die niet meer tegen Nederland kenne, en geen Buitenlanders meer", moest de baas worden. Er volgde een korte schietpartij op het Binnenhof, waarna twee slachtoffers werden afgevoerd. Onderweg naar het ziekenhuis overleden deze twee personen. Het waren Jacobse en Van Es.
Jacobse en Van Es waren van plan na de verkiezingen echt te werk te gaan. Ze verwachtten 17 tot 36 zetels te halen. Jacobse gaf Van Es uitleg hoe de koningin te adviseren in de formatie en stelde voor de koningin de 'waarheid' over de fractievoorzitters te vertellen zoals "Weet U dat Den Uyl helemaal geen Engels kent, dat Wiegel net zijn sigaar in uw begonia heeft uitgedrukt en dat Terlouw tussen twee etages in de facelift is blijven hangen". Ook werden de ministersposten al verdeeld ("Tilly en Willy van reisburo Tornado op Buitenlandse Zaken") waarbij de CDA-fractie monddood zou worden gemaakt door een sexclubeigenaar (die minister zou worden) en volgens Jacobse de halve CDA-fractie daar in het schuimbad zou liggen. De plaat werd zogenaamd uitgegeven door Karel van Es (broer van Tedje), als eerbetoon aan beiden, maar "...ook omdat ik nog geld van hun kreeg".
Vandaag, dus 31 jaar geleden, overleden Jacobse en van Es. Dat was lachen in de 70er jaren. Ze zijn dan wel allang dood maar hun denkbeelden zijn nog volop aanwezig en het lachen is ons onderhand wel vergaan!
Mijn vader kocht af en toe een oude fiets voor zijn zoons.Hij kocht ze ergens tweedehands voor 20 of 30 gulden of zo en er was altijd wat met die fietsen. Ik had er ook eentje. Zo'n groot geval met een enorm zadel met voorop een punt die omhoog stak.
Hij kraakte en piepte en had verschillende mankementjes, maar hij reed, en bij op-en afstappen was het goed uitkijken omdat de fiets eigenlijk te groot voor me was en ik òf in de punt van het zadel kon blijven hangen òf pijnlijk zou kunnen neerkomen op de stang. De afstandjes op 't Harde tussen huis, station en zwembad kon ik er goed mee overbruggen maar toch ben ik ook nog een paar keer zo achterlijk geweest om naar mijn tante in Arnhem te fietsen, heen en weer, ongeveer 60 kilometer heen en 60 terug. Het was een roteind, via Epe, Vaassen en de lange Apeldoornscheweg en Arnhemscheweg kwam ik dan na een flink eind trappen en met een zere harde kont aan in Presikhaaf in Arnhem, niet nadat ik langs het station van Arnhem was gereden om twee harinkjes voor ons beiden te kopen.
Op het station vergaapte ik me aan de trolleybussen die in Arnhem rondreden, vreemde apparaten die met een zwiepende stang aan een langgerekte waslijn leken vast te zitten. Na een uurtje op bezoek geweest te zijn bij mijn tante ging ik dan weer huiswaarts en ik herinner me nog dat ik op een keer onderweg een "krak" hoorde en dat de vering van dat grote zadel kapot bleek te zijn en ik zittend op het ding behoorlijk naar rechts kwam te hangen en met mijn rechterbeen wat van de fiets af moest zweven en voorzichtig doortrappen anders kwam ik met mijn broek en het vel van de binnenkant van mijn rechterbovenbeen tussen de spleetjes van de vering te zitten, die nog wat meegaf, en dat kon gevoelig knellen.
Het leven is nu niet eenvoudig, maar toen beslist ook niet. Weer 60 kilometer terug met een defect zadel, een zwaar trappende, knarsende fiets, de banden niet goed opgepompt en uiteraard de wind tegen en geen zin meer. Dat nooit weer, dacht ik toen ik 's avonds weer thuis was. Maar erg vasthoudend en consequent in mijn gedachten was ik ook weer niet want ik ben nog verschillende keren opnieuw op de fiets geklommen om mijn tante te bezoeken in Presikhaaf.
In 1969 kreeg ik op mijn verjaardag een single van Joe Dolan: Make me an Island. Een vrolijk en opgeruimd nummer maar de titel heb ik nooit begrepen: Maak mij een eiland. In die tijd was het moeilijk om allerlei informatie te achterhalen van de bedoelingen van de schrijver van deze tekst. Het enige wat ik kon ontdekken was dat het Mike Hazlewood was die meer teksten heeft geschreven, o.a.voor de Hollies, maar veel verder kwam ik niet.
En nu nog steeds niet. Op 6 mei 2001 overleed Hazlewood aan een hartaanval. En er is natuurlijk nog meer slecht nieuws: Joe Dolan is ook dood, die overleed tweede kerstdag 2007 aan een hersenbloeding. Lekker allemaal, maar de single heb ik nog.
Op een zeker moment in mijn leven ontving ik zakgeld van mijn vader. In Den Haag was mijn wekelijkse startkapitaal een dubbeltje en naarmate ik ouder werd liep dat op tot f 4,- per week. Ik probeerde bij te houden wat ik zo tegoed had want mijn vader had er uit waarschijnlijk opvoedkundige redenen een handje van mij niet het gehele zakgeld van de betreffende week uit te betalen maar een deel. Wat ik tegoed had schreef ik dan op in mijn agenda.
Ik had pech want mijn vader hield ook een boekje bij waarin hij vermeldde wat ik volgens hem nog tegoed had. Meestal was dat minder dan f 4.- maar nu dus 5,25. De onderhandelingen met mijn vader liepen vaak stroef en de uitkomst was onzeker: ik vroeg hem wat van mijn zakgeld maar meestal zei hij dan dat ik (terwijl hij met een ernstig gezicht zijn boekje raadpleegde) twee dagen geleden nog f 2.- had gehad. "Zijn die nu al op?" Vroeg hij dan. Ik moest dat toegeven. Uiteindelijk kreeg ik altijd wel weer een bepaald bedragje maar ik was er vaak niet tevreden over: te weinig. Ik heb een korte tijd de handelingen in ons geldverkeer bijgehouden maar gaf het al snel op:ten eesrte begonnen de onderhandelingen met Pa al direct verkeerd: ik dacht dat ik meer zakgeld tegoed had en hij dacht minder. Ten tweede kon ik lopende het gesprek niet bewijzen of aannemelijk maken wat ik nu precies tegoed had en Pa eigenlijk ook niet en hij liet me niet in zijn boekje kijken. En ten derde besefte ik heel goed dat hij het wat gemakkelijker in zijn positie had, want: hij was de baas.
Per vergissing (of niet) een goede les voor later: wie betaalt bepaalt. En langzaam maar zeker kwam het moment naderbij dat ik op de één of andere wijze zelf mijn geld maar moest zien te verdienen. Dan was ik van deze onderhandelingen af en nog een paar probleempjes, maar dan moest ik wel eerst zorgen dat ik mijn diploma haalde en op mijzelf kon wonen, dan zou alles beter gaan.
Dacht ik.
Wist ik veel.
Mijn website nodigt soms uit tot bijzondere contacten, zo ontving ik onlangs onderstaand mailtje:
Goedemorgen Grumb!
Hoe is het? Het is koud. Bah. Voor de rest is alles hoop ik goed en gaan we weer een mooie week beleven. Met plezier, lachen, sex, zoenen, lekker eten, leuke mensen, vrienden, geluk, blijdschap, geloof, vertrouwen, lekker slapen, zon, zwemmen, blauwe zee. Ha ha ha! Maar niet heus, het wordt ook deze week weer helemaal niks.Net als die dode zangers van jou. Draai eens wat nieuws, iets van deze tijd, hoe vind je die Adele? De kleindochter van Dusty Springfield!
Groet F.O.
Zestiger jaren op t Harde. Zaterdagavond mochten we altijd langer opblijven om televisie te kijken. Wat later op de avond was er soms een korte film van Alfred Hitchcock, een beroemde regisseur van enge films. De kleintjes moesten naar bed, de grotere kinderen mochten wel blijven kijken. Veel begreep ik echter niet van de films, ik was er te jong voor, maar ik had ondanks dat, toch een onbestemd en licht opgejaagd gevoel want mijn ouders waarschuwden: dit was suspense, en dat idee al was voldoende om op het puntje van je stoel te blijven zitten.
Behalve de grote films kan ik me niets meer van die kortere films herinneren. Behalve dan het intro, een tekening en dan kwam Hitchcock eraan en paste met zijn hoofd precies in het getekende. En op de achtergrond die karakteristieke muziek...........
Alfred Hitchcock presents...........
Op 29 april, 22 jaar geleden, overleed hij.
Op 10 april 1967 liep ik met een aantal medeleerlingen rond in Kampen. We waren op "werkweek". Op vele manieren moesten we wijzer worden en dat moest getoond worden aan de leraar middels het verslag dat we moesten maken van onze avonturen.
Zo moesten we aantoonbaar maken hoe we wisten of een boer een groot of een klein bedrijf bezat. Het antwoord was van een verbluffende eenvoud: "omdat er veel koeien aanwezig zijn: 40 melkkoeien, 15 pinken en 15 kalveren.
Vervolgens lees ik:
"Een pink is een onderdeel van de hand maar is ook een jong rund. Dit hebben we opgezocht in het woordenboek. Om verwarring te voorkomen is volgens ons een betere maar wel langere vertaling: een groot kalf dat net te klein is om tot de grote koeien te worden berekend."
Eveneens leerden wij dat er 'mannetjes- en vrouwtjeskoeien' bestaan:
"We openden de deur en zagen in een betrekkelijk kleine ruimte een stier lopen die zich maar gelijk omdraaide bij het zien van zoveel bezoek.Het eerste wat ons opviel was dat deze stier geen uiers bezat, maar daar is hij dan ook stier voor!"
De werkweek 2.
In de zestiger jaren gingen we soms met een paar klassen op werkweek. Zo ook in april 1967. Onze groep kwam veelvuldig in contact met de boerenbevolking in de streek rondom Kampen waar wij een bijzondere kijk op ontwikkelden. Ik citeer uit het verslag van die dag:
"De nog wat oudere denkbeelden die wij ongetwijfeld en nog vele van onze soortgenoten (ik bedoel leerlingen) hebben zo van:een boer is een boer die hard werkt en de ganse dag op het land zit te maaien of zijn koeien melkt is hier duidelijk weggevaagd. De tegenwoordige boer is een ontwikkeld man die in een grote wagen rijdt (we zagen een Opel en een Mercedes) en weet wat hij wil. Zeisen en zeggen zijn uit de mode: men werkt met moderne machines en melkmachines. Tussen twee haakjes: we zullen voortaan het woord boer vervangen door agrarier, wat ons inziens een betere naam is: een boer doet ons denken aan een man in een achtergebleven gebied die zelf niet verder is gekomen dan de lagere school. Bij het woord agrarier is dat juist het tegenovergestelde. Ze hebben meer verstand. De Boerenpartij is zelfs vertegenwoordigd in de Tweede Kamer der Staten Generaal."
Even later wordt het volgende verslagen:
"De tweede boerderij bleek eveneens een groot bedrijf, we waren hier echter snel klaar; de agrarier was hier druk bezet. Het enige wat we vlug uit hem kregen was: 'De boerderij is 100 jaar oud.'Op de vraag van ons wat voor type boerderij dit is antwoordde de agrarier: 'Ja, daar hei ik geen verstand van', en verdween om de hoek."
Bekende uitspraken van boer Koekoek:
*
Ik krijg nooit geen beurt. *
Ik heb geen bezwaar tegn het huwelijk met Claus von Amsberg mits hij niet bij het Landbouwschap gaat werkn. *
Het is helemaal niet nodig dat je met 150 mensn in de kamer zit. Nu zit je met 3 man in de bank. Zit je met twee heb je meer ruimte. *
Geitn moetn op tied gemolkn wordn.
De werkweek.
In deze tijd hoor ik wel eens verhalen van neefjes die met school een week naar Rome gaan of Parijs. In de zestiger jaren hadden we soms een zogenaamde werkweek, er kwam dan een bus bij de school voorrijden en dan ging je met bijvoorbeeld alle tweede klassen iedere dag ergens anders heen met een tas vol opdrachten. Op 9 april 1967 begon voor mij een werkweek met de bedoeling meer te weten te komen over allerlei soorten boerderijen die er in Nederland stonden, de klederdrachten en wat voor soort bedrijven boeren er zoal op nahielden. Ik was in een groep ingedeeld met Jan van den Berg, Henk Stoffelen en Berend van Huffelen. De eerste dag bracht ons in Staphorst.
Uit het verslag:
"Het van horen beroemde Staphorst is maar een normaal 'gat' waar eigenlijk niets te beleven is. Vol goede moed gaat de groep op stap maar als de eerste boeren en boerinnen al zeggen: "Ik weet niets" staan we toch wel even te kijken. Het is een vreemd dorp, met een apart soort mensen die een gesloten gemeenschap vormen, zeer zwijgzaam zijn en waar men nooit 'tussen' komt.............. Eén onzer jongens heeft nog een straal gehad van een boer die zijn stal stond te reinigen; hals over kop gingen we er vandoor. Teruglopend naar de bus hadden we nog een 'geluk': een klein meisje in klederdracht hebben we zoet gestemd, zo van: "Hoe heet je, waar woon je en zullen we je eens uittekenen?" Ze heette Roelofje, woonde daarginder (ze wijst met haar vinger in een weiland) was zes jaar en wilde wel getekend worden, we zetten haar op een boerenkar, gezicht opzij en we begonnen, het resultaat vindt men op de vorige bladzijde.
Over één ding waren we het roerend eens: voor geen goud willen we in dit dorp wonen, het zal ons jarenlang heugen, dat staat vast!
Heel soms was Toon Hermans in de zestiger jaren op televisie. Mijn ouders vonden dat een amusante clown, ik zag ze echt genieten, maar ik vond het maar saai: de man kon minuten lang de zaal inkijken en niets zeggen en er gebeurde ook niets, althans, weinig. Zijn publiek lag dan krom van het lachen in de stoel. Er zat geen vaart in de voorstelling en eigenlijk ben ik pas jaren later zijn humor gaan waarderen. Vooral omdat het me in de steeds gejaagder wordende tijd doet terugdenken aan een periode waar zo op het eerste gezicht ook niets gebeurde en er geen vaart bestond in het leven maar we wel met naief optimisme en enige onbezorgdheid alles over ons heen lieten komen.
Gisteren, 12 jaar geleden, op 22 april 2000, overleed Toon Hermans.
meer. Op een dag monteert hij een slang aan de uitlaat van zijn auto, sluit de garage af, stapt in zijn auto en laat de uitlaatgassen via een klein geopend raampje door de slang naar binnen stromen. Hij sterft.
Op zijn graf kwam te staan: To Know Him Is To Love Him. De titel van de latere grote hit. De zelfmoord van Pa Spector was de eerste aanzet tot allerlei successen, roem en rampspoed in het bizarre leven van zoontje Phil. Ellende die zijn aanvang nam in een afgesloten garage met de lopende motor van een Studebaker met daarin een wanhopige man. Dat was 20 april 1949, vandaag meer dan 60 jaar geleden.
Hallo Grumb!
Al een tijdje heeft u niets van me gehoord dus ik dacht dat het wel weer eens tijd werd. Ik heb een poëziekalender op de w.c.hangen en afgelopen weekend scheurde ik er een gedicht af van ene Johan Hoogeboom. Ik vergat waarom ik eigenlijk op het kleinste kamertje was, zo heb ik gelachen. Het is vast ook leuk om op de website te zetten.
Hartelijke groeten van
Fred O.
Muziek die niet direct in de top 40 stond in de zestiger jaren op 't Harde was moeilijk te krijgen. Ooit kon je als je geluk had weleens een nummer horen van een artiest waar je erg benieuwd naar was maar de single aanschaffen bleek vrijwel onmogelijk. Dat kwam pas jaren later. Eddy Cochran was zo'n man die eind 50er jaren, begin 60er jaren sporadisch te horen was op de radio maar waarvan ik direct vond dat hij een bijzondere zanger was. Voor zijn jonge leeftijd had hij behoorlijk wat platen opgenomen maar hij heeft zelf niet lang van zijn succes kunnen genieten.
Nog geen 22 jaar en hij liet het aardse bestaan achter zich: Op 16 april 1960 reed hij in een taxi samen met zijn vriendin Sharon Sheely, op wie hij heftig en hopeloos verliefd was (die bekendheid had verworven door liedjes te schrijven voor o.a.Rick Nelson) en met de rocker Gene Vincent door Engeland tijdens een toernee. Het was midden in de nacht en het stel was op weg naar London, 100 mijl verder. Op een zeker moment riep Gene naar de taxichauffeur dat hij een verkeerde afslag had genomen, de man trapte resoluut op de rem, raakte een stoeprand, verloor de macht over het stuur en de auto vloog over de kop. Eddy ging dwars door het dak naar buiten en werd later met ernstig hersenletsel opgenomen in het ziekenhuis. Gene brak een sleutelbeen en Sharon had wat lichte verwondingen. De volgende dag, 17 april 1960, meer dan 50 jaar geleden stierf Eddy Cochran.
Zo, via een taxi, in één stap richting hemel.
Terwijl hij zo duidelijk aan ons had verkondigd dat er three steps nodig waren richting heaven.
In de zestiger jaren leerde ik de humor waarderen van Laurel and Hardy. Later ontdekte ik natuurlijk nog veel meer humoristen en eentje die op televisie voorbij kwam was Tommy Cooper. Een grote man met een fez op zijn hoofd die voortdurend allerlei goocheltrucs deed die allemaal mislukten. Op de één of andere manier vond ik het een tragische en melancholieke man. Hij werkte iedere dag, was een echte workaholic en zoop ook net zo hard maar steeds weer werkte hij me op mijn lachspieren.
Op een dag trad hij op voor een volle zaal en zakte onverwacht in elkaar tussen de coulissen. Het publiek lag krom van het lachen en gaf hem een gul applaus. Dat hoorde Tommy niet meer: hij was echt dood, kreeg zomaar een hartaanval. Gegeneerd en vol met spanning heb ik het videootje ooit eens gezien van dit macabere moment. Gestorven in het harnas, gisteren, op 15 april 1984, 28 jaar geleden.
Maar in het hier en nu: laat ik de week wat vrolijker beginnen...............
De nederbeat was berucht in de 60er jaren, je had allerlei Nederlandse bands die veel gedraaid werden op de radio zoals The Motions, the Golden Earrings, After Tea, the Tee Set en the Sandy Coast. Ik had er niet veel mee. Ik vond het Engels op zijn Nederlands uitgesproken maar niks en was ervan overtuigd dat de echte muziek uit Engeland en Amerika kwam. Eén Nederlandse band uit de jaren '60 heb ik eens bij toeval in een kroeg zien spelen. De hele tent stonk naar wiet, het was een enorme pokkenherrie, iedereen had lang haar en ik stond er, ergens in de 70er jaren tussen. Wanneer het was en waar en hoezo of waarom: ik weet het niet meer. Kennelijk was het lawaai zo heftig dat allerlei hersenfuncties accuut werden uitgeschakeld om niet mer terug te komen. Maar de naam van de zanger en de band weet ik nog wel: Wally Tax en the Outsiders. In mijn ogen was die man verschrikkelijk lelijk en onaantrekkelijk (en naarmate hij ouder werd werd hij er niet mooier op).
maar veel meisjes dachten daar anders over. Ook speelde hij met mensen waarvan sommigen helemaal niet konden spelen. Zo was er ene Tom Krabbendam die alleen maar gekke sprongen maakte en die later ook faam verwierf omdat hij geen hout gitaar kon spelen.
Krabbendam is dood. Ik heb niet veel plaatjes uit de Nederbeattijd, maar ooit ontdekte ik op het Waterlooplein een plaatje van Wally Tax en dat vond ik nog wel aardig. Beter dan die kolereherrie die the Outsiders normaal fabriceerden. Wally Tax was wel een apart figuur. Hij zong Engels met een Mokums accent en had zo zijn eigen ideeen hoe het moest met de wereld. Hoe het met hemzelf moest wist hij niet altijd. Hij was aan de drank en de drugs en hij leefde op het eind van geld wat mensen hem gaven voor een biertje (de zogenaamde Wally-Taks). Volkomen berooid is hij overleden, op 10 april 2005, en er was geen geld om hem fatsoenlijk te begraven. Oude vrienden organiseerden een benefietconcert om een grafsteen te betalen en schulden af te lossen.
Mijn vader had een mooie bandrecorder. Daarmee nam hij het geluid op dat werd voortgebracht tijdens verjaardagen, feestdagen en hele gesprekken met mijn allerkleinste zusje toen ze 2 jaar oud was. Of hij hield de microfoon bij de telefoon als mijn opa belde om iemand te feliciteren. Maar hij had ook een paar bandjes met muziek. Ouderwetse muziek waar ik toen niets aan vond. Maar jaren later ontdekte ik eens een nummer van ene Brook Benton en kwamen plotseling allerlei vervlogen en vrijwel vergeten beelden terug uit Den Haag, Breda en 't Harde in de zestiger jaren: verdomd: deze muziek had mijn vader ergens ook op de band staan. Dus ik op zoek naar Brook Benton. Wat een goede ouwe lullenzanger! De plaat heb ik vaak opgezet als achtergrond bij een lekker diner met een kaarsje op
tafel. Brook Benton, heel veel goede en lekker relaxte nummers gemaakt. Geen drugs, geen vrouwen, geen rock and roll, geen drank. Een keurige man. Maar wel dood. Overleden, eergisteren 24 jaar geleden, op 9 april 1988, aan een hersenvliesontsteking.
In de zestiger jaren was The Locomotion van Little Eva een bekend nummer. Eva Boyd was in die tijd de kinderoppas van Carole King en Gerry Goffin. Een echtpaar dat talloze hits op hun naam heeft staan voor de meest uiteenlopende artiesten. Carole ontdekte dat Eva Boyd niet alleen goed kon babysitten maar ook nog goed kon zingen. Zo kwam het dat ze een paar nummers voor haar schreven. De bekendste hit van Little Eva is the Locomotion. Een nummer dat veel minder bekend was in die tijd en dus heel moeilijk te krijgen, was The Turkey Trot. Ik vond het een leuk nummer maar begreep de tekst zo één- twee-drie niet. Dus zocht ik het op in het woordenboek van mijn ouders (zonder iets te zeggen natuurlijk, wie weet wat voor vertaling ik zou tegenkomen) en kwam niet verder dan: "De Kalkoen Draf". Daar begreep ik ook niet veel van maar ik vond het wel een mooie titel voor het nummer. Ik herinner me zelfs dat ik het intro op heb gezocht in het woordenboek:
gobble-diddle-ip gobble-gobble-diddle-ip
Maar daar kwam ik niet uit. Gelukkig ging het verderop in de tekst wat beter:
Steek je ellebogen uit Flap met je vleugels Schud met je staart Met alle macht Doe de kalkoen draf.
Toen konden ze al intelligente teksten schrijven.
Little Eva zelf is allang uitgedraaft, vandaag 9 jaar geleden, op 10 april 2003, stierf ze aan kanker.
60er jaren.
Af en toe gebeurde er iets bijzonders op school. Zo herinner ik me dat tijdens een geschiedenisles van een leraar op de HBS in Epe, ik geloof dat hij "Bulletje" werd genoemd, op een donkere en sombere dag, er plotseling een indrukwekkend grote man het lokaal binnenstapte getooid met een immense zwarte baard en gekleed in een keurig jasje met een eigenaardig gespikkeld vlinderdasje om en met een grote rol papier onder zijn arm die hij plechtig begon open te vouwen en op het bord plakte. De man's verschijning zorgde ervoor dat het doodstil werd in de klas en iedereen in spanning de gebeurtenissen afwachtte. Hij bleek een kunstkenner van een of ander museum en hij begon uitleg te geven over het beeld wat voor ons was uitgespreid en waar ik met open mond naar keek.
Het was een schilderij uit 1937 van Picasso, Guernica. Het gaf het bombardement weer door de fascisten onder leiding van Franco. Een intrigerend en vreemd schilderij. Zoiets had ik nog niet eerder gezien. Het was allemaal vreemd geschilderd en er gebeurde van alles door elkaar en tegelijk op het doek. Een paard dat in paniek een huis binnenstormt, er valt iemand van een brandend dak, een moeder huilt om haar dode kind en er is zo te zien geen verschil tussen binnen en buiten. De man met de baard vulde met gemak een uur met allerlei verhalen over de oorlog, Picasso en het schilderij. Ik was zo gefascineerd en onder de indruk dat ik vanaf die dag boeken verzamelde van Picasso. En natuurlijk bezocht ik vele jaren later, als ik de kans kreeg, de musea waar zijn werken hingen. De laatste keer was in Barcelona, Museo Picasso. Nog steeds als ik al die bijzondere uitingen van deze kunstenaar zie moet ik terugdenken aan die onbekende man met die grote baard en dat vlinderdasje die me ergens eind zestiger jaren in een muf schoollokaal de weg wees naar ........
Ja naar wat? ........Naar ......kunst?................ Maar wat is kunst? Dat is voor een andere keer, beetje ingewikkeld wordt dat, maar ik weet wel dat ik toen op een verregende donkere dag het werk van Picasso leerde kennen.
Gisteren, 8 april 1973, 39 jaar geleden , overleed hij.
Op 16 januari schreef ik over Gene Pitney, wat mij betreft één van de grote zangers uit de jaren zestig. En ik begin eraan te wennen dat er met die zangers altijd ergens wel één of ander steekje los zit: of ze zijn aan de drugs of aan de drank maar meestal allebei, of ze onderdrukken hun vrouw, terroriseren hun omgeving, spreken niet met twee woorden en zijn onmogelijk in de omgang, dus ook bij Gene Pitney zal het waarschijnlijk niet veel beter zijn.
Maar dat is niet zo.
Gene Pitney was een hardwerkende, zuinige man die keurig getrouwd was, drie kindertjes had en veel liedjes schreef, zelf prachtige nummers zong maar ook en vooral voor anderen in de weer was. Zo schreef hij o.m. Rubber Ball voor Bobby Vee, Hello Mary Lou voor Ricky Nelson en He's A Rebel voor the Chrystals. Alleen als jongen was hij wat eigenaardig: in plaats van mee te doen met zijn vriendjes met football ging hij alleen op jacht naar muskusratten en nertsen en wasbeertjes. Hij leerde zichzelf hoe je deze beesten het beste kon vangen en villen. Hij stond bekend als een ongewoon en eenzaam kind dat het liefste alleen met zijn dode beestjes wilde zijn. En hij heeft heel wat moeten overwinnen om zelf op de buhne te gaan staan om een lied te zingen.Hij was veel te verlegen en niemand had ooit gedacht dat hij weleens tot een groot zanger zou kunnen uitgroeien. Maar toen hij eenmaal zijn angsten had overwonnen kwam er geen einde meer aan. Een reeks onvergetelijke hits heeft hij op zijn naam staan en roem respect en liefde was zijn deel, natuurlijk ook weer totdat het fout ging: op een dag viel hij zomaar dood neer. Hartaanval. Niks bijzonders dus. Geen drank, drugs of rock and roll. Wel een wenende diepverdrietige vrouw achterlatend en een paar ontroostbare kinderen, kleinkinderen en een mooie erfenis.
Dat was vandaag, 5 april, 6 jaar geleden. Maar de muziek? Die blijft bijzonder.
Op school was voor veel leerlingen de persoonlijke schoolagenda een belangrijk attribuut. Ook voor mij. Ik bladerde onder allerlei saaie lessen het boekje door en nam alles in me op en begon daarna opnieuw en kliederde de hele agenda vol met tekeningen, spiekbriefjes en voorzag de meeste modellen van een snor of een bril.Bovendien moest ik goed mijn huiswerk opschrijven en maakte ik aantekeningen van allerlei andere zogenaamd belangrijke zaken die mij toen bezig hielden.
Het vaakst bleef ik echter met mijn gedachten hangen bij de spreuken die in de agenda stonden: op iedere bladzijde stond een waarheid, een gezegde van één of andere beroemdheid, soms leuk, soms flauw, soms onbegrijpelijk en meestal waren het "opendeuren". Ik ergerde me er vaak aan maar aan het eind van het jaar kende ik sommige spreuken toch uit mijn hoofd.
Twee heb ik er altijd onthouden, ik geloof dat ze van Godfried Bomans waren, een schele katholieke humorist (ja, die bestonden toen nog) die zijn haar door de war had zitten en ondertussen glimlachend aan zijn pijp trok: * Humor is overwonnen droefheid en: * Geluk is verdriet dat even stilstaat.
Een kleine keuze uit de overige spreuken:
* Will Rogers: Alles is grappig zolang het een ander overkomt. * Byron: Het lot is een goed excuus voor onze eigen wil. * W.C.Capel: Teleurstellingen zijn de jaarringen van het leven. * Godfried Bomans: De geschiedenis is het heden, gezien door de toekomst. * Bertus Aafjes: Gelukkig zijn is de meest verwaarlosde plicht. * Nicholas de Chamfort: In grote dingen tonen de mensen zich zoals het hun het beste uitkomt, in de kleine zoals ze werkelijk zijn. * Thomas Paine: Wie plannen maakt voor de toekomst moet altijd bedenken dat deugd niet erfelijk is. * Shakespeare (Hamlet): Als zorgen eenmaal komen, dan naderen ze niet als eenzame spionnen maar in volledige regimenten. * Multatuli: Het gebeurt vaak dat wij iets niet zien omdat het te groot is.
Op mijn verjaardag in 1968 kreeg ik een singletje van Marvin Gaye cadeau. Vanaf dat moment probeerde ik die man een beetje te volgen zo goed en kwaad als dat in die tijd mogelijk was. Een geweldige zanger en hetzelfde nummer wat ik nu in mijn bezit had gekregen heb ik in de loop van de tijd door verschillende uitvoerende artiesten op de kop kunnen tikken: de beste naast die van Gaye vond ik de uitvoeringen van Gladys Knight and the Pips en van Creedence Clearwater Revival.
Marvin Gaye was weer eens, bleek jaren later, zo'n typische zanger waar van alles en nog wat mee misging. In 1970 zong hij samen met Tammi Terrell die op het podium in elkaar zakte en later overleed aan een hersentumor. Marvin raakte daar zo van slag van dat hij zijn toevlucht nam in drugs. En natuurlijk was hij getrouwd en liep het huwelijk op de klippen. Het is teveel om op te noemen wat de arme man allemaal moest doorstaan maar het meest droevige en vrij definitieve verhaal is toch wel dat hij uiteindelijk vermoord werd. Vele verhalen hebben in de loop der tijd de ronde gedaan over de toedracht van de moord en uiteindelijk heeft zijn zusje een boek geschreven waarin zij de werkelijke toedracht van de moord onthult: de vader van Marvin was ziekelijk jaloers op zijn zoon. Pa Gaye was er van overtuigd dat Marvin niet zijn echte zoon was en een onfatsoenlijke relatie onderhield met zijn vrouw, de "moeder" van Marvin. Zusje Gaye bestrijdt dit relaas: Marvin was een echte zoon van haar ouders en Pa Gaye was in de war. Maar Pa Gaye dacht er dus anders over en trof op een kwade dag zijn zoon aan in een kamerjas liggend op bed naast zijn vrouw. Marvin en zijn moeder waren in de bijbel aan het lezen. (En Pa Gaye was notabene dominee!) Bij de aanblik van dit tafereel en met het idee dat Marvin heel wat anders aan het doen was met zijn (voor Pa Gaye "zogenaamde") moeder raakte Pa Gaye buiten zinnen: er volgde een woeste worsteling waarbij eveneens rakke klappen vielen en uiteindelijk een schot. En dat kwam uit de revolver van Vader Gaye die zijn zoon had doodgeschoten.
Het was 1 april 1984. Goede grap, misschien een beetje ver doorgevoerd, maar toch. Helaas, Marvin bleek heel erg dood, geen grap dus.
Deze catastrofe trof het gezin gisteren 28 jaar geleden.
De ouwe Gaye verdween in de gevangenis. Hij is allang dood. Moeder Gaye ook. Ach, ach, ach wat een rampspoed allemaal weer. Het vergeelde kranteknipseltje bewaar ik nog steeds bij de single, die na meer dan 40 jaar nog steeds onverwoestbaar is.
Allerlei obscure wedstrijden bij SV 't Harde uit de oude doos.
In mijn schoolagenda van 1968 staan een aantal opmerkelijke voetbalwedstrijden genoteerd. Zo speelde het eerste elftal van SV 't Harde op zaterdag 2 maart 1968 een thuiswedstrijd tegen Olympia. Ik was daar niet bij aanwezig want ik speelde met de A-junioren een uitwedstrijd tegen de A-junioren van Nunspeet die we met 4-0 verloren. Terug op 't Harde vernamen we dat de wedstrijd van het eerste 13 minuten voor het einde was gestaakt. Waarom weet ik niet meer, wel heb ik nog vermeld dat Bennie Palm en Gerard Schreurs de doelpunten hadden gemaakt.
De KNVB besloot dat de laatste 13 minuten moesten worden uitgespeeld en dat gebeurde op 13 april. De wedstrijd zou beginnen met een penalty voor 't Harde. Ik was bij het restant van de wedstrijd aanwezig en was getuige van het feit dat Palm de penalty keihard op de lat schoot. Er kwam geen verandering meer in de eindstand hoewel het voor SV 't Harde een zenuwslopend en spannend einde werd van de wedstrijd want Olympia kreeg in die korte tijd verschillende mogelijkheden om gelijk te maken.
Er stond veel op het spel die laatste 13 minuten want 't Harde stond bovenaan en zou zomaar kampioen kunnen worden maar dat was afhankelijk van het resultaat van de andere vereniging die ook bovenaan stond: Lunteren.
Uiteindelijk stonden aan het eind van de competitie Lunteren en 't Harde allebei bovenaan. Dus moest er een week later, op 20 april 1968, een beslissingswedstrijd worden gespeeld op neutraal terrein en dat werd het veld van DVS'33 uit Ermelo. Die zaterdagochtend was men al behoorlijk nerveus op 't Harde en ik zag dat al om half tien Kees van der Streek een balletje aan het trappen was op het oude veld achter Mariposa samen met trainer Gerrit Verwoerd.
Met een stuk op 5 bussen gingen we om 12 uur opgetogen en nerveus richting Ermelo. Ik geloof dat ik in de bus naast Gert-Jan Fidder zat.
De wedstrijd werd een deceptie: kansloos werd verloren met 3-0 en teleurgesteld keerden we terug naar 't Harde. Lunteren was kampioen geworden.
De competities liepen op het eind en tegen de zomer aan hadden we nog wat toernooien.
Met de A-junioren speelden we de finale van een toernooi in Oldebroek maar verloren de finale.
Een week later, op 8 juni speelden we een toernooi in Doornspijk bij DSV. Dat werd niks: één gelijkspel en de rest verlies. Aantekening bii die dag in mijn agenda: "waardeloos."
De tekeningen op deze website zijn eigendom van Grumb
en mogen zonder zijn toestemming niet gebruikt worden.
Afgelopen maandag schreef ik over Jan en Dean en tante Janna en tante Dien, woonachtig in Rotterdam. Ik dacht dat het twee ouwe vrijsters waren die voor zover bekend, nog nooit in de armen van een man hadden gelegen. Misschien dat ze daarom zo eigenaardig zoenden en alle kinderen die langs kwamen tracteerden op lange smakkerige plakzoenen waarbij enige dikke en stugge haren die onder hun neus tierig weelden tegen onze jonge kindergezichten drukten.
Ik heb mijn iets oudere broer gevraagd of hij ook deze herinneringen had. Na enig nadenken stuurde hij met het volgende bericht:
"Eind 60-jaren, toen ik in Rotterdam woonde, ging ik wel eens bij hun eten. Vonden ze prachtig, ik werd bij binnenkomst bezoend, een combinatie van zoenen en bezoedeld en ze gingen er maar heel even voor zitten want er moest gekookt worden en, zeer belangrijk, de tafel moest prachtig gedekt worden en er moest nog een bord bij. EEN BORD BIJ!!! Dat gaf minutenlange discussies tussen de zussen, over het hoe, waar en vooral mijn vraag dat ik tussen hen in wilde zitten gaf onoplosbare problemen. Toen was ik al gemeen, ik word er nu dubbel voor gestraft. En alles ging in een traag tempo, zo rustig, zo alle tijd, het chillen is toen daar uitgevonden.
tante Janna
De maaltijd staat mij haarscherp bij: altijd een groentesoepje, de zelfgemaakte, de echte, De groentesoep nog zonder een N, de ware GROENTESOEP. En dan heb ik daar enkele keren gestoofde uien gegeten: een pan vol gesneden uien werd zeer zachtjes héél lang gestoofd, het slonk enorm, behalve de gassen, die bleven rechtovereind staan. het werd een weinig gebonden met maizena en het was heel lekker. Dat zijn mijn ervaringen met tante Janna en tante Dien.
Tante Janna stierf op 4 mei 1974, ik weet dat zo goed omdat het samenviel met de dodenherdenking. Tante Dien stierf op 16 september 1975, ik weet dat zo goed omdat het 8 dagen na haar verjaardag was.
Mij kun je om een boodschap sturen."
(Voor mijn broer gold toen ook al, net als bij Jan en Dean: Two girls for every boy!)
Het was niet altijd kommer en kwel op school in de zestiger jaren. Op de Middelbare school in Zwolle hing in de klas van meester Wierenga een afbeelding van een zelfportret van een ernstig kijkende man. Vaak heb ik dat gezicht bestudeerd: de man leek me geen olijkerd waarmee je kon lachen en Wierenga heeft eens verklapt wie deze man was: Maurits Cornelis Escher. Een Nederlandse kunstenaar. En Wierenga gaf gelijk het advies in de bibliotheek eens een boek van deze man te lenen. Verder gaf Wierenga geen uitleg, hij was leraar handelsrekenen en economie en de rest was in wezen, wat hem betreft, bijzaak. Natuurlijk stapte ik naar de schoolbibliotheek en dat leidde er uiteindelijk toe dat ik jaren later zelf boeken van Escher ging aanschaffen. Ik was geobsedeerd door de onmogelijke constructies, objecten, bewegingen en de afstanden die mensen aflegden zonder op te schieten. Nu nog steeds kan ik minitueus de tekeningen van Escher bestuderen: hoe deed ie het? In die tijd probeerde ik in de klas van alles en nog wat na te tekenen, stiekum in de kantlijn van mijn schriften of agenda, maar Escher natekenen betekende wel dat ik het eerst moest begrijpen en dat was moeilijk. Veel later heb ik nog eens een tekening gemaakt waarin ik zonder twijfel de inspiratie ergens uit Escher's tekeningen moet hebben gehaald.
Gert Pruimhof maakt een wandeling door het leven....
Ik was gezellig bezig en het hield me van de straat maar het was broddelwerk en amateurisme vergeleken bij wat deze kunstenaar presteerde. Vandaag 40 jaar geleden, op 27 maart 1972, overleed Escher.
Mijn opa van moeders kant had twee zusters, tante Janna en tante Dien, twee keurige oude dametjes die op de Valkeniersweg woonden in Rotterdam en de ganse dag bezig waren met het afstoffen van het huis, het lezen van een boekje en tevreden en godvruchtig de wereld bezagen onder het genot van een kopje thee met een wolkje melk.
In de zestiger jaren kwam de "Surf-sound" op: ongedwongen muziek met veel surfplanken en mooie auto's als de Corvette en de Studebaker. De Beach Boys waren de grote gangmakers van deze sound. Maar op een keer hoorde ik op de radio een nummer van, als ik het goed had verstaan, Jan en Dien. In die tijd was het niet bepaald eenvoudig nummers van een bepaalde groep te zoeken en te vinden en ik moest het na lang zoeken opgeven, het nummer hoorde ik niet meer en de enige associatie die ik kon maken was met tante Janna en tante Dien. Nu zie ik in mijn agenda van 2 mei 1968 tussen al het gepriegel staan : Jan en Dien?
Ik heb het nummer pas jaren later terug kunnen vinden en het bleek niets te maken te hebben gehad met die oude tantetjes Janna en Dien. Neen, dit ging over twee Amerikaanse jongens, Jan and Dean. Ik heb er nog steeds een single van.
Tante Janna en tante Dien zijn al lang dood. Dean leeft nog, Jan Berry overleed, vandaag 8 jaar geleden, op 26 maart 2004.
Het nummer vond ik eigenlijk nog niet eens zo bijzonder maar de eerste zin die vond ik echt goed en uitnodigend: Two girls for every boy.
Daar moest je dus als puber wezen: in Surf City en op de achtergrond The Beach boys.
De zestiger jaren op 't Harde en op de middelbare school, eerst in Epe en daarna in Zwolle, waren niet alleen maar kommer en kwel. Soms waren er ook leraren en lessen die ik werkelijk leuk vond, vooral op de lessen Nederlands van mijnheer Kristen en later Heinen kon ik me verheugen. Kristen was een vreemde vogel met een grote baard maar hij kon vaak mijn fantasie prikkelen met de bespreking van poëzie of boeken van schrijvers. Zo leerde ik langzaam onze grote schrijvers waarderen zoals Reve, Hermans en ook Vestdijk. Een groot Nederlands schrijver die ongeveer 200 boeken heeft geschreven. (Men zei dat hij sneller kon schrijven dan God kon lezen).
En zo werd ik op het spoor gezet van boeken als Ivoren wachters en De kellner en de levenden,geschreven door Vestdijk. Ik kan me niet meer herinneren waar die boeken precies over gingen en het zou best kunnen dat ik er niet veel van begreep maar ze maakten grote indruk op me. Zoveel dat ik jaren later nog eens ernstig heb overwogen lid te worden van het Vestdijk Genootschap. Maar dat kwam er niet van, ik was al lid van een voetbalclub, de Wereldwinkel en een politieke partij, dit werd me waarschijnlijk te veel van het goede.
In mijn oude agenda staat in priegelletters in een van mijn huiswerkopdrachten opgemerkt dat ik het gedicht De Zelfkant moest lezen. Ik herinner me nog goed de bespreking in de klas en dat we zeker een uur stilstonden bij de bedoeling van het gedicht. Nu nog kan ik me daarvan flarden herinneren.
De Zelfkant
Ik houd het meest van de halfland’lijkheid: Van vage weidewinden die met lijnen Vol wasgoed spelen; van fabrieksterreinen Waar tussen arm’lijk gras de lorrie rijdt,
Bevracht met het geheim der dokspoorlijnen. Want ‘k weet, er is waar men het leven slijt En toch niet leeft, zwervend meer eenzaamheid Te vinden dan in bergen of ravijnen.
De walm van stoomtram en van blekerij Of van de ovens waar men schelpen brandt Is meer dan thijmgeur aanstichter van dromen,
En ’t zwarte kalf in ’t weitje aan de rand Wordt door een onverhoopt gedicht bevrijd En in één beeld met sintels opgenomen
Op de een of andere onverklaarbare wijze maakte dit gedicht indruk, de dagelijkse beelden uit die tijd, de bijzondere woorden zoals weidewinden, lorrie, blekerij en dokspoorlijnen en het feit, zoals ik in mijn priegelaantekeningen zie staan, dat de "halflandelijkheid" van die tijd me aansprak, halflandelijkheid die tot uitdrukking komt in de laatste zinnen over 't zwarte kalfje in 't weitje en in één beeld opgenomen met sintels.
Prachtig vond ik het. En nog steeds.
Simon Vestdijk is al lang dood en waarschijnlijk door velen vergeten. Vandaag, 23 maart, 41 jaar geleden, stierf hij.
Ik had op de middelbare school een RYAM schoolagenda, ik geloof dat dat voor die tijd normaal was want er was maar één soort agenda op de markt. Het leuke van de agenda was dat er (helaas niet veel) reclamefoto's in stonden die je onder een saai lesuur rustig kon bekijken. Een grote sponsor van de agenda was Agfa. Agfa verkocht fotocamera's die ze natuurlijk ook graag aan de schooljeugd wilden slijten. De goedkoopste camera kostte f 25.- en de duurste f 79,50.(Oude guldens nog). Te duur voor een eenvoudige schoolgaande jongeman maar toch probeerde Agfa de jongeren te verleiden een camera te kopen zodat iedereen "steevast hele mooie en blitse knotsmalle plaatjes kon maken met het kiekkastje op beatfeesten of op fuifjes."
Vele aantrekkelijke foto's van meisjes stonden in mijn agenda, maar die waren natuurlijk pas bereikbaar als je eenmaal zo'n Agfa-Isomat-Rapid camera had. Agfa had het in de advertenties steevast over ene Hans, een keurige jongen, een soort Adamo met een strakke scheiding in zijn haar en een eeuwige smile rond de mond, dat kon niets anders wezen dan een gluiperige sul waar ik bij voorbaat al een hekel aan had, maar kennelijk wel een geluksvogel omdat hij zo'n camera had en daardoor zo aan de mooiste meisjes kwam:
"Wat voor Amor de pijlen waren is voor Hans zijn Agfa-camera. Als zijn ontvankelijk oog een aardig meisje bespeurt, vraagt hij haar meteen of zij even op het vogeltje wil letten. 101 van de 100 meisjes zeggen onmiddellijk ja. En zo bezit Hans een oog-uitstekende collectie leuke meisjes in zwart/wit en kleuren. Een paar stond hij er af ter verluchtiging van jullie agenda."
Op school werd ik geconfronteerd met een aardrijkskundeleraar die Streuper heette en alles beter wist. Een euvel waar meer leraren last van hadden.In de zestiger jaren waren er veel leraren waar ik weinig van opstak. In die tijd was ik ervan overtuigd dat het aan die leraren lag maar jaren later terugdenkend twijfel ik of het wel zo is en of ik zelf ook niet een beetje schuld heb aan het feit dat ik bij velen weinig leerde. Streuper was een man die het uitermate belangrijk
Zo'n repetitie heb ik nog bewaard en wel omdat ik, nadat ik de repetitie terug had gekregen, ik tot mijn verbazing constateerde dat ik maar een 6 en een half had gekregen terwijl er 40 vragen waren gesteld en ik er maar 7 fout had. Ik verzamelde al mijn moed en ging na de les naar Streuper, die bekend stond als een wat goedmoedige man, maar ook af en toe onverwacht de bullebak kon uithangen. Als leerling was je in die tijd aan iedereen overgeleverd. Streuper zat achter een grote lessenaar en toen hij me kort aankeek vroeg ik hem nederig waarom ik een 6 en een half had gekregen terwijl ik maar 7 fouten had op 40 vragen. Ik had zelf berekend dat ik dan zeker een 7 of een acht had verdiend. Streuper keek me kort aan en zei toen dat ik "beter moest weten." Uit zijn houding maakte ik op dat dat het was en dat ik kon vertrekken.
Hoe ik er later over nadacht, ik kwam er niet achter wat ik beter moest weten. Maar wat Streuper wel bereikt heeft is dat ik na al die jaren soms nog weleens, zomaar onverwacht, aan zijn woorden terugdenk, terwijl er eigenlijk helemaal geen aanleiding voor is: dat ik beter had moeten weten. Tegenwoordig wordt er heel wat gemopperd over het onderwijs, nou in de jaren zestig ging het allemaal ook niet altijd even lekker, maar wisten we niet veel beter.
Dit gaat nog een keertje over John Phillips, leider en oprichter van The Mama's and Papa's. (Zie ook 16 maart j.l.).
Die John was me er eentje!
Al erg jong leerde hij pokeren, een spelletje dat hij geleerd had van zijn vader, die was op weg terug naar huis uit de Eerste Wereldoorlog ergens aan het gokken geslagen en won met een spelletje poker een....café. Daar leerde pa zijn vrouw kennen, een Cherokee-indiaan. Vader zelf was een goed gebruiker in zijn eigen kroeg en ook zijn zoon deed al snel zelf mee in de consumptie maar kwam tot de conclusie dat er nog meer geneugten in het leven waren, drugs bijvoorbeeld en vrouwen en muziek. Meer heeft een mens niet nodig moet hij gedacht hebben.
Onder het genot van allerlei dames, hash, cocaine, heroine en af en toe een potje bier schreef John de mooiste nummers die hij speelde met zijn groep The Mama's and the Papa's. Tussen de opnames door kroop hij met allerlei verschillende dames onder de lakens en dat leidde een keer of 4 ook tot een huwelijk die allemaal mislukten. Het lukte wel een aantal kindertjes op de wereld te zetten en ééntje ervan raakte ook al snel aan de verdovende middelen. Op een dag vertelde zij aan Papa John dat zij wilde trouwen en daar raakte John helemaal van overstuur: hij wilde geen huwelijk en deed alles om het zijn dochter tegen te maken. Daarin ging hij ver.
De dag voor het huwelijk waren ze allebei onder invloed van drugs en verkrachtte John zijn dochter. Het huwelijk werd afgeblazen en enige jaren onderhield Pa John een incestueuze relatie met zijn dochter. Uiteindelijk werd dochter Mackenzie tot grote overmaat van ramp ook nog eens zwanger en wist ze eigenlijk niet van wie. Van één van haar vrienden? Of van haar vader? Pa John nam geen risico en betaalde voor alle zekerheid een abortus. Het slagveld overziende stelde hij tenslotte voor om maar samen te verhuizen en zei:"We gaan naar een land waar niemand ons kent, er zijn landen waar dit normaal is, Fuji, bijvoorbeeld."
Een goed plan. Moet hij gedacht hebben. Maar Mackenzie voelde er niets voor en uiteindelijk besloten Pa en dochter hun relatie te beeindigen.
Hij heeft wat weg van een chef boekhouding met zijn secretaresse...
Wat een rampen toch weer. Michelle Phillips (die ook met John getrouwd is geweest) is de enige van de groep die nog leeft. Zij was volgens eigen zeggen maar 8 dagen overmatig en intens gelukkig in haar leven: dat was toen ze getrouwd was met Dennis Hopper, acteur, (inderdaad, dat huwelijk duurde maar 8 dagen), Cass Elliot (Mama Cass) is in 1974 overleden, Denny Doherty in 2007. John kreeg het in de negentiger jaren voor elkaar van zijn verslaving af te komen maar was lichamelijk gesloopt. Hij kreeg een nieuwe lever, de oude was vrijwel opgelost ergens in zijn geteisterde lijf. Maar lang hield hij het niet meer vol. Gisteren, 11 jaar geleden, overleed hij.
Hoe is het toch mogelijk dat er zoveel artiesten zijn die de raarste dingen uithalen en daarnaast allerlei mooie en gevoelige nummers kunnen schrijven die massa's mensen het gevoel kunnen geven dat het allemaal wel goed komt met de wereld?
Halverwege de 60er jaren was er één nummer dat vrijwel iedere dag wel een paar keer te horen was op de radio. California Dreamin'. Nadat ik het een paar keer had gehoord ging ik met een vriendje mee naar zijn huis want hij had het nummer in bezit, dat wil eigenlijk zeggen: zijn vader. Daar konden we de muziek goed beluisteren. Het was zo'n nummer dat in die tijd overal te koop was, zelfs bij de Gouden Sleutel op de Eperweg, dit in tegenstelling tot veel andere mooie muziek die ik hoorde. Als het niet hoog in de top 20 stond dan was het vaak moeilijk verkrijgbaar en moest ik naar "de grote stad." The Mama's and the Papa's was een groep uit het verre Amerika die tijdloze muziek maakte die direct aansloot op warme mooie zomers, hippies, onbezorgdheid en coca cola.
Er is heel wat te vertellen over deze heer Phillips, maar zoveel dat het in etappes moet.
Hij overleed op 18 maart 2001.
Het eerste nummer wat hij schreef was California Dreamin'. Daar werd de band direct mee beroemd maar het was in principe de bedoeling dat Barry McGuire het zou zingen.
(Barry McGuire was de man die een enorme hit had met Eve Of Destruction). Dat heeft hij ook gedaan maar men vond het niks, de platenmaatschappij besloot dat The Mama's and Papa's het op moesten nemen zonder McGuire. En zo geschiedde. In de zestiger jaren en nu nog steeds, heb ik het heel vaak op de radio gehoord.
Volgende keer meer over John Phillips want leed, ellende, tegenslag en bizarre verwikkelingen komen in het normale leven zomaar op je vallen, op deze site probeer ik het wat te doseren.
Duitse grammatica.
Hoewel ik op de middelbare school redelijk goed was in talen, was ik niet erg dol op Duits.Zo heb ik het eens gepresteerd om op het kerstrapport een 2 te krijgen voor het vak. En dat kwam voornamelijk omdat de leraar consequent in de Duitse taal sprak. Dus had hij het niet over de onvoltooid verleden tijd of het tegenwoordig deelwoord maar over das Imperfekt und das erste Partizip. En dat vermengde hij met allerlei opmerkingen (uiteraard in het Duits) die vertaald werden als Onzin, Belachelijk of Stommiteit. En de man had natuurlijk allerlei boekjes voorhanden die hij ons arme kinderen meegaf en die we uit ons hoofd moesten leren. Met een satanisch genoegen ging hij dan een volgende keer handenwrijvend over tot zijn grote feest: het overhoren van al die onderdrukte kinderen. Zolang je zelf niet voor de klas hoefde te komen is dat minder erg, maar je wist zeker: jij komt ook een keer aan de beurt. In die tijd was er nog geen kindertelefoon en bij de Raad voor de Kinderbescherming kwam je alleen terecht als je ouders je een jaar geen eten hadden gegeven, als je gevoetbald had op het plantsoen in de straat of een appel had gepikt bij de groenteboer. Als opgroeiende jongere stond je er volledig alleen voor en moest je je maar zien te redden tussen al die leraren die je konden maken en breken in de jungle van de 60er jaren.
Gelukkig is dat alllemaal Plusquamperfekt (Voltooid Verleden Tijd)
Met enige gène en verbazing blader ik door mijn agenda van 1966, 1967, en 1968, ik vind een aantal kleine papiertjes met amper waar te nemen aantekeningen. Dit is duidelijk. Het zijn spiekbriefjes. Het moet veel tijd hebben gekost om deze briefjes zo ingenieus vol te schrijven. Eigenlijk weet ik niet meer of ik er veel
plezier aan heb beleefd, maar ik herinner me nog wel dat het een bloedspannende bezigheid was het spiekpapiertje tevoorschijn te toveren tijdens de repetitie in de klas. Het was doodstil, iedereen was ingespannen bezig een zo goed mogelijk resultaat neer te pennen en de leraar liep streng kijkend door de klas, nauwkeurig oplettend of niemand aan het spieken was. Sommige klasgenoten hadden hele verhalen op hun arm geschreven maar dat vond ik te link. Een briefje was beter weg te moffelen en bij accuut gevaar kon ik het altijd nog in mijn mond steken of naar gelang de omstandigheid in de gulp van mijn broek proppen. Het was dan ook onderdeel van de tactiek om zo onopvallend mogelijk met open gulp de klas te betreden. Was dat in ieder geval al gebeurd.
Ervaring in het spieken is noodzakelijk. Een onervaren spieker zoals ik had na veel te lang getalm en zonder geluid te maken van knisperend spiekpapier tenslotte het papiertje zo gemanoeuvreerd dat ik er redelijk op af kon kijken om vervolgens met kloppend hart tot de constatering te komen dat ik het verkeerde papiertje te voorschijn had gehaald. Het kostte allemaal veel voorbereiding en uiteindelijk was ik meestal op het grote moment ook nog eens te schijterig om te spieken, het lukte gewoon niet omdat ik bijna zeker wist dat de betreffende leraar door had dat ik van plan was te gaan spieken. Een volgend onderdeel van de tactiek was dan ook om zo zelfbewust mogelijk de leraar in de ogen te kijken. Maar dat zelfvertrouwen verdween snel na het zien van de vragen van de repetitie.
En de leraar moest voortdurend in de gaten worden gehouden om een goede en verantwoorde inschatting te kunnen maken van het juiste moment dat ik het spiekbriefje tevoorschijn zou kunnen toveren. En dat kost tijd. En dan nog eens het verkeerde spiekbriefje boven tafel hebben: nog meer tijd weg.
Ik had ook zo mijn specifieke problemen die me goed op mijn zenuwen konden werken.
1966.
Mijn agenda uit dat jaar geeft een goed inkijkje in het leven dat ik toen leidde. De maandag was de drukste dag op school: Tekenen, Frans, Aardrijkskunde, Algebra, dan een half uur pauze en in de middag verder met Nederlands, Engels en Duits. Ook de donderdag zat vol en dinsdag was ik om 3 uur klaar. Zaterdagochtend moest ik ook nog naar school. De agenda geeft, doordat er van alles en nog wat door elkaar staat, en ogenschijnlijk allerlei onderwerpen niets met elkaar te maken hebben, een behoorlijk chaotische indruk. Er staan flarden van gedichten in, namen van artiesten en voetballers en allerlei uitslagen van wedstrijden. Alles schots en scheef en door elkaar. Eveneens tref ik namen aan die ik me totaal niet meer voor de geest kan halen. Zo staat er verschillende keren de naam "Karin" opgeschreven. Ik heb een schoonzusje dat heet Karin maar haar kende ik in die tijd nog niet en ik weet werkelijk niet wie deze Karin is. Ook duikt er hier en daar ene Heleen op. Wie is Heleen? En op de één na laatste pagina stuit ik op de naam Joke. Wie is Karin? En Heleen? En Joke? Hoe heftig ik ook allerlei pogingen doe de tijd en de meisjes weer op te roepen, het lukt niet. Ze hebben kennelijk ooit bestaan maar zijn nu definitief foetsie.
Ik herinner me allerlei leuke en onbereikbare meisjes maar van deze dames weet ik niks. Opgelost in de krochten van geheugen en tijd.
Diana. Die staat er ook een paar keer in. Maar die herinner ik me nog heel goed. Diana Ross. Van The Supremes.
In mijn agenda's hield ik zo'n beetje alles bij wat ik meemaakte op t Harde en op school in de 60er jaren. Dat "alles" in mijn leven in 1967 was ongeveer samen te vatten tot: leren, voetballen en muziek luisteren.
Leren. Het gehele jaar door gaven de leraren of "repetities" of een "schriftelijk" en af en toe kreeg je een "beurt".(Een gewone, in die tijd was nog niets bekend van de toestanden op de katholieke scholen, een beurt had toen maar één betekenis op school, namelijk dat je voor de klas moest komen en voor het front van je klasgenoten werd overhoord. En los daarvan: ik was niet katholiek). Vervolgens gaf de leraar je een cijfer. Die cijfers moest je dan aan het eind van het jaar bij elkaar optellen en delen door het aantal repetities beurten en schriftelijken. Dat was dan je eindcijfer. Het was zaak dit goed bij te houden want zo kon ik aan het eind van het jaar een beetje uitrekenen welk cijfer ik moest halen om een voldoende te krijgen op het eindrapport. Er kwam een tijd dat ik ging werken op een 5,5. Want dat werd een 6-. Maar dat liep ook weleens fout, dan kreeg ik een 5,4 en dat werd dan een 5.
Voetballen. Op de voetbalclub SV 't Harde voetbalde ik in 1966 en 1967 in de A1. Af en toe in het eerste. De wedstrijden hield ik nauwgezet bij en nu zie ik pas hoeveel we er verloren. In het begin van het seizoen stond ik rechtsbinnen, later spil, al die wedstrijden, in Doornspijk, Wezep, Zwolle of Hattem of Oldebroek, ik kan me er nauwelijks nog iets van herinneren.
Muziek luisteren Wekelijks noteerde ik in mijn agenda de voor mij mooiste muzieknummers uit die tijd:
Toch eigenlijk een vrij overzichtelijk leven, als ik het nu zo bezie.
Een goed beeld van mijn dagelijks leven op 't Harde en in het bijzonder op school in de zestiger jaren is te zien als ik mijn oude agenda's uit die tijd doorblader. Als die agenda's weerspiegelen hoe ik zelf in elkaar stak dan kan dat met één woord worden samengevat: chaotisch.Ik kliederde ieder plekje van de agenda vol met tekeningetjes met daartussendoor aantekeningen van te maken huiswerk, uitslagen van voetbalwedstrijden en lijstjes met mijn mooiste muzieknummers. Zo zie ik dat de eerste week van maart 1967op school er zo uitzag:
Op maandag had ik een spreekbeurt Nederlands, voor meetkunde geen huiswerk. Op woensdag speelde Ajax tegen Dukla Praag en op vrijdag moest ik voor biologie leren: "geraamte tot spijsverteringskanaal." En zelfs op zaterdag moest ik naar school: woorden leren voor Nederlands en de opgegeven sommen voor algebra.
Mijn gemoedstoestand wordt af en toe op een bladzijde droog weergegeven:
Op 2 maart 1999 overleed Dusty Springfield. Maar op die dag, een paar jaar later, overleed nog iemand waar ik in de 70-er jaren op het Waterlooplein in Amsterdam een l.p. van kocht. Hank Ballard. Hank Ballard is voor veel mensen geen bekende zanger,maar voor mij wel. Hij heeft The Twist geschreven en zelf ook gezongen, maar dat werd geen hit. Chubby Checker werd er wel beroemd mee. Ook schreef Ballard (die ontdekt werd door Johnny Otis, zie ook 23 januari 2012) een paar andere mooie nummers zoals Kansas City en The Hoochi Coochi Coo. Beroemd gemaakt door o.a.: Taj Mahal.The Twist van Chubby Checker heb ik ook en daar zit zelfs een kleine uitleg hoe The Twist gedanst moet worden:
De meeste verhalen van mijn popartiesten lopen slecht af: gestolen geld, vrouwen die weglopen, en weer terugkomen (kan ook erg zijn), aan de drugs en aan de alcohol, zelfmoordpogingen, neergestorte vliegtuigen en vreselijke ziekten met langdurige en ellendige ziekenhuisopnames.
Hank Ballard hield het bij één ding: hij kreeg keelkanker. Klinkt ook niet erg prettig en zeker niet als je ook nog moet zingen, maar het had dus allemaal nog veel erger gekund.
Het is verleidelijk nu te eindigen met Chubby Checker en The Twist, maar dit nummer is toch nog leuker: Sensatie op de heuvel!
There's a thrill upon the hill, Let's go, Let's go, Let's go!
Van Hank Ballard, overleden 2 maart 2003, hier te horen met zijn band The Midnighters.
There's a thrill upon the hill Let's go, let's a-go, let's go There's a thrill upon the hill Let's go, let's a-go, let's go
There's a house honey, way across town People coming from miles around Put on your pretty red dress Let's go see about this mess That's it, baby let's git And go way far upon the hill
We're gonna have a whole lotta fun We gonna greet the risin' sun All night long we gonna ball Until we hear yo mama call That's it, baby let's git
And go way far upon the hill
There's a thrill upon the hill Let's go, let's a-go, let's go There's a thrill upon the hill Let's go, let's a-go, let's go Let's go!
Eee-yeah! Everybody's gonna be there My friends and yours from everywhere Oh, what a time it's gonna be! Come on baby, let's go see That's it, baby let's git And go way far upon the hill
There's a thrill upon the hill Let's go, let's a-go, let's go
Een typisch 60-er jaren nummer veel gedraaid op de radio maar in die tijd niet verkrijgbaar in de winkel: Running Bear van Johnny Preston. Eigenlijk een onnozel nummer: Running Bear staat aan de ene kant van de rivier en Little Whitedove, zijn geliefde waarmee hij wil trouwen, aan de andere kant. Het duurt een heel nummer voordat ze het water in durven en uiteindelijk zwemmen ze naar elkaar toe en als ze vlak bij elkaar zijn verdrinken ze.
Het nummer werd geschreven door J.P.Richardson (the Big Bopper) die ook de "Unga-Unga" Indianen-geluiden maakte op het nummer. The Big Bopper verongelukte samen met Buddy Holly en Ritchie Valens. (Zie ook de bijdrage op 3 februari 2012). Johnny Preston kon goed en aandoenlijk zingen over allerlei suffe ellende maar zelf leidde hij in tegenstelling tot zovele popsterren een tamelijk rustig en kalm leven. Hij ging gewoon heel saai dood aan een hartaanval. Niks spannends aan. Precies een jaar geleden op 4 maart 2011 ging hij op 71e jarige leeftijd definitief onderuit.
In de 60er jaren kon ik niet aan zijn muziek komen. Maar later lukte het me een l.p.op de kop te tikken met zijn grootste hits als The Cradle Of Love en What Am I Livin'For. Eén van de minder bekende, maar wel ook één van de leukste is het nummer Leave My Kitten Alone, oorspronkelijk van Little Willie John en ook nog gespeeld door The Beatles en Elvis Costello.
Ook weer zo'n oude geest die zweefde over het grasveld van Zwembad De Hokseberg op 't Harde in de jaren zestig.
The greatest white singer that ever has been.
Tom O'Brien heeft in 1960 een leuk idee en stelt zijn zuster voor om samen met hun vriend Tim Field een zangtrio te beginnen. Goed plan. Ze noemen zich The Springfields en Tom zal verder gaan als Tom Springfield en ze besluiten dat zusje Mary Isabel voortaan Dusty Springfield zal heten. In 1963 reeds valt het trio uit elkaar en gaat Dusty alleen verder. Ze maakt een reeks prachtige hits zoals Wishin' And Hopin', You Don't Have To Say You Love Me, Summer Is Over, enz.enz.
Het leven van Dusty gaat op en neer en zoals zo vaak: uiteindelijk meer neer dan op. Ze probeert nog wat aan te haken bij de trends van die tijd maar het lukt niet goed. Wel maakt ze eind 80-er jaren nog een geweldige kortstondige comeback met The Pet Shop Boys. Alcohol en drugsproblemen teisteren haar en ze wordt verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis vanwege zelfverminking (ze sneed zichzelf) en ze is manisch depressief. Ach Jezus, wat een ellende. Maar het is nog niet genoeg: in 1995 wordt borstkanker bij haar ontdekt en tenslotte sterft Dusty op 2 maart 1999.
Vandaag 13 jaar geleden.
Wat heeft ze veel prachtige muziek nagelaten. Maar het mooiste nummer vind ik Island Of Dreams, ik hoorde het voor het eerst op een klein zakradiootje in Zwembad de Hoksenberg op 't Harde. Opgenomen in december 1962, dit jaar 50 jaar geleden. Eén van de beste nummers ooit gehoord met "The greatest white singer that ever has been." (Volgens ene Elton John).
En vandaag overleed, 9 jaar geleden, ook nog eens Hank Ballard. Wie is Henk Ballard? Niet alles tegelijk. Er is al genoeg ellende. Volgende keer dus.
en mogen zonder toestemming niet worden gebruikt.
Halverwege de Eperweg op `t Harde was de groentewinkel gevestigd van Teun van Tongeren. Eén maal per jaar werd de winkel flink opgesierd en opgetuigd.
(Zie hiervoor ook de bijdrage in het archief van 2011 op 29 maart).
De rest van het jaar was het een gewone groentezaak waarvan er in die tijd nog veel van bestonden. In deze tijd zijn er vrijwel geen aparte groenteboeren meer te vinden waar de klant nog vers geraspte piepers kan kopen, alles is nu te koop in de supermarkt maar in de winkel van van Tongeren kon je in het aanbod van de groente het seizoen aflezen, nu is vrijwel alles vers verkrijgbaar (behalve, schiet me te binnen: boerenkool) en wij aten thuis de tegenwoordig vergeten groenten als schorseneren en postelein.
Van Tongeren had zijn fruit en groente in houten kistjes schuin tegen de wand aan gestapeld en ook had hij een typische aardappelschrapmachine. Er was een mooie keuze van verschillende soorten aardappels en die konden op verzoek geschrapt worden. De aardappelschilmachine maakte een hels lawaai, was aangesloten op de waterleiding en "krabde" de aardappels schoon. Ik herinner me nog dat als ik aardappels ging kopen het schrappen gratis was maar na verloop van tijd vroeg van Tongeren er 5 cent voor. Dat betekende thuis dus zelf aardappelen schillen, een grote pan vol, en spinazie koken, ook een grote pan vol en die moest na de kook zelf worden "gehakt."
Koken, een voor mijn moeder iedere dag terugkerende intensieve bezigheid waar wij als kinderen veel aan mee hebben geholpen. Kant-en-klaar-maaltijden bestonden er toen nog niet vandaar dat ik menigmaal 's ochtends mijn moeder heb horen verzuchten: "Wat zullen we vanavond weer eens eten?"
28 februari.
Het is vandaag de 28e. Dan is het in de familie even opletten: er is er één jarig. Althans, het kan goed mogelijk zijn. Ik heb 4 broers, met mij erbij dus 5 jongens en van deze 5 zijn er 4 op de 28e geboren, eentje niet, maar dat is een apart verhaal. Mijn oudste broer is vandaag jarig en dat is ook de dag dat Mike Smith in 2008 overleed.
Mike Smith?
In de zestiger jaren ging het tussen the Beatles en The Rolling Stones. Maar er was ook een band die na The Beatles minstens zo populair was hoewel ik hetzelf stukken minder vond. Ze hadden een paar galmende hits die kenmerkend waren voor de 60er jaren en die vaak schalden uit de radiootjes die we bij ons hadden in het zwembad de Hoksenberg. Er was een nummer dat ik later in mijn bezit kreeg en dat veel minder bekend was dan Glad All Over, de grootste hit, het was zelden op de radio en misschien juist daarom vond ik het een beter nummer dan de overige nummers. The Dave Clarck Five.
In het midden: Mike Smith.
Zanger Mike Smith wilde in 2003 over een muurtje in zijn tuin klimmen om zo sneller bij zijn buurman te zijn, maar viel en brak zijn ruggegraat en was vanaf dat moment verlamd aan zijn onderlichaam en rechterarm. Hij verbleef jaren in een ziekenhuis en mocht uiteindelijk pas op 6 december 2007, zijn verjaardag, in een rolstoel naar een aangepaste woning in de buurt van het ziekenhuis. Berooid en ongelukkig. Zijn geld was op en uiteindelijk werd hij nog wat geholpen door wat oude vrienden uit de muziekwereld zoals Roger Daltrey van The Who, Cliff Richard van Cliff Richard en Ringo Starr van The Beatles, zodat hij nog enigszins verantwoord verpleegd kon worden. Maar toch ging het niet goed, na enige maanden moest hij weer terug naar het ziekenhuis en vandaag, 9 jaar geleden, overleed hij aan de complicaties van een longonsteking. Hij liet geen kinderen na, zijn enige zoon stierf in 2003 tijdens het duiken. Wat een ellende en smarten allemaal toch weer.
Klinkt allemaal niet gezond. Bij de single heb ik het artikeltje van zijn dood bewaard. 64 jaar is Mike Smith geworden. Mijn broer wordt vandaag 68.
Mijn beste wens voor hem als ik dit allemaal zo overzie? Ik heb er twee: een goede gezondheid! En als je op bezoek gaat bij je buren: neem de voordeur!
Halverwege de jaren zestig veranderde langzaam het straatbeeld. Zelfs op 't Harde, alhoewel daar de vooruitgang wat langer op zich liet wachten. Meisjes verschenen voorzichtig met minirokjes aan en jongens hadden broeken met enorme wijde pijpen. Bovendien bleken in de broeken stilletjes aan de knopen bij de gulp vervangen te zijn door echte ritssluitingen. Dat waren in die tijd nog stroeve kleine stukken spoorwegrails die je na het plassen met flink wrikken naar boven moest trekken en al spoedig kreeg ik door dat dat met enig beleid moest gebeuren want anders bleef de rits in de stof hangen en was er geen beweging meer in te krijgen of zetten de tentakels van het monsterlijke geval zich vast in een in die buurt verblijvend lichaamsdeel.
Kledingwinkels werden voortaan boetiekjes genoemd en men hing er visnetten op, temperde het licht en er kwam psychedelische muziek uit de boxen. Later werd het allemaal voor veel ouderen nog erger want jongens lieten hun haren groeien net als De Beatles of de Rolling Stones en werden nozems genoemd.
Ik vond vooral de minirok een grote verbetering in die tijd. Niet omdat ik zoveel verstand had van mode of kleding, juist niet: hoe minder er gedragen werd hoe aantrekkelijker ik het vond. En ik bemerkte dat veel jongens van mijn leeftijd er ook zo over dachten.
22 februari 1976.
De biografie van Peter Benjaminson over Florence Ballard laat zich lezen als een gruwelijke tragedie.
Maar wie is Florence Ballard? Florence Ballard was de oprichtster van DE damesgroep uit de 60er jaren: the Supremes. Een van mijn eerste l.p.'s die ik op 't Harde kocht was er eentje van the Supremes.Ik vond het prachtige muziek en dat is het nog steeds.
Voor de meeste mensen is Diana Ross de grote zangeres van de groep maar dat was ze feitelijk niet. Florence (Flo) Ballard was degene die de dames bij elkaar bracht en zij had zo'n machtige stem met zo'n enorm bereik dat ze 5 meter van de microfoon moest gaan staan terwijl de andere dames er vlak voor moesten staan. Velen vonden Florence ook de meest aantrekkelijke vrouw van het drietal. De dames droegen elegante jurken en hoeden, hoge hakken, juwelen en bontjassen. Maar zoals het wel vaker gaat als je een paar dames bij elkaar zet: ze gunnen elkaar niets. Diana Ross wilde de ster zijn maar kon niet in de schaduw staan van Florence. Het lukte haar Florence de groep uit te pesten door heimelijk samen te spannen met de grote jongens van Motown.Ze versierde Berry Gordon, een van de machthebbers bij Motown en zo lukte het haar Flo weg te krijgen. Flo werd langzaam maar zeker overmand door een groot verdriet en voelde zich miskend. Ze begon te drinken en dat was het begin van het einde.Na een aantal mislukte come-backs ging het volledig bergafwaarts met Flo, haar huwelijk liep ook nog eens op de klippen en haar advocaat ging er vandoor met haar laatste centen. Om voor zichzelf en haar kinderen te blijven zorgen zat er niets anders op dan aan te kloppen bij de bijstand.Na jaren van doffe ellende, armoede en veel alcohol stierf ze aan een hartinfarct op 22 februari 1976, 32 jaar oud.
Vandaag 36 jaar geleden.
Het verhaal van the Supremes en Florence Ballard is nog lang niet volledig. Ze hebben zoveel moois gemaakt, maar voor nu even genoeg. Voor de gemoedsrust is het beter ellende wat te doseren.
Op de Munnikenweg op 't Harde had ik in de jaren '60 op zolder een bakelieten radio staan. Ik was gehecht aan het apparaat ondanks dat er vrij zelden goed hoorbare muziek uit kwam. Er liep een hard ijzeren draad achter uit de radio die ik aan het andere
uiteinde bevestigde aan een ijzeren deel van het slaapkamerraam. Met een beetje pielen en wrikken kreeg ik dan soms geluid en soms ook niet. Het hing ook een beetje van het weer af of de ontvangst goed was. De radio had 4 knoppen waarvan de meest rechtse knop in 4 standen gezet kon worden. Bij stand 1 had je de meeste kans geluid uit de radio te krijgen, bij stand 2 vaak niet, bij stand 3 alleen bij slecht weer en bij stand 4 kwam er nooit geluid uit. Met de meest linker knop kon ik de zenders zoeken die met gele opdruk tegen een gele linnen achterwand te vinden waren. Maar geel op geel, dat was moeilijk zoeken, dus had ik er altijd een zaklantaarn bij nodig om al die geheimzinnige zenders te ontwaren: Sarrebruck, Warszawa, Leninggrad, Lille, Ottingham of Helsinki. Maar meestal probeerde ik Luxembourg te bereiken, daar vandaan werd de meeste Amerikaanse en Engelse muziek uitgezonden. Om onduidelijke redenen viel vooral 's avonds na ongeveer een uurtje luisteren het geluid soms zomaar weg en hoorde ik in de verte nog flarden van het nummer dat werd gedraaid in combinatie met veel ruis.
Dat was het teken dat ik mijn schooltas ging pakken. Klaar voor de volgende morgen. De Lulletjes Rozewater hadden een nette bruine schooltas maar de meeste jongens hadden een groene Pukkel. Een afgeragde legertas die iedereen vol schreef met van alles en nog wat en die stonk naar oude boterhammen en bedorven melk. De mijne niet. Ik had in de binnenkant mijn naam geschreven en adres. Meer niet. Ik hield niet zo van dat uiterlijke vertoon. De jongens die in die tijd hun pukkels hadden volgeklad zijn de getatoeëerde kinderen van nu met navelpiercings en stukken veiligheidsspeld door allerlei gaten gestoken.
Eén keer ben ik, fietsend van school naar huis, 12 kílometer lang, mijn pukkel vergeten.Hij lag nog op school en enige kilometers lang heb ik me zitten bedenken of ik terug zou gaan. Naar mate ik dichter bij 't Harde kwam zag ik daartoe steeds minder reden totdat ik me bedacht, zo'n 4 kilometer voor 't Harde, dat er ook nog 2 pennywafels in mijn pukkel zaten. Rap keerde ik om en fietste terug naar school. Mijnheer Popma van Nederlands was nog op school en zat in de klas achter de lessenaar te schrijven. Hij gaf me mijn tas terug maar niet nadat hij me streng gewaarschuwd had nooit meer zo stom te zijn, mijn schriften en boeken zouden weleens zoek kunnen raken! In die tijd was het nog niet volledig ingeburgerd om geheel vrijblijvend een leraar tegen te spreken, laat staan te mishandelen of voor zijn kop te schieten maar denken mocht wel: "Popma, je begrijpt er niets, maar dan ook helemaal niets van: wat stom, wat stom? Inderdaad stom! Helemaal kilometers terugfietsen voor een paar pennywafels,en dan ook nog eens op je kop krijgen. Wat kan mij die schriften en boeken nou schelen?"
Eenmaal thuis was ik bijna te laat voor het eten en moest ik een goede verklaring hebben waarom ik niet eerder naar huis was gekomen want mijn vader was al thuis. Op de fiets had ik tijd genoeg om over mijn verklaring na te kunnen denken en hongerig vertelde ik dat ik wat langer op school was gebleven om alvast wat huiswerk te doen. Mijn vader keek me argwanig aan en mijn gezicht moet verraden hebben dat ik het verhaal zelf ook niet erg geloofde. Maar hij liet het erbij.
Hongerig. Dat was nog het ergste van alles: ik had vreselijke honger en was ook nog eens kwaad op mezelf: toen ik weer terugfietste ontdekte ik dat ik helemaal geen pennywafels meer in mijn pukkel had zitten en na lang nadenken kon ik me herinneren dat ik die al heel vroeg in de ochtend op de heenweg naar school opgegeten had.
Wat een rampen toch allemaal............
Mijn vader had bedacht dat ik "de handel" in moest. En zo kwam ik terecht op de Handelsdagschool, onderdeel van de Thorbeckescholengemeenschap in Zwolle. Iedere dag met de trein van station 't Harde naar station Zwolle. En dan nog een roteind lopen. Het is me een raadsel hoe ik die tijd ben doorgekomen, ik kreeg vakken als economie, handelsrekenen, boekhouden etc. Allerlei vakken waar ik weinig plezier aan beleefde. Maar door stug door te zetten en me door al die verschrikkelijke vakken heen te worstelen lukte het me om het diploma te halen. Net op tijd want al snel daarna werd de Handelsdagschool opgeheven en werd het diploma gelijkgesteld aan het HAVO diploma. Maar ja, ik moest de handel in. Welke handel? En mijn klasgenoten? Moesten die ook de handel in? Welke handel?
Klas 4 c van de Handelsdagschool in 1968:
Bovenste rij vlnr: De heer Assies (leraar Duits: hoe vaak heb ik die man niet horen roepen: Dass ist doch blödsinn!! - dat is toch idioot!!-), Hans van de Bunte, speelde in het eerste elftal van Nunspeet en zat altijd met een hele mooie meid in de trein, Gert Mulder, Gert Salomons, Loeke Tijhaar, Tino Vlierhuis. Middelste rij: Jan Oude Elferink, Piet von Grumbkow, Richard Beijer, Bert Diphoorn (haalde het bloed onder de nagels van iedere leraar vandaan, had een record: werd op school het meest de klas uitgestuurd) Wijnand Suchard, Alette Okkels, Henk van Veen, René Hallink, Roel Bremer, Piet Bos en Renz de Winter. Voorste rij: Henk Wolters, Anke Doosje, Eddy Roo, Arend Nikkels, Liesbeth Rientjes, Peter van de Poll, Gerard Bovenberg, Maud de Graaf.
Vendaog höb ich geinen tied.
Ongeveer 30 jaar geleden woonde Bella in het centrum van Maastricht.(Mestreech). Reeds maanden voordat het carnaval (vastelaovond) losbarstte marcheerde er regelmatig een drumband van de Kemeleers of de Tempeleers door de straat. Op de gekste tijden. Op het carnaval zelf en tijdens de grote optocht (Boonte störren-cortage) lopen er allemaal orkestjes door de stad: Zate Hermeniekes. Wat het geheel nog exotischer maakt is dat het Limburgse taaltje voor een normale Nederlander vrijwel niet te volgen is. Ook dit jaar barst de waanzin weer onherroepelijk los in het gehele zuiden.
De grote optocht door Mestreech is dit jaar op zondag 19 fibberwarie en Bella kreeg tijdens een bezoekje aan de stad de tekst van het Carnavalslied voor dit jaar in handen. Het heet: Vendaog höb iech geinen tied. (Vandaag heb ik geen tijd). Dit suggereert dat ze daar in het zuiden normaal wel tijd hebben. Maar waarvoor? Dat komt later aan de orde: "Um te pótse,um te koke,veur de striek". Meer gebeurt er inderdaad door het jaar niet in het zuiden dan poetsen, koken en strijken. Gelukkig is er carnaval, als onderbreking van de sleur. En dan beweren sommige chauvinisten dat in Mestreech het echte carnaval gevierd wordt en dat het niet om de drank gaat. Maar er lopen toch legers mensen rond
"Wie 'n olieneutsje, ze zien kachel, zoe zaat wie unne meleijer, unne zaaten dweil, heet um flink geraak."
Maar dat zijn natuurlijk de Hollanders.
Wat een droefenis. Ik doe de gordijnen dicht en sluit me op of vertrek een paar dagen naar -voor mijn part- Groningen of Drenthe.
Onder een hunebed liggen.
Op 't Harde werd in de zestiger jaren de draagbare radio in de huiskamer uitsluitend gebruikt door mijn vader om op zondagmiddag naar het voetballen te luisteren. Ook had hij een bandrecorder waar hij in de jonge jaren van de kinderen onze stemmen en omgevingsgeluiden opnam tijdens verjaardagen en andere feestelijke gelegenheden. Naar mate we ouder werden werd dat opnemen minder: de kinderen begonnen tegen te spreken en langzaam ging de lol eraf. Met wat overgebleven banden nam hij weleens wat muziek op van de radio. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders veel gaven om muziek maar toch werd af en toe de bandrecorder aangezet en luisterden we naar de krakende muzieksmaak van mijn vader. Nummers die voorbijkwamen en die ik niet ben vergeten waren die van Nat King Cole. Een zwarte zanger met enorme rubberen lippen en ondanks dat mijn vader hem kon waarderen moest ik toegeven dat deze man een bijzonder talent had.
In die tijd kon een zanger nog gewoon optreden met een sigaret tussen de lippen en van Nat King Cole was bekend dat hij een verwoed roker was. Hij rookte 3 pakjes per dag en hij had de gewoonte voor een optreden drie sigaretten achter elkaar op te steken omdat hij ervan was overtuigd dat zijn stem mooi laag bleef. Daar had hij gelijk in, maar niet lang. In oktober 1964 werd er longkanker bij hem geconstateerd en een paar maanden later was het afgelopen. Op 15 februari 1965 overleed hij, 45 jaar oud, vandaag precies 47 jaar geleden.
Maar wat een magistrale stem, zelfs het eveneens door de Rolling Stones gezongen nummer (get your kicks on) Route '66 zong hij geweldig. Ook heeft hij ooit een prachtige l.p.gemaakt met uitsluitend Spaanse nummers die ik nog weleens op mijn pick-up draai.
En de sfeer van zijn muziek, nu nog brengt die me moeiteloos terug naar ver vervlogen tijden, verdwenen en opgelost in het niks.
Unforgettable!
Beredeneerd halfgare wiskundesommetjes oplossen of raadsels hoe lang de remweg is van een zwaarwegende straaljager als de piloot net naar de wc is geweest en er een storm opsteekt van windkracht 10: ik vond er niet veel aan. Maar doordat ik deze vraagstukken moest oplossen werd ik ook op de weg gezet richting Professor Pi. (Zie ook de bijdrage van 13 februari 2012.) De ingewikkelde vraagstukken werden in de klas "Een Pi " genoemd naar de tekeningen van Bob van den Born.De tekeningen waren toen nog niet in boekvorm te krijgen maar ooit zou ik ze ergens kunnen en moeten aanschaffen. En dat gebeurde eind 70er jaren. Nu nog steeds vind ik de tekeningen geniaal.
In 1978 knipte ik een artikel uit van Max Pam over professor Pi, gepubliceerd in Vrij Nederland, in die tijd een links blad wat ik af en toe kocht als ik wat centen overhad. Nu nog bekijk ik de boekjes met bewondering en geintrigeerd, hier was de voorloper bezig van al die andere hedendaagse grote tekenaars als Kamagurka, Gummbah en Zak. Bon van den Born schijnt ergens te wonen in de buurt van Alkmaar. Ik weet niet wat hij doet, maar professor Pi, daar is hij niet meer mee bezig. Zonde.
In de 6e klas van de Lagere school in Breda begonnen ze ermee: onbegrijpelijke vraagstukken aan onschuldige kindertjes voorleggen. Later zou blijken dat dit onderdeel van het toenmalige onderwijs een belangrijk geheel vormde van de opvoeding maar bleek eveneens dat het niet veel positieve effecten bij me teweeg had gebracht. In de eerste klas van de HBS, in Epe, ging men stug door met het terroriseren van de jeugd met vraagstukken in de trant van:
Een trein is 120 meter lang. De locomotief telt 9 wagons. In iedere wagon zitten precies 29 mensen. Behalve in één wagon, de eerste klas: daar zitten er 18. Al deze 18 personen zijn familie van de machinist. Ze zijn een dagje uit vanwege een bruiloft van opa en oma. De gemiddelde leeftijd van deze mensen is 34 jaar. De conducteur is gisteren net 44 jaar geworden. Op de Veluwe, vlakbij het dorp 't Harde, raast de trein met een snelheid van ongeveer 105 kilometer per uur over de rails. Er steekt in de buurt van Nunspeet onverwacht een ree over en de trein raakt het beest net niet en het komt met de schrik vrij. De machinist is echter van de schok accuut een dag ouder geworden. Een week ervoor zou hij zijn 44 jarige verjaardag hebben gevierd. Maar dat is niet gebeurd omdat de man nooit zijn verjaardag wil vieren. En nu de vraag: Hoe oud is de dochter van de conducteur?
Natuurlijk een onzinnig verhaal met een dwaze vraag, en het komt zo in me op omdat ik me vrijwel geen vraagstukken kan herinneren die wel enige logica bezaten.
Zo'n soort vraagstuk werd bij ons in de klas een "Pi" genoemd. Naar een meesterlijke strip, Professor Pi, van Bob van den Born die in die tijd in sommige kranten verscheen en waarin dingen gebeurden die eigenlijk niet konden. Er was een jongen die die strips had uitgeknipt en er eens eentje aan mij heeft laten zien in de klas. Ik was direct verkocht en schreef de naam Bob van den Born/Professor Pi op in een schriftje: ooit zou ik er wel iets van tegenkomen.
In ieder geval was het altijd de bedoeling dat het antwoord beredeneerd werd opgeschreven. Tegenwoordig hebben ze het eenvoudiger: multiple choice: a. 18 jaar b. geen benul c. geen van beiden.
Toch altijd meer kans op een goed antwoord dan dat je onzinnige vragen moet begrijpen en de antwoorden beredeneren. Desalniettemin lukte het me soms om thuis voor mijn gevoel het antwoord goed te beredeneren en vaak was dan het antwoord op school fout. Vaak beredeneerde ik thuis het antwoord in mijn ogen volledig verkeerd en dan bleek op school het antwoord goed.
Op zulke scholen zat ik.
Mijn eerste plaatjes verzamelde ik in de jaren '60 op 't Harde, ik kocht ze meestal in Zwolle, daar waren ze goedkoper dan bij de Gouden Sleutel op de Eperweg. In de loop van de tijd heb ik van alles en nog wat bij elkaar gekregen en als ik nu voor mijn platen/cd kast sta zie ik heel veel 50-er en 60-er jaren muziek, veel Spaanstalige muziek, bluesmuziek, popmuziek uit recentere perioden en.......Nederlandse muziek. Veel Nederlandse nummers vind ik niet veel aan maar ook heel veel heel erg leuk. Toen het in sommige kringen niet erg "hip" was om van bijvoorbeeld De Zangeres Zonder Naam te houden, of van Corry en de Rekels, had ik die platen juist wel in mijn bezit. Eén van de eerste Nederlandse nummers die ik in de 60-er jaren aanschafte was van Ria Valk,een ongecompliceerde hoekige Tuthola die af en toe een onvervalst Hollands rocknummer op het repertoire had staan.
Hou je echt nog van mij Rocking Billy? Op het eerste gezicht een suffige tekst met een nog maffere melodie maar zeg nou
zelf, als je de grote Engelse en Amerikaanse popnummers uit die tijd goed beluisterde, waren ze soms echt niet veel beter......
Druk in het midden op de button, geluidsboxen aan, en..........
Een flink deel van het leven in mijn jeugd heb ik doorgemaakt op school.Dat was niet altijd een groot genoegen, ik moest allerlei dingen uit het hoofd leren waar ik weinig belangstelling voor had en eenmaal thuis werden die zaken nog eens overhoord. In Breda zat ik nog op de lagere school, eenmaal op 't Harde ging ik naar de middelbare school eerst in Epe naar de Rijks HBS, daarna naar Zwolle. Mijn interesse ging al jong uit naar tekenen, talen en literatuur. Ik was er als jongetje van overtuigd dat in die gebieden ergens mijn toekomst zou liggen. Maar dat liep vooralsnog anders.
Mijn vader had bedacht dat -als ik toch geen carriere voor ogen had in het leger- ik dan maar klaargestoomd moest worden voor "De Handel." Daar lag de toekomst. Maar wat was dat "DE Handel?" De Autohandel? De Vishandel? De Fietsenhandel? Of misschien De Kippenhandel? Ik kon me er niets bij voorstellen. De nadruk op de vakken kwam in de loop van de tijd langzaam aan te liggen op Handelsrekenen, Boekhouden, Wiskunde en Algebra. Allemaal vakken waar ik enorm tegenop zag. Ik vroeg me af waarom ik niet "De Industrie" in ging. Of "De Dienstverlening."Ook bij die zaken kon ik me vrijwel niets voor de geest halen en als jongetje dat naar de grote school gaat heb je eigenlijk niets te vertellen en laat je de zaken maar wat over je heen komen.
De weg naar Epe ging vaak op de fiets, zo'n 12 kilometer met in het begin over een flinke lange heuvel, De Knobbel. De weg naar Zwolle ging altijd via het station, eerst lopen of fietsen naar het station en dan met de trein en dan in Zwolle weer een eind lopen of met de bus.
Als ik het eerste uur vrij was ging ik wel eens in de restauratie zitten van het station in Zwolle. Daar kon ik dan nog snel even in mijn boeken neuzen ter voorbereiding van de les waarin ongetwijfeld een leraar juist mij voor de klas zou halen en me zou gaan bestoken met allerlei gemene vragen.
Als we met onze camper op stap zijn zitten we vaak ergens in een wei of in een bos naar de vogeltjes te turen. Het is een heel karwei om er achter te komen welke vogel er voor onze neus staat. We zijn er vaak veel tijd mee kwijt en het resultaat is meestal dat we een merel hebben gezien of een mus of een werkelijk rare vogel die we niet thuis kunnen brengen of verdwenen is als we ons fototoestel paraat hebben.
Met deze uiteindelijk beperkte resultaten is het wonderlijk dat we toch steeds weer vol goede moed opnieuw die vogeltjes gaan bestuderen. Het beste is in de eigen tuin, als de camper in de stalling staat, de zoektocht voort te zetten. Maar ook daar zitten alleen maar merels, lijsters en mussen of een eigenwijze duif.
Gisteren las ik in de krant dat het geluid van de merel door de luisteraars van het radioprogramma Vroege Vogels is uitgekozen tot het mooiste natuurgeluid. Het geluid van de merel. Overbekend, gaat nooit vervelen en brengt je in de waan dat er nog zoiets bestaat als natuur.
In mijn jeugd las ik heel wat stripverhalen. Ik probeerde de plaatjes na te tekenen en vooral de absurde situaties. Op mijn kamer moest ik de verhalen van Suske en Wiske vaak verstoppen want mijn ouders vonden het maar niks en meer plaatjes kijken dan lezen en bovendien leerde je er niets van en een jongen van die leeftijd kon beter achter zijn studieboeken zitten. Maar daarin had ik altijd wel een velletje papier liggen waarin ik heimelijk kon tekenen en kriebelen en pogingen in het werk stelde Jerommeke of Lambiek na te tekenen.Het eerste album van Suske en Wiske wat ik las was "Op Het Eiland Amoras."
Ik heb het ooit uitgeleend aan een jongen uit mijn klas in Epe maar nooit meer teruggekregen. Helaas kan ik niet meer op zijn naam komen. (Anders had ik het album bij deze teruggeeist, zo ben ik ook weer!)
3 februari.
The day the music died. (Don McLean, American Pie, 1971).
Het is even na middernacht, 3 februari. Het is koud, het vriest, er staat een harde wind en het sneeuwt.Als het kleine vliegtuig vertrekt kruipen de passagiers verkleumd tegen elkaar aan. Het zicht is slecht en al vrij snel nadat het vliegtuig in de donkere lucht zweeft verliest de piloot de macht over het toestel dat met 4 personen en een flinke vracht aan vuil goed is volgestouwd. Het vliegtuig stort neer op een weiland vlakbij Clear Lake. In eerste instantie bestaat er onduidelijkheid over de identiteit van de inzittenden. Er worden 5 paspoorten gevonden en 4 lichamen.Een van de achtergebleven mannen heeft iemand in het vliegtuig zijn paspoort meegegeven om later een pakje op te halen. De achtergebleven mannen gaan niet met het vliegtuig maar met de bus. Als de bus met deze mannen aankomt in Moorhead vernemen ze van het vliegtuigongeluk. Voor hetzelfde geld waren ze ook met het vliegtuig gegaan. Zij hadden geluk: Dion DiMucci en zijn groep The Belmonts, Frankie Sardo en Waylon Jennings. Verongelukt:J.P.Richardson (bekend als The Big Bopper), Ritchie Valens en....Buddy Holly.
In de 60er jaren op 't Harde hoorde ik voor het eerst zijn muziek heel soms op de radio. Onbereikbare niet te krijgen muziek in die tijd.
3 februari 2012. Vandaag is het exact 53 jaar geleden. Al heel lang is Buddy Holly dood. Zijn muziek niet. Die is onverslijtbaar.
Klik in het midden op de button, geluidsboxen aan, en.............
Er waren van die zaterdagmiddagen en zondagmiddagen die wel uren duurden. Vooral de zondagmiddagen als er schaatsen op tv was. Eerst de 1500 meter en daarna de 10.000 meter. Dat duurde lang! En heel Nederland leefde mee. Op zaterdag was eerste de 500 meter, dat schoot tenminste een beetje op en het was snel duidelijk wie winnaar werd. Mijn vader hield de tussenstanden bij in de krant en natuurlijk hoopten we allemaal dat of Kees Verkerk, een zoon van een cafehouder uit Puttershoek (ik had geen flauw benul waar dat gat lag maar de naam klonk uit de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten en het kon niet anders zijn dat het ergens diep verscholen en vrij onbereikbaar moest liggen in de sappige weilanden van het toen nog groene Zuid Holland) of Ard Schenk, een stille verlegen boerenzoon uit
Er deden wel wat Russen, Zweden en Noren mee en soms een verdwaalde Chinees maar het ging om de Nederlanders en ook de Noren, zo was er ene Fred Anton Maier, een boomlange houthakker uit de Noorse wouden (het kan ook zijn dat hij visser was in de Noorse fjorden) en voor het overige heetten die mannen Per-Willi of Per-Ivar en ook die wonnen Per vergissing weleens een afstand. Eveneens herinner ik me een Oostenrijker die Franz of Fritz Krienbuhl heette, een man die voor spek en bonen meedeed maar die wel onze sympathie had omdat hij altijd vrolijk zijn rondjes meedraaide en meestal net op tijd voor diskwalificatie binnenkwam en opgelucht en immer lachte en zwaaide naar het publiek. En dan had je nog bij de vrouwen Stein Kaiser en Atje Keulen-Deelstra, huisvrouwen van stavast die ze zo onder de uiers van een koe hadden weggetrokken in de binnenlanden van Friesland of Groningen en die konden schaatsen als de beste.
Maar het begin van alle wedstrijden begon enigszins officieel: met de openingsbeelden van Sport In Beeld (alles in zwart en wit nog) en daarna de openingsmuziek van de NTS-Eurovision ten teken dat er een internationaal programma zat aan te komen van grote importantie.
Halverwege de jaren '60. Zomer op 't Harde. Of winter, maakt eigenlijk niet uit. Bij het horen van het nummer gaan vanzelf de gedachten terug naar een lang vervlogen tijd. Hèt ultieme nummer is zo uitgekauwd en zo vaak gedraaid en nagemaakt dat ik het eigenlijk niet meer kan horen. Paul Mc.Cartney: ik vind het niet meer om aan te zien. Maar toch blijft dat ene nummer bestaan en kan het hier niet ontbreken. Veel verhaaltjes op deze site gaan immers maar over één ding:
Yesterday.........
De nostalgie ten top: I believe in yesterday.
Net zoals veel jeugd tegenwoordig was ik thuis op 't Harde verzot op stripverhalen. Een tijdje hadden we de Donald Duck wekelijks in huis maar ook lazen we weleens de Pep of Fix en Fox. Heel soms konden we een stripboek bemachtigen van Suske en Wiske of van Kuifje of, ook heel leuk: Lucky Luke. Vaak was ik bezig allerlei situaties na te tekenen om zo mijn eigen vaardigheid in het tekenen te verhogen of gewoon omdat ik er lol in had maar telkens weer ontdekte ik dat het niet eenvoudig was om grappige situaties zo weer te geven dat ze ook overkwamen zoals ik hetzelf wilde. Het tekenen van handen, wat heb ik daar veel op geoefend! Maar steeds weer moest ik het wegleggen en opgeven want er moest geleerd worden en huiswerk worden gemaakt. Ik wist niet beter meer, de mensen uit de grote wereld hadden me wijs gemaakt dat dat belangrijk was, veel belangrijker dan dat nutteloze natekenen van Kapitein Haddock of Jansen en Janssen op kladblokjes en beduimelde stukjes papier en het beluisteren van muziek gemaakt door langharige werkschuwe baardapen.
en mogen zonder zijn toestemming niet worden gebruikt.
In de 60er jaren was 't Harde een vrij grote legerplaats.Een normaal straatbeeld was het in uniform fietsende militairen op weg naar de legerplaats en jeeps reden af en aan als de hoge militairen moesten worden opgehaald van huis of weer moesten weggebracht. Af en toe rolde er een tank over de Eperweg. Met 5 jongens in het gezin zou het toch gek moeten lopen als er niet een paar een carriere in het leger zouden ambieren.Maar dat liep anders: twee broers moesten verplicht in dienst en de rest had broederdienst.Alleen mijn oudste broer hield het wat langer uit, bij de Marine , en waarschijnlijk kwam dat doordat hij in Curacao terechtkwam en dat vond ik eigenlijk niet zo slecht: het lag aan de andere kant van de wereld, de zon scheen er altijd, oorlog was er niet en ik kon me niet anders bedenken dat hij dagelijks op het strand lag met een cocktail in zijn hand en allerlei inheemse schonen die schaars gekleed knipogend zijn rug masseerden. Naar mijn idee had hij het nog niet zo gek getroffen,als je toch het leger in moest.
Af en toe stuurde hij een bandje op dat we thuis konden afspelen op de bandrecorder en daar stond uitsluitend vrolijke muziek op met tussendoor de stem van mijn broer die op een droge wijze het volgende zomerse nummer aankondigde van een obscuur bandje spelend onder een klapperboom. Maar erg lang heeft hij het toch niet uitgehouden bij de Marine dus het zal wel tegengevallen zijn op die goudgele stranden. En foto's van mijn broer in het bijzijn van leuke dames in verleidelijke poses heeft hij me ook nooit laten zien. Wel had hij een foto waarop hij stond zoals een militair hoort te staan: in de houding.
Vandaag alweer een dode ster: Etta James. En het toeval wil dat James is ontdekt door Johnny Otis.(zie 23 januari).
Etta James was een fantastische zangeres die ik pas ontdekte halverwege de 80er jaren. Ze trad samen op met een andere oude held van mij: Chuck Berry, nu 85 jaar. Berry leeft nog, ik weet niet hoe, maar hij leeft. Ook heb ik haar eens gezien toen ze optrad met een andere grootheid uit mijn verzameling die ook nog steeds leeft en zelfs zeer geregeld optreedt: BB King, 86 jaar. Doordat ik Etta James leerde kennen via BB King en Chuck Berry raakte ik vanzelf geinteresseerd in haar oudere muziek. En dat levert een prachtige ontdekkingsreis op: eindeloos goed en onweerstaanbaar. Etta James kon alles: blues, soul, rock, teveel om op te noemen.
Maar helaas de medaille had een keerzijde: ze leidde een tragisch leven. Haar moeder was 14 toen ze werd geboren, haar vader heeft ze nooit gekend. Het bestaan was een aanschakeling van ellende en eigenlijk had ze alleen plezier in zingen. Al vroeg in haar leven was ze verslaafd: aan coke, drank, marihuana, heroine en eten. Tussen die verslavingen door vond ze ook nog tijd om te zingen. De laatste jaren was ze ziek, lag regelmatig in het ziekenhuis en leed aan dementie, leukemie en hepatitis. Eind vorig jaar lag ze enige tijd aan de beademingsapparatuur in het ziekenhuis en kreeg bovenop al die malheur nog een longontsteking maar op 5 januari mocht ze naar huis, daar hield ze het niet lang meer vol: uiteindelijk is ze twee dagen naar haar ontdekker Johhny Otis op 20 januari overleden in Californie. Een kleine week voor haar 74e verjaardag.
Wat een rampspoed, als een mens dààr niet "de Blues" van krijgt!
Klik in het midden de button aan, geluidsboxen open en........
De muziek uit de 60er en 50er jaren.
In deze tijd is vrijwel alle muziek te achterhalen, maar dat was vroeger wel anders. Soms hoorde ik een nummer op de radio en vervolgens hoorde ik het jaren niet meer. Van wie het nummer precies was wist ik vaak niet, meestal een onbekende Amerikaan, onbereikbaar in Nederland, nergens te koop en vaak kon ik de naam van de artiest of van het nummer amper opschrijven. In 1959 was ik 9 jaar en ik sprak en schreef geen Engels, nauwelijks normaal Nederlands. Maar enige jaren daarna lag ik wel met mijn oor tegen de radio aan te luisteren naar al die obscure muziek die ergens van verschrikkelijk ver weg aan kwam waaien en die nergens te krijgen was. Tegenwoordig hoor ik het nummer van de artiest waar ik het nu over heb vaker op de radio, maar vroeger echt zelden. Nu haal ik het nummer tevoorschijn, opgestapeld tussen al mijn andere oude singletjes en luister nog eens naar dat intrigerende begin:
een telefoon die 2 keer overgaat,
de hoorn die wordt opgenomen,
een zwoele vrouwenstem die hijgt:
"Hello Johnny",
dan blijft het een seconde stil en dreunt de stem van Johnny Otis de kamer in die roept dat hij het is en dat hij zo eenzaam is.
Een pompend en swingend nummer vult in een keer de gehele ruimte met af en toe een ultrakorte onderbreking van een ferme vrouwelijke snik en een hitsige kreun van de zangeres.
Geboren in 1921 en nog geen 40 jaar oud toen hij het nummer opnam. Afgelopen vrijdag stond in de krant dat hij op 17 januari op 90 jarige is overleden. Dat artikeltje krijgt een plekje bij het plaatje dat ik ergens begin jaren '70 in bezit kreeg.
Telephone baby..............Goede snik, goede kreun, goede herinnering.
Johnny Otis heeft definitief opgehangen.
Druk midden op de button, geluidsboxen aan, en............
De tekeningen op deze website zijn eigendom van GRUMB
De Padvinders.
Heel lang geleden, ik geloof toen ik een jaar of zes was wilde ik het liefst woudloper worden. Er was er eentje, en daar had ik een boekje van, David Crockett. De Naam alleen al was voor mij reden genoeg in zijn voetsporen te treden. Maar deze bevlieging heeft maar kort geduurd: lopen in een woud is gevaarlijk, je moest bessen eten en als je niet goed uitkeek werd je opgegeten door een beer, gebeten door een slang of er kroop een enge spin in je broek. Niets voor mij dus. Maar David Crockett kwam even terug op 't Harde: verschillende jongetjes uit het dorp waren padvinder en lid van een groep die vaak op kamp ging. Een buurjongen, Jaap Olree,die een paar huizen verderop woonde, was er eentje. Ze hadden een petje op en een groen uniformpje en soms zag ik ze voorbij wandelen in het bijzijn van een "Akela". Ik wist niet beter dan dat ze de hele dag in het bos zaten, vreemde knopen konden leggen en insecten vingen die ze zelf opaten. Uniformpjes waren er al genoeg op het dorp en mijn moeder had al rap in de gaten dat deze bezigheid niets voor mij was en liet het daarbij.
Enkele padvinders op 't Harde o.m: Johan Boermann, Wim van Wijngaarden (linksboven) en onderin: Jaap Olree. Rechterfoto: Wiebe Gierlink.
Voetbalwedstrijden op de radio. Feijenoord Ajax.
Zondagmiddag luisterde mijn vader naar de radio tot een uur of half 5, dan kwam Frits van Turenhout met de voetbaluitslagen en kon Pa definitief zien op zijn totoformuliertje of hij iets had gewonnen en de wedstrijden juist had voorspeld.
Eén van de wedstrijden die ik niet ben vergeten werd gespeeld op 29 november 1964. Het was een dag na mijn verjaardag en bovendien stond Feijenoord-Ajax op het programma. Dat was toen de belangrijkste wedstrijd van het jaar in de Eredivisie. 's Avonds werden er flitsen uitgezonden bij Sport in Beeld en de volgende dag konden we nog eens alles bekijken want mijn vader kocht dan Sport- en Sportwereld.
En het was de moeite waard want Feijenoord won met 9-4 en Hans Venneker maakte 5 doelpunten. De volgende dag stond in de krant dat de keeper van Ajax, Bertus Hoogerman zoveel doelpunten moest doorlaten omdat hij 's ochtends per vergissing de contactlenzen van zijn vrouw had ingedaan. Ouwehoeren over het voetballen bestond toen ook al.
Links Siem Tijm, in het midden Frans Bouwmeester en rechts Werner Schaaphok.
Eén van de grootste zangers uit de 60er jaren. Een muzikaal melodramatisch genie. Dat was Gene Pitney. Prachtige nummers heeft hij gezongen en hij schreef er nog vele voor anderen zoals He's A Rebel van the Crystels. In de periode 1961 tot 1968, de tijd dat ik het grootste deel op 't Harde woonde, had Pitney al zijn grootste hits waaronder: Town Without Pity en Something's Gotten Hold Of My Heart. Hij bleef daarna tot ver in de jaren '70 platen uitbrengen maar iedereen verwachtte van hem dat hij zijn 60er jaren nummers bleef zingen. Dat hield hij 40 jaar lang vol. Toen was het op.
In april 2006 overleed hij, 65 jaar oud, in een hotel in Cardiff waar hij voor de zoveelste keer was neergestreken voor het maken van een Britse tournee. Uiteraard heb ik het artikel over zijn dood bewaard bij zijn platen.
Nu heb ik bijna alle muziek van Gene Pitney uit die tijd, ik vind het nog steeds juweeltjes, in minder dan 5 minuten vertelt hij in vrijwel ieder nummer een droevig en melodramatisch verhaal. Naar één nummer ben ik jarenlang op zoek geweest, ik had het ergens halverwege de 60er jaren weleens gehoord op de radio, maar ik kon er nooit aankomen, hoe ik ook zocht. Totdat mijn oudere broer het ergens kocht en ik de kans kreeg het nummer van de pickup over te zetten op mijn 2-sporen bandrecorder. Het is niet zijn bekendste nummer, zelfs een "B-kant"- nummer, als ik me goed herinner, van "Just One Smile" maar voor mij denk ik zijn beste. Uit 1966:
Klik in het midden op de button, geluidsboxen open, en.......
"Dat heb ik mezelf moeten leren toen ik onder de meest uiteenlopende omstandigheden met Afrikanen, Arabieren en Zuid-Amerikanen heb zitten praten. Ze voelen vaak een zekere angst voor onze haast, die ze voor minachting houden. Geen tijd voor iemand hebben, niet samen met iemand kunnen zwijgen, staat voor hen gelijk aan afgewezen worden, aan schamperheid."
Uit: Henning Mankell: De witte leeuwin
Op 18 juni 1970 brak er een grote bosbrand uit op 't Harde. Tot op de dag van vandaag is niet geheel duidelijk geworden hoe dat kwam maar de rol van het leger moest een grote zijn geweest: 's ochtends werd er geoefend op de kurkdroge heide en bossen. Later heb ik gehoord dat er veel vragen waren over de rol van Prins Bernhard. De rol van Prins Bernhard? Had die een rol bij de brand dan?
Nou ja, in ieder geval verdwenen op de één of andere manier die vragen in de, zoals jaren later bleek als het over de Prins ging,in de doofpot. Bij ons thuis op de Munnikenweg werd geen kwaad woord gesproken over Prins Bernhard of het Koninklijk Huis. Integendeel, Prins Bernhard was het gerespecteerd en geliefd hoofd van alles en iedereen die een militair tenue droeg en wie het daarmee niet eens was was een communist (in die tijd had men de Arabier, de Moslim of de Marokkaan nog niet ontdekt) en zonder twijfel eveneens langharig en werkschuw.
Maar toch sijpelde er een verhaal door, het verhaal ging, zo begreep ik later, dat Prins Bernhard in de vroege ochtend van 18 juni 1970 de legerplaats 't Harde bezocht, er is immers een oefening gaande ergens op de heide. Volgens een loslippige officier, waarvan later verder niets meer is vernomen, zou de Prins, tussen 8 uur en 10 uur, dus uren voordat de brand zou uitbreken, boven 't Harde hebben gevlogen en ook werd melding gemaakt dat er met brandgevaarlijke brisantgranaten werd geschoten.
Wat deed Bernhard daar? Het moet bekend zijn, maar hoogstwaarschijnlijk moet dan eerst het deksel van die grote goedgevulde doofpot, waar nog wat minnaressen inzitten en wat Lockheeddocumenten, een paar zorgvuldig geheim gehouden buitenechtelijke kinderen, en wie weet wat er allemaal nog meer in zit.
Laurel and Hardy en....The Rolling Stones............
In 1966 hoorde ik een mooi nummer van the Rolling Stones op de radio. Ik was eigenlijk "Van The Beatles" (en dus "tegen The Stones") maar ik moest toegeven: dit vond ik een goed nummer. Het nummer werd gecoverd door Chris Farlowe en stond een tijd nummer 1 in de Engelse Hitparade. Chris Farlowe moet nu 70 jaar zijn en hij leeft nog dus ik heb geen artikeltje over zijn dood bij mijn singeltje kunnen verpakken.
In mijn zoektocht naar films van Laurel and Hardy stuitte ik een jaar of 30 geleden op The Way Out West Dance (zie de bijdrage van gisteren 9 januari) maar ik vond ook hetzelfde dansje maar dan nu met op de achtergrond de muziek van Out Of Time van The Rolling Stones.
Wat wil ik nog meer: mijn helden uit de vorige eeuw met muziek die ik vaak hoorde op 't Harde.
Aandoenlijk en grappig. Een stukje:
Laurel and Hardy Out Of Time.
Klik in het midden de button aan, geluidsboxen open en.........
Maandagochtend, een nieuwe week: een goede om op gang te komen........
Laurel and Hardy.
Op zaterdagavond mochten we in de 60er jaren altijd naar televisie kijken. Vooral rond de feestdagen verheugde ik me dan steevast op de films van Laurel and Hardy, de Dikke en de Dunne. Gefascineerd bekeek ik ze. Meesterlijk vond ik ze en in de loop van mijn leven heb ik voortdurend gepoogd mijn Laurel-and-Hardy-filmverzameling compleet te krijgen, eerst op video, later op DVD. Nog steeds zijn ze tijdloos en krijg ik er nooit genoeg van ernaar te kijken. Hun filmpjes zijn een aaneenschakeling van misverstanden die zo logisch overkomen dat je gelooft dat het allemaal volkomen normaal is. Maar dat is het niet en het stel krijgt heel wat rampen te verduren. Vooral de Dikke: meestal valt hij in een put of in de modder, hij krijgt zomaar een dakpan op zijn kop, of weleens een heel dak of een compleet paard, maar hij gaat er nooit aan dood en ernstig gewond raakt hij ook niet maar kijkt ons wel verontwaardigd aan met een blik die zegt dat Stan compleet gek is. Zijn uitdrukking: "Well here's another fine mess you've gotten me into." kon ik te pas en onpas zelf goed gebruiken tegen schoolvriendjes die ook van Laurel and Hardy hielden. Ze hebben ruim 100 films gemaakt en dat is lachen, maar er zitten vaak ook aandoenlijke muzikale stukjes tussen.
Zoals deze: The Way Out West Dance.
Klik op de button in het midden, boxen aan en..........
Oudejaarsnacht 2011/2012, er staat een electrische tandborstel rechtop met de punt naar beneden waar het borsteltje normaal zit, in mijn voet!
Ik ben toch maar naar bed gegaan…………… Toen de geluiden van wakker worden op de nieuwjaarsochtend doordrongen heb ik het licht aangedaan en Gert verteld wat er gebeurd was. Die wist natuurlijk niet wat hij hoorde en ik heb de pleisters eraf gehaald om te kijken hoe het eruit zag. Een mooi gaatje dat al aardig dicht was en een flink opgezwollen voet waar ik totaal niet op kon staan, deed echt zonder dat ik iets deed al verschrikkelijk pijn. Op mijn kont de trap af naar beneden, daar ook het verhaal verteld, paracetamol genomen en na het ontbijt toch maar zo snel mogelijk naar huis. Ik had zelf de indruk dat er iets kapot was, misschien een scheur in het bot of iets dergelijks. Gezien de pijn vonden we het beter de huisartsenpost van het ziekenhuis te bellen en daar ook dit onwaarschijnlijke verhaal te vertellen. De dienstdoende arts stond ook versteld. Wanneer je het met opzet zou proberen lukt het niet……………….een elektrische tandenborstel rechtop in je voet. Maar het was een aardige afleiding voor hem naast de vuurwerkongelukken…. Na wat onderzoek constateerde hij dat er waarschijnlijk niets kapot was, maar dat het binnen was gaan ontsteken, er heeft natuurlijk toch wat vuil aan die tandenborstel gezeten en dat zou dan nu in het bot zitten. Zijn woorden: ” bij een ontsteking in het bot zijn de rapen gaar, dan moet er gesneden worden.” Ik kreeg een tetanusinjectie en een antibioticakuur. Moest twee dagen rust houden (wat is dat ook al weer?) been omhoog en zoveel mogelijk koude kompressen. Maandagmorgen dachten we nog dat het toch nog fout zou gaan: een voet als een olifant, rood, strak gespannen en zeer pijnlijk, maar aan het einde van de dag –precies zoals de arts had voorspeld- werd de pijn minder. Een dag later zat ik met een grote pantoffel aan, liep ik al stukken beter en had ik nog maar plaatselijke pijn. Mijn voet was wel nog rood en gezwollen, maar de medicijnen deden hun werk goed. Ja, goed, maar ze doen nog veel meer dan goed: ik raakte echt verschrikkelijk aan de diarree, volgens de bijsluiter een veel voorkomende bijwerking. Dat betekent heel alert zijn, want een sprintje trekken naar het toilet zat er op dat moment nog niet in.
We zijn nu weer wat dagen verder en ik ben gerust en tevreden. Ik heb weliswaar heel ruime, maar toch mijn eigen pantoffels aan (van onze gastvrouw tijdens de jaarwisseling, had ik een uitgelopen pantoffel maat 49 gekregen, een bijna-afdankertje van haar zoon) en omdat ik al aardig loop moet ik helaas weer meehelpen koken en afwassen.
Wat een verhaal hè, ik sta zelf ook verbaasd hoe het heeft kunnen gebeuren. Ik heb er alle vertrouwen in dat het nu steeds beter gaat. Werken is een beetje moeilijk denk ik omdat ik vrijwel alles staand doe, behalve achter de naaimachine zitten.
Zo zie je maar, je hoeft geen vuurwerk af te steken tijdens de jaarwisseling om ongelukken te maken. En wat ook bijzonder is: het leedvermaak dat opstijgt om me heen, en dan bijzonder in de familie van Gert, zo ontving ik mailtjes over allerlei ongelukken met ………………natuurlijk:tandenborstels.
Het kan allemaal nog erger: hier een voorbeeld:
TEL AVIV - Een 19-jarige Israëlische man heeft per ongeluk zijn tandenborstel ingeslikt, terwijl hij het achterste van zijn tong aan het poetsen was. Dit heeft de Israëlische krant Yediot Ahronot zondag gemeld.
De 15 centimeter lange tandenborstel is in het ziekenhuis onder volledige narcose verwijderd met een touwtje. Dat gebeurde met spoed. De artsen vreesden voor zwaar letsel aan de maag of andere organen als de tandenborstel zijn reis door het lichaam zou voortzetten.
(ANP).
En gekker:
We logeerden tijdens de jaarwisseling bij een broer van Gert en zijn vrouw in de buurt van Rotterdam. Een rustige gezellige avond met een erg lekker diner waarin witlof centraal stond en champagne om twaalf uur ’s nachts. Rond 1.00 uur was ik de eerste die naar bed wilde. Ik ging naar de badkamer om mijn tanden te poetsen. Ik poets al jaren met een elektrische tandenborstel die een stalen pin aan het einde heeft waarover de borstel geschoven moet worden. Ik wilde de houder (nog zonder borstel) uit mijn toilettas pakken, maar die viel eruit………………………en viel loodrecht naar beneden en bleef daar rechtop in mijn voet staan, in de knokkel vlakbij de grote teen. Ik begrijp eigenlijk niet dat ik niet gegild heb, maar in mijn opvoeding is mij geleerd je niet aan te stellen. Ik heb een traantje weggepinkt en ben op het toilet gaan zitten (dat was dichtbij) waar ik met toiletpapier heb gewacht tot het bloeden stopte. Op een vreemde badkamer weet je niet goed de weg en je wilt ook geen troep achterlaten.
Ik heb mijn tanden gepoetst en besloot niet naar beneden te gaan om het te vertellen en mijn voet te laten zien, de rest zat nog aan de champagne en wat zouden ze kunnen doen, niets, dus gewoon naar bed gaan en morgen zien we wel verder. Ik had zelf pleisters bij me (jaja, nog altijd goed georganiseerd!!!!!) en had die tegen evt. bloeden 3 laagjes dik opgeplakt want ik wilde natuurlijk niet het logeerbed vuil maken. In eerste instantie ben ik in slaap gevallen (en uiteraard had ik die tandenborstel die rechtop in mijn voet stond er inmiddels uitgetrokken) Gert was ondertussen ook naar bed gekomen, maar toen heb ik maar niets verteld: wat heb je eraan op dat moment? Ik heb maar kort geslapen................de pijn begon...............de steken begonnen...............naarmate de nacht vorderde werd de pijn met het uur erger, ik verging echt van de pijn. Lekker begin van het nieuwe jaar! Dat belooft nog wat!
't Harde in de zestiger jaren was natuurlijk vooral een legerplaats. Er stonden rijtjes woningen met officieren en rijtjes woningen met onderofficieren. Van jongsafaan heb ik me afgezet tegen het zo vastgelegde onderscheid en het rangen en standensysteem in het leger. Later kwam ik erachter dat de gehele maatschappij ervan vergeven is maar zo duidelijk als in het leger trof ik het in die tijd zelden aan. Mijn vader was een officier, dat maakte hem anders dan een onderofficier of een soldaat. Ik wist niet waar al die strepen en sterren en balkjes voor dienden maar als je een streep had met een ster dan was je wat en als je een balk had met twee strepen en een ster dan was je nog meer, of misschien wel minder en als je een paar sterren had met een balk en een schuine streep dan was je nog veel meer of nog veel minder. Ik hield me er niet mee bezig. Maar ik zag ze overdag allemaal wel fietsen of in een jeep zitten af en aan richting legerplaats met hun balkjes, streepje en sterretjes.
Thuis op de Munnikenweg verzamelde mijn vader al zijn militaire attributen in een klein kamertje beneden, naast de voordeur. Daar stond op een kast een oude foto waar ik weleens geintrigeerd naar keek en waar heel duidelijk het rangen-en standensysteem getroffen werd:
Iedereen een baret op: die zijn wat, lager, minder, of niet. En in het midden: één met een pet op: die is hoger, meer. Of niet. Maar waarschijnlijk wel, dat was mijn Pa.
Ik was al het huis uit en weg uit 't Harde toen het nieuwe winkelcentrum werd geopend. Het kwam te staan op de resten van Dierenpark Scharringa, (op `t Harde schijnt voor mijn tijd een dierenpark bestaan te hebben), en werd in 1972 geopend. Het zag er voor die tijd modern uit. Diverse winkeliers hadden zich hier gevestigd zoals juwelier Kuiper, de huishoudelijke artikelen van Broekhuis, de eerste grote supermarkt 4=6 en boekhandel van der
Poll en natuurlijk het postkantoor. Later kwam daar ook nog de bibliotheek bij. Niet lang geleden liep ik er nog eens rond en inderdaad: wat toen modern was is nu hopeloos gedateerd en verouderd.
Terry Stafford.
De meeste van mijn persoonlijke herinneringen combineer ik met muziek, omdat ze aan die muziek vastzitten, of andersom. Ik ben bedreven in het onthouden van ridicule en volstrekt onbelangrijke details: vaak weet ik nog precies wat ik deed toen ik een bepaalde plaat voor het eerst hoorde. Ik stond op een zomerdag in 1965 samen met nog wat jongens voor het zwembad de Hoksenberg, klaar om naar binnen te gaan maar het zwembad bleek die ochtend gesloten. Het was een gewone doordeweekse dag maar op het hek was een bordje bevestigd met de droge mededeling: vandaag dicht. Niemand wist waarom: was de badmeester verdronken? Was het water uit het bad gelopen? Was het een speciale feestdag? We keken elkaar aan: geen zwembad vandaag en dus fietste ik maar weer richting huis na eerst een rondje door het dorp te hebben gefietst. Op de Eperweg kwam ik langs de Gouden Sleutel en ik besloot even naar binnen te wippen ondanks dat ik geen geld had om een plaatje te kopen. Er kwam mij een prachtig wervelend muzieknummer tegemoet, de eigenaar had een bandrecorder staan en daar kwam dat prachtige geluid vandaan. Ik vroeg hem bedremmeld van wie deze muziek was en hij fluisterde mij iets in het oor. Snel verliet ik de winkel en op de fiets leerde ik de naam van de zanger die ik gehoord had uit mijn hoofd zodat ik het thuis kon noteren in mijn muziekschrift. In de jaren zestig hoorde ik wel vaker mooie nummers op de radio of ergens anders maar ze waren amper te krijgen. Mijn oudere broer had ze echter al snel in zijn bezit en veel later kreeg ik ze ook in mijn verzameling. Jaren later begreep ik dat Elvis het ook eens had gezongen maar deze vertolking vond ik veel beter en heeft de tand des tijds doorstaan.Ik ontdekte dat het nummer in 1964 in de Amerikaanse top 10 stond. Als ik nu een persoonlijke eeuwige top 10 zou samenstellen zou het erbij mij ook heel hoog in staan.
Deze zanger, overleden op 51 jarige leeftijd op 17 maart 1996, (bij uitzondering heb ik geen krantenknipsel van deze gebeurtenis) ontdekte ik bij toeval op een warme dag halverwege de jaren 60 omdat om onduidelijke reden het zwembad op 't Harde zomaar dicht was.
Mede namens Arie en Jannie, Gert en Bella Pruimhof, Fred Oosterbuur en Piet von Grumbkow wenst GRUMB U allen een gelukkig 2012 toe!
Jannie en Arie bekijken de toekomst met gemengde gevoelens...
In de rust van 't Harde - Olympia'28: Piet, Grades Struik en rechts de toenmalige voorzitter Henk Koenen.
SV 't Harde. (12).
De wedstrijden die ik speelde in het eerste van de voetbalclub werden soms gesponsord door slijterij Evink. Sponsor zijn betekende dat als een wedstrijd werd gewonnen Evink voor iedere doelpunt een krat bier beloofde. Zo kwam het dat ik eens twee doelpunten maakte en met twee kratten bier thuiskwam. Ook werd er door de slager op de Eperweg weleens een hele kip verstrekt aan alle jongens van het eerste na een gewonnen wedstrijd. Ik had een druk leven: naar school gaan, trainen, voetballen en naarmate ik wat ouder werd kregen ook de meisjes steeds meer mijn belangstelling met gevolg dat ik zelfs, zoals dat in die tijd heette, verkering kreeg.
Op zaterdagavond gingen we weleens naar het Poshuis, daar was een soort discotheek in de kelder: men had visnetten opgehangen, het licht gedempt en de jongens stonden aan één kant, de meisjes aan de andere kant en iedereen keek elkaar quasi verveeld aan met een flesje bier in de hand terwijl Creedence Clearwater Revival door de boxen dreunde.
De muziek uit de 60er en 70er jaren. (7).
In de tijd op 't Harde luisterde ik veel naar muziek op de radio en begon ik mondjesmaat zelf nummers te kopen van mijn schamele zakgeld. Iedere week hield ik voor mezelf in een schrift bij wat ik de mooiste nummers vond en had een voorkeur voor muziek die niet al teveel op de radio werd gedraaid: Stevie Wonder, the Beatles, Elvis, dat hoorden ik zo vaak, prachtig, maar ik wilde ook wat meer onbekendere muziek horen. Als ik nu terugkijk in mijn muziekschriften dan zie ik ze weer staan en komt vanzelf de vraag naar boven: hoe ging dat nummer ook alweer? Wie was dat ook al weer? Deze bijvoorbeeld,van een zekere Don Partridge, oorspronkelijk beroep: inbreker en later werd hij straatzanger, hij trad weleens op in een theater maar hij vond dat eigenlijk maar niks. Zo stond hij ooit eens een keer in een groot theater in London samen met Amen Corner, Status Quo en een andere held van me uit die tijd: Gene Pitney.
Partridge bleef het liefst optreden op straat. Bij het singletje, wat ik pas vele jaren later in de uitverkoop kocht, vind ik een wat verfrommeld en gescheurd artikeltje over zijn overlijden: Op 21 september 2010 stierf Partridge aan een hartaanval.
Rosie was zijn grootste hit, maar deze is leuker: Breakfast On Pluto
Klik in het midden de button aan, geluidsboxen open, en.........
Op vacantie.
Op 't Harde reed mijn vader in een Ford Anglia. Een koddig autootje met een karakteristieke schuine achterkant waarin, met wat aandrukken en duwen, "de 4 kleintjes" achterin konden zitten. Ik was van de 7 kinderen de middelste en naar gelang het zo uitkwam werd ik ingedeeld bij de "4 kleintjes" of bij de "3 groten". De "3 groten" hadden speciale voorrechten want die hoefden niet mee op vacantie. Ik wel, op een dag kwam ik erachter dat ik ingedeeld was bij de kleintjes en ergens half augustus 1966 vertrokken we met een volgeladen auto richting Wiesbaden en Idar Oberstein, gelegen aan de Rijn in Duitsland. Mijn vader had via-via (die bestond in die tijd ook al) een paar kamers geregeld in een of ander pension bij een zekere Franz Kolz. Ik kan me niet veel meer herinneren van die mijnheer Kolz behalve dat hij een redelijk aantrekkelijke dochter had, die helaas te oud voor mij en mijn broertje was, en dat het voortdurend koud was. De gehele vacantie was het regenachtig en fris maar dat weerhield mijn ouders er niet van naar een zwembad te gaan, gelegen in een troosteloze wijk waar verder niemand was behalve een schele Duitse badmeester die met een dikke jas aan en een sjaal om in een hokje bleef zitten met een straalkacheltje aan zijn voeten. Wij installeerden ons op een grasveldje aan de rand van het water en bleven daar zo de hele dag koukleumend zitten in de miezerige regen.
Ook de rest van de vacantie roept bij mij weinig vrolijke herinneringen op. We zaten in Duitsland en het was de tijd dat heel Nederland een hekel had aan aan dat land en zijn bewoners.(En 1974, de finale van het wereldvoetbaltournooi moest nog komen!) Mijn vader ook, hij sprak nooit over Duitsers maar over "De Moffen" en ik heb nooit goed begrepen wat hij daar precies zocht in zijn vrije tijd met een vrouw naast zich die met een grote kaart op haar schoot voortdurend mijn vader de verkeerde weg in stuurde en een stel om ijsjes jengelende kinderen op de achterbank terwijl het mistroostig erwtensoepweer was.
Als goedmakertje zijn we een keer gaan eten in het Wienerwaldrestaurant in Wiesbaden. Ik geloof dat wij kinderen dat nog het leukste van de vacantie vonden: we kregen patatjes en we zaten in een kleurrijke omgeving met veel interessante plaatjes aan de muur naast een enorme grill met wel 30 spetterende en ronddraaiende kippen en daarachter een lustig brandende open haard. Ook mijn vader had het naar zijn zin: de Duitse wijn smaakte goed en de dames zorgden voor een prettig uitzicht omdat ze niet alleen een gebeitelde glimlach om de mond hadden maar ook nog eens zwaar gedecolleteerd waren.